Economie groeit met 0,4 procent in tweede kwartaal 2026

Dit zijn de nieuwste cijfers over dit onderwerp. Bekijk eerdere cijfers.
© CBS

Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. In het eerste kwartaal van 2026 was de groei van het bbp 0,3 procent. De consumptie door huishoudens en de overheidsconsumptie droegen het meest positief bij aan de groei van het bbp in het tweede kwartaal.

Bruto binnenlands product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2021=100)
20223e kwartaal105,7
20224e kwartaal105,5
20231e kwartaal105
20232e kwartaal104,6
20233e kwartaal103,9
20234e kwartaal104,1
20241e kwartaal104,4
20242e kwartaal105,3
20243e kwartaal106
20244e kwartaal106,3
20251e kwartaal106,6
20252e kwartaal106,9
20253e kwartaal107,4
20254e kwartaal107,8
20261e kwartaal108,1
20262e kwartaal108,5

Alle cijfers in dit bericht betreffen volumecijfers. Dat wil zeggen dat ze zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen.

Consumptie huishoudens en investeringen stijgen het hardst, handelssaldo daalt een fractie

De consumptie door huishoudens steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 0,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal. Huishoudens hebben vooral meer besteed aan auto’s en aan voedings- en genotmiddelen. Ook de investeringen in vaste activa stegen met 0,5 procent in vergelijking met het eerste kwartaal. Dat komt vooral door meer investeringen in elektrotechnische apparatuur. De investeringen in de bouw daalden echter. De overheidsconsumptie nam met 0,4 procent toe. De overheid gaf meer uit aan zorg en aan lonen.

De uitvoer van goederen en diensten steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 1,2 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. Vooral de export van machines en voedings- en genotmiddelen nam toe. De invoer van goederen en diensten steeg echter met 1,4 procent harder dan de uitvoer. Hierdoor daalde het handelssaldo (uitvoer – invoer) een fractie.

Bestedingen naar categorie (volume)
 2e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)
Bruto binnenlands product tegen marktprijzen0,40,3
Invoer van goederen en diensten1,40,2
Uitvoer van goederen en diensten1,2-0,2
Consumptie huishoudens inclusief IZWh0,50,4
Bruto investeringen in vaste activa0,50,7
Consumptie door de overheid0,40,7

Handel, horeca, vervoer en opslag draagt het meest bij aan groei

De toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) van de bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag steeg in het tweede kwartaal het sterkst van de bedrijfstakken (1,8 procent). De stijging is vooral toe te schrijven aan de handel. De toegevoegde waarde van de industrie steeg met 1,5 procent. Vooral de machine-industrie en de aardolie-industrie groeiden. De bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag en de industrie droegen ook het meest bij aan de economische groei van het tweede kwartaal.

Toegevoegde waarde naar bedrijfstak (volume)
 2e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)1e kwartaal 2026 (%-verandering t.o.v. kwartaal eerder)
Handel, horeca, vervoer en opslag1,80,1
Industrie1,5-2,1
Informatie en communicatie0,81,9
Water en afval0,62,5
Zakelijke dienstverlening0,50
Cultuur, sport, recreatie en overige diensten0,50,1
Overheid, onderwijs en zorg0,40,8
Verhuur en handel onroerend goed0,10,4
Landbouw, bosbouw en visserij-0,1-0,2
Bouwnijverheid-0,8-1,1
Financiële instellingen-1,12,7
Energiebedrijven-3,54,1
Delfstoffenwinning-5,2-2,1

Economie 1,3 procent groter dan in tweede kwartaal 2025

De economie groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 1,3 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025. De overheidsconsumptie en de consumptie door huishoudens droegen het meest bij aan de groei.

De overheidsconsumptie en de consumptie door huishoudens waren respectievelijk 2,5 en 1,3 procent hoger dan een jaar eerder. De investeringen groeiden met 0,4 procent. De stijging van de uitvoer was 2,5 procent, terwijl de invoer met 2,1 procent groeide. Hierdoor droeg het handelssaldo ook positief bij aan de jaar-op-jaargroei.

Van de bedrijfstakken leverden de sector handel, horeca, vervoer en opslag en de overheid de grootste bijdragen aan de economische groei ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025.

Bruto binnenlands product (volume)
JaarKwartaalMutatie (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
20223e kwartaal3,8
20224e kwartaal3,9
20231e kwartaal1,2
20232e kwartaal-0,9
20233e kwartaal-1,5
20234e kwartaal-1,1
20241e kwartaal-0,2
20242e kwartaal0,9
20243e kwartaal1,7
20244e kwartaal1,8
20251e kwartaal1,8
20252e kwartaal1,5
20253e kwartaal1,4
20254e kwartaal1,6
20261e kwartaal1,4
20262e kwartaal1,3

Eerste berekening

De eerste berekening, 30 dagen na afloop van een kwartaal, wordt gepubliceerd op basis van de dan beschikbare informatie. Hiermee geeft het CBS een eerste beeld van de stand van de Nederlandse economie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, die vervolgens wordt verwerkt in nieuwe berekeningen. De tweede berekening van de economische groei maakt het CBS bekend op woensdag 23 september.

De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste berekening was de afgelopen vijf jaar (2021-2025) gemiddeld 0,2 procentpunt. De twee uitersten bedroegen -0,4 en 0,7 procentpunt, respectievelijk in 2024 en 2021.

Bij elke nieuwe berekening bepaalt het CBS ook de nieuwe seizoengecorrigeerde cijfers van de eerder gepubliceerde kwartalen. Zo is het groeicijfer van het eerste kwartaal van 2026 bijgesteld van 0,2 naar 0,3 procent.

De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.