Een derde van de aangevoerde goederen wordt doorgevoerd

Nederland ontving 185 miljard kilo aan goederen die bestemd was voor doorvoer in 2016. Daarvan kwam bijna 85 procent per zeeschip Nederland binnen. Bijna 70 procent werd na binnenkomst naar België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk doorgevoerd. Dit meldt het CBS op basis van de eerste publicatie van gedetailleerde gegevens over de doorvoer. Deze publicatie is mede gefinancierd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

In totaal ontving Nederland in 2016 ruim 590 miljard kilo aan goederen uit het buitenland. Meer dan de helft daarvan werd doorgevoerd of wederuitgevoerd. Goederen die worden doorgevoerd blijven in buitenlandse handen, maar worden overgeslagen tussen vervoermiddelen binnen Nederland of (tijdelijk) opgeslagen in Nederland. Nederland fungeert dus als verdeelcentrum voor deze goederen. Bij wederuitvoer worden goederen tijdelijk Nederlands eigendom en wordt er vaak nog een minimale bewerking gedaan voor ze weer worden uitgevoerd. De wederuitvoer is onderdeel van de in- en uitvoer, de doorvoer niet.

Brutogewicht van de internationale goederenstromen

Doorvoer gaat vooral naar omliggende landen

De doorvoer is voor meer dan 40 procent geladen in Europa en voor bijna 30 procent in Noord- en Zuid-Amerika. Wanneer de doorvoer wordt uitgedrukt in waarde in euro’s, komt ruim de helft van de doorvoer uit Europa, voor bijna 30 procent uit Azië en voor ruim 15 procent uit Noord- en Zuid-Amerika.

Twee derde van het gewicht en ruim een derde van de waarde wordt in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gelost.

Doorvoer, aandeel per regio, 2016
 Oceanië en overige gebiedenAziëAmerikaAfrikaAndere Europese landenFrankrijk, België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk
Inkomende doorvoer
Brutogewicht 4,112,727,813,728,812,8
Waarde 0,628,6163,729,421,6
Uitgaande doorvoer
Brutogewicht 0,810,26,82,313,566,4
Waarde 1,624,211,62,423,736,6
 

Doorvoer komt vooral per zeeschip

Bijna 85 procent van het gewicht van de doorvoergoederen komt over zee. Veel doorvoergoederen verlaten ons land ook weer per zeeschip: ruim 30 procent van het gewicht. De zeeschepen zijn daarmee het meest gebruikte vervoermiddel bij doorvoer. Daarna volgen respectievelijk binnenvaartschepen (meer dan een kwart), transport via pijpleiding (een kwart), treinen, vrachtwagens en vliegtuigen. De waarde van de doorgevoerde goederen is anders verdeeld: in waarde komt twee derde per zeeschip naar Nederland en bijna 15 procent per vrachtwagen. Van de doorvoerartikelen die het land verlaten gaat meer dan 50 procent van de waarde over zee, 16 procent gaat via rivieren en kanalen, bijna 15 procent over de weg en 8 procent over het spoor.

Doorvoer, aandeel per vervoerwijze, 2016
 PijpleidingvervoerLuchtvaartSpoorvervoerWegvervoerBinnenvaartZeevaart
Inkomende doorvoer
Brutogewicht 2,90,22,15,55,883,5
Waarde 0,81,89,514,17,466,4
Uitgaande doorvoer
Brutogewicht 25,30,39,26,527,431,3
Waarde 5,71,7814,116,354,3

Doorvoer per vliegtuig: duurdere producten

De doorvoergoederen die per zeeschip het land binnenkomen zijn gemiddeld minder dan 1 euro per kilo waard. Goederen die per binnenvaartschip, vrachtwagen of trein komen zijn duurder: ze kosten gemiddeld 1,50 tot ruim 5 euro per kilo. Met gemiddeld 9 euro per kilo komen per vliegtuig de duurste goederen aan. Via de pijpleiding stromen gemiddeld de goedkoopste goederen het land in: ruim 30 eurocent per kilo.

De gemiddelde waarde van de doorvoergoederen die het land verlaten vertonen een ander beeld. De goedkoopste goederen (met name aardolie) verlaten het land per pijpleiding met een waarde van 35 cent per kilo. De artikelen die per binnenvaartschip of per spoor het land verlaten hebben een gemiddelde waarde van 90 eurocent tot 1,40 euro per kilo. Per binnenvaartschip worden bijvoorbeeld veel steenkool en ertsen doorgevoerd. Zeeschepen en vrachtwagens vervoeren goederen van gemiddeld rond de 3 euro per kilo het land uit. Goederen die per vliegtuig worden doorgevoerd hebben een gemiddelde waarde van ruim 9 euro per kilo.

Waarde-gewichtratio van de doorvoer naar vervoerwijze, 2016
 Inkomende doorvoerUitgaande doorvoer
Zeevaart0,912,72
Binnenvaart1,460,93
Wegvervoer2,943,41
Spoorvervoer5,11,36
Luchtvaart99,35
Pijpleidingvervoer0,320,35

Veel doorvoer van fossiele brandstoffen, ertsen en stukgoed

Van de doorvoergoederen die Nederland per zeeschip binnenkomen bestaat twee derde van het gewicht uit fossiele brandstoffen en ertsen. Bij de binnenvaart is dit een kwart en bij het wegvervoer nog geen 8 procent. Voor spoorvervoer en luchtvaart is het aandeel minder dan een procent. Via de pijpleiding gaan juist vooral fossiele brandstoffen: meer dan 90 procent van de inkomende doorvoer. Kijken we naar de waarde van de goederen, dan hebben voertuigen, machines en stukgoederen een aandeel van 60 procent of meer voor alle vervoerwijzen behalve pijpleidingvervoer. Het aandeel van deze producten is het grootst voor spoorvervoer en luchtvaart: bijna 90 procent.

Over zee verlaten vooral fossiele brandstoffen ons land: meer dan een kwart van het gewicht. Daarna volgen chemicaliën (bijna een kwart) en daarna voertuigen, machines, stukgoederen en landbouw- en voedingsproducten (samen een derde). Fossiele brandstoffen hebben met 40 procent een groot aandeel in het gewicht dat met binnenvaartschepen en over het spoor naar het buitenland wordt doorgevoerd. Dit geldt ook voor ertsen, die ruim 40 procent van het doorgevoerde gewicht op binnenvaartschepen en een kwart van het gewicht op treinen vertegenwoordigen.
Over de weg verlaten met name voertuigen, machines en stukgoederen het land, gevolgd door ruwe mineralen, chemische producten en landbouw- en voedingsproducten. Door de lucht bestaat de doorvoer voor twee derde uit voertuigen, machines en stukgoederen. Via de pijpleiding gaan bijna alleen fossiele brandstoffen (99 procent).

Naar waarde gemeten geldt voor vier van de zes vervoerwijzen dat voertuigen, machines en stukgoederen de meest vervoerde goederengroep zijn. Alleen in de uitgaande doorvoer per binnenvaartschip en pijpleiding geldt dat niet: met die vervoerwijzen zijn respectievelijk ertsen en fossiele brandstoffen het meest vervoerd.

Kenmerken doorvoer vergeleken met de goederenstromen voor invoer en uitvoer (inclusief wederuitvoer)

De goederen bestemd voor doorvoer komen vaker van ver weg dan de goederen die bestemd zijn voor Nederland. De Nederlandse invoer (inclusief de invoer voor wederuitvoer) is voor meer dan drie kwart geladen in Europa. Van de inkomende doorvoer komt bijna 60 procent van buiten Europa. Van de uitvoer vanuit Nederland wordt 71 procent gelost in een van de buurlanden, van de uitgaande doorvoer is dat 66 procent.

Ook de vervoerwijze van doorvoer is anders dan die van de invoer en uitvoer. Voor de doorvoer speelt de zeevaart een grotere rol dan voor de in- en uitvoer. Van de doorvoer komt bijna 85 procent per zeeschip aan in Nederland. Van de invoer komt meer dan de helft van het gewicht per zeeschip, een vijfde deel per vrachtwagen en 15 procent per binnenvaartschip. Uitgevoerde producten verlaten het land vooral over zee (ruim een derde), over de weg (een kwart) en per binnenvaartschip (bijna een kwart). Het wegvervoer speelt dus een kleinere rol voor doorvoergoederen die het land verlaten dan voor uitgevoerde goederen. Voor het spoorvervoer is dit andersom.

Vergeleken met de invoer kent de inkomende doorvoer kleinere aandelen landbouw- en voedingsproducten, ruwe mineralen en fossiele brandstoffen. In de uitgaande doorvoer zijn de aandelen landbouw- en voedingsproducten en chemicaliën kleiner dan in de uitvoer. Daartegenover staat dat de doorvoer grotere aandelen kent van ertsen, ijzer, staal, voertuigen, machines en stukgoed.