Minder 60-plussers onder AOW-leeftijd al met pensioen
In 2024 heeft bijna de helft van de zestigers onder de AOW-leeftijd een hoofdinkomen uit werk als werknemer. In 2014 was dit 37 procent. Zestigers onder de AOW-leeftijd hebben in 2024 minder vaak een werkloosheidsuitkering (2 procent) dan in 2014 (4 procent). Het recht op een WW-uitkering was in 2014 maximaal 38 maanden, terwijl dat in 2024 maximaal twee jaar is.
De groep zelfstandigen neemt toe van 10 procent naar 13 procent. In 2024 heeft 9 procent van de 60-plussers onder de AOW-leeftijd geen eigen inkomsten; in 2014 was dit nog 15 procent. Van de mensen zonder eigen inkomsten deelt in 2024 80 procent een huishouden met een partner die wel inkomsten heeft.
| inkomen | 2014 (%) | 2024 (%) |
|---|---|---|
| Werknemer | 37,3 | 47,7 |
| Zelfstandige | 9,7 | 12,8 |
| Uitkering ziekte/AO | 11,8 | 11,9 |
| Pensioen | 15,7 | 10,1 |
| Geen eigen inkomsten | 15,1 | 9,4 |
| Bijstandsuitkering | 3,7 | 4,5 |
| Uitkering sociale voorzieningen overig | 2,2 | 2,1 |
| Werkloosheids- uitkering | 4,5 | 1,7 |
Werknemers hebben het vaakst aanvullend pensioen opgebouwd
Van alle 60-plussers tot de AOW-leeftijd in 2024 hebben er 1,3 miljoen een aanvullend pensioen opgebouwd bij een werkgever. Dit geldt voor 96 procent van de 60-plussers die werknemers zijn, maar ook voor 60-plussers met een werkloosheidsuitkering (95 procent) en voor ontvangers van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of ziektewetuitkering (86 procent).Van de zelfstandigen heeft slechts 6 procent pensioenopbouw via een werkgever. Waarschijnlijk is dit opgebouwd tijdens een eerdere baan in loondienst. Zelfstandigen hebben mogelijk wel (aanvullend) pensioen opgebouwd via vrijwillige individuele inkomensvoorzieningen.
De grootste groep 60-plussers zonder pensioenopbouw bestaat uit bijstandsgerechtigden. Hiervan heeft 73 procent geen aanvullende pensioensopbouw. Deze groep wordt gevolgd door 60-plussers zonder eigen inkomsten. Daarvan heeft bijna de helft geen aanvullende pensioenopbouw.
| Inkomen | Aanspraak <€594(afkoopsom) of niet aanwezig (%) | €594 tot €4.196 (%) | €4.196 tot €10.657 (%) | €10.657 tot €20.887 (%) | Meer dan €20.887 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Zelfstandige | 33,9 | 28,3 | 18,0 | 10,8 | 9,0 |
| Geen eigen inkomsten | 51,6 | 27,6 | 10,7 | 5,7 | 4,4 |
| Bijstandsuitkering | 73,3 | 21,2 | 4,5 | 0,9 | 0,1 |
| Uitkering sociale voorzieningen overig | 44,9 | 24,4 | 18,4 | 8,3 | 4,0 |
| Uitkering ziektewet/ arbeidsongeschiktheid | 14,3 | 25,0 | 28,0 | 21,8 | 11,0 |
| Werkloosheids- uitkering | 4,8 | 15,9 | 22,0 | 27,7 | 29,6 |
| Werknemer | 3,8 | 13,7 | 22,1 | 28,4 | 32,0 |
| 1)2e pijler, bij werkgever opgebouwd | |||||
Vrouwen bouwen vaker geen aanvullend pensioen op
Er zijn in 2024 meer vrouwen dan mannen in de groep zestigers die eerder dan de AOW-leeftijd met pensioen is; 92 duizend vrouwen tegenover bijna 74 duizend mannen. Vrouwen hebben vaker geen aanvullende pensioenopbouw bij een werkgever dan mannen. Dit gaat om 27 procent van de vrouwen; bij mannen is dit 18 procent. In alle groepen bouwen vrouwen vaker geen of minder aanvullend pensioen op. Deze verschillen zijn bij zelfstandigen het kleinst.| Inkomen | <€594 (afkoopsom) of geen (%) | €594 tot €4196 (%) | €4196 tot €10657 (%) | €10657 tot €20887 (%) | > €20887 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vrouwen | |||||
| Zelfstandige | 39,2 | 31,0 | 15,7 | 8,6 | 5,4 |
| Geen eigen inkomsten | 55,1 | 29,1 | 9,7 | 4,1 | 2,0 |
| Bijstandsuitkering | 79,2 | 17,7 | 2,6 | 0,4 | 0,0 |
| Uitkering sociale voorzieningen overig | 48,3 | 27,0 | 16,5 | 6,3 | 1,9 |
| Uitkering ziektewet/ arbeidsongeschiktheid | 17,1 | 31,0 | 28,0 | 17,1 | 6,9 |
| Werkloosheidsuitkering | 6,1 | 24,0 | 27,7 | 25,5 | 16,8 |
| Werknemer | 5,2 | 22,1 | 29,1 | 25,5 | 18,1 |
| Mannen | |||||
| Zelfstandige | 31,0 | 26,8 | 19,3 | 12,0 | 11,0 |
| Geen eigen inkomsten | 37,5 | 21,6 | 15,1 | 11,7 | 14,1 |
| Bijstandsuitkering | 65,2 | 26,0 | 7,1 | 1,5 | 0,2 |
| Uitkering sociale voorzieningen overig | 41,7 | 22,0 | 20,2 | 10,2 | 5,9 |
| Uitkering ziektewet/ arbeidsongeschiktheid | 11,2 | 18,6 | 28,0 | 26,8 | 15,4 |
| Werkloosheidsuitkering | 3,8 | 9,9 | 17,8 | 29,4 | 39,1 |
| Werknemer | 2,7 | 6,3 | 16,1 | 30,9 | 44,1 |
| 1)2e pijler, bij werkgever opgebouwd. 60-plussers tot AOW-leeftijd, 2024 | |||||
Bronnen
- StatLine - Welvaart van personen; kerncijfers, 2011-2023
- Onderzoeksomschrijving - Pensioenaansprakenstatistiek
Relevante links
- Webpublicatie - De arbeidsmarkt in cijfers 2024