Beschikbaar inkomen huishoudens 2,4 procent hoger

© Hollandse Hoogte / Robin Utrecht
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens steeg in het eerste kwartaal van 2019 met 2,4 procent. Een belangrijke factor bij deze inkomensgroei was het gestegen aantal werknemersbanen en gewerkte uren. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de financiën van huishoudens. Op basis van deze cijfers kan geen uitspraak worden gedaan over de verdeling van de inkomensontwikkeling over de verschillende huishoudensgroepen.

Werknemers ontvingen in het eerste kwartaal, gecorrigeerd voor prijsstijgingen, 1,8 procent meer beloning dan een jaar eerder. Dit komt met name doordat het aantal banen van werknemers met 2,5 procent toenam. Het aantal gewerkte uren is met 1,6 procent toegenomen. De betaalde belastingen en sociale premies drukken het reëel beschikbaar inkomen. Deze namen gecorrigeerd voor inflatie toe met 1,0 procent ten opzichte van het eerste kwartaal een jaar eerder. Deze stijging is kleiner dan in het eerste kwartaal van 2018.

Kwartaalcijfers over het reëel beschikbaar inkomen worden bepaald op basis van voortschrijdende jaarcijfers, door de vier meest recente kwartalen te sommeren.

Reëel beschikbaar inkomen huishoudens (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
PeriodenKwartaalBeschikbaar inkomen (reëel)
20161e kwartaal2,1
2e kwartaal2,1
3e kwartaal1,8
4e kwartaal2,4
20171e kwartaal2,5
2e kwartaal2,1
3e kwartaal1,9
4e kwartaal1
2018*1e kwartaal0,8
2e kwartaal1,2
3e kwartaal1,7
4e kwartaal2
2019*1e kwartaal2,4
* voorlopige cijfers

Besparingen en spaartegoeden nemen toe, 

De consumptieve bestedingen waren in het eerste kwartaal, gecorrigeerd voor prijsstijgingen, 0,7 procent hoger dan een jaar eerder. Het deel van het beschikbaar inkomen dat overblijft na consumptie vormt de individuele besparingen. Deze bedroegen in het eerste kwartaal 4,5 miljard. Dat is 1,8 miljard meer dan een jaar eerder.

Ontwikkeling individuele besparingen huishoudens (mld euro, verandering t.o.v. een jaar eerder)
PeriodenKwartaalVrije besparingen
20161e kwartaal0,598
2e kwartaal1,689
3e kwartaal0,577
4e kwartaal1,996
20171e kwartaal0,14
2e kwartaal-0,941
3e kwartaal-1,575
4e kwartaal-0,084
2018*1e kwartaal-1,492
2e kwartaal0,808
3e kwartaal1,203
4e kwartaal0,952
2019*1e kwartaal1,795
* voorlopige cijfers

Schulden van huishoudens nemen af

De hogere besparingen vertalen zich ook naar hogere spaartegoeden en overige deposito’s. Deze namen in het eerste kwartaal toe met 7,4 miljard. Een jaar eerder was de stijging nog 1,8 miljard. Per saldo verkochten huishoudens in het eerste kwartaal van 2019 voor 6 miljard aan aandelen. Ook dit droeg bij aan de stijging van de spaartegoeden.

Ten slotte namen de schulden van huishoudens voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2016 af. Waar destijds de woninghypotheken afnamen, is nu afgelost op consumptief krediet en overige langlopende leningen. De woninghypotheken namen wel toe, maar veel minder dan in de afgelopen kwartalen.

Ontwikkeling schulden huishoudens (mld euro, verandering t.o.v. een kwartaal eerder)
PeriodenKwartaalSchulden
20161e kwartaal1,870
2e kwartaal3,315
3e kwartaal4,074
4e kwartaal-0,796
20171e kwartaal2,193
2e kwartaal3,567
3e kwartaal3,568
4e kwartaal1,670
2018*1e kwartaal1,341
2e kwartaal3,742
3e kwartaal3,110
4e kwartaal1,971
2019*1e kwartaal-0,954
* voorlopige cijfers