Inleiding
Rijk en gemeenten hebben ieder een verantwoordelijkheid voor hulp aan jongeren; gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg en het rijk is verantwoordelijk voor het functioneren van het systeem als zodanig, de stelselverantwoordelijkheid. Om gemeenten en rijk daarbij te ondersteunen is in de Jeugdwet een regeling opgenomen over het ontsluiten van beleidsinformatie. De beleidsinformatie gaat over jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen hierover gegevens te verstrekken aan het CBS.
In deze rapportage staan de voorlopige resultaten over jeugdhulp in de eerste zes maanden van 2026. De resultaten over jeugdbescherming en jeugdreclassering worden in een aparte rapportage beschreven.
Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Het CBS verzamelt bij jeugdhulpverleners alleen gegevens over jeugdhulp die direct aan de jeugdhulpverlener wordt vergoed door de gemeente, de zogenaamde zorg in natura. Gegevens over jeugdhulp die door de cliënt zelf wordt vergoed met een persoonsgebonden budget (PGB), worden aan het CBS verstrekt door de Sociale verzekeringsbank (SVB). Particulier gefinancierde jeugdhulp, waarbij de hulp door de ouders zelf wordt betaald, valt buiten dit onderzoek.
| Jongeren met alleen zorg in natura | Jongeren met zorg in natura en PGB | Jongeren met alleen PGB | |
|---|---|---|---|
| 1e hj 2023 | 393745 | 8910 | 4740 |
| 1e hj 2024 | 400325 | 7660 | 4085 |
| 1e hj 2025** | 397635 | 7155 | 3760 |
| 1e hj 2026* | 377890 | 5590 | 3660 |
| 1)Personen van 0 tot 23 jaar. | |||
Uit figuur 0.0.1 blijkt dat in de eerste helft van 2026 ruim 387 duizend jongeren jeugdhulp hebben ontvangen. In 98 procent van de gevallen wordt alle zorg direct door de gemeente aan de jeugdhulpverlener vergoed. Een klein deel van de jongeren met jeugdhulp, bijna 1 procent, maakte alleen gebruik van een PGB. Ruim 1 procent had zowel een PGB als zorg in natura. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een PGB neemt al jaren af.
De in dit rapport gepubliceerde aantallen over het eerste halfjaar van 2026 zijn voorlopige resultaten, weergegeven met een asterisk (*), de resultaten over 2025 zijn nader voorlopig, aangeduid met **. Elk jaar blijkt dat het definitieve resultaat meer jongeren met jeugdhulp in natura laat zien dan de voorlopige cijfers. In 2025 waren er in de nader voorlopige versie 3,8 procent meer jongeren met jeugdhulp in natura dan in de voorlopige versie. Op grond hiervan verwachten we dat het totaal aantal jongeren met jeugdhulp, exclusief PGB, in de eerste zes maanden van 2026 nog met een kleine 15 duizend zal toenemen tot 398 duizend jongeren. Dat zou een daling zijn van 1,7 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2025. Bij het beoordelen van ontwikkelingen tussen de resultaten over het nader voorlopige eerste halfjaar 2025 en het voorlopige eerste halfjaar van 2026 moet met deze verwachting rekening worden gehouden.
De gegevens van de SVB over jeugdhulpontvangers met een PGB bevatten geen zorginhoudelijke informatie. Overal waar in het vervolg van deze rapportage jeugdhulp staat, bedoelen we dan ook de jeugdhulp die is geleverd volgens het zorg in natura-principe; dit is dus exclusief PGB-gefinancierde jeugdhulp.
In de afgelopen jaren heeft het CBS enkele methodologische wijzigingen doorgevoerd bij het samenstellen van de cijfers. Een overzicht van deze wijzigingen en de invloed ervan op de uitkomsten staat beschreven in de bijlage.