Melkvee- en akkerbouwbedrijf meest voorkomend

In 2016 waren er bijna 56 duizend land- en tuinbouwbedrijven in Nederland. Van deze bedrijven was 30 procent een melkveebedrijf en 19 procent een akkerbouwbedrijf. In 2000 ging het om 24 procent melkveebedrijven en 15 procent akkerbouwbedrijven.

Verandering van aantal land- en tuinbouwbedrijven, 2000-2016
 Mutatie bedrijven
Geitenbedrijven33,3
Vleeskalverenbedrijven-21,7
Akkerbouwbedrijven-26,9
Melkveebedrijven-29,1
Pluimveebedrijven-35,2
Fruitbedrijven-37,9
Schapenbedrijven-39,2
Boomkwekerijbedrijven-41,8
Bloembollenbedrijven-47,7
Opengrondsgroentenbedrijven-49,4
Varkensbedrijven-59,1
Pot- en perkplantenbedrijven-60,2
Paard- en ponybedrijven-62,7
Glasgroentebedrijven-63,5
Snijbloemenbedrijven-69,8
 

Bedrijven per sector

In de periode 2000-2016 is het totale aantal landbouwbedrijven met 43 procent gedaald. De grootste daling was er in de glastuinbouw met afnames van 70 procent bij de snijbloemenbedrijven, 64 procent bij de glasgroentebedrijven en 60 procent bij de pot- en perkplantenbedrijven. Het gaat bij de drie sectoren in de glastuinbouw om een continue daling over een periode van 16 jaar. Het aantal paard- en ponybedrijven steeg tot 2009 met 27 procent en nam daarna sterk af. De daling over de periode van 2000 tot 2016 was 63 procent. Het aantal akkerbouwbedrijven daalde van 2000 tot 2009 en is daarna weer licht gestegen. Bij de pluimveebedrijven was er van 2002 op 2003 een flinke afname als gevolg van de vogelgriep in het voor jaar van 2003. In de eerstvolgende jaren herstelde het aantal pluimveebedrijven weer, om daarna de dalende trend weer op te pakken. Bij de geitenbedrijven vond de stijging vooral plaats in de jaren 2000, 2001 en 2002. Het aantal schapenbedrijven steeg met name van 2009 op 2010.