Ongelijkheid

Voor het meten van inkomens- of vermogensongelijkheid bestaan diverse maatstaven. Hier is de ongelijkheid bepaald met behulp van de Gini-coëfficiënt. De waarde van de Gini-coëfficiënt ligt tussen 0 en 1, waarbij 0 correspondeert met totale gelijkheid (ieder huishouden heeft hetzelfde inkomen) en 1 met totale ongelijkheid (één huishouden bezit al het inkomen).
De Gini-coëfficiënt beschrijft vooral goed wat er gebeurt in het brede midden van een verdeling. Een aanvulling hierop is een maatstaf die zich richt op de uiteinden, zoals de Ratio 80/20. Dit is de verhouding tussen het totale inkomen van de hoogste 20%-inkomensgroep en de laagste 20%-inkomensgroep. Indien alleen deze onder- en bovenkant van de inkomensladder onderling worden vergeleken, blijkt dat de verhouding tussen de groepen gaandeweg iets groter is geworden.