Vrijwilligerswerk blijft op niveau van voor de coronapandemie
In 2025 zei 47 procent van de Nederlanders zich in de afgelopen twaalf maanden ten minste één keer als vrijwilliger te hebben ingezet voor een organisatie of vereniging. Dit is vrijwel hetzelfde als in 2019, net voor de coronapandemie, maar iets lager dan in 2024 en 2023. Het percentage vrijwilligers dat wekelijks of maandelijks vrijwilligerswerk doet, is met 60 procent ongeveer gelijk aan 2023 en 2024. Dat blijkt uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat werd uitgevoerd onder bijna 8 duizend mensen van 15 jaar of ouder.
| Jaar | Afgelopen 12 maanden (% van 15-plussers) |
|---|---|
| 2015 | 48,7 |
| 2016 | 49,7 |
| 2017 | 48,5 |
| 2018 | 47,6 |
| 2019 | 46,7 |
| 2020 | 43,8 |
| 2021 | 38,9 |
| 2022 | 41,2 |
| 2023 | 48,7 |
| 2024 | 49,5 |
| 2025 | 47,0 |
65-plussers zijn het vaakst regelmatig actief
In 2025 was 60 procent van de vrijwilligers regelmatig (wekelijks of maandelijks) actief voor minstens één organisatie. Met 78 procent zijn 65- tot 75-jarigen het vaakst regelmatig actief. De 35- tot 45-jarigen zijn vaker incidenteel (af en toe of eenmalig) dan regelmatig actief.| leeftijdsgroepen | Regelmatig (% van vrijwilligers) | Incidenteel (% van vrijwilligers) |
|---|---|---|
| 15 tot 25 jaar | 51,0 | 49,0 |
| 25 tot 35 jaar | 50,4 | 49,6 |
| 35 tot 45 jaar | 47,0 | 53,0 |
| 45 tot 55 jaar | 61,8 | 38,2 |
| 55 tot 65 jaar | 65,7 | 34,3 |
| 65 tot 75 jaar | 77,8 | 22,2 |
| 75 jaar of ouder | 71,0 | 29,0 |
Meeste vrijwilligers zetten zich in bij sportverenigingen
Net als in eerdere jaren zetten de meeste vrijwilligers zich in bij sportverenigingen, gevolgd door vrijwilligerswerk voor hobby- en gezelligheidsverenigingen, buurt- of wijkverenigingen en scholen.
65-minners zijn vooral actief bij een sportvereniging. 65-plussers zijn in verhouding vaak vrijwilliger bij hobby- en gezelligheidsverenigingen, in de verzorging of gezondheidszorg en bij de restgroep van ‘andere organisaties’. 35- tot 45-jarigen, veelal met schoolgaande kinderen, zijn vaak actief voor een school.
| Organisatie | 15 tot 35 jaar (%) | 35 tot 65 jaar (%) | 65 jaar of ouder (%) |
|---|---|---|---|
| Sportvereniging | 16,8 | 17,3 | 8,7 |
| Hobby- of gezelligheidsvereniging | 9,9 | 7,9 | 14,7 |
| Buurt | 5,6 | 11,0 | 12,8 |
| School | 9,6 | 13,5 | 2,4 |
| Verzorging of gezondheidszorg | 5,6 | 7,3 | 13,0 |
| Levensbeschouwelijke organisatie | 6,0 | 7,1 | 9,7 |
| Culturele vereniging | 4,7 | 4,5 | 9,9 |
| Jeugd- of buurthuiswerk | 7,3 | 5,2 | 4,0 |
| Milieu, natuur of dierenbescherming | 3,4 | 4,7 | 5,8 |
| Sociale hulpverlening | 2,8 | 3,2 | 4,4 |
| Arbeids- of politieke organisatie | 2,3 | 1,9 | 2,7 |
| Vluchtelingenwerk, mensenrechten | 2,0 | 1,9 | 2,8 |
| Andere organisatie | 5,8 | 9,5 | 13,6 |
17 procent van de vrijwilligers vervult een bestuursfunctie, vooral mannen
Van de mensen die de afgelopen twaalf maanden vrijwilligerswerk hebben gedaan, zegt 17 procent een bestuursfunctie te vervullen. Van de vrijwilligers die niet in het bestuur zitten, zegt 14 procent dit wel te willen doen in de toekomst. Geen interesse en geen tijd zijn de meest gegeven redenen om niet in het bestuur te willen zitten.
Dit wordt op afstand gevolgd door redenen als het niet zo veel verantwoordelijkheid willen hebben, denken dat men hiervoor te weinig ervaring of kennis heeft en vanwege de wettelijke aansprakelijkheid.
Mannen die vrijwilligerswerk doen, geven vaker dan vrouwen aan al een bestuursfunctie te vervullen. Als zij dat nog niet doen, dan zeggen mannen ook vaker in de toekomst een bestuursfunctie te willen gaan vervullen dan vrouwen.
| Redenen niet in bestuur | % (% van vrijwilligers zonder bestuursfunctie) |
|---|---|
| Geen interesse | 37,7 |
| Geen tijd | 23,4 |
| Zou dit wel willen in de toekomst | 13,9 |
| Wil niet zo veel verantwoordelijkheid | 9,8 |
| Denkt hiervoor te weinig ervaring of kennis te hebben | 7,1 |
| Vanwege de wettelijke aansprakelijkheid | 2,4 |
| 1)meerdere antwoorden mogelijk | |
Vrijwilligers zijn tevreden met hun vrijwilligerswerk
Vrijwilligers geven gemiddeld een rapportcijfer van 7,7 voor hoe tevreden zij zijn met het vrijwilligerswerk dat zij het afgelopen jaar hebben gedaan. Ruim een derde van de minder tevreden vrijwilligers noemde ‘de mensen van de organisatie’ of ‘de taken die ik moet doen’ als reden voor hun ontevredenheid.
Overigens vond bijna de helft hun reden voor ontevredenheid niet terug in de antwoordmogelijkheden en noemt daarom 'iets anders' of 'geen van deze' als reden. Het minst vaak zijn mensen ontevreden over het gevoel niet geaccepteerd te worden en de financiële vergoeding.
| Reden | (% rapportcijfer van 6 of lager ) |
|---|---|
| De mensen van de organisatie | 17,5 |
| De taken die ik moet doen | 17,0 |
| Het aantal uren vrijwilligerswerk | 15,4 |
| Dat ik de werktijden niet zelf kan inplannen | 11,8 |
| De sfeer | 11,0 |
| De financiële vergoeding | 6,6 |
| Ik word niet geaccepteerd zoals ik ben | 3,4 |
| Iets anders | 26,4 |
| Geen van deze | 22,7 |
| 1)meerdere antwoorden mogelijk | |
Bronnen
Relevante links
- Rapportage - Vrijwilligerswerk 2025