Het persoonlijke netwerk en de keuze voor zonnepanelen

4. Conclusie en discussie

Het afgelopen decennium kwamen er steeds meer zonnepanelen op woningen bij in Nederland. Kiezen mensen vaker voor zonnepanelen als hun buren, collega’s of familie dat ook doen? In dit artikel is onderzocht welke persoons-, huishoudens- en woonkenmerken samenhangen met het nemen van zonnepanelen, en of er een verband is tussen de keuze voor zonnepanelen en de hoeveelheid huishoudens met zonnepanelen in het persoonlijke netwerk.

Uit de analyses blijkt dat hoe hoger het percentage huishoudens met zonnepanelen in het netwerk van een huishouden is, hoe groter de kans dat een huishouden zelf ook zonnepanelen neemt (ook wanneer gecorrigeerd is voor achtergrondkenmerken). Dit duidt op een mogelijke rol van sociale beïnvloeding bij het nemen van zonnepanelen, maar het kan ook te maken hebben met ongemeten kenmerken die netwerkleden sowieso al met elkaar deelden, zoals normen en waarden rondom duurzaamheid. De individuele effecten van het familienetwerk, burennetwerk en colleganetwerk zijn vergelijkbaar, en ieder kleiner dan het effect van het netwerk als geheel.

Zonnepanelen lijken door de jaren heen toegankelijker te zijn geworden, wanneer we kijken naar persoons- en huishoudkenmerken. Huishoudens met een hogere financiële welvaart en een referentiepersoon met een hoger onderwijsniveau hebben een grotere kans om zonnepanelen te nemen, maar dat verschil tussen huishoudens met verschillende welvaarts- en onderwijsniveaus is kleiner in recentere jaren.

Ook de verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn kleiner geworden. Een mogelijke verklaring voor de afnemende verschillen is dat zonnepanelen steeds toegankelijker zijn geworden voor iedereen. Huishoudens met een kleine portemonnee konden bijvoorbeeld door subsidies makkelijker kiezen voor zonnepanelen, zonnepanelen werden rendabeler en daardoor financieel aantrekkelijker, en dit werd steeds makkelijker toegankelijke kennis waar een bredere groep mensen van kon profiteren.

Woonplaats en bouwjaar hebben ook invloed op de keuze voor zonnepanelen. Over het algemeen geldt ook dat hoe minder stedelijk de woonplaats, hoe groter het aandeel huishoudens dat zonnepanelen nam. Dit verschil bleef min of meer gelijk over de jaren, en dit heeft waarschijnlijk te maken met de fysieke mogelijkheid om op of rond de woning zonnepanelen te plaatsen, die door de jaren heen niet veranderd is. Bijvoorbeeld, woningen in het buitengebied hebben waarschijnlijk grotere daken dan in de stad, waardoor meer zonnepanelen geplaatst kunnen worden en de keuze rendabeler is.

Ook namen huishoudens die woonden in een woning met een recenter bouwjaar vaker zonnepanelen vergeleken met eerdere bouwjaren. Hiervoor geldt dat de verschillen in recentere jaren juist groter werden. Dit komt mogelijk doordat modernere woningen steeds geschikter worden voor zonnepanelen.

Toekomstig onderzoek over dit onderwerp zou zich kunnen richten op het effect van subsidies en financiële voordelen zoals de salderingsregeling. Deze zijn in dit onderzoek niet meegenomen. De lage verklaarde variantie van de modellen wijst erop dat er meer factoren een rol spelen dan zijn meegenomen in het model. Waarschijnlijk zijn financiële voordelen een belangrijke impuls voor het nemen van zonnepanelen. Het is ook interessant om te kijken naar het effect van het afschaffen van de salderingsregeling, gepland in 2027 (Rijksoverheid, z.d.). Wat zal er daarna gebeuren, en heeft dit mogelijk ook invloed op het netwerkeffect?

Dit is de eerste keer dat de rol van het netwerk bij het nemen van zonnepanelen is onderzocht met behulp van registerdata, in het bijzonder het persoonsnetwerkenbestand van het CBS. De methoden die zijn toegepast voor dit artikel kunnen ook gebruikt worden voor onderzoek naar de rol van het netwerk bij andere onderwerpen die belangrijk zijn voor de energietransitie, zoals elektrische auto’s of warmtepompen.