Economie groeit met 3,8 procent in tweede kwartaal 2021

© CBS / Alrik Swagerman
Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2021 met 3,8 procent gestegen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021. Bij de eerste berekening, die is gepubliceerd op 14 augustus, kwam de groei uit op 3,1 procent. De tweede berekening van het bbp wordt ongeveer 90 dagen na afloop van het kwartaal gepubliceerd.

De bijstelling wordt veroorzaakt door opwaarts bijgestelde cijfers van de consumptie door huishoudens en de overheidsconsumptie. Het totaalbeeld is niet veranderd. De groei in het tweede kwartaal is vooral toe te schrijven aan een stijging van de consumptie door huishoudens en het handelssaldo. Ook de consumptie van de overheid droeg positief bij. De investeringen daalden echter.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2015=100)
20141e kwartaal97,3
20142e kwartaal97,9
20143e kwartaal98,1
20144e kwartaal99,0
20151e kwartaal99,6
20152e kwartaal99,9
20153e kwartaal100,2
20154e kwartaal100,3
20161e kwartaal101,2
20162e kwartaal101,4
20163e kwartaal102,6
20164e kwartaal103,4
20171e kwartaal103,9
20172e kwartaal104,9
20173e kwartaal105,6
20174e kwartaal106,5
20181e kwartaal106,9
20182e kwartaal107,5
20183e kwartaal107,9
20184e kwartaal108,4
20191e kwartaal109,0
20192e kwartaal109,5
20193e kwartaal109,9
20194e kwartaal110,4
20201e kwartaal108,6
20202e kwartaal99,5
20203e kwartaal107,0
20204e kwartaal107,0
20211e kwartaal106,2
20212e kwartaal110,2

Tweede berekening

De tweede berekening wordt 90 dagen na afloop van het kwartaal gemaakt. De eerste berekening, 45 dagen na afloop van een kwartaal, is op basis van de dan beschikbare informatie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, zoals van de bouw, de zakelijke dienstverlening, de horeca, de overheid, de zorg en de financiële instellingen die vervolgens wordt verwerkt in nieuwe berekeningen.

De bijstelling is groter dan gemiddeld in de afgelopen vijf jaar (2016-2020). De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste berekening was in die periode gemiddeld 0,04 procentpunt. De twee uitersten bedroegen toen -0,2 en 0,1 procentpunt.

Bijstelling groei in voorgaande kwartalen

Bij elke nieuwe berekening van het bbp bepaalt het CBS ook opnieuw de seizoengecorrigeerde reeks van de eerder gepubliceerde kwartalen. Dit heeft niet tot een bijstelling geleid van de bbp-groei van de voorgaande kwartalen.

Groei ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020

Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie in het tweede kwartaal met 10,4 procent. Volgens de eerste berekening was dat 9,7 procent. De opwaartse bijstelling wordt veroorzaakt door nieuwe cijfers over de zorg, de financiële instellingen, het vervoer, de reisbranche en de horeca. Zo is productie van de ziekenhuizen sterker hersteld dan eerder geraamd en is er een opwaartse bijstelling bij de GGD’s voor vaccinaties en testen.

Het totaalbeeld is niet veranderd. Vooral de consumptie door huishoudens en het handelssaldo waren hoger dan in het tweede kwartaal van 2020. Ook de investeringen en de overheidsconsumptie hadden een positieve bijdrage aan de jaar-op-jaargroei.

Bruto binnenlands product (volume)
JaarKwartaalIndex (%-mutatie t.o.v. jaar eerder)
20141e kwartaal1,3
20142e kwartaal1,4
20143e kwartaal1,1
20144e kwartaal1,8
20151e kwartaal1,9
20152e kwartaal2,1
20153e kwartaal2,5
20154e kwartaal1,4
20161e kwartaal2,1
20162e kwartaal2,3
20163e kwartaal2,1
20164e kwartaal2,2
20171e kwartaal3,2
20172e kwartaal3,0
20173e kwartaal2,8
20174e kwartaal2,6
20181e kwartaal2,6
20182e kwartaal2,7
20183e kwartaal2,2
20184e kwartaal1,9
20191e kwartaal1,9
20192e kwartaal2,0
20193e kwartaal2,1
20194e kwartaal1,9
20201e kwartaal-0,2
20202e kwartaal-9,2
20203e kwartaal-2,6
20204e kwartaal-2,9
20211e kwartaal-2,4
20212e kwartaal10,4

Aantal banen groeit 153 duizend

Volgens de tweede berekening steeg het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in het tweede kwartaal met 153 duizend ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021. De eerste berekening kwam uit op een toename 133 duizend banen.

Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020 waren er in het tweede kwartaal van 2021 volgens de tweede berekening 283 duizend banen van werknemers en zelfstandigen meer. Dat was bij de eerste berekening 262 duizend.

De banencijfers zijn bijgesteld op basis van aangevulde broninformatie.

Banen van werknemers en zelfstandigen (seizoengecorrigeerd)
   mutatie (verandering t.o.v. kwartaal eerder (x 1 000))
20141e kwartaal-12
20142e kwartaal18
20143e kwartaal23
20144e kwartaal29
20151e kwartaal35
20152e kwartaal33
20153e kwartaal37
20154e kwartaal41
20161e kwartaal13
20162e kwartaal53
20163e kwartaal45
20164e kwartaal56
20171e kwartaal64
20172e kwartaal67
20173e kwartaal76
20174e kwartaal73
20181e kwartaal80
20182e kwartaal68
20183e kwartaal65
20184e kwartaal46
20191e kwartaal58
20192e kwartaal45
20193e kwartaal32
20194e kwartaal53
20201e kwartaal50
20202e kwartaal-291
20203e kwartaal158
20204e kwartaal-20
20211e kwartaal-9
20212e kwartaal153