Met de komst van een Cross Fit-box is er eindelijk weer leven in de Rozenkranskerk in Treebeek.

Krachtmeting in de fitnessbranche

15-11-2017 02:00
De Nederlandse fitnessbranche bestaat uit veel kleine bedrijven met een handvol werkzame personen en een klein aantal grote ketens. Samen waren deze bedrijven in 2015 goed voor een omzet van 0,7 miljard euro. Ruim 2,2 miljoen leden beoefenden hun sport bij een fitnesscentrum. Dit blijkt uit een eerste onderzoek van het CBS naar deze bedrijfstak.

De meeste bedrijven in de fitnessbranche zijn klein. Bij ruim drie kwart van de bedrijven werken minder dan 5 personen. In 2015 vormden de grote ketens, met meer dan 50 werkzame personen, 1 procent van het totale aantal bedrijven in de sector. Deze grote bedrijven hadden 14 procent van het totale aantal vestigingen – fitnesscentra – in handen en bedienden 40 procent van alle klanten.

In de fitnessbranche werkten 26 duizend personen die samen goed waren voor 10 duizend voltijdsbanen (vte).

Kleinere bedrijven investeren in begeleiding

Bij kleinere bedrijven bestaat meer dan de helft van de arbeidsinzet (vte) uit het geven van instructie bij fitnessactiviteiten. Voor de grootste bedrijven is dit een vijfde. De bedrijven van 3 tot 50 werkzame personen besteedden ruim 40 procent van hun uitgaven aan personeel, de kleinste en grootste bedrijven minder dan 33 procent. Bij de allerkleinste bedrijven werkt de eigenaar vaak zelf mee.

Middelgrote fitnesscentra onderscheiden zich met bar, sauna en kinderopvang

De omvang van een fitnessbedrijf is ook gerelateerd aan de aangeboden activiteiten. Zo concentreren de allergrootste en allerkleinste bedrijven zich vooral op fitness. Bij bedrijven tussen 10 en 50 werkzame personen bood daarentegen ruim 90 procent van de vestigingen aanvullende voorzieningen zoals horeca, wellness of kinderopvang.

Bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen haalden ook relatief veel inkomsten (18 procent) uit horeca- en verhuuropbrengsten, terwijl abonnements- en lesgelden voor de hele branche 90 procent van de omzet uitmaakten.

De aan- of afwezigheid van aanvullende voorzieningen uitte zich in de prijs van een abonnement. Bij bedrijven met meer dan 50 werkzame personen bedroeg in 2015 de gemiddelde prijs van het duurste maandabonnement 42 euro per maand, tegen 63 euro bij bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen.