Naturalisatie

Het Nederlanderschap door naturalisatie kan worden verleend aan niet-Nederlanders die daarom verzoeken en 18 jaar of ouder zijn (zelfstandige naturalisatie). Minderjarige kinderen delen in de naturalisatie van de ouder(s) (medenaturalisatie). Een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, heeft wel inspraak. Wil het kind niet worden genaturaliseerd, dan zal dat ook niet gebeuren.

De verzoeker moet aan enkele voorwaarden voldoen. Zo moet hij of zij ten minste vijf jaar (drie jaar als hij of zij getrouwd is met een Nederlandse of Nederlander) onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba hebben gewoond en als ingeburgerd worden beschouwd. Dit moet blijken uit een redelijke kennis van de Nederlandse taal en opname in de samenleving.

Sinds 1 april 2003 wordt deze kennis bepaald door een naturalisatietoets (Besluit naturalisatietoets van 15 april 2002, in werking getreden op 1 april 2003). De toets sluit aan bij niveau 2 van de inburgeringtoets die wordt gebruikt in de Wet Inburgering Nieuwkomers. De toets kent een mondeling en schriftelijk deel. Wie al een inburgeringtraject op niveau 2 of hoger heeft afgelegd en wie een ruime Nederlandse schoolervaring heeft, is van de toets vrijgesteld.