Onderweg in Nederland

Wat behelst het verplaatsingsonderzoek

Doel

Het samenstellen van statistische informatie over de dagelijkse mobiliteit van de Nederlandse bevolking ten behoeve van het, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, andere beleids- en onderzoeksinstanties, de samenleving en het CBS zelf. Hiertoe wordt het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking van 6 jaar of ouder beschreven naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoerwijzen en reismotieven voor de verplaatsingen. Daarnaast wordt ruime aandacht geschonken aan achtergrondvariabelen voor verplaatsingspatronen en keuzes van vervoerwijzen.

Doelpopulatie

De Nederlandse bevolking van 6 jaar of ouder in particuliere huishoudens, dus exclusief bewoners van instellingen, inrichtingen en tehuizen.

Statistische eenheid

Persoon, verplaatsing, rit.

Aanvang onderzoek

Het onderzoek ODiN is aangevangen op 1 januari 2018 en volgt op het OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) dat liep van 2010 tot en met 2017. Het ODiN is ten opzichte van het voorafgaande OVIN op diverse punten in belangrijke mate gewijzigd en de onderzoeken zijn daarom onderling niet volgtijdelijk vergelijkbaar. Nieuw ten opzichte van het OVIN is onder andere dat in de onderzoekspopulatie geen kinderen jonger dan 6 jaar zijn opgenomen, dat de waarnemingsmethode en vragenlijst zijn gewijzigd en dat (binnenlandse) vakantiemobiliteit wordt meegenomen in het onderzoek. Meer details over de wijzigingen van ODiN ten opzichte van OViN staan in de (uitgebreidere) Onderzoeksbeschrijving (en) van ODiN: Onderweg in Nederland (ODiN) 2018 .

Frequentie

Doorlopend.

Publicatiestrategegie

Er wordt jaarlijks gepubliceerd over een afgesloten kalenderjaar.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Persoonsenquête.

Waarnemingsmethode

De waarneming vindt plaats via een internetvragenlijst. Onderzoekspersonen worden middels een brief gevraagd om via internet (CAWI) de ODiN vragenlijst in te vullen.

Berichtgever

Respondenten (berichtgevers) zijn personen van 6 jaar of ouder. Ook personen woonachtig in instellingen, inrichtingen en tehuizen zijn niet in de steekproef opgenomen.

Steekproefomvang

De steekproef bestaat uit het landelijk onderzoek en eventuele meerwerkonderzoek(en). Ieder jaar worden in de (uitgebreidere) Onderzoeksbeschrijving van het ODiN de steekproefomvang, het responspercentage en het aantal respondenten in het databestand vermeld.

Weging

Van alle respondenten wordt informatie verzameld over het verplaatsingsgedrag op één bepaalde dag van het jaar. Om op basis van het ODiN toch uitspraken te kunnen doen over het hele jaar en over de hele Nederlandse bevolking van 6 jaar of ouder (exclusief personen in instellingen, inrichtingen en tehuizen) moeten de steekproefresultaten worden opgehoogd. Daartoe worden weegfactoren berekend met een weging naar achtergrondkenmerken waardoor ook gecorrigeerd wordt voor de selectiviteit in de steekproef. De achtergrondkenmerken die in de weging worden meegenomen zijn kenmerken die van belang zijn voor het verplaatsingsgedrag, zoals leeftijd, geslacht, inkomen, stedelijkheidsgraad en voertuigbezit.

In de weging is ook een correctie voor mogelijke extra non-respons onder vakantiegangers via het weegmodel aanwezig. Dit is dus een correctie op persoonsniveau die corrigeert voor het gegeven dat inwoners van Nederland een deel van het jaar in het binnen- of buitenland op vakantie zijn en hierdoor niet of ánders responderen dan wanneer ze het gehele jaar thuis zouden verblijven. De correctiegewichten van ODiN zorgen ervoor dat de responsselectiviteit rond en tijdens vakantieperioden wordt verminderd. Dit gebeurt door de waargenomen vakantiekenmerken (of de dag begon of eindigde op een vakantieadres) te relateren aan bijbehorende populatieschattingen van het aantal vakantiegangers uit het Continu Vakantieonderzoek (CVO).

De eindweging leidt uiteindelijk tot persoonsgewichten. Dat zijn de weegfactoren voor personen. Hiervan worden de weegfactoren voor huishoudens en voor verplaatsingen afgeleid.

Ophoging

Bij de ophoging worden de resultaten van de enquête 'vertaald' naar populatie-aantallen. Dit gebeurt door in de analyses voor het berekenen van de resultaten gebruik te maken van de weegfactoren in het databestand.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Bij steekproefonderzoek, zoals het ODiN, wordt slechts bij een deel van de populatie informatie verzameld. De geschatte uitkomsten op basis van de steekproefgegevens zijn in het algemeen niet gelijk zijn aan de werkelijke waarden en hebben dus onnauwkeurigheidsmarges.

Relevante links