Minder mensen met busrijbewijs

Mensen op het busstation in Heerlen
© Hollandse Hoogte
Op 1 januari 2017 waren er 314 duizend personen met een Nederlands busrijbewijs, ruim 6 procent minder dan een jaar eerder. Veruit de meesten (92 procent) zijn 50 jaar of ouder. Minder dan één procent van de mensen met een busrijbewijs is 30 jaar of jonger. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS op basis van gegevens uit het Centraal Rijbewijzenregister van de RDW.
In drie jaar tijd is het aantal personen met een busrijbewijs met 14,5 procent afgenomen. Begin 2014 waren er 367 duizend personen die in een bus mochten rijden, begin 2017 waren dit er nog 314 duizend. Vrijwel iedereen heeft een busrijbewijs voor zowel kleine als grote bussen, minder dan 1 procent mag alleen een kleine bus voor maximaal 16 passagiers besturen.
Personen met een busrijbewijs, 1 januari 2017

Nieuwe rijbewijsbezitters steeds jonger

De afgelopen jaren raakten veel meer mensen hun busrijbewijs kwijt, dan dat er nieuwe rijbewijsbezitters bijkwamen. Zo moet iedereen bij verlenging van een grootrijbewijs (vracht- en busrijbewijs) een medische keuring ondergaan. In het geval het busrijbewijs in de praktijk niet meer gebruikt wordt, zal het laten verlopen van dit rijbewijs vaak een kostenbesparende keuze zijn.
Hoewel het om lage aantallen gaat, is het aantal mensen dat een busrijbewijs haalt de laatste jaren juist gestegen. De gemiddelde leeftijd van deze nieuwkomers wordt daarnaast steeds lager. In 2016 slaagden bijna 1,2 duizend personen, met een gemiddelde leeftijd van 34 jaar, voor het busexamen. Drie jaar eerder waren dit nog iets meer dan 500 personen, van gemiddelde 41 jaar oud.

Relatief weinig 50-plussers met busrijbewijs én vakbekwaamheid

Vroeger haalde een deel van de dienstplichtigen tijdens hun dienstplicht gratis het grootrijbewijs, waaronder zowel het vrachtauto- als het busrijbewijs viel. Om die reden zijn er tegenwoordig nog relatief veel mensen van 50 jaar of ouder in het bezit van een busrijbewijs.
Van hen mag echter maar 16 procent (46 duizend) ook daadwerkelijk als beroepschauffeur rijden, omdat zij beschikken over de vereiste vakbekwaamheid. Onder 25- tot 50-jarigen met een busrijbewijs is dat 53 procent, bijna 13 duizend personen. Van de 450 jongeren tot 25 jaar met een busrijbewijs mag het merendeel (93 procent) als beroepschauffeur werken.

Bezitters van busrijbewijs en vakbekwaamheid, 1 januari 2017
Bezitters van busrijbewijs en vakbekwaamheid, 1 januari 2017
 Personen met busrijbewijsPersonen met busrijbewijs en vakbekwaamheid
18 tot 25 jaar0,50,4
25 tot 30 jaar1,71,2
30 tot 40 jaar6,63,7
40 tot 50 jaar16,18,1
50 tot 60 jaar119,536,7
60 tot 70 jaar1378,8
70 jaar of ouder32,50,5

Bronnen