1,7 procent werknemers is ouder dan AOW-leeftijd

oudere schoonmaker
© CBS / Nikki van Toorn

Van alle werknemers in het tweede kwartaal van 2026 was 1,7 procent ouder dan de leeftijd waarop ze recht hebben op AOW. Dit zijn er 152 duizend. In het eerste kwartaal van 2018 was dit nog 1,2 procent, dat waren 96 duizend werknemers. Mannen werken vaker in loondienst door boven de AOW-leeftijd dan vrouwen. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers in de monitor mobiliteit op de arbeidsmarkt.

In de bedrijfstakken verhuur en handel van onroerend goed en vervoer en opslag werken in verhouding de meeste werknemers ouder dan de AOW-leeftijd: 4,3 en 3,6 procent. In de bedrijfstakken openbaar bestuur en overheidsdiensten en informatie en communicatie is het aandeel het laagst: 0,6 en 0,7 procent.

Werknemers ouder dan de AOW-leeftijd, tweede kwartaal 2026
BedrijfstakkenAandeel werknemers boven AOW-leeftijd (% van werknemers)
Verhuur en handel
van onroerend goed
4,3
Vervoer en opslag3,6
Specialistische
zakelijke diensten
2,9
Landbouw, bosbouw
en visserij
2,9
Overige dienstverlening2,5
Cultuur, sport
en recreatie
2,4
Financiële dienstverlening2,2
Verhuur en overige
zakelijke diensten
2,2
Handel1,9
Totaal1,7
Bouwnijverheid1,5
Industrie1,3
Energievoorziening1,3
Onderwijs1,3
Waterbedrijven en
afvalbeheer
1,2
Gezondheids- en welzijnszorg1,2
Horeca1,1
Delfstoffenwinning1,0
Informatie en
communicatie
0,7
Openbaar bestuur
en overheidsdiensten
0,6

Meer mannen dan vrouwen 

Van alle mannelijke werknemers was in het tweede kwartaal 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd. Voor vrouwen is dit 1,1 procent. Hoewel de AOW-gerechtigde leeftijd vanaf 2013 stapsgewijs is toegenomen tot 67 jaar, neemt het aantal mensen dat boven die leeftijd nog in loondienst werkt ook toe. Vanaf het eerste kwartaal 2018 tot aan het tweede kwartaal van 2026 zijn de aandelen voor mannen en vrouwen met ongeveer 0,5 procentpunt toegenomen.

Werknemers ouder dan de AOW-leeftijd
JaarKwartaalMannen (% van werknemers)Vrouwen (% van werknemers)Totaal (% van werknemers)
20181e kwartaal1,770,611,23
20182e kwartaal1,810,631,26
20183e kwartaal1,860,641,29
20184e kwartaal1,910,671,32
20191e kwartaal1,800,621,24
20192e kwartaal1,830,641,27
20193e kwartaal1,870,651,29
20194e kwartaal1,910,681,33
20201e kwartaal1,820,661,27
20202e kwartaal1,740,651,22
20203e kwartaal1,820,671,27
20204e kwartaal1,840,691,29
20211e kwartaal1,820,691,28
20212e kwartaal1,890,741,34
20213e kwartaal1,940,741,37
20214e kwartaal2,010,791,43
20221e kwartaal1,930,761,37
20222e kwartaal1,970,781,40
20223e kwartaal2,010,801,43
20224e kwartaal2,090,861,50
20231e kwartaal2,000,801,42
20232e kwartaal2,030,831,45
20233e kwartaal2,070,841,48
20234e kwartaal2,120,891,53
20241e kwartaal2,070,861,49
20242e kwartaal2,100,901,52
20243e kwartaal2,130,911,55
20244e kwartaal2,190,961,60
20251e kwartaal2,170,951,59
20252e kwartaal2,200,981,62
20253e kwartaal2,230,991,64
20254e kwartaal2,291,041,69
20261e kwartaal2,281,051,69
20262e kwartaal2,321,081,72

Ruim 20 duizend mensen ouder dan AOW-leeftijd naar andere bedrijfstak 

In het tweede kwartaal stroomden ruim 20 duizend mensen ouder dan de AOW-leeftijd in een bedrijfstak in. Dat was 1,3 procent van de totale instroom: werknemers die daar een jaar eerder  nog niet werkten. Ongeveer de helft van de totale aantal instromers stroomt in vanuit een andere bedrijfstak, de rest had geen baan als werknemer.

Ook bij de uitstroom - werknemers die er een jaar eerder nog wel werknemer waren maar nu niet meer - is het aandeel mensen ouder dan de AOW-leeftijd klein (2,2 procent). De groep van 55 jaar tot de AOW-leeftijd die uitstroomt is groter, 14,4 procent. De grootste groep uitstromers zijn de jongere werknemers, onder de 25. Deze groep stroomt ook relatief vaak in, na het afronden van een opleiding of vanuit een andere bedrijfstak.

De uitstroom bij de oudste groepen (55-plus) betreft voor het grootste deel werknemers die met (vervroegd) pensioen gaan. Dit geldt het meest voor de mensen boven de AOW-leeftijd. Een klein deel (9 procent) gaat na het bereiken van de AOW-leeftijd nog aan de slag in een andere bedrijfstak. In de groep 55 jaar tot de AOW-leeftijd stroomt 37 procent uit naar pensioen, 22 procent uit naar een uitkering, en 20 procent gaat in een andere bedrijfstak werken. 

Instroom en uitstroom van werknemers, tweede kwartaal 2026
LeeftijdJonger dan 25 (%)25 tot en met 34 (%)35 tot en met 44 (%)45 tot en met 54 (%)55 tot AOW-leeftijd (%)AOW-leeftijd en ouder (%)
Instroom699,2396,4216,7148,9102,120,2
Uitstroom569,1345,8201,8148,6218,434,3