2. Data en methode
Voor dit onderzoek zijn de gegevens van de Gezondheidsenquêtes van 2023 en 2024 gebruikt.
In de Gezondheidsenquête wordt aan respondenten van 55 jaar of ouder gevraagd of ze mantelzorg krijgen. De doelpopulatie van de Gezondheidsenquête bestaat uit de bevolking die woonachtig is in particuliere huishoudens. Mantelzorg ontvangen door personen die in institutionele huishoudens wonen (bv. verpleeghuizen) is dus niet meegenomen in dit onderzoek.
In de Gezondheidsenquête is mantelzorg als volgt gedefinieerd: de zorg die iemand ontvangt van een bekende uit de omgeving, zoals een partner, ouder, kind, buur of vriend, als iemand voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger vanuit een vrijwilligerscentrale is geen mantelzorger.
Aan de mensen die aangeven mantelzorg te krijgen, wordt gevraagd waaruit deze zorg bestaat. De respondenten konden meerdere antwoorden kiezen:
- Hulp in de huishouding
- Klaarmaken van de warme maaltijden
- Hulp bij de persoonlijke verzorging, zoals wassen en aankleden
- Hulp bij medische verzorging
- Gezelschap, troost of afleiding
- Begeleiding en/of vervoer zoals bij bezoek aan arts of kapper
- Regeling geldzaken en/of andere administratie
- Andere zaken
Aan de mensen die aangeven mantelzorg te krijgen wordt gevraagd van wie ze momenteel deze zorg krijgen. De respondenten kunnen ook bij deze vraag meerdere antwoorden kiezen:
- Echtgenoot/echtgenote of partner
- Kinderen, schoondochter of schoonzoon
- Ouders of schoonouders
- Overige familieleden
- Buren, vrienden of kennissen
- Iemand anders
In de Gezondheidsenquête wordt ook aan mensen gevraagd of ze in de afgelopen 12 maanden vanwege problemen met hun gezondheid thuis betaalde hulp of zorg hebben ontvangen. Het gaat bijvoorbeeld om hulp in het huishouden, hulp bij persoonlijke verzorging, verpleging of een maaltijdservice zoals ‘tafeltje-dek-je’. Deze thuiszorg wordt betaald door de respondent zelf of door een instantie. We noemen deze betaalde hulp of zorg binnen dit onderzoek ‘thuiszorg’.
De enquête bevat ook informatie over verschillende aspecten van gezondheid. Zo wordt gevraagd hoe mensen hun eigen gezondheid ervaren en of ze één of meer langdurige aandoeningen hebben. Hierbij gaat het om aandoeningen die zes maanden of langer duren. Daarnaast worden verschillende soorten beperkingen uitgevraagd:
- Een globale vraag over beperkingen. Hierbij gaat het om mensen die beperkt zijn in activiteiten die mensen gewoonlijk doen. Deze maat heet de Global Activity Limitation Indicator (GALI-indicator);
- Beperkingen volgens de indicator van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met horen, zien en/of bewegen of dit helemaal niet kunnen, ook als ze hulpmiddelen zoals een bril, hoorapparaat of stok gebruiken;
- De indicator voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met één of meer dagelijkse handelingen of dit helemaal niet kunnen, zoals traplopen, zich wassen, of zich buitenshuis verplaatsen;
- De indicator voor Instrumentele Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (IADL-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met één of meer dagelijkse handelingen of dit helemaal niet kunnen, zoals licht huishoudelijk werk boodschappen doen of het bijhouden van geldzaken en andere administratie.
Zie voor meer informatie de vragenlijsten van de Gezondheidsenquête (CBS, 2026b).
Voor 55-plussers die kinderen hebben, zijn de enquêtegegevens verrijkt met registratiegegevens over het aantal kinderen dat ze hebben. Ook is de afstand tussen het adres van de ouders en dat van hun kinderen berekend. Als mensen meer dan één kind hebben, is de afstand berekend voor het kind dat het dichtstbij woont.