Arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim

12-8-2016 09:30
Ten opzichte van een jaar eerder daalde het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Het ziekteverzuim nam in het eerste kwartaal van 2016 toe.

In het eerste kwartaal van 2016 nam het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in het kader van de WIA, WAO, Wajong en WAZ toe met bijna 6 duizend. Eind maart 2016 werden 813 duizend arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verstrekt. De WAO, WAZ en Wajong namen in de eerste drie maanden van 2016 verder af met in totaal ruim 2 duizend uitkeringen.
Tegelijkertijd nam het aantal uitkeringen in het kader van de WIA (de regelingen IVA en WGA) toe met 8 duizend tot 238 duizend uitkeringen: 162 duizend WGA-uitkeringen en 76 duizend IVA-uitkeringen.
Het aantal Wajong-uitkeringen daalde in het eerste kwartaal 2016 licht. De belangrijkste oorzaak van de daling is de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015. Vanaf dat moment is de Wajong alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Jonggehandicapten die nog kunnen werken kunnen met ingang van 2015, zo nodig, een beroep doen op de Participatiewet. 

 

Aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, ultimo kwartaal

Ziekteverzuim in Nederland neemt in eerste kwartaal 2016 toe

In het eerste kwartaal van 2016 was het ziekteverzuimpercentage in Nederland 4,3. Dit betekent dat van alle duizend te werken dagen er 43 dagen zijn verzuimd vanwege ziekte. Ter vergelijking, het gemiddelde ziekteverzuimpercentage over de afgelopen vijf jaren ligt op 4 procent.

Ziekteverzuimpercentage

Het ziekteverzuim verschilt per bedrijfstak. Het ziekteverzuim was met 5,8 procent het hoogst in de zorg. In deze bedrijfstak is het ziekteverzuim al langere tijd hoger dan gemiddeld in Nederland, maar het verschil is de afgelopen tien jaar niet eerder zo groot geweest als in het eerste kwartaal van dit jaar. In de horeca was het verzuim met 2,2 procent het laagst.

Ziekteverzuimpercentage naar bedrijfstak
 

Het ziekteverzuim binnen de bedrijfstak zorg was met 6,7 procent het hoogst in de verpleeg-en verzorgingshuizen. Ook in de maatschappelijke dienstverlening (welzijnszorg zonder overnachting) lag het verzuim afgelopen kwartaal boven de 6 procent. In de gezondheidszorg was het verzuim met 4,9 procent het laagst.