Inkomensongelijkheid

Voor het meten van inkomensongelijkheid bestaan diverse ongelijkheidsmaatstaven. Een bekende maatstaf voor inkomensongelijkheid is de Theilcoëfficiënt. Naarmate de inkomensverschillen in een populatie toenemen, wordt ook de waarde van de Theilcoëfficiënt groter. De ondergrens van de Theilcoëfficiënt is gelijk aan 0, de bovengrens hangt af van de omvang van de gebruikte steekproef. Om de opeenvolgende jaren onderling vergelijkbaar te maken, is gecorrigeerd voor verschillen in de  jaarlijkse steekproefomvangen.

De inkomensongelijkheid is bepaald op basis van gegevens uit het Inkomenspanelonderzoek van het CBS. Momenteel bestaat het panel uit circa 80 duizend personen. Van deze personen en van hun huishoudensleden (in totaal circa 250 duizend personen) worden jaarlijks, in samenwerking met de Belastingdienst, zowel demografische gegevens als inkomensgegevens verzameld.

Bij het vaststellen van de inkomensongelijkheid is uitgegaan van het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. De levensstandaard van een persoon hangt immers af van  het inkomen van zijn of haar huishouden. Het besteedbare huishoudensinkomen is opgebouwd uit lonen van werkende huishoudensleden, winst uit eigen bedrijf en inkomen uit vermogen, vermeerderd met ontvangen uitkeringen en andere toelagen en verminderd met de betaalde premies en belastingen. Om de inkomens van verschillende typen huishouden onderling vergelijkbaar te maken, wordt het besteedbare huishoudensinkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Het aldus gestandaardiseerde huishoudensinkomen wordt vervolgens toegekend aan ieder lid van het huishouden.