3. Resultaten
3.1 Welke 55-plussers krijgen mantelzorg en thuiszorg?
Meerderheid ontvangers van mantelzorg ontvangt ook thuiszorg
Van alle mensen van 55 jaar of ouder ontving 9 procent in 2023 en 2024 mantelzorg en 12 procent thuiszorg. 5 procent van deze leeftijdsgroep ontving beide vormen van zorg, 4 procent ontving mantelzorg maar geen thuiszorg en 7 procent ontving wel thuiszorg, maar geen mantelzorg.
Vooral mensen die kampen met een slechte gezondheid, met beperkingen en aandoeningen ontvangen deze zorg. Van de mensen van 55 jaar of ouder die hun eigen gezondheid als slecht of zeer slecht bestempelen, krijgt ruim de helft mantelzorg en/of thuiszorg: 21 procent ontvangt zowel mantelzorg als thuiszorg, 17 procent ontvangt alleen mantelzorg (en geen thuiszorg) en 15 procent ontvangt alleen thuiszorg (en geen mantelzorg). Van de 55-plussers met één of meer langdurige aandoeningen ontvangt een kwart mantelzorg en/of thuiszorg. Van de mensen die beperkingen ondervinden bij activiteiten die mensen gewoonlijk doen (GALI-indicator) ontvangt bijna 30 procent deze zorg. Ruim de helft van de mensen die grote moeite hebben met horen, zien en/of bewegen (OESO-beperking) ontvangt mantelzorg en/of thuiszorg.
Mensen die beperkt zijn in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zoals traplopen, opstaan uit een stoel, aan- en uitkleden of zich binnenshuis of buitenshuis verplaatsen, ontvangen het meest thuiszorg en/of mantelzorg: ruim 60 procent. Ruim een kwart krijgt zowel thuiszorg als mantelzorg, en ongeveer 17 procent krijgt alleen mantelzorg of thuiszorg. Ook mensen die moeite hebben met instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen (IADL), zoals maaltijden bereiden, huishoudelijk werk en het innemen van medicijnen, ontvangen vaak mantelzorg en/of thuiszorg. Eén op de vijf 55-plussers ontvangt beide vormen van zorg, een bijna even groot aandeel ontvangt alleen thuiszorg en 15 procent ontvangt alleen mantelzorg.
Een aanzienlijk deel van de mensen van 55 jaar of ouder die kampen met gezondheidsproblemen of beperkingen ontvangt geen hulp: bijna 40 procent van de mensen die beperkt zijn in de algemene dagelijkse levensverrichtingen ontvangt geen mantelzorg en ook geen thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 4,9 | 4,2 | 6,8 |
| Slechte ervaren gezondheid | 20,6 | 16,9 | 15,5 |
| Langdurige aandoeningen | 8,0 | 7,3 | 10,0 |
| Beperkingen GALI | 9,7 | 8,0 | 11,4 |
| Beperkingen OESO | 20,2 | 14,1 | 17,4 |
| Beperkingen ADL | 27,3 | 16,5 | 18,0 |
| Beperkingen IADL | 20,7 | 15,0 | 19,2 |
Meer vrouwen dan mannen ontvangen mantelzorg en/of thuiszorg
Omdat mantelzorg en thuiszorg worden verleend aan mensen die langere tijd hulp nodig hebben, wordt in de rest van dit artikel de mantelzorg en thuiszorg beschreven voor de groep mensen van 55 jaar of ouder die beperkt zijn in minstens één algemene dagelijkse levensverrichting (ADL) of één instrumentele algemene dagelijkse levensverrichting (IADL). In het vervolg van dit artikel wordt deze groep 55-plussers omschreven als ouderen met een beperking in hun dagelijks functioneren. 11 procent van de 55-plussers is beperkt in minstens één algemene dagelijkse levensverrichting (ADL) en 20 procent is beperkt in minimaal één instrumentele algemene dagelijkse levensverrichting (IADL). 23 procent van de 55-plussers is beperkt in minimaal één van beide. Van deze groep ontvangt 34 procent mantelzorg en 38 procent thuiszorg: 19 procent ontvangt zowel mantelzorg als thuiszorg, bijna evenveel mensen ontvangen alleen thuiszorg en 14 procent ontvangt alleen mantelzorg. In totaal ontvangt ruim de helft van de 55-plussers die beperkt zijn in hun dagelijks functioneren mantelzorg en/of thuiszorg.
Meer vrouwen dan mannen met ADL- en/of IADL-beperkingen krijgen mantelzorg: 36 procent van de vrouwen en 30 procent van de mannen ontvangen deze zorg. Bij de thuiszorg is het verschil tussen vrouwen en mannen groter: 45 procent van de vrouwen krijgt thuiszorg tegenover 27 procent van de mannen. In totaal ontvangt 58 procent van de vrouwen mantelzorg en/of thuiszorg tegenover 44 procent van de mannen. Twee keer zoveel vrouwen als mannen ontvangen zowel mantelzorg als thuiszorg. Meer vrouwen dan mannen krijgen ook alleen thuiszorg. Mannen ontvangen juist vaker alleen mantelzorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 19,4 | 14,3 | 18,5 |
| Mannen | 12,7 | 16,9 | 14,1 |
| Vrouwen | 23,6 | 12,8 | 21,2 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Ruim driekwart 75-plusvrouwen ontvangt mantelzorg en/of thuiszorg
Hoe ouder mensen zijn, hoe meer mantelzorg en thuiszorg zij ontvangen. Bijna 60 procent van de mannen en ruim drie kwart van de vrouwen van 75 jaar of ouder met beperkingen ontvangen één of beide vormen van zorg. Ook voor deze leeftijdsgroep geldt dat twee keer zoveel vrouwen als mannen beide vormen van zorg ontvangen, dat meer vrouwen dan mannen alleen thuiszorg ontvangen en dat meer mannen juist vaker alleen mantelzorg ontvangen. Onder 55- tot 65-jarigen ontvangt ruim een kwart van de mannen en ruim een derde van de vrouwen mantelzorg en/of thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | ||
|---|---|---|---|---|
| 55 tot 65 jaar | Mannen | 7,4 | 10,4 | 8,1 |
| 55 tot 65 jaar | Vrouwen | 10,8 | 14,9 | 10,5 |
| 65 tot 75 jaar | Mannen | 7,9 | 19,6 | 15,1 |
| 65 tot 75 jaar | Vrouwen | 13,4 | 15,7 | 22,4 |
| 75 jaar of ouder | Mannen | 20,8 | 20,1 | 18,1 |
| 75 jaar of ouder | Vrouwen | 38,6 | 9,4 | 27,5 |
| 1) Met beperkingen. | ||||
Bijna 8 op de 10 mensen die zijn verweduwd, krijgen mantelzorg en/of thuiszorg
Weduwen en weduwnaars krijgen vaker mantelzorg en/of thuiszorg dan mensen die zijn gehuwd, gescheiden of nooit zijn gehuwd. Hierbij speelt leeftijd een belangrijke rol. Mensen die zijn verweduwd zijn in het algemeen ouder dan de andere groepen. Bijna 80 procent van de weduwen en weduwnaars met beperkingen ontvangt deze hulp, tegenover bijna de helft van de mensen die zijn gescheiden of nooit zijn gehuwd en ruim 40 procent van de gehuwden. Mensen die zijn verweduwd krijgen vooral meer mantelzorg gecombineerd met thuiszorg (bijna 40 procent) en meer thuiszorg zonder mantelzorg (30 procent).
Mensen die alleen wonen ontvangen meer zorg dan mensen in een meerpersoonshuishouden. Mensen in een eenpersoonshuishouden krijgen vaker alleen thuiszorg of thuiszorg gecombineerd met mantelzorg, terwijl mensen die samen met anderen wonen vaker alleen mantelzorg ontvangen.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Gehuwd | 16,0 | 16,8 | 9,3 |
| Gescheiden | 11,5 | 13,7 | 23,8 |
| Weduwe/ weduwnaar | 37,2 | 10,9 | 30,8 |
| Nooit gehuwd geweest | 10,1 | 10,9 | 26,1 |
| Meerpersoons- huishouden | 14,1 | 18,2 | 8,4 |
| Eenpersoons- huishouden | 26,3 | 9,3 | 31,4 |
| 1)Met beperkingen. | |||
Kinderloze ouderen vaker thuiszorg, ouderen met kinderen vaker mantelzorg
Ouderen die kinderloos zijn krijgen evenveel zorg als ouderen die kinderen hebben. De helft van de ouderen die kinderloos zijn krijgen mantelzorg en/of thuiszorg, evenveel als ouderen met kinderen. Hoe meer kinderen mensen hebben, hoe vaker ouderen hulp krijgen.
Er is wel een verschil tussen het type zorg dat ouderen met en zonder kinderen krijgen. Ouderen met kinderen ontvangen vaker mantelzorg. Van de ouderen die kinderloos zijn krijgt een kwart mantelzorg, terwijl van de ouderen met kinderen ruim een derde mantelzorg ontvangt. Hoe meer kinderen mensen hebben, hoe meer mantelzorg ze krijgen. Bijna 3 op de 10 ouderen met één kind ontvangen mantelzorg. Bij ouderen, die minstens drie kinderen hebben, krijgen ruim 4 op de 10 mantelzorg. Ouderen zonder kinderen en ouderen met een groot gezin krijgen vaker thuiszorg dan mensen met één of twee kinderen. Mensen zonder kinderen krijgen vaker uitsluitend thuiszorg, ouderen die een groot gezin hebben krijgen vaker zowel mantelzorg als thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Geen kinderen | 14,7 | 10,0 | 25,9 |
| 1 kind | 15,0 | 13,8 | 16,1 |
| 2 kinderen | 19,0 | 14,3 | 17,9 |
| Minstens 3 kinderen | 25,3 | 17,4 | 15,9 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Ouderen met kinderen in de buurt krijgen meer zorg
Maakt het voor ouderen met kinderen uit of hun kind(eren) dichtbij of ver weg wonen voor de zorg die ze ontvangen? Ouderen met thuiswonende kinderen krijgen het minst vaak mantelzorg en/of thuiszorg. Deze ouderen zijn wat jonger dan ouderen waarvan de kinderen niet meer thuis wonen. Ouderen met kinderen die binnen een straal van 5 kilometer wonen krijgen meer zorg dan ouderen met kinderen die verder weg wonen. Zij krijgen vooral vaker mantelzorg in combinatie met thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Kind woont thuis | 9,1 | 18,4 | 9,8 |
| Minder dan 1 km | 24,9 | 14,9 | 18,0 |
| 1 tot 5 km | 24,9 | 14,7 | 19,8 |
| Minstens 5 km | 18,5 | 13,9 | 17,1 |
| 1) Met beperkingen. | |||
3.2 Welke mantelzorg krijgen ouderen en van wie?
Vrouwen vaker mantelzorg van kinderen, mannen vaker van partner
Ruim de helft van de mantelzorgontvangers krijgt deze zorg van hun kind, schoonzoon of schoondochter. Meer vrouwen dan mannen ontvangen mantelzorg van hun (schoon)kinderen. Ruim 4 op de 10 mantelzorgontvangers geven aan deze zorg te krijgen van hun partner. Mannen krijgen vaker hulp van hun partner dan vrouwen. 10 procent van de personen die mantelzorg ontvangen krijgt deze hulp van andere familieleden, 14 procent krijgt dit van hun buren, vrienden of kennissen, en bij 10 procent verleent iemand anders mantelzorg.
| Totaal (%) | Mannen (%) | Vrouwen (%) | |
|---|---|---|---|
| Kinderen | 55,1 | 43,8 | 60,8 |
| Partner | 42,9 | 52,6 | 38,0 |
| Overige familie- leden | 11,4 | 9,9 | 12,2 |
| Buren, vrienden, kennissen | 14,1 | 11,0 | 15,6 |
| Iemand anders | 10,0 | 11,6 | 9,2 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Mantelzorgontvangers in de leeftijd van 55 tot 75 jaar krijgen deze zorg vaker van hun partner. 75-plussers ontvangen vaker mantelzorg van hun kinderen. Gehuwden krijgen vaker mantelzorg van hun partner, weduwen en weduwnaars vaker van hun kinderen.
Ouderen die geen kinderen hebben, krijgen vaker mantelzorg van andere familieleden en van buren, vrienden en kennissen dan ouderen die kinderen hebben. Mensen met een groot gezin (minstens drie kinderen) ontvangen vaker mantelzorg van hun kinderen dan mensen met een klein gezin (maximaal twee kinderen). Als de kinderen verder weg wonen, krijgen ouderen minder mantelzorg van hun kinderen. Deze ouderen krijgen juist meer mantelzorg van hun buren, vrienden en kennissen.
Hulp in huishouding voor twee derde 55-plussers met mantelzorg
Mensen kunnen mantelzorg krijgen in verschillende vormen, vaak gecombineerd. Van de 55-plussers die mantelzorg ontvangen, geeft twee derde aan hulp te krijgen in het huishouden. Een even groot aandeel krijgt begeleiding of vervoer bij het bezoeken van bijvoorbeeld een arts of kapper. Bijna 6 op de 10 mantelzorgontvangers krijgen hulp bij het regelen van geldzaken en/of andere administratie en in de vorm van gezelschap, troost of afleiding.
Vrouwen krijgen vaker dan mannen begeleiding of vervoer bij het afleggen van bezoeken. Bij mannen bestaat de mantelzorg juist relatief vaak uit het klaarmaken van de warme maaltijd en hulp bij medische verzorging.
| Totaal (%) | Mannen (%) | Vrouwen (%) | (%) | |
|---|---|---|---|---|
| Hulp huishouding | 65,6 | 60,0 | 68,4 | 8 |
| Begeleiding/ vervoer | 64,6 | 56,4 | 68,8 | 7 |
| Regelen geld/ administratie | 57,0 | 52,7 | 59,1 | 6 |
| Gezelschap/afleiding | 56,5 | 52,8 | 58,4 | 5 |
| Klaarmaken maaltijden | 41,0 | 51,9 | 35,5 | 4 |
| Hulp andere zaken | 27,0 | 27,3 | 26,9 | 3 |
| Hulp persoonlijke zorg | 24,5 | 26,3 | 23,7 | 2 |
| Hulp medische zorg | 24,5 | 31,7 | 20,8 | 1 |
| 1) Met beperkingen. | ||||
75-plussers vaker begeleiding/vervoer en hulp bij administratie
Het type mantelzorg varieert ook met de leeftijd van de persoon die de mantelzorg ontvangt. 75-plussers krijgen vaker dan 55- tot 75-jarigen begeleiding of vervoer bij het afleggen van een bezoekje aan bijvoorbeeld een arts. Ze krijgen ook vaker hulp bij het regelen van geldzaken en/of andere administratie. 55- tot 75-jarigen krijgen juist vaker hulp bij het klaarmaken van de warme maaltijd dan de oudste leeftijdsgroep. Dat betekent niet dat 75-plussers minder vaak hulp krijgen bij het bereiden van de warme maaltijd. Deze hulp kan ook door de thuiszorg verleend worden, bijvoorbeeld door een professionele hulpverlener die de warme maaltijd verzorgt of een maaltijdservice zoals tafeltje-dek-je.
| 55 tot 75 jaar (%) | 75 jaar of ouder (%) | |
|---|---|---|
| Hulp huishouding | 70,1 | 62,1 |
| Begeleiding/vervoer | 59,5 | 68,7 |
| Regelen geld/administratie | 41,2 | 69,4 |
| Gezelschap/afleiding | 54,7 | 57,9 |
| Klaarmaken maaltijden | 49,6 | 34,2 |
| Hulp andere zaken | 26,3 | 27,6 |
| Hulp medische zorg | 27,1 | 22,4 |
| Hulp persoonlijke zorg | 25,3 | 23,9 |
| 1) Met beperkingen. | ||
Het type mantelzorg dat ouderen ontvangen verschilt tussen mensen die zijn gehuwd en mensen die weduwe of weduwnaar zijn. Mensen die zijn gehuwd krijgen vaker hulp in de huishouding en vaker hulp bij het klaarmaken van de maaltijd. Ze krijgen ook vaker hulp bij de medische en persoonlijke verzorging. Weduwen en weduwnaars krijgen vaker hulp bij het regelen van geldzaken en andere administratie, en ze krijgen vaker mantelzorg in de vorm van gezelschap en afleiding dan gehuwden.
| Gehuwd (%) | Verweduwd (%) | |
|---|---|---|
| Hulp huishouding | 73,8 | 54,4 |
| Begeleiding/vervoer | 66,0 | 67,7 |
| Regelen geld/ administratie | 53,3 | 71,8 |
| Gezelschap/afleiding | 48,8 | 65,1 |
| Klaarmaken maaltijden | 49,7 | 27,8 |
| Hulp andere zaken | 26,6 | 28,5 |
| Hulp medische zorg | 30,9 | 18,2 |
| Hulp persoonlijke zorg | 33,9 | 14,9 |
| 1) Met beperkingen. | ||