Welke 55-plussers ontvangen mantelzorg en thuiszorg?
Over deze publicatie
Deze publicatie beschrijft hoeveel mensen van 55 jaar of ouder met beperkingen in hun dagelijks functioneren mantelzorg en/of thuiszorg krijgen. Verschilt dit tussen mannen en vrouwen, naar leeftijd en naar burgerlijke staat? Van wie ontvangen mensen mantelzorg, en wat is de rol van de samenstelling van het gezin en de afstand waarop eventuele kinderen wonen? Ten slotte wordt beschreven welk type mantelzorg deze 55-plussers ontvangen, zoals hulp in het huishouden, gezelschap houden en hulp bij de persoonlijke verzorging.
In het kort:
─ Ruim de helft van de 55-plussers die beperkt zijn in hun dagelijks functioneren ontvangt mantelzorg en/of thuiszorg;
─ Vrouwen, 75-plussers en mensen die zijn verweduwd krijgen vaker mantelzorg dan mannen, 55- tot 75-jarigen en gehuwden. Ze krijgen ook vaker thuiszorg;
─ Ouderen met kinderen krijgen vaker mantelzorg, vooral als hun kinderen dichtbij wonen, terwijl ouderen zonder kinderen vaker thuiszorg krijgen;
─ Meer dan de helft van de mantelzorgontvangers krijgt mantelzorg van hun (schoon)kinderen, en ruim 4 op de 10 van hun partner. Vrouwen vaker van hun kinderen, mannen vaker van hun partner;
─ Mantelzorgontvangers krijgen vooral hulp in het huishouden, begeleiding of vervoer, hulp bij geldzaken en administratie, en zorg in de vorm van gezelschap, troost of afleiding.
1. Inleiding
De druk op de zorg in Nederland neemt steeds verder toe door de vergrijzing. Er is zelfs sprake van dubbele vergrijzing omdat vooral het aantal mensen van 85 jaar of ouder in de toekomst sterk zal toenemen. Door deze dubbele vergrijzing zal de vraag naar formele zorg groeien. Bij de groep ouderen die beperkingen in hun dagelijks leven ondervinden zal daarnaast ook de behoefte aan informele zorg door familie, buren en vrienden toenemen (Bruggeman en van Dalen, 2024). Bovendien is de verwachting dat er in de komende kwart eeuw steeds meer ouderen zullen zijn die alleen wonen. Verwacht wordt dat het aantal alleenstaanden van 75 jaar of ouder toeneemt van 650 duizend in 2024 tot 1,1 miljoen personen in 2050 (Stoeldraijer et al., 2024). Ook hierdoor zal de druk op de mantelzorg in de toekomst waarschijnlijk toenemen.
Mensen die zelfstandig wonen en die kampen met gezondheidsproblemen of moeite hebben met dagelijkse handelingen zoals aankleden en boodschappen doen, kunnen hiervoor zorg aan huis ontvangen. Deze zorg omvat formele zorg oftewel thuiszorg, maar ook informele zorg oftewel mantelzorg. Thuiszorg omvat betaalde zorg en bestaat uit verzorging, verpleging, begeleiding en huishoudelijke hulp door een professionele hulpverlener aan huis. Mantelzorg is onbetaalde, langdurige zorg voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind, vriend of buur. Mantelzorg kan variëren van hulp bij het huishouden en gezelschap houden tot het bieden van medische zorg. Het is vrijwillige hulp die verder gaat dan de gewone dagelijkse hulp.
Door thuiszorg en mantelzorg kunnen ouderen langer zelfstandig blijven wonen, waardoor beide heel belangrijk zijn in het ontlasten van de druk op zorginstellingen. De verwachting is dan ook dat er in de toekomst meer behoefte is aan thuiszorg en aan mantelzorg (Rijksoverheid, 2026; De Boer, De Klerk et al., 2020). Volgens een recente prognose van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Van der Lucht et al., 2024) zal het aantal mensen van 75 jaar of ouder dat mantelzorg nodig heeft tussen 2025 en 2050 bijna verdubbelen, van 340 duizend in 2025 tot 654 duizend in 2050. Dit is veel meer dan het verwachte toekomstige aantal mantelzorgers (Kromhout et al., 2020). Twee derde van de Nederlanders vindt dat de zorg voor hulpbehoevende ouders vooral een taak van de overheid is (De Boer et al. 2020). Burgers verwachten meer zorg van de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties (Wagemans en Peters, 2023). Tussen 2014 en 2025 is het aandeel 75-plussers dat thuiszorg ontving juist gedaald. Het aandeel 75-plussers dat mantelzorg ontving is nauwelijks gewijzigd sinds 2016, het eerste meetjaar (CBS, 2026a; CBS, 2023).
Voor deze toekomstige ontwikkelingen is het van belang om na te gaan welke mensen nu mantelzorg en/of thuiszorg ontvangen. Zijn er groepen ouderen te onderscheiden die meer of juist minder zorg ontvangen? Deze informatie is waardevol voor het ontwikkelen van zorgbeleid.
Eerder onderzoek laat zien dat van de 75-plussers met beperkingen in het dagelijks functioneren ongeveer 1 op de 5 mantelzorg ontvangt en ongeveer 2 op de 5 thuiszorg (Liefbroer en Van Wijk, 2025). Mantelzorg is meestal aanvullend op thuiszorg en wordt vaak verleend door kinderen. Hoe meer kinderen en hoe dichterbij die kinderen wonen, hoe meer mantelzorg mensen ontvangen.
Ook blijkt dat alleenstaande ouderen die zijn gescheiden of nooit gehuwd zijn geweest, minder mantelzorg ontvangen dan verweduwde ouderen. Waarschijnlijk zal het aandeel alleenstaande, gescheiden en nooit gehuwde ouderen in de toekomst juist toenemen.
In dit artikel wordt breder gekeken dan in eerder onderzoek: niet alleen 75-plussers, maar alle 55-plussers. En niet alleen mantelzorg door kinderen en bekenden, maar ook door partners. Daarmee brengt het de zorg aan huis breed in kaart op basis van gegevens uit 2023 en 2024. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord.
- Hoeveel 55-plussers die kampen met gezondheidsproblemen en beperkingen in hun dagelijks functioneren krijgen mantelzorg en/of thuiszorg?
- Verschilt dit tussen mannen en vrouwen, naar leeftijd en naar burgerlijke staat?
- Van wie krijgen 55-plussers mantelzorg, en hoe hangt dit samen met het hebben van kinderen en de afstand waarop zij wonen?
- Welke vormen van mantelzorg ontvangen 55-plussers?
2. Data en methode
Voor dit onderzoek zijn de gegevens van de Gezondheidsenquêtes van 2023 en 2024 gebruikt.
In de Gezondheidsenquête wordt aan respondenten van 55 jaar of ouder gevraagd of ze mantelzorg krijgen. De doelpopulatie van de Gezondheidsenquête bestaat uit de bevolking die woonachtig is in particuliere huishoudens. Mantelzorg ontvangen door personen die in institutionele huishoudens wonen (bv. verpleeghuizen) is dus niet meegenomen in dit onderzoek.
In de Gezondheidsenquête is mantelzorg als volgt gedefinieerd: de zorg die iemand ontvangt van een bekende uit de omgeving, zoals een partner, ouder, kind, buur of vriend, als iemand voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger vanuit een vrijwilligerscentrale is geen mantelzorger.
Aan de mensen die aangeven mantelzorg te krijgen, wordt gevraagd waaruit deze zorg bestaat. De respondenten konden meerdere antwoorden kiezen:
- Hulp in de huishouding
- Klaarmaken van de warme maaltijden
- Hulp bij de persoonlijke verzorging, zoals wassen en aankleden
- Hulp bij medische verzorging
- Gezelschap, troost of afleiding
- Begeleiding en/of vervoer zoals bij bezoek aan arts of kapper
- Regeling geldzaken en/of andere administratie
- Andere zaken
Aan de mensen die aangeven mantelzorg te krijgen wordt gevraagd van wie ze momenteel deze zorg krijgen. De respondenten kunnen ook bij deze vraag meerdere antwoorden kiezen:
- Echtgenoot/echtgenote of partner
- Kinderen, schoondochter of schoonzoon
- Ouders of schoonouders
- Overige familieleden
- Buren, vrienden of kennissen
- Iemand anders
In de Gezondheidsenquête wordt ook aan mensen gevraagd of ze in de afgelopen 12 maanden vanwege problemen met hun gezondheid thuis betaalde hulp of zorg hebben ontvangen. Het gaat bijvoorbeeld om hulp in het huishouden, hulp bij persoonlijke verzorging, verpleging of een maaltijdservice zoals ‘tafeltje-dek-je’. Deze thuiszorg wordt betaald door de respondent zelf of door een instantie. We noemen deze betaalde hulp of zorg binnen dit onderzoek ‘thuiszorg’.
De enquête bevat ook informatie over verschillende aspecten van gezondheid. Zo wordt gevraagd hoe mensen hun eigen gezondheid ervaren en of ze één of meer langdurige aandoeningen hebben. Hierbij gaat het om aandoeningen die zes maanden of langer duren. Daarnaast worden verschillende soorten beperkingen uitgevraagd:
- Een globale vraag over beperkingen. Hierbij gaat het om mensen die beperkt zijn in activiteiten die mensen gewoonlijk doen. Deze maat heet de Global Activity Limitation Indicator (GALI-indicator);
- Beperkingen volgens de indicator van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met horen, zien en/of bewegen of dit helemaal niet kunnen, ook als ze hulpmiddelen zoals een bril, hoorapparaat of stok gebruiken;
- De indicator voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met één of meer dagelijkse handelingen of dit helemaal niet kunnen, zoals traplopen, zich wassen, of zich buitenshuis verplaatsen;
- De indicator voor Instrumentele Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (IADL-indicator). Hierbij gaat het om mensen die grote moeite hebben met één of meer dagelijkse handelingen of dit helemaal niet kunnen, zoals licht huishoudelijk werk boodschappen doen of het bijhouden van geldzaken en andere administratie.
Zie voor meer informatie de vragenlijsten van de Gezondheidsenquête (CBS, 2026b).
Voor 55-plussers die kinderen hebben, zijn de enquêtegegevens verrijkt met registratiegegevens over het aantal kinderen dat ze hebben. Ook is de afstand tussen het adres van de ouders en dat van hun kinderen berekend. Als mensen meer dan één kind hebben, is de afstand berekend voor het kind dat het dichtstbij woont.
3. Resultaten
3.1 Welke 55-plussers krijgen mantelzorg en thuiszorg?
Meerderheid ontvangers van mantelzorg ontvangt ook thuiszorg
Van alle mensen van 55 jaar of ouder ontving 9 procent in 2023 en 2024 mantelzorg en 12 procent thuiszorg. 5 procent van deze leeftijdsgroep ontving beide vormen van zorg, 4 procent ontving mantelzorg maar geen thuiszorg en 7 procent ontving wel thuiszorg, maar geen mantelzorg.
Vooral mensen die kampen met een slechte gezondheid, met beperkingen en aandoeningen ontvangen deze zorg. Van de mensen van 55 jaar of ouder die hun eigen gezondheid als slecht of zeer slecht bestempelen, krijgt ruim de helft mantelzorg en/of thuiszorg: 21 procent ontvangt zowel mantelzorg als thuiszorg, 17 procent ontvangt alleen mantelzorg (en geen thuiszorg) en 15 procent ontvangt alleen thuiszorg (en geen mantelzorg). Van de 55-plussers met één of meer langdurige aandoeningen ontvangt een kwart mantelzorg en/of thuiszorg. Van de mensen die beperkingen ondervinden bij activiteiten die mensen gewoonlijk doen (GALI-indicator) ontvangt bijna 30 procent deze zorg. Ruim de helft van de mensen die grote moeite hebben met horen, zien en/of bewegen (OESO-beperking) ontvangt mantelzorg en/of thuiszorg.
Mensen die beperkt zijn in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zoals traplopen, opstaan uit een stoel, aan- en uitkleden of zich binnenshuis of buitenshuis verplaatsen, ontvangen het meest thuiszorg en/of mantelzorg: ruim 60 procent. Ruim een kwart krijgt zowel thuiszorg als mantelzorg, en ongeveer 17 procent krijgt alleen mantelzorg of thuiszorg. Ook mensen die moeite hebben met instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen (IADL), zoals maaltijden bereiden, huishoudelijk werk en het innemen van medicijnen, ontvangen vaak mantelzorg en/of thuiszorg. Eén op de vijf 55-plussers ontvangt beide vormen van zorg, een bijna even groot aandeel ontvangt alleen thuiszorg en 15 procent ontvangt alleen mantelzorg.
Een aanzienlijk deel van de mensen van 55 jaar of ouder die kampen met gezondheidsproblemen of beperkingen ontvangt geen hulp: bijna 40 procent van de mensen die beperkt zijn in de algemene dagelijkse levensverrichtingen ontvangt geen mantelzorg en ook geen thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 4,9 | 4,2 | 6,8 |
| Slechte ervaren gezondheid | 20,6 | 16,9 | 15,5 |
| Langdurige aandoeningen | 8,0 | 7,3 | 10,0 |
| Beperkingen GALI | 9,7 | 8,0 | 11,4 |
| Beperkingen OESO | 20,2 | 14,1 | 17,4 |
| Beperkingen ADL | 27,3 | 16,5 | 18,0 |
| Beperkingen IADL | 20,7 | 15,0 | 19,2 |
Meer vrouwen dan mannen ontvangen mantelzorg en/of thuiszorg
Omdat mantelzorg en thuiszorg worden verleend aan mensen die langere tijd hulp nodig hebben, wordt in de rest van dit artikel de mantelzorg en thuiszorg beschreven voor de groep mensen van 55 jaar of ouder die beperkt zijn in minstens één algemene dagelijkse levensverrichting (ADL) of één instrumentele algemene dagelijkse levensverrichting (IADL). In het vervolg van dit artikel wordt deze groep 55-plussers omschreven als ouderen met een beperking in hun dagelijks functioneren. 11 procent van de 55-plussers is beperkt in minstens één algemene dagelijkse levensverrichting (ADL) en 20 procent is beperkt in minimaal één instrumentele algemene dagelijkse levensverrichting (IADL). 23 procent van de 55-plussers is beperkt in minimaal één van beide. Van deze groep ontvangt 34 procent mantelzorg en 38 procent thuiszorg: 19 procent ontvangt zowel mantelzorg als thuiszorg, bijna evenveel mensen ontvangen alleen thuiszorg en 14 procent ontvangt alleen mantelzorg. In totaal ontvangt ruim de helft van de 55-plussers die beperkt zijn in hun dagelijks functioneren mantelzorg en/of thuiszorg.
Meer vrouwen dan mannen met ADL- en/of IADL-beperkingen krijgen mantelzorg: 36 procent van de vrouwen en 30 procent van de mannen ontvangen deze zorg. Bij de thuiszorg is het verschil tussen vrouwen en mannen groter: 45 procent van de vrouwen krijgt thuiszorg tegenover 27 procent van de mannen. In totaal ontvangt 58 procent van de vrouwen mantelzorg en/of thuiszorg tegenover 44 procent van de mannen. Twee keer zoveel vrouwen als mannen ontvangen zowel mantelzorg als thuiszorg. Meer vrouwen dan mannen krijgen ook alleen thuiszorg. Mannen ontvangen juist vaker alleen mantelzorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Totaal | 19,4 | 14,3 | 18,5 |
| Mannen | 12,7 | 16,9 | 14,1 |
| Vrouwen | 23,6 | 12,8 | 21,2 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Ruim driekwart 75-plusvrouwen ontvangt mantelzorg en/of thuiszorg
Hoe ouder mensen zijn, hoe meer mantelzorg en thuiszorg zij ontvangen. Bijna 60 procent van de mannen en ruim drie kwart van de vrouwen van 75 jaar of ouder met beperkingen ontvangen één of beide vormen van zorg. Ook voor deze leeftijdsgroep geldt dat twee keer zoveel vrouwen als mannen beide vormen van zorg ontvangen, dat meer vrouwen dan mannen alleen thuiszorg ontvangen en dat meer mannen juist vaker alleen mantelzorg ontvangen. Onder 55- tot 65-jarigen ontvangt ruim een kwart van de mannen en ruim een derde van de vrouwen mantelzorg en/of thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | ||
|---|---|---|---|---|
| 55 tot 65 jaar | Mannen | 7,4 | 10,4 | 8,1 |
| 55 tot 65 jaar | Vrouwen | 10,8 | 14,9 | 10,5 |
| 65 tot 75 jaar | Mannen | 7,9 | 19,6 | 15,1 |
| 65 tot 75 jaar | Vrouwen | 13,4 | 15,7 | 22,4 |
| 75 jaar of ouder | Mannen | 20,8 | 20,1 | 18,1 |
| 75 jaar of ouder | Vrouwen | 38,6 | 9,4 | 27,5 |
| 1) Met beperkingen. | ||||
Bijna 8 op de 10 mensen die zijn verweduwd, krijgen mantelzorg en/of thuiszorg
Weduwen en weduwnaars krijgen vaker mantelzorg en/of thuiszorg dan mensen die zijn gehuwd, gescheiden of nooit zijn gehuwd. Hierbij speelt leeftijd een belangrijke rol. Mensen die zijn verweduwd zijn in het algemeen ouder dan de andere groepen. Bijna 80 procent van de weduwen en weduwnaars met beperkingen ontvangt deze hulp, tegenover bijna de helft van de mensen die zijn gescheiden of nooit zijn gehuwd en ruim 40 procent van de gehuwden. Mensen die zijn verweduwd krijgen vooral meer mantelzorg gecombineerd met thuiszorg (bijna 40 procent) en meer thuiszorg zonder mantelzorg (30 procent).
Mensen die alleen wonen ontvangen meer zorg dan mensen in een meerpersoonshuishouden. Mensen in een eenpersoonshuishouden krijgen vaker alleen thuiszorg of thuiszorg gecombineerd met mantelzorg, terwijl mensen die samen met anderen wonen vaker alleen mantelzorg ontvangen.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Gehuwd | 16,0 | 16,8 | 9,3 |
| Gescheiden | 11,5 | 13,7 | 23,8 |
| Weduwe/ weduwnaar | 37,2 | 10,9 | 30,8 |
| Nooit gehuwd geweest | 10,1 | 10,9 | 26,1 |
| Meerpersoons- huishouden | 14,1 | 18,2 | 8,4 |
| Eenpersoons- huishouden | 26,3 | 9,3 | 31,4 |
| 1)Met beperkingen. | |||
Kinderloze ouderen vaker thuiszorg, ouderen met kinderen vaker mantelzorg
Ouderen die kinderloos zijn krijgen evenveel zorg als ouderen die kinderen hebben. De helft van de ouderen die kinderloos zijn krijgen mantelzorg en/of thuiszorg, evenveel als ouderen met kinderen. Hoe meer kinderen mensen hebben, hoe vaker ouderen hulp krijgen.
Er is wel een verschil tussen het type zorg dat ouderen met en zonder kinderen krijgen. Ouderen met kinderen ontvangen vaker mantelzorg. Van de ouderen die kinderloos zijn krijgt een kwart mantelzorg, terwijl van de ouderen met kinderen ruim een derde mantelzorg ontvangt. Hoe meer kinderen mensen hebben, hoe meer mantelzorg ze krijgen. Bijna 3 op de 10 ouderen met één kind ontvangen mantelzorg. Bij ouderen, die minstens drie kinderen hebben, krijgen ruim 4 op de 10 mantelzorg. Ouderen zonder kinderen en ouderen met een groot gezin krijgen vaker thuiszorg dan mensen met één of twee kinderen. Mensen zonder kinderen krijgen vaker uitsluitend thuiszorg, ouderen die een groot gezin hebben krijgen vaker zowel mantelzorg als thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Geen kinderen | 14,7 | 10,0 | 25,9 |
| 1 kind | 15,0 | 13,8 | 16,1 |
| 2 kinderen | 19,0 | 14,3 | 17,9 |
| Minstens 3 kinderen | 25,3 | 17,4 | 15,9 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Ouderen met kinderen in de buurt krijgen meer zorg
Maakt het voor ouderen met kinderen uit of hun kind(eren) dichtbij of ver weg wonen voor de zorg die ze ontvangen? Ouderen met thuiswonende kinderen krijgen het minst vaak mantelzorg en/of thuiszorg. Deze ouderen zijn wat jonger dan ouderen waarvan de kinderen niet meer thuis wonen. Ouderen met kinderen die binnen een straal van 5 kilometer wonen krijgen meer zorg dan ouderen met kinderen die verder weg wonen. Zij krijgen vooral vaker mantelzorg in combinatie met thuiszorg.
| Mantelzorg en thuiszorg (%) | Alleen mantelzorg (%) | Alleen thuiszorg (%) | |
|---|---|---|---|
| Kind woont thuis | 9,1 | 18,4 | 9,8 |
| Minder dan 1 km | 24,9 | 14,9 | 18,0 |
| 1 tot 5 km | 24,9 | 14,7 | 19,8 |
| Minstens 5 km | 18,5 | 13,9 | 17,1 |
| 1) Met beperkingen. | |||
3.2 Welke mantelzorg krijgen ouderen en van wie?
Vrouwen vaker mantelzorg van kinderen, mannen vaker van partner
Ruim de helft van de mantelzorgontvangers krijgt deze zorg van hun kind, schoonzoon of schoondochter. Meer vrouwen dan mannen ontvangen mantelzorg van hun (schoon)kinderen. Ruim 4 op de 10 mantelzorgontvangers geven aan deze zorg te krijgen van hun partner. Mannen krijgen vaker hulp van hun partner dan vrouwen. 10 procent van de personen die mantelzorg ontvangen krijgt deze hulp van andere familieleden, 14 procent krijgt dit van hun buren, vrienden of kennissen, en bij 10 procent verleent iemand anders mantelzorg.
| Totaal (%) | Mannen (%) | Vrouwen (%) | |
|---|---|---|---|
| Kinderen | 55,1 | 43,8 | 60,8 |
| Partner | 42,9 | 52,6 | 38,0 |
| Overige familie- leden | 11,4 | 9,9 | 12,2 |
| Buren, vrienden, kennissen | 14,1 | 11,0 | 15,6 |
| Iemand anders | 10,0 | 11,6 | 9,2 |
| 1) Met beperkingen. | |||
Mantelzorgontvangers in de leeftijd van 55 tot 75 jaar krijgen deze zorg vaker van hun partner. 75-plussers ontvangen vaker mantelzorg van hun kinderen. Gehuwden krijgen vaker mantelzorg van hun partner, weduwen en weduwnaars vaker van hun kinderen.
Ouderen die geen kinderen hebben, krijgen vaker mantelzorg van andere familieleden en van buren, vrienden en kennissen dan ouderen die kinderen hebben. Mensen met een groot gezin (minstens drie kinderen) ontvangen vaker mantelzorg van hun kinderen dan mensen met een klein gezin (maximaal twee kinderen). Als de kinderen verder weg wonen, krijgen ouderen minder mantelzorg van hun kinderen. Deze ouderen krijgen juist meer mantelzorg van hun buren, vrienden en kennissen.
Hulp in huishouding voor twee derde 55-plussers met mantelzorg
Mensen kunnen mantelzorg krijgen in verschillende vormen, vaak gecombineerd. Van de 55-plussers die mantelzorg ontvangen, geeft twee derde aan hulp te krijgen in het huishouden. Een even groot aandeel krijgt begeleiding of vervoer bij het bezoeken van bijvoorbeeld een arts of kapper. Bijna 6 op de 10 mantelzorgontvangers krijgen hulp bij het regelen van geldzaken en/of andere administratie en in de vorm van gezelschap, troost of afleiding.
Vrouwen krijgen vaker dan mannen begeleiding of vervoer bij het afleggen van bezoeken. Bij mannen bestaat de mantelzorg juist relatief vaak uit het klaarmaken van de warme maaltijd en hulp bij medische verzorging.
| Totaal (%) | Mannen (%) | Vrouwen (%) | (%) | |
|---|---|---|---|---|
| Hulp huishouding | 65,6 | 60,0 | 68,4 | 8 |
| Begeleiding/ vervoer | 64,6 | 56,4 | 68,8 | 7 |
| Regelen geld/ administratie | 57,0 | 52,7 | 59,1 | 6 |
| Gezelschap/afleiding | 56,5 | 52,8 | 58,4 | 5 |
| Klaarmaken maaltijden | 41,0 | 51,9 | 35,5 | 4 |
| Hulp andere zaken | 27,0 | 27,3 | 26,9 | 3 |
| Hulp persoonlijke zorg | 24,5 | 26,3 | 23,7 | 2 |
| Hulp medische zorg | 24,5 | 31,7 | 20,8 | 1 |
| 1) Met beperkingen. | ||||
75-plussers vaker begeleiding/vervoer en hulp bij administratie
Het type mantelzorg varieert ook met de leeftijd van de persoon die de mantelzorg ontvangt. 75-plussers krijgen vaker dan 55- tot 75-jarigen begeleiding of vervoer bij het afleggen van een bezoekje aan bijvoorbeeld een arts. Ze krijgen ook vaker hulp bij het regelen van geldzaken en/of andere administratie. 55- tot 75-jarigen krijgen juist vaker hulp bij het klaarmaken van de warme maaltijd dan de oudste leeftijdsgroep. Dat betekent niet dat 75-plussers minder vaak hulp krijgen bij het bereiden van de warme maaltijd. Deze hulp kan ook door de thuiszorg verleend worden, bijvoorbeeld door een professionele hulpverlener die de warme maaltijd verzorgt of een maaltijdservice zoals tafeltje-dek-je.
| 55 tot 75 jaar (%) | 75 jaar of ouder (%) | |
|---|---|---|
| Hulp huishouding | 70,1 | 62,1 |
| Begeleiding/vervoer | 59,5 | 68,7 |
| Regelen geld/administratie | 41,2 | 69,4 |
| Gezelschap/afleiding | 54,7 | 57,9 |
| Klaarmaken maaltijden | 49,6 | 34,2 |
| Hulp andere zaken | 26,3 | 27,6 |
| Hulp medische zorg | 27,1 | 22,4 |
| Hulp persoonlijke zorg | 25,3 | 23,9 |
| 1) Met beperkingen. | ||
Het type mantelzorg dat ouderen ontvangen verschilt tussen mensen die zijn gehuwd en mensen die weduwe of weduwnaar zijn. Mensen die zijn gehuwd krijgen vaker hulp in de huishouding en vaker hulp bij het klaarmaken van de maaltijd. Ze krijgen ook vaker hulp bij de medische en persoonlijke verzorging. Weduwen en weduwnaars krijgen vaker hulp bij het regelen van geldzaken en andere administratie, en ze krijgen vaker mantelzorg in de vorm van gezelschap en afleiding dan gehuwden.
| Gehuwd (%) | Verweduwd (%) | |
|---|---|---|
| Hulp huishouding | 73,8 | 54,4 |
| Begeleiding/vervoer | 66,0 | 67,7 |
| Regelen geld/ administratie | 53,3 | 71,8 |
| Gezelschap/afleiding | 48,8 | 65,1 |
| Klaarmaken maaltijden | 49,7 | 27,8 |
| Hulp andere zaken | 26,6 | 28,5 |
| Hulp medische zorg | 30,9 | 18,2 |
| Hulp persoonlijke zorg | 33,9 | 14,9 |
| 1) Met beperkingen. | ||
4. Conclusie
Ruim de helft van de 55-plussers met die beperkt zijn in minstens één algemene dagelijkse levensverrichting (ADL) of één instrumentele algemene dagelijkse levensverrichting (IADL) ontvangt zorg aan huis: 19 procent ontvangt zowel mantelzorg als thuiszorg, 19 procent ontvangt alleen thuiszorg en 14 procent ontvangt alleen mantelzorg.
Er is onderzocht of er verschillen in het ontvangen van mantelzorg en/of thuiszorg zijn tussen mannen en vrouwen, naar leeftijd en burgerlijke staat. Vrouwen die beperkt zijn in hun dagelijks functioneren ontvangen zowel vaker mantelzorg als thuiszorg dan mannen. Dit verschil kan worden verklaard doordat vrouwen gemiddeld ouder zijn en vaker chronische ziekten hebben dan mannen, waardoor hun behoefte aan zorg groter is (Kooiker et al., 2019). Hoe ouder mensen zijn, hoe meer mantelzorg en thuiszorg zij ontvangen. Mensen van 75 jaar of ouder ontvangen zowel meer mantelzorg als meer thuiszorg dan mensen van 55 tot 75 jaar. Bijna 60 procent van de mannen en ruim drie kwart van de vrouwen van 75 jaar of ouder ontvangen één of beide vormen van zorg. Weduwen of weduwnaars zijn gemiddeld ouder en krijgen vaker zowel mantelzorg als thuiszorg dan mensen die zijn gehuwd, gescheiden of nooit zijn gehuwd. Mensen die alleen wonen ontvangen meer zorg dan mensen in een meerpersoonshuishouden. Zij krijgen vooral vaker thuiszorg.
Daarnaast is onderzocht van wie ze deze zorg krijgen. Kinderen en partners zijn de belangrijkste mantelzorgers. Meer dan de helft van de mantelzorgontvangers krijgt deze zorg van hun kind, schoonzoon of schoondochter; ruim 4 op de 10 krijgt dit van hun partner. Vrouwen krijgen vaker mantelzorg van hun kinderen en mannen krijgen deze zorg vaker van hun partner. Dit komt doordat vrouwen vaker zijn verweduwd, terwijl oudere mannen vaker nog wel een partner hebben. Mensen die zijn getrouwd krijgen meestal mantelzorg van hun partner, terwijl mensen die zijn verweduwd deze zorg vooral van hun kinderen of schoonkinderen ontvangen. Dit wordt ook bevestigd in eerder onderzoek (Kloosterman en Schmeets, 2020, CBS, 2023). Ouderen die geen kinderen hebben, krijgen vaker mantelzorg van andere familieleden en van buren, vrienden, kennissen dan ouderen die kinderen hebben.
Hoe meer kinderen 55-plussers hebben, hoe meer mantelzorg ze krijgen. Ouderen, waarvan de kinderen binnen een straal van 5 kilometer wonen, krijgen meer mantelzorg dan ouderen met kinderen die verder weg wonen. Dit komt overeen met eerder onderzoek onder mantelzorgers met ouders op hoge leeftijd (Reep en Bruggink, 2024). Ouderen zonder kinderen ontvangen vaker thuiszorg en ouderen met kinderen vaker mantelzorg. Per saldo krijgen ouderen die geen kinderen hebben evenveel mantelzorg en/of thuiszorg als ouderen met kinderen.
Ten slotte is gekeken naar het type zorg dat mantelzorgontvangers krijgen. Mensen die mantelzorg ontvangen, krijgen vooral hulp in het huishouden en begeleiding of vervoer bij het bezoeken van bijvoorbeeld een arts. Ook krijgt bijna 60 procent van de mantelzorgontvangers hulp bij het regelen van geldzaken en andere administratie, en zorg in de vorm van gezelschap, troost of afleiding. Dit komt overeen met de resultaten van eerder onderzoek naar mantelzorg in 2021 en 2022 (CBS, 2023). Het type mantelzorg verschilt tussen mannen en vrouwen, tussen 55- tot 75-jarigen en 75-plussers en tussen mensen die zijn gehuwd en mensen die zijn verweduwd. Zo krijgen gehuwden vaker hulp in de huishouding, bij het klaarmaken van de maaltijd en bij medische en persoonlijke verzorging. Weduwen en weduwnaars krijgen vaker hulp bij het regelen van geldzaken en andere administratie, en ze krijgen vaker mantelzorg in de vorm van gezelschap en afleiding.
De bevinding dat ruim de helft van de 55-plussers die kampen met beperkingen in hun dagelijks functioneren mantelzorg of thuiszorg ontvangt, betekent dat bijna de helft van deze groep geen mantelzorg en ook geen thuiszorg ontvangt. Het is belangrijk om te onderzoeken of zij wel behoefte aan deze hulp hebben. Of vinden deze ouderen dat niet nodig, omdat ze zichzelf ondanks hun beperkingen toch goed kunnen redden? Uit onderzoek blijkt dat hoewel mantelzorgontvangers vaak positief zijn over de hulp die zij van hun naasten ontvangen, niet iedereen mantelzorg wil ontvangen (Kloosterman en Schmeets, 2020). Sommige ouderen vinden het bijvoorbeeld niet prettig om afhankelijk te zijn van anderen. Of ze willen anderen niet belasten en ze vragen niet graag om hulp.
Een beperking van dit onderzoek is dat het lastig is om mantelzorg die wordt verleend door de partner goed in kaart te brengen. Niet iedereen zal de hulp en zorg van partners als mantelzorg bestempelen, omdat deze zorg binnen de gebruikelijke taakverdeling in het huishouden past of omdat mensen het vanzelfsprekend vinden dat de partner helpt als ze beperkingen ondervinden in het dagelijks leven. Mogelijk wordt mantelzorg door partners in dit onderzoek onderschat. Om mantelzorg van partners beter in kaart te brengen, zouden extra enquêtevragen over dit onderwerp aan het onderzoek moeten worden toegevoegd of zou er kwalitatief onderzoek onder ouderen met beperkingen moeten worden gedaan.
De Gezondheidsenquête richt zich alleen op de bevolking in particuliere huishoudens. Mantelzorg aan personen in (zorg)instellingen blijft in dit artikel buiten beeld. Ook is het denkbaar dat een deel van de mantelzorgontvangers of mantelzorgbehoeftigen die wel in particuliere huishoudens wonen, vanwege hun gezondheidstoestand niet in staat zijn deel te nemen aan de Gezondheidsenquête. Ook deze personen blijven buiten beeld.
Uit het huidige onderzoek blijkt dat kinderen en partners verreweg de belangrijkste mantelzorgers zijn. De verwachting is dat het aantal ouderen de komende 25 jaar flink zal stijgen. Bovendien zullen er verhoudingsgewijs steeds meer alleenstaande ouderen zonder partner en kinderen zijn. Daardoor kan het beroep op andere familieleden, vrienden en buren om mantelzorg te verlenen groter worden en kan de vraag naar thuiszorg sterk toenemen.
Referenties
Boer, A. de, M. de Klerk, D. Verbeek-Oudijk & I. Plaisier (2020). Blijvende bron van zorg Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Rapport SCP. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019 | Sociaal en Cultureel Planbureau
Bruggeman, F. & H. van Dalen (2024). De schaarse mantelzorger. Demos. Jaargang 40(7). De schaarse mantelzorger - NIDI
CBS (2023). Twee keer zoveel vrouwen als mannen van 55-plus krijgen mantelzorg. Twee keer zoveel vrouwen als mannen van 55-plus krijgen mantelzorg | CBS
CBS (2026a). Statline-tabel Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken.
CBS (2026b). Vragenlijst Gezondheidsenquête vanaf 2014. Vragenlijsten Gezondheidsenquête vanaf 2014 | CBS
Kloosterman, R. & H. Schmeets (2020). 55-plussers over mantelzorg krijgen. Statistische Trends, september 2020. 55-plussers over mantelzorg krijgen | CBS
Kooiker, S., A. de Jong, D. Verbeek-Oudijk & A. de Boer (2019). Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 204. Een verkenning van regionale ontwikkelingen voor de komende 20 jaar. SCP Publicatie. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Kromhout, M., P. van Echtelt & P. Feijten (2020). Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid. Rapport SCP. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Liefbroer, A. & D. van Wijk (2025). Minder mantelzorg voor ouderen zonder kinderen en partner. Demos. Jaargang 41(10). Minder mantelzorg voor ouderen zonder kinderen en partner - NIDI
Lucht, F. van der et al. (2024). Trendscenario volksgezondheid toekomstverkenning 2024. RIVM Rapport 2024-0046. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Reep, C. & J.W. Bruggink (2024). Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers. Statistische Trends, maart 2024. Vader en moeder op leeftijd | CBS
Rijksoverheid (2026). Hulp voor toenemend aantal mantelzorgers.
Stoeldraijer, L., C. van Duin. P. Feijten, C. Fang & N. Kooiman (2024). Huishoudensprognose 2024-2070: bijna 10 miljoen huishoudens verwacht in 2070. Statistische Trends, december 2024. Huishoudensprognose 2024-2070: bijna 10 miljoen huishoudens verwacht in 2070 | CBS
Wageman, F. & S. Peters (2023) Roep om een overheid die verantwoordelijkheid neemt. Burgers over de verdeling van verantwoordelijkheden bij grote maatschappelijke opgaven. Rapport SCP. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.