Reëel beschikbaar inkomen huishoudens wederom lager

31-3-2014 09:30

In het vierde kwartaal van 2013 lag het netto reëel beschikbaar inkomen van huishoudens 1,1 procent lager dan een jaar eerder. Het reëel beschikbaar inkomen daalt al vanaf het derde kwartaal van 2011. Wel is de daling in het vierde kwartaal van 2013 minder sterk dan in de voorgaande zeven kwartalen. Deze ontwikkelingen betreffen voortschrijdende jaartotalen: de gegevens over vier kwartalen worden daarbij gecombineerd en toegekend aan het laatste kwartaal.

Bijdragen aan de mutatie van het netto reëel beschikbaar inkomen ten opzichte van een jaar eerder

Bijdragen aan de mutatie van het netto reëel beschikbaar inkomen ten opzichte van een jaar eerder

Inflatie drukt reëel beschikbaar inkomen

Het beschikbaar inkomen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontvangen beloning van werknemers, de ontvangen sociale uitkeringen, inkomen uit vermogen en de betaalde belastingen en sociale premies. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2012 is de beloning van werknemers met 0,3 procent gedaald. De sociale uitkeringen zijn met 5,2 procent gestegen, voornamelijk als gevolg van het toegenomen aantal WW-uitkeringen. Eind 2013 waren er 437 duizend WW-uitkeringen, bijna 100 duizend meer dan aan het eind van 2012. Het inkomen dat huishoudens ontvingen uit vermogen lag hoger doordat er ruim een miljard euro meer aan dividend ontvangen werd. De sociale premies en belastingen zijn ongeveer gelijk gebleven. De prijzen namen met gemiddeld 2,2 procent toe. Zonder deze prijscorrectie zou het beschikbaar inkomen per saldo zijn toegenomen.

Financieel vermogen gestegen

Het financieel vermogen van huishoudens nam in het 4e kwartaal met 23,8 miljard euro toe tot 1 197 miljard euro. Het financieel vermogen bestaat onder meer uit spaartegoeden, aandelen- en obligatiebezit en de pensioenvoorzieningen. De pensioenvoorzieningen worden beheerd door de pensioenfondsen, maar gelden als het bezit van huishoudens. Tegenover deze financiële bezittingen staan de schulden, die voornamelijk de woninghypotheken beslaan.

De groei van het vermogen komt voor het grootste deel op het conto van het aandelenvermogen en de pensioenvoorzieningen. De waarde van de aandelen die huishoudens zelf bezitten is met 6,2 miljard euro gestegen ten opzichte van een kwartaal eerder. Per saldo werd er voor 1,3 miljard euro aan aandelen verkocht, maar door de gunstige ontwikkelingen op de aandelenbeurzen werd het bezit 7,5 miljard euro meer waard. De beleggingsportefeuille van de pensioenfondsen nam toe met 17,8 miljard euro: er werd voor 2,5 miljard ingelegd en de waarde steeg 15,2 miljard.

Mutatie van het vermogen van huishoudens ten opzichte van een kwartaal eerder

Mutatie van het vermogen van huishoudens ten opzichte van een kwartaal eerder

Hypotheekschuld gedaald

De hypotheekschuld van huishoudens is voor het vijfde opeenvolgende kwartaal geslonken. Per saldo werd er meer afgelost dan er werd opgenomen. Over heel 2013 is er per saldo voor 8 miljard euro afgelost. De laatste twintig  jaar kwam het niet eerder voor dat de hypotheekschuld op jaarbasis afnam. De lage rente op spaartegoeden en de angst voor restschulden zijn mogelijke verklaringen voor de afname van de hypotheekschuld.

Verandering van de hypotheekschuld ten opzichte van een kwartaal eerder

Verandering van de hypotheekschuld ten opzichte van een kwartaal eerder