Jeugdhulp 1e halfjaar 2026

Over deze publicatie

In deze rapportage presenteert het CBS de voorlopige cijfers over jeugdhulp in het eerste halfjaar van 2026.

Inleiding

Rijk en gemeenten hebben ieder een verantwoordelijkheid voor hulp aan jongeren; gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg en het rijk is verantwoordelijk voor het functioneren van het systeem als zodanig, de stelselverantwoordelijkheid. Om gemeenten en rijk daarbij te ondersteunen is in de Jeugdwet een regeling opgenomen over het ontsluiten van beleidsinformatie. De beleidsinformatie gaat over jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen hierover gegevens te verstrekken aan het CBS.

In deze rapportage staan de voorlopige resultaten over jeugdhulp in de eerste zes maanden van 2026. De resultaten over jeugdbescherming en jeugdreclassering worden in een aparte rapportage beschreven.

Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Het CBS verzamelt bij jeugdhulpverleners alleen gegevens over jeugdhulp die direct aan de jeugdhulpverlener wordt vergoed door de gemeente, de zogenaamde zorg in natura. Gegevens over jeugdhulp die door de cliënt zelf wordt vergoed met een persoonsgebonden budget (PGB), worden aan het CBS verstrekt door de Sociale verzekeringsbank (SVB). Particulier gefinancierde jeugdhulp, waarbij de hulp door de ouders zelf wordt betaald, valt buiten dit onderzoek.

0.0.1 Jongeren met jeugdhulp naar financieringsvorm 1)
 Jongeren met alleen zorg in naturaJongeren met zorg in natura en PGBJongeren met alleen PGB
1e hj 202339374589104740
1e hj 202440032576604085
1e hj 2025**39763571553760
1e hj 2026*37789055903660
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

Uit figuur 0.0.1 blijkt dat in de eerste helft van 2026 ruim 387 duizend jongeren jeugdhulp hebben ontvangen. In 98 procent van de gevallen wordt alle zorg direct door de gemeente aan de jeugdhulpverlener vergoed. Een klein deel van de jongeren met jeugdhulp, bijna 1 procent, maakte alleen gebruik van een PGB. Ruim 1 procent had zowel een PGB als zorg in natura. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een PGB neemt al jaren af.

De in dit rapport gepubliceerde aantallen over het eerste halfjaar van 2026 zijn voorlopige resultaten, weergegeven met een asterisk (*), de resultaten over 2025 zijn nader voorlopig, aangeduid met **. Elk jaar blijkt dat het definitieve resultaat meer jongeren met jeugdhulp in natura laat zien dan de voorlopige cijfers. In 2025 waren er in de nader voorlopige versie 3,8 procent meer jongeren met jeugdhulp in natura dan in de voorlopige versie. Op grond hiervan verwachten we dat het totaal aantal jongeren met jeugdhulp, exclusief PGB, in de eerste zes maanden van 2026 nog met een kleine 15 duizend zal toenemen tot 398 duizend jongeren. Dat zou een daling zijn van 1,7 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2025. Bij het beoordelen van ontwikkelingen tussen de resultaten over het nader voorlopige eerste halfjaar 2025 en het voorlopige eerste halfjaar van 2026 moet met deze verwachting rekening worden gehouden.

De gegevens van de SVB over jeugdhulpontvangers met een PGB bevatten geen zorginhoudelijke informatie. Overal waar in het vervolg van deze rapportage jeugdhulp staat, bedoelen we dan ook de jeugdhulp die is geleverd volgens het zorg in natura-principe; dit is dus exclusief PGB-gefinancierde jeugdhulp.

In de afgelopen jaren heeft het CBS enkele methodologische wijzigingen doorgevoerd bij het samenstellen van de cijfers. Een overzicht van deze wijzigingen en de invloed ervan op de uitkomsten staat beschreven in de bijlage.

1. Jongeren met jeugdhulp

In het eerste halfjaar van 2026 kregen 383 duizend jongeren jeugdhulp in natura. De meeste jongeren, bijna 96 procent, kregen jeugdhulp zonder verblijf. Dat wil zeggen dat zij niet op de locatie van de jeugdhulpaanbieder overnachtten. Van hen kregen 16 duizend jongeren naast jeugdhulp zonder verblijf ook jeugdhulp met verblijf. Dit is mogelijk als de zorg gedurende het jaar wijzigt of als de jongere bij de ene jeugdhulpaanbieder verblijft en tegelijkertijd ook hulp zonder verblijf krijgt van een andere jeugdhulpaanbieder.

1.0.1 Jongeren met jeugdhulp1), 1e halfjaar 2026*
 Column1
Zonder verblijf350835
Zowel zonder als met verblijf16210
Met verblijf16435
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

Van de 383 duizend jongeren met jeugdhulp In het eerste halfjaar van 2026 ontvingen de meesten, 71 procent, ambulante jeugdhulp op de locatie van de jeugdhulpaanbieder. Bijna 21 procent van de jongeren kreeg jeugdhulp in het eigen netwerk, 13 procent kreeg jeugdhulp van het wijk- of buurtteam van de gemeente, en bijna 8 procent kreeg daghulp op locatie van de jeugdhulpaanbieder. Ook hier geldt dat jongeren meerdere hulpvormen na en naast elkaar kunnen hebben gehad. Daarom tellen deze percentages op tot meer dan 100 procent.

1.0.2 Jongeren zonder verblijf1)
 1e hj 2026* (x 1 000)1e hj 2025** (x 1 000)1e hj 2024 (x 1 000)1e hj 2023 (x 1 000)
Totaal
zonder
verblijf
367,045387,75390,395384,375
Ambulant272,27290,13291,19285,325
Netwerk
jongere
79,22582,99585,68583,49
Wijkteam50,27558,4359,69559,72
Daghulp29,2131,58532,13530,91
1)Personen van 0 tot 23 jaar. Jongeren met meerdere hulpvormen komen meerdere malen in de figuur voor.

Het aantal jongeren dat door het wijk- of buurtteam van de gemeente wordt geholpen behoeft enige toelichting. Gemeenten vertalen zelf de definitie van jeugdhulp uit de Jeugdwet naar de praktijksituatie in hun eigen wijkteam. Bij veel wijkteams lopen vraagverheldering, planvorming, doorverwijzing en eventueel hulpverlening in meer of mindere mate door elkaar. Hierdoor is het onderscheid tussen jongeren die wel of niet jeugdhulp van het wijkteam krijgen, en waarover dus bij het CBS moet worden aangeleverd, soms lastig te maken. Als gevolg hiervan zijn niet alleen de aantallen jongeren met wijkhulp tussen gemeenten moeilijk vergelijkbaar, ook laat de ontwikkeling in de tijd soms een grillig verloop zien. Ruim 41 procent van de jongeren die jeugdhulp door het wijk- of buurtteam kreeg, in de eerste zes maanden van 2026, had in dezelfde periode ook een andere vorm van jeugdhulp.

Bijna 33 duizend jongeren kregen in de eerste helft van 2026 jeugdhulp met verblijf. Er waren 15 duizend jongeren in een pleeggezin opgenomen. Bijna 5 duizend jongeren kregen gezinsgerichte opvang en 800 jongeren hadden een gesloten plaatsing. Het aantal jongeren met een gesloten plaatsing is opnieuw gedaald, net als de afgelopen jaren. Bijna 14 duizend jongeren kregen een andere vorm van jeugdhulp met verblijf (figuur 1.0.3). Zij verbleven in een accommodatie van de jeugdhulpaanbieder, meestal in een leef- of behandelgroep met andere jongeren.

1.0.3 Jongeren met verblijf1)
 1e hj 2026* (x 1 000)1e hj 2025** (x 1 000)1e hj 2024 (x 1 000)1e hj 2023 (x 1 000)
Totaal
met verblijf
32,64535,837,5738,44
Pleegzorg15,2316,98517,8718,435
Gezinsgericht4,935,715,925,91
Gesloten
plaatsing
0,80,9051,0751,27
Overig13,7215,6315,8516,02
1)Personen van 0 tot 23 jaar. Jongeren met meerdere hulpvormen komen meerdere malen in de figuur voor.

1.1 11 procent van de minderjarigen ontvangt jeugdhulp in natura

Jeugdhulp is in principe bedoeld voor personen tot 18 jaar. Deze leeftijdsgrens is niet heel hard. Sinds 1 juli 2018 lopen sommige vormen van jeugdhulp zoals pleegzorg standaard door tot 21 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan de jeugdhulp worden voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar. Van alle 4,4 miljoen jongeren in de leeftijd tot 23 jaar kreeg 9 procent jeugdhulp in natura in het eerste halfjaar van 2026. Als de groep van 18 tot 23-jarigen buiten beschouwing gelaten wordt, ontving ruim 11 procent van alle jongeren jeugdhulp in deze periode.

Jongens krijgen vaker jeugdhulp dan meiden. Dit geldt zowel voor jeugdhulp met verblijf als voor jeugdhulp zonder verblijf. In de eerste zes maanden van 2026 kregen 178 duizend meiden en 205 duizend jongens jeugdhulp. Het aandeel meiden met jeugdhulp neemt de laatste jaren licht toe (figuur 1.1.1).

1.1.1 Jongeren naar geslacht1)
 Jongens (%)Meiden (%)
Nederland
1e hj 2026*22603802146425
1e hj 2025**22636302156875
1e hj 202422636302156875
1e hj 202322688202167940
Totaal jeugdhulp
1e hj 2026*204995178480
1e hj 2025**217110187685
1e hj 2024219045188940
1e hj 2023216145186510
Zonder verblijf
1e hj 2026*196630170415
1e hj 2025**208375179375
1e hj 2024209895180495
1e hj 2023206640177735
Met verblijf
1e hj 2026*1690015740
1e hj 2025**1879017015
1e hj 20241979517775
1e hj 20232024018200
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

1.2 Meeste jongeren met jeugdhulp in de basisschoolleeftijd

De meeste jongeren met jeugdhulp in het eerste halfjaar van 2026 hadden een basisschoolleeftijd; 60 duizend van hen waren 4 tot 8 jaar oud en bijna 127 duizend waren tussen de 8 en 12 jaar. Nederland kende op 1 januari 2026 733 duizend 8 tot 12-jarigen. Van hen kreeg dus ruim 17 procent jeugdhulp. Van de 1,2 miljoen Nederlandse jongeren van 12 tot 18 jaar kregen er 164 duizend jeugdhulp in de eerste helft van 2026. Dat is 14 procent van de jongeren.

1.2.1 Jongeren naar leeftijd1)
 0-4 jaar (%)4-8 jaar (%)8-12 jaar (%)12-18 jaar (%)18 en ouder (%)
Nederland
1e hj 2026*66972571294073336011697051121080
1e hj 2025**68476070375073287011718251127300
1e hj 202468901570789073440011720401133415
1e hj 202369424070817573935011713301137870
Totaal jeugdhulp
1e hj 2026*188005996012669016382014210
1e hj 2025**208956436513208517219015255
1e hj 2024218606555513070517393515925
1e hj 2023216806345512787517360016050
Zonder verblijf
1e hj 2026*17700583801243251567259920
1e hj 2025**197356262512956016486510965
1e hj 2024206556369012800016626511785
1e hj 2023203706148012502516544012065
Met verblijf
1e hj 2026*196035856170160104925
1e hj 2025**217541256960175554980
1e hj 2024224044757335185854935
1e hj 2023224545907765191104730
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

Van de jongeren met jeugdhulp zonder verblijf was 55 procent jonger dan 12 jaar, bij jeugdhulp met verblijf was 36 procent jonger dan 12 jaar. Het aandeel jongeren van 18 jaar en ouder met jeugdhulp met verblijf, ten opzichte van alle jongeren met jeugdhulp met verblijf, is toegenomen van 12 procent in het eerste halfjaar van 2023 naar 15 procent in de eerste helft van 2026.

1.3 Jeugdhulp hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden

Uit CBS-onderzoek is gebleken dat bepaalde achtergrondkenmerken van de ouders en het huishouden van de jongere in meer of mindere mate samenhang vertonen met het krijgen van jeugdhulp. Dat wil overigens niet zeggen dat jeugdhulp het gevolg is van deze kenmerken of van een combinatie van deze kenmerken. Van een aantal achtergrondkenmerken is in deze paragraaf weergegeven hoe de situatie van jongeren met jeugdhulp afwijkt van de jongeren zonder jeugdhulp.

1.3.1 Jeugdhulp naar huishoudkenmerken1), 1e halfjaar 2026*
 Ja (%)Nee (%)
Ouders op hetzelfde adres
Nederland31924351214370
Totaal jeugdhulp219110155410
Zonder verblijf216695141630
Met verblijf618026160
WMO in huishouden
Nederland2814054101610
Totaal jeugdhulp60260312405
Zonder verblijf53955303405
Met verblijf1289018150
GGZ in huishouden
Nederland11429203240095
Totaal jeugdhulp172700199965
Zonder verblijf164565192795
Met verblijf1763013410
Verdachte in huishouden
Nederland2014554181560
Totaal jeugdhulp26220346445
Zonder verblijf22375334985
Met verblijf736023675
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

Bij 72 procent van de Nederlandse jongeren woonden beide juridische ouders in hetzelfde huishouden. Voor jongeren met jeugdhulp zonder verblijf in de eerste zes maanden van 2026 was dit 60 procent en bij jongeren met jeugdhulp met verblijf slechts 19 procent. Hetzelfde patroon is te zien voor jongeren uit huishoudens waar ook gebruik wordt gemaakt van ondersteuning op grond van de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) of waarin zorgkosten zijn gemaakt voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dan wel GGZ-medicatie is voorgeschreven. Ruim 6 procent van alle kinderen in Nederland woont in een huishouden waarin ook gebruik wordt gemaakt van de WMO en 26 procent in een huishouden met GGZ-zorg en/of medicatie. Bij jongeren met jeugdhulp zonder verblijf was dit een stuk hoger met respectievelijk 15 en 46 procent en bij jongeren met jeugdhulp met verblijf in het eerste halfjaar van 2026 zelfs 42 en 57 procent.

Bijna 5 procent van alle jongeren in Nederland heeft iemand in het huishouden die als verdachte van een misdrijf is aangemerkt. Bij jongeren met jeugdhulp zonder verblijf was dit 6 procent van de huishoudens, en bij jongeren met jeugdhulp met verblijf 24 procent van de huishoudens.

1.3.2 Jeugdhulp naar huishoudinkomen1), 1e halfjaar 2026*
 Met jeugdhulp (%)
Totaal jeugdhulp
Totaal8,7
Laagste kwintiel13,1
2e kwintiel11,6
3e kwintiel9,5
4e kwintiel7,5
Hoogste kwintiel5,3
Zonder verblijf
Totaal8,3
Laagste kwintiel11,9
2e kwintiel11
3e kwintiel9,3
4e kwintiel7,4
Hoogste kwintiel5,3
Met verblijf
Totaal0,7
Laagste kwintiel2,4
2e kwintiel1,2
3e kwintiel0,5
4e kwintiel0,2
Hoogste kwintiel0,1
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

In Nederland wonen ruim 559 duizend jongeren tot 23 jaar in een huishouden met een inkomen dat tot de laagste 20 procent van alle huishoudinkomens behoort. Van hen ontving 13 procent jeugdhulp in de eerste helft van 2026. Het aandeel jongeren met jeugdhulp daalt naarmate het huishoudinkomen hoger is. In de 20 procent rijkste huishoudens kreeg 5 procent van de jongeren jeugdhulp. Van alle 4,2 miljoen Nederlandse jongeren tot 23 jaar, waarvan het huishoudinkomen bekend is, kreeg 0,7 procent jeugdhulp met verblijf in het eerste halfjaar van 2026. In de 20 procent laagste inkomens kreeg 2,4 procent jeugdhulp met verblijf. Dat is drie keer zo vaak. In de 20 procent rijkste huishoudens kreeg 0,1 procent van de jongeren jeugdhulp met verblijf.

1.3.3. Jeugdhulp naar herkomst1), 1e halfjaar 2026*
 Jeugdhulp zonder verblijf (%)Jeugdhulp met verblijf (%)
Totaal geboren in Nederland8,50,8
Nederland8,80,7
Europa (exclusief Nederland)8,30,8
Turkije5,70,3
Marokko5,80,5
Suriname8,71,5
Nederlands-Caribisch gebied11,42,4
Indonesië7,10,6
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië7,70,7
Totaal niet geboren in Nederland4,90,6
Europa (exclusief Nederland)4,50,5
Turkije4,50,2
Marokko7,30,9
Suriname71,3
Nederlands-Caribisch gebied8,41,7
Indonesië3,30,2
Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië4,90,5
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

In 2026 kende Nederland 4,4 miljoen jongeren van 0 tot 23 jaar waarvan 3,9 miljoen (89 procent) ook in Nederland is geboren. Van deze 3,9 miljoen jongeren hebben er 3 miljoen (76 procent) ouders die ook in Nederland zijn geboren. Bijna 91 procent van de jongeren die in het eerste halfjaar van 2026 jeugdhulp kregen, is geboren in Nederland. Van hen had 78 procent ouders die ook in Nederland zijn geboren.

Uit figuur 1.3.3 blijkt dat bijna 9 procent van de jongeren die in Nederland zijn geboren en ook ouders hebben die in Nederland zijn geboren, jeugdhulp zonder verblijf kreeg in de eerste zes maanden van 2026. Minder dan 1 procent van hen kreeg jeugdhulp met verblijf.

Van de in Nederland geboren jongeren met minstens een ouder die in het Nederlands-Caribisch gebied geboren is, had ruim 11 procent jeugdhulp zonder verblijf. Ruim 2 procent van deze jongeren kreeg jeugdhulp met verblijf. Dat is het hoogst van alle te onderscheiden herkomstgebieden.

Jongeren die in Nederland zijn geboren krijgen verhoudingsgewijs vaker jeugdhulp dan jongeren die in het buitenland zijn geboren. Van alle jongeren die in het buitenland zijn geboren kreeg 5 procent jeugdhulp zonder verblijf en 0,6 procent jeugdhulp met verblijf in de eerste helft van 2026. Ruim 8 procent van de jongeren die in het Nederlands-Caribisch gebied zijn geboren en 7 procent van de jongeren die zijn geboren in Marokko of Suriname kreeg in diezelfde periode jeugdhulp zonder verblijf.

1.4 6 procent van de jongeren met jeugdhulp krijgt ook jeugdbescherming

Van de 383 duizend jongeren met jeugdhulp in het eerste halfjaar van 2026 ontvingen 357 duizend jongeren (93 procent) alleen jeugdhulp en daarnaast geen andere vorm van jeugdzorg. Ruim 22 duizend jongeren (6 procent) kregen naast jeugdhulp ook jeugdbescherming en ruim 700 jongeren (0,2 procent) kregen naast jeugdhulp en jeugdbescherming ook jeugdreclassering (figuur 1.4.1). Bij ruim 3 duizend jongeren (bijna 1 procent) was naast jeugdhulp ook een jeugdreclasseringsmaatregel van kracht zonder jeugdbescherming.

1.4.1 Samenloop jeugdzorgvormen, 1e halfjaar 2026*
 Alleen jeugdhulp (%)Jeugdhulp en jeugdbescherming (%)Jeugdhulp en jeugdreclassering (%)Jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering (%)
Totaal jeugdhulp
0 tot 4 jaar16715208500
4 tot 8 jaar55980398000
8 tot 12 jaar120715598000
12 tot 18 jaar150595102502230740
18 tot 23 jaar13120010900
Zonder verblijf
0 tot 4 jaar16310138500
4 tot 8 jaar55225315500
8 tot 12 jaar119510482000
12 tot 18 jaar14679072502075605
18 tot 23 jaar902508950
Met verblijf
0 tot 4 jaar630133000
4 tot 8 jaar1585200000
8 tot 12 jaar3140302500
12 tot 18 jaar87606460375415
18 tot 23 jaar459503300

Jongeren tot 4 jaar die jeugdhulp met verblijf kregen, hadden in 68 procent van de gevallen ook jeugdbescherming. Bij jongeren van 4 tot 8 jaar was dit 56 procent en bij jongeren van 8 tot 12 jaar was dit 49 procent. Van de jongeren met jeugdhulp zonder verblijf in de eerste helft van 2026 had 8 procent van de 0 tot 4-jarigen ook jeugdbescherming. Van de 4 tot 8-jarigen had 5 procent ook jeugdbescherming en van de 8 tot 12-jarigen 4 procent.

Jongeren kunnen pas vanaf 12 jaar een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen en jeugdbescherming houdt op zodra de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Het aandeel jongeren met jeugdhulp in combinatie met jeugdbescherming en/of jeugdreclassering neemt de laatste jaren heel geleidelijk af.

1.4.2 Samenloop jeugdzorgvormen
 Alleen jeugdhulp (%)Jeugdhulp en jeugdbescherming (%)Jeugdhulp en jeugdreclassering (%)Jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering (%)
1e hj 2026*357125222953315740
1e hj 2025**376985237053395705
1e hj 2024379545247502995695
1e hj 2023373365259952680615

1.5 Grote regionale verschillen in aandeel jeugdhulp

Van de in totaal 383 duizend jongeren met jeugdhulp in het eerste halfjaar van 2026 woonden er 79 duizend in Zuid-Holland. Zeeland had met 10 duizend en Flevoland en Drenthe met elk 11 duizend, hadden het laagste aantal jongeren jeugdhulp. De 4 grote steden, Amsterdam (16 duizend), Rotterdam (12 duizend), Den Haag (9 duizend), en Utrecht (8 duizend), hebben de hoogste aantallen jongeren met jeugdhulp. Echter, wanneer wordt gekeken naar het aandeel van de jongeren met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jongeren in de gemeente, dan blijkt dat in de gemeente Tiel meer dan 21 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp kreeg, gevolgd door Echt-Susteren met ruim 17 procent (zie figuur 1.5.1). De gemeenten Tiel, Cranendonck en Rijssen-Holten Staphorst had met ruim 3,5 procent het hoogste aandeel jongeren van 18 jaar en ouder met jeugdhulp in de eerste zes maanden van 2026 (zie figuur 1.5.2).

1.5.1 Jeugdhulp bij 0 tot 18-jarigen, 1e halfjaar 2026*
Gemeente_naamaandeelJH (%)
's-Gravenhage8,59
's-Hertogenbosch10,57
Aa en Hunze11,8
Aalsmeer11
Aalten9,72
Achtkarspelen10,58
Alblasserdam8,47
Albrandswaard11,3
Alkmaar13,35
Almelo12,96
Almere11,99
Alphen aan den Rijn11,09
Alphen-Chaam9,87
Altena10,25
Ameland9,05
Amersfoort9,27
Amstelveen10,49
Amsterdam10,66
Apeldoorn11,9
Arnhem13,57
Assen14,52
Asten11,27
Baarle-Nassau10,81
Baarn8,97
Barendrecht11,36
Barneveld8,52
Beek (L.)12,85
Beekdaelen12,29
Beesel13,74
Berg en Dal10,17
Bergeijk10,74
Bergen (L.)12,37
Bergen (NH.)10,57
Bergen op Zoom14,87
Berkelland12,7
Bernheze12,28
Best11,37
Beuningen10,75
Beverwijk8,7
Bladel11,52
Blaricum11,21
Bloemendaal8,66
Bodegraven-Reeuwijk9,27
Boekel8,63
Borger-Odoorn12,2
Borne11,78
Borsele13,55
Boxtel11,54
Breda8,8
Bronckhorst11,63
Brummen12,74
Brunssum15,25
Bunnik11,8
Bunschoten9,35
Buren13,68
Capelle aan den IJssel12,5
Castricum9,99
Coevorden11,08
Cranendonck9,83
Culemborg10,86
Dalfsen9,6
Dantumadiel11,27
De Bilt14,44
De Fryske Marren9,78
De Ronde Venen7,96
De Wolden9,25
Delft13,46
Den Helder14,28
Deurne10,83
Deventer10,24
Diemen9,67
Dijk en Waard12,81
Dinkelland8,14
Doesburg12,32
Doetinchem11
Dongen11,78
Dordrecht10,96
Drechterland9,07
Drimmelen12,06
Dronten9,82
Druten12,87
Duiven13,71
Echt-Susteren17,4
Edam-Volendam7,12
Ede10,54
Eemnes9,07
Eemsdelta12,76
Eersel9,91
Eijsden-Margraten10,61
Eindhoven10,91
Elburg10,32
Emmen12,04
Enkhuizen12,91
Enschede12,64
Epe11,43
Ermelo12,6
Etten-Leur11,57
Geertruidenberg14,67
Geldrop-Mierlo16,35
Gemert-Bakel10,22
Gennep13,6
Gilze en Rijen11,01
Goeree-Overflakkee9,03
Goes16,48
Goirle10,61
Gooise Meren12,14
Gorinchem8,92
Gouda12,03
Groningen13,01
Gulpen-Wittem10,88
Haaksbergen10,32
Haarlem8,39
Haarlemmermeer11,35
Halderberge12,07
Hardenberg11,59
Harderwijk11,71
Hardinxveld-Giessendam7,38
Harlingen11,19
Hattem9,35
Heemskerk8,82
Heemstede8,43
Heerde12,45
Heerenveen11,91
Heerlen12,65
Heeze-Leende8,67
Heiloo10,86
Hellendoorn11,14
Helmond13,19
Hendrik-Ido-Ambacht8,44
Hengelo (O.)10,49
Het Hogeland15,65
Heumen9,97
Heusden11,93
Hillegom16,2
Hilvarenbeek8,63
Hilversum11,35
Hoeksche Waard8,92
Hof van Twente9,4
Hollands Kroon11,36
Hoogeveen12,04
Hoorn10,74
Horst aan de Maas11,83
Houten12,36
Huizen12,24
Hulst13,47
IJsselstein11,14
Kaag en Braassem12,36
Kampen10,76
Kapelle16,29
Katwijk11,04
Kerkrade13,88
Koggenland8,7
Krimpen aan den IJssel13,84
Krimpenerwaard9,97
Laarbeek11,24
Land van Cuijk11,65
Landgraaf11,57
Landsmeer10,99
Lansingerland11,13
Laren (NH.)10,56
Leeuwarden14,67
Leiden11,9
Leiderdorp10,55
Leidschendam-Voorburg11,93
Lelystad8,6
Leudal14,32
Leusden9,9
Lingewaard13,12
Lisse14,69
Lochem10,76
Loon op Zand10,96
Lopik9,63
Losser11,15
Maasdriel12,29
Maasgouw13,73
Maashorst11,55
Maassluis8,15
Maastricht13,93
Medemblik11,45
Meerssen12,81
Meierijstad10,44
Meppel9
Middelburg (Z.)15,47
Midden-Delfland9,64
Midden-Drenthe12,43
Midden-Groningen14,04
Moerdijk12,05
Molenlanden6,96
Montferland12,47
Montfoort8,75
Mook en Middelaar10,62
Neder-Betuwe11,7
Nederweert12,19
Nieuwegein10,71
Nieuwkoop9,64
Nijkerk10,49
Nijmegen13,08
Nissewaard10,09
Noardeast-Fryslân10,52
Noord-Beveland13,92
Noordenveld12,75
Noordoostpolder9,4
Noordwijk14,31
Nuenen, Gerwen en Nederwetten10,79
Nunspeet10,82
Oegstgeest10,33
Oirschot10,17
Oisterwijk9,9
Oldambt12,45
Oldebroek10,22
Oldenzaal9,94
Olst-Wijhe10,75
Ommen12,14
Oost Gelre11,26
Oosterhout12,39
Ooststellingwerf12,54
Oostzaan9,98
Opmeer10,65
Opsterland9,96
Oss12,34
Oude IJsselstreek14,46
Ouder-Amstel10,75
Oudewater7,61
Overbetuwe11,76
Papendrecht8,89
Peel en Maas11,18
Pekela13,59
Pijnacker-Nootdorp10,28
Purmerend9,02
Putten9,42
Raalte10,04
Reimerswaal12,63
Renkum13,51
Renswoude7,82
Reusel-De Mierden12,02
Rheden12,58
Rhenen10,35
Ridderkerk12,18
Rijssen-Holten10,23
Rijswijk (ZH.)11,54
Roerdalen14,29
Roermond15,01
Roosendaal11,61
Rotterdam9,47
Rozendaal13,64
Rucphen13,92
Schagen10,2
Scherpenzeel10,76
Schiedam9,25
Schiermonnikoog15,53
Schouwen-Duiveland11,98
Simpelveld10,49
Sint-Michielsgestel9,37
Sittard-Geleen15,27
Sliedrecht8,88
Sluis14,02
Smallingerland12,94
Soest9,4
Someren8,74
Son en Breugel12,35
Stadskanaal12,49
Staphorst5,28
Stede Broec10,29
Steenbergen13,65
Steenwijkerland8,94
Stein (L.)14,38
Stichtse Vecht7,95
Súdwest-Fryslân11,65
Terneuzen14,44
Terschelling8,32
Texel11,13
Teylingen14,02
Tholen11,85
Tiel21,43
Tilburg13,1
Tubbergen7,86
Twenterand11,77
Tynaarlo11,27
Tytsjerksteradiel11,69
Uitgeest9,01
Uithoorn11,24
Urk6,41
Utrecht10,81
Utrechtse Heuvelrug12,96
Vaals8,63
Valkenburg aan de Geul12,38
Valkenswaard13,74
Veendam15,12
Veenendaal10,86
Veere12,25
Veldhoven11,47
Velsen10,2
Venlo11,78
Venray11,83
Vijfheerenlanden9,3
Vlaardingen9,57
Vlieland7,2
Vlissingen16,77
Voerendaal8,29
Voorne aan Zee10,44
Voorschoten9,99
Voorst8,92
Vught9,15
Waadhoeke10,34
Waalre10,67
Waalwijk12,11
Waddinxveen10,78
Wageningen13,34
Wassenaar10,35
Waterland9,79
Weert13,16
West Betuwe12,61
West Maas en Waal12,64
Westerkwartier12,37
Westerveld11,33
Westervoort12,9
Westerwolde9,92
Westland9,95
Weststellingwerf9,85
Wierden8,54
Wijchen15,07
Wijdemeren11,56
Wijk bij Duurstede13,13
Winterswijk11,06
Woensdrecht13,56
Woerden9,12
Wormerland10,28
Woudenberg9,79
Zaanstad13,38
Zaltbommel13,71
Zandvoort7,86
Zeewolde13,04
Zeist12,72
Zevenaar13,71
Zoetermeer14,56
Zoeterwoude9,64
Zuidplas10,55
Zundert9,53
Zutphen15,22
Zwartewaterland6,97
Zwijndrecht11,49
Zwolle9,94

1.5.2 Jeugdhulp bij 18 tot 23-jarigen, 1e halfjaar 2026*
Gemeente_naamaandeelJH (%)
's-Gravenhage0,88
's-Hertogenbosch1,87
Aa en Hunze1,27
Aalsmeer0,58
Aalten1,36
Achtkarspelen1,05
Alblasserdam0,76
Albrandswaard0,74
Alkmaar1,15
Almelo3,06
Almere1,4
Alphen aan den Rijn0,85
Alphen-Chaam0
Altena0,51
Ameland0
Amersfoort2,83
Amstelveen0,48
Amsterdam1,12
Apeldoorn2,13
Arnhem1,03
Assen1,84
Asten0
Baarle-Nassau0
Baarn2,57
Barendrecht0,9
Barneveld0,95
Beek (L.)0
Beekdaelen0,69
Beesel2,19
Berg en Dal0,82
Bergeijk0,8
Bergen (L.)1,29
Bergen (NH.)0
Bergen op Zoom1,29
Berkelland1,35
Bernheze0,73
Best1,17
Beuningen1,48
Beverwijk0,64
Bladel0
Blaricum0
Bloemendaal0,83
Bodegraven-Reeuwijk1,65
Boekel0
Borger-Odoorn1,31
Borne3,34
Borsele2,04
Boxtel1,85
Breda0,56
Bronckhorst1,6
Brummen2,36
Brunssum1,95
Bunnik1,77
Bunschoten0,79
Buren0,79
Capelle aan den IJssel2,53
Castricum0,61
Coevorden1,14
Cranendonck3,6
Culemborg0,96
Dalfsen1,33
Dantumadiel1,43
De Bilt1,37
De Fryske Marren1,1
De Ronde Venen0,45
De Wolden0,81
Delft1
Den Helder1,61
Deurne0,74
Deventer1,43
Diemen0,41
Dijk en Waard0,53
Dinkelland0
Doesburg2,47
Doetinchem1,69
Dongen0
Dordrecht1,68
Drechterland0
Drimmelen0
Dronten0,5
Druten0
Duiven0,64
Echt-Susteren1,72
Edam-Volendam0
Ede1,1
Eemnes1,9
Eemsdelta1,44
Eersel1,65
Eijsden-Margraten1,81
Eindhoven0,71
Elburg1,41
Emmen1,2
Enkhuizen1
Enschede1,24
Epe2,07
Ermelo1,64
Etten-Leur1,41
Geertruidenberg0,69
Geldrop-Mierlo1,76
Gemert-Bakel0,54
Gennep0
Gilze en Rijen0,75
Goeree-Overflakkee1,5
Goes1,43
Goirle0,82
Gooise Meren0,94
Gorinchem0,89
Gouda1,71
Groningen0,77
Gulpen-Wittem0
Haaksbergen3,17
Haarlem1,15
Haarlemmermeer1,3
Halderberge1,05
Hardenberg1,25
Harderwijk1,05
Hardinxveld-Giessendam0,98
Harlingen0
Hattem1,28
Heemskerk0,81
Heemstede0
Heerde1,99
Heerenveen1,23
Heerlen1,41
Heeze-Leende0
Heiloo0,6
Hellendoorn2,07
Helmond0,76
Hendrik-Ido-Ambacht0
Hengelo (O.)1,28
Het Hogeland2,25
Heumen1,71
Heusden1,02
Hillegom1,5
Hilvarenbeek0
Hilversum0,77
Hoeksche Waard0,8
Hof van Twente1,01
Hollands Kroon0,69
Hoogeveen1,06
Hoorn1,03
Horst aan de Maas1,36
Houten1,43
Huizen1,45
Hulst1,62
IJsselstein1,07
Kaag en Braassem0,81
Kampen1,54
Kapelle2,34
Katwijk1,73
Kerkrade1,79
Koggenland0
Krimpen aan den IJssel3,43
Krimpenerwaard1,37
Laarbeek0
Land van Cuijk0,6
Landgraaf1,02
Landsmeer0
Lansingerland1,76
Laren (NH.)0
Leeuwarden1,89
Leiden0,41
Leiderdorp0,74
Leidschendam-Voorburg0,78
Lelystad1,37
Leudal2,96
Leusden1,74
Lingewaard0,98
Lisse1,16
Lochem2,13
Loon op Zand1,21
Lopik0,92
Losser1,35
Maasdriel1,56
Maasgouw2,79
Maashorst0,82
Maassluis0,65
Maastricht0,52
Medemblik0,87
Meerssen0
Meierijstad0,83
Meppel0,8
Middelburg (Z.)2,28
Midden-Delfland1,59
Midden-Drenthe0,88
Midden-Groningen1,81
Moerdijk1,11
Molenlanden0,83
Montferland1,44
Montfoort0
Mook en Middelaar0
Neder-Betuwe1,12
Nederweert2,69
Nieuwegein1,81
Nieuwkoop0,53
Nijkerk0,86
Nijmegen0,82
Nissewaard1,08
Noardeast-Fryslân1,54
Noord-Beveland0
Noordenveld1,29
Noordoostpolder1,29
Noordwijk0,94
Nuenen, Gerwen en Nederwetten0,82
Nunspeet0,81
Oegstgeest0
Oirschot0,86
Oisterwijk0,78
Oldambt1,77
Oldebroek0,75
Oldenzaal0,66
Olst-Wijhe0,73
Ommen1,23
Oost Gelre1,29
Oosterhout1,13
Ooststellingwerf1,31
Oostzaan1,47
Opmeer1,35
Opsterland1,04
Oss1,1
Oude IJsselstreek1,24
Ouder-Amstel0
Oudewater1,39
Overbetuwe1,11
Papendrecht1,53
Peel en Maas1,4
Pekela1,25
Pijnacker-Nootdorp1
Purmerend0,78
Putten0,84
Raalte0,72
Reimerswaal2,13
Renkum1,15
Renswoude0
Reusel-De Mierden1,6
Rheden1,24
Rhenen1,19
Ridderkerk1
Rijssen-Holten3,6
Rijswijk (ZH.)0,74
Roerdalen2,36
Roermond2,81
Roosendaal1,09
Rotterdam1,91
Rozendaal0
Rucphen0
Schagen0,7
Scherpenzeel0
Schiedam1,18
Schiermonnikoog0
Schouwen-Duiveland1,94
Simpelveld0
Sint-Michielsgestel0,92
Sittard-Geleen0,76
Sliedrecht1,63
Sluis1,89
Smallingerland1,52
Soest2,05
Someren0,91
Son en Breugel0
Stadskanaal1,79
Staphorst1,23
Stede Broec0,71
Steenbergen1,09
Steenwijkerland1,93
Stein (L.)0
Stichtse Vecht1,43
Súdwest-Fryslân1,14
Terneuzen1,5
Terschelling0
Texel0
Teylingen1,45
Tholen1,26
Tiel3,68
Tilburg0,7
Tubbergen1,11
Twenterand2,02
Tynaarlo1,26
Tytsjerksteradiel1,63
Uitgeest0
Uithoorn0,8
Urk0,74
Utrecht2,06
Utrechtse Heuvelrug1,11
Vaals0
Valkenburg aan de Geul1,29
Valkenswaard2,45
Veendam1,86
Veenendaal1,48
Veere1,44
Veldhoven1,21
Velsen1,34
Venlo2,58
Venray1
Vijfheerenlanden1,45
Vlaardingen1,55
Vlieland0
Vlissingen1,78
Voerendaal1,5
Voorne aan Zee1,03
Voorschoten0,52
Voorst2,49
Vught1,68
Waadhoeke0,94
Waalre1,69
Waalwijk1,14
Waddinxveen1,18
Wageningen0,72
Wassenaar0,8
Waterland0,85
Weert3,37
West Betuwe0,84
West Maas en Waal1,96
Westerkwartier1,98
Westerveld0,99
Westervoort0
Westerwolde1,06
Westland1,54
Weststellingwerf0,67
Wierden1,88
Wijchen1,28
Wijdemeren0,73
Wijk bij Duurstede0
Winterswijk1,17
Woensdrecht1,17
Woerden0,93
Wormerland1,66
Woudenberg2,21
Zaanstad2,74
Zaltbommel3,22
Zandvoort0
Zeewolde0
Zeist1,31
Zevenaar1,4
Zoetermeer1,36
Zoeterwoude0
Zuidplas1,92
Zundert0
Zutphen2,88
Zwartewaterland1,1
Zwijndrecht1,02
Zwolle1,75

1.5.3 Jeugdhulp bij 0 tot 18-jarigen, 1e halfjaar 2026*
Jeugdzorgregios_naamstatcode
Achterhoek11,82
Alkmaar (Noord-Kennemerland)12,18
Amsterdam-Amstelland10,64
Centraal Gelderland13,18
Drenthe11,95
Eemland9,36
Flevoland10,44
Food Valley10,11
Friesland (Fryslân)11,8
Gooi en Vechtstreek11,68
Groningen13,18
Haaglanden10,35
Haarlemmermeer11,35
Holland Rijnland11,85
IJmond (Midden Kennemerland)9,42
IJsselland9,94
Kop van Noord-Holland11,97
Lekstroom10,67
Midden Holland10,67
Midden IJssel / Oost Veluwe11,93
Midden-Brabant (Hart van Brabant)11,98
Midden-Limburg Oost15,23
Midden-Limburg West13,37
Noord-Limburg11,93
Noord-Veluwe11,2
Noordoost Brabant11,01
Rijk van Nijmegen12,6
Rijnmond10,07
Rivierenland13,82
Twente11,09
Utrecht Stad10,81
Utrecht West8,33
West Brabant Oost10,26
West Brabant West12,62
West Friesland10,63
Zaanstreek-Waterland11,11
Zeeland14,27
Zuid Kennemerland8,39
Zuid-Holland Zuid9,3
Zuid-Limburg13,14
Zuidoost Utrecht13,14
Zuidoost-Brabant11,5

1.5.4 Jeugdhulp bij 18 tot 23-jarigen, 1e halfjaar 2026*
Jeugdzorgregios_naamstatcode
Achterhoek1,42
Alkmaar (Noord-Kennemerland)0,76
Amsterdam-Amstelland1,01
Centraal Gelderland1,03
Drenthe1,22
Eemland2,38
Flevoland1,23
Food Valley1,11
Friesland (Fryslân)1,37
Gooi en Vechtstreek0,93
Groningen1,15
Haaglanden1,01
Haarlemmermeer1,3
Holland Rijnland0,82
IJmond (Midden Kennemerland)1
IJsselland1,44
Kop van Noord-Holland0,95
Lekstroom1,44
Midden Holland1,6
Midden IJssel / Oost Veluwe2,23
Midden-Brabant (Hart van Brabant)0,77
Midden-Limburg Oost2,49
Midden-Limburg West3,12
Noord-Limburg1,78
Noord-Veluwe0,98
Noordoost Brabant1,19
Rijk van Nijmegen0,92
Rijnmond1,7
Rivierenland1,82
Twente1,72
Utrecht Stad2,06
Utrecht West0,94
West Brabant Oost0,61
West Brabant West1,11
West Friesland0,88
Zaanstreek-Waterland1,7
Zeeland1,79
Zuid Kennemerland1,02
Zuid-Holland Zuid1,11
Zuid-Limburg0,87
Zuidoost Utrecht1,2
Zuidoost-Brabant0,96

In relatie tot de bevolkingsomvang van de gemeente, werd de meeste jeugdhulp verleend in de gemeenten met 100-150 duizend (figuur 1.5.5). Van de jongeren tot 18 jaar uit die gemeenten ontving 12 procent jeugdhulp. Het percentage jongeren van 18 tot 23 jaar met jeugdhulp was het hoogst in de gemeenten met meer dan 250 duizend inwoners.

1.5.5 Jeugdhulp naar gemeentegrootte, 1e halfjaar 2026*
 0 tot 18 jaar (%)18 tot 23 jaar (%)
Totaal Nederland11,21,3
Gemeenten met:
Minder dan 5.000 inwoners9,90,1
5.000 tot 10.000 inwoners10,41,1
10.000 tot 20.000 inwoners10,71,2
20.000 tot 50.000 inwoners11,41,3
50.000 tot 100.000 inwoners11,41,3
100.000 tot 150.000 inwoners121,2
150.000 tot 250.000 inwoners11,61,2
250.000 inwoners of meer9,91,4

2. Jeugdhulptrajecten

2.1 510 duizend hulptrajecten in het eerste halfjaar van 2026

In de eerste zes maanden van 2026 waren ruin 510 duizend jeugdhulptrajecten actief. Ruim 51 duizend trajecten werden uitgevoerd door het wijk- of buurtteam van de gemeente, 423 duizend trajecten betrof overige jeugdhulp zonder verblijf en 37 duizend jeugdhulp met verblijf (figuur 2.1.1).

De ervaring uit eerdere jaren leert dat, net als bij het aantal jongeren, ook het definitieve aantal jeugdhulptrajecten hoger ligt dan bij de voorlopige uitkomsten. Voor 2025 was het verschil tussen het voorlopige en het definitieve aantal jeugdhulptrajecten 6,4 procent. De hier gepresenteerde voorlopige uitkomsten over het eerste halfjaar van 2026 zullen bij de definitieve versie naar verwachting dus hoger uitkomen, maar nog altijd ruim 2 procent lager dan over het eerste halfjaar van 2025.

2.1.1 Jeugdhulptrajecten1)
 1e hj 2026* (x 1 000)1e hj 2025** (x 1 000)1e hj 2024 (x 1 000)1e hj 2023 (x 1 000)
Totaal
jeugdhulp
510,48556,975567,72556,09
Wijk- of
buurtteam
51,2459,56560,5861,415
Overig
zonder
verblijf
422,7456,025464,09450,55
Met
verblijf
36,54541,38543,0544,12
1)Trajecten die over meerdere perioden liepen komen meerdere malen in de figuur voor.

In de eerste zes maanden van 2026 zijn 145 duizend nieuwe jeugdhulptrajecten gestart. Van alle trajecten die op enig moment in het eerste halfjaar van 2026 actief waren, is 29 procent ook in die periode gestart. (figuur 2.1.2).

2.1.2 Begonnen trajecten jeugdhulp zonder verblijf, naar hulpvorm1)
 In verslagjaar begonnen (x 1 000)Reeds lopend traject (x 1 000)
Wijkteam
1e hj 2026*15,67535,565
1e hj 2025**18,91540,65
1e hj 202421,41539,165
1e hj 202320,46540,955
Ambulant
1e hj 2026*89,96217,56
1e hj 2025**101,985231,46
1e hj 2024110,97226,845
1e hj 2023109,885217,97
Daghulp
1e hj 2026*8,08522,69
1e hj 2025**9,44523,985
1e hj 202410,48523,56
1e hj 20239,423,475
Netwerk
jongere
1e hj 2026*24,87559,53
1e hj 2025**27,3961,755
1e hj 202429,4462,79
1e hj 202330,31559,51
1)Trajecten die over meerdere perioden liepen komen meerdere malen in de figuur voor.

Van de 16 duizend pleegzorgtrajecten in het eerste halfjaar van 2026 is 7 procent ook in die periode gestart. Het aantal trajecten gesloten plaatsing daalde van 1 355 in de eerste zes maanden van 2023 naar 840 in de eerste helft van 2026.

2.1.3 Begonnen trajecten jeugdhulp met verblijf, naar hulpvorm1)
 In verslagjaar begonnen (x 1 000)Reeds lopend traject (x 1 000)
Pleegzorg
1e hj 2026*1,1514,52
1e hj 2025**1,51515,89
1e hj 20242,0816,355
1e hj 20232,13516,97
Gezinsgericht
1e hj 2026*0,834,21
1e hj 2025**1,254,655
1e hj 20241,3454,75
1e hj 20231,64,48
Gesloten
plaatsing
1e hj 2026*0,310,53
1e hj 2025**0,3950,56
1e hj 20240,5150,625
1e hj 20230,640,715
Overig
1e hj 2026*4,48510,505
1e hj 2025**5,43511,69
1e hj 20245,39511,98
1e hj 20236,00511,575
1)Trajecten die over meerdere perioden liepen komen meerdere malen in de figuur voor.

Bij 26 procent van de nieuw begonnen jeugdhulptrajecten in de eerste zes maanden van 2026 was sprake van herhaald beroep (figuur 2.1.4). Dat wil zeggen dat de jongeren die in deze periode een nieuw jeugdhulptraject startten, in de vijf voorafgaande jaren al eerder een jeugdhulptraject hebben gehad dat is afgesloten. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar de hulpvorm die eerder is ontvangen.

2.1.4 Herhaald beroep1)
 1e hj 2026* (%)1e hj 2025** (%)1e hj 2024 (%)1e hj 2023 (%)
Totaal
jeugdhulp
25,926,126,526
Wijk- of
buurtteam
27,127,928,125,3
Overig
zonder
verblijf
26,226,62726,7
Met
verblijf
1714,614,616,9
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode.

Bij ruim 3 procent van de 145 duizend trajecten die in het eerste halfjaar van 2026 zijn gestart, was sprake van crisis bij aanvang. Trajecten jeugdhulp met verblijf starten steeds vaker vanuit een crisissituatie. In het eerste halfjaar van 2026 is bijna 24 procent gestart met crisis. Of er sprake is van crisis is gebaseerd op het oordeel van de jeugdhulpprofessional.

2.1.5 Gestart met crisis1)
 1e hj 2026* (%)1e hj 2025** (%)1e hj 2024 (%)1e hj 2023 (%)
Totaal
jeugdhulp
3,43,133,1
Wijk- of
buurtteam
0,90,80,90,3
Overig
zonder
verblijf
2,72,42,22,4
Met
verblijf
23,61819,919
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode.

2.2 Meeste jeugdhulp doorverwezen door huisarts

In het eerste halfjaar van 2026 werd 34 procent van de jeugdhulptrajecten gestart na verwijzing door een huisarts en 33 procent via een gemeentelijke toegang. Uitgesplitst naar hulpvorm blijkt dat de huisarts 36 procent van de nieuw begonnen trajecten jeugdhulp zonder verblijf in het eerste halfjaar van 2026 heeft verwezen (figuur 2.2.1) en 5 procent van de nieuw begonnen trajecten jeugdhulp met verblijf (figuur 2.2.2).

2.2.1 Verwijzer jeugdhulp zonder verblijf1)
 1e hj 2026* (%)1e hj 2025** (%)1e hj 2024 (%)1e hj 2023 (%)
Huisarts35,634,636,539,1
Gemeentelijke toegang32,933,531,830,8
Geen verwijzer1616,717,615,9
Gecertificeerde instelling6,25,65,55,7
Medisch specialist55,34,64,4
Jeugdarts3,83,73,63,6
Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting0,30,30,30,3
Onbekend0,10,30,10,1
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. Trajecten onder Geen verwijzer betreft vrij toegankelijke jeugdhulp.

Vanaf verslagjaar 2021 zijn alle trajecten met de hulpvorm uitgevoerd door het wijk- of buurtteam ondergebracht in de categorie ‘geen verwijzer’. Dit betreft jeugdhulptrajecten waarvoor geen verwijzing nodig is, de zogenaamde vrij toegankelijke jeugdhulp. Wijkhulp is immers per definitie vrij toegankelijk. Wel kan het zo zijn dat bijvoorbeeld de huisarts de jongere of diens ouders heeft geadviseerd om contact op te nemen met het wijkteam, maar dit is formeel gezien geen verwijzing.

De meeste Jeugdhulp met verblijf wordt doorverwezen via de gemeente (44 procent) en door gecertificeerde Instellingen (38 procent).

2.2.2 Verwijzer jeugdhulp met verblijf1)
 1e hj 2026* (%)1e hj 2025** (%)1e hj 2024 (%)1e hj 2023 (%)
Gemeentelijke toegang44,243,946,744,8
Gecertificeerde instelling38,436,43534
Medisch specialist5,45,75,66,5
Onbekend5,35,55,37,2
Huisarts4,97,45,86,1
Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting1,50,91,21,1
Jeugdarts0,40,30,40,4
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode.

2.3 Jeugdhulptrajecten duren meestal korter dan een jaar

Van de trajecten die in het eerste halfjaar van 2026 zijn afgesloten, duurde 32 procent korter dan zes maanden en 60 procent duurde korter dan een jaar.

Het aantal afgesloten trajecten blijft in deze rapportage met voorlopige uitkomsten onvermeld omdat dit cijfer niet betrouwbaar wordt geacht. Bij de volgende uitvraag, over het tweede halfjaar van 2026 zullen, zoals in elke uitvraagperiode, jeugdhulptrajecten ontbreken die in het eerste halfjaar van 2026 zijn aangeleverd zonder einddatum. Zulke trajecten worden dan alsnog afgesloten waardoor het aantal afgesloten trajecten in het eerste halfjaar van 2026 zal toenemen. Het is nu nog niet te zeggen om hoeveel trajecten dit gaat.
De gemiddelde duur en de procentuele verdeling van de reden van beëindiging van trajecten waarvan nu al bekend is dat ze afgesloten zijn, wordt wel weergegeven. De definitieve uitkomsten voor deze twee kenmerken wijken niet wezenlijk af van het beeld uit de voorlopige uitkomsten.

2.3.1 Duur afgesloten trajecten, 1e halfjaar 2026*
 0 tot 3 maanden (%)3 tot 6 maanden (%)6 tot 12 maanden (%)12 tot 36 maanden (%)langer dan 36 maanden (%)
Totaal192651882032830406107270
Zonder verblijf170301788031855392056115
waarvan
Wijkteam3935293536454035985
Ambulant89101063021000265803660
Daghulp820145015351635610
Netwerk jongere3370286056706950860
Met verblijf223593597514051155
waarvan
Pleegzorg245195180290660
Gezinsgericht14585115210150
Gesloten plaatsing12070905510
Overig1725590590850335

Een jeugdhulptraject dat in de eerste helft van 2026 werd afgesloten duurde gemiddeld 430 dagen (figuur 2.3.2). Dat is 11 dagen langer dan een gemiddeld afgesloten traject in de eerste helft van 2025. Trajecten met de hulpvorm gesloten plaatsing duren met gemiddeld 241 dagen het kortst. Afgesloten pleegzorgtrajecten duurden het langst, gemiddeld 1 517 dagen. In het eerste halfjaar van 2025 duurde een gemiddeld pleegzorgtraject nog 108 dagen korter. De grote fluctuatie van de gemiddelde duur van afgesloten pleegzorgtrajecten is te verklaren doordat dit soms zeer langdurige trajecten zijn, waarbij een individueel traject van grote invloed kan zijn op de gemiddelde waarde.

De gemiddelde duur van afgesloten jeugdhulptrajecten zonder verblijf nam in de eerste helft van 2026 ten opzichte van de eerste helft van 2025 toe met 10 dagen. De gemiddelde duur van wijkhulp daalde met 12 dagen, ambulante trajecten stegen met 10 dagen, daghulp nam met gemiddeld 53 dagen toe en de duur van afgesloten trajecten jeugdhulp in het netwerk van de jongere steeg met gemiddeld 11 dagen.

2.3.2 Gemiddelde duur
 1e hj 2026* (dagen)1e hj 2025** (dagen)1e hj 2024 (dagen)1e hj 2023 (dagen)
Totaal jeugdhulp430419394403
Zonder verblijf417407385395
waarvan
Wijkteam367379363397
Ambulant429419383398
Daghulp466413456463
Netwerk jongere397386389365
Met verblijf663621555542
waarvan
Pleegzorg1517140913071338
Gezinsgericht693613550504
Gesloten plaatsing241252195196
Overig365338333308

2.4 Jeugdhulptraject meestal volgens plan beëindigd

Van alle jeugdhulptrajecten die in het eerste halfjaar van 2026 met een bekende reden werden afgesloten, werd 80 procent beëindigd volgens plan (figuur 2.4.1). Naast beëindiging volgens plan werd 12 procent van de trajecten voortijdig afgesloten in overeenstemming tussen cliënt en aanbieder. De overige werden eenzijdig beëindiging door de jeugdige (3 procent) of door de aanbieder (2 procent) of er was sprake van externe omstandigheden (3 procent).

2.4.1 Reden beëindiging1)
 1e hj 2026* (%)1e hj 2025** (%)1e hj 2024 (%)1e hj 2023 (%)
Beëindigd
volgens
plan
80,381,780,880
Voortijdig
in over-
eenstemming
12,211,512,112,4
Voortijdig
door
cliënt
3,133,13,5
Voortijdig
wegens externe
omstandigheden
32,52,62,4
Voortijdig
door
aanbieder
1,51,31,41,6
1)Jeugdhulptrajecten die zijn beëindigd in de verslagperiode en waarvan de reden beëindiging bekend is.

Meer informatie over jeugdhulp op de website van het CBS

Meer informatie over jeugdhulp op de website van het CBS

Privacy is een groot goed. Ook als je niks te verbergen hebt, heb je heel wat te beschermen. Het CBS is het Statistisch Bureau van Nederland dat onafhankelijk onderzoek uitvoert. Het CBS werkt bij elk onderzoek met strenge eisen om data op een veilige manier te verwerven, te verwerken en te publiceren en is transparant over de manier van werken en de methodieken.

Het CBS verzamelt gegevens van natuurlijke personen, bedrijven en instellingen. Dit is wettelijk vastgelegd in de CBS-wet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Identificerende persoonskenmerken worden na ontvangst direct gepseudonimiseerd. Hierdoor kan het onderzoek alleen worden uitgevoerd op gegevens met een pseudosleutel. Bij publicatie zorgt het CBS er bovendien voor dat natuurlijke personen of bedrijven niet herkenbaar of herleidbaar zijn. Ook hanteert het CBS diverse maatregelen tegen diefstal, verlies of misbruik van persoonsgegevens. Het CBS levert geen herkenbare gegevens aan derden, ook niet aan andere overheidsinstellingen. Wel kunnen sommige (wetenschappelijke) instellingen onder strenge voorwaarden toegang krijgen tot gegevens met pseudosleutel op persoons- of bedrijfsniveau. Dit noemen we microdata.

Voor meer informatie, zie onze website www.cbs.nl/privacy.

Begrippenlijst

Jeugdhulp

Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De hulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en kan verlengd worden tot 23 jaar. Als de jongere overnacht bij de jeugdhulpinstelling, het pleeggezin of het gezinshuis, is er sprake van jeugdhulp met verblijf.

De volgende vormen van jeugdhulp worden onderscheiden:

Jeugdhulp zonder verblijf

Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet, en voor zover deze in natura is geleverd door de zorgaanbieder (dus exclusief PGB). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft thuis, in het eigen gezin. Of anders gezegd, de jongere slaapt thuis. In ieder geval formeel. Het kan zijn dat de jongere bij opa en oma slaapt of bij iemand anders, echter dit is dan niet formeel zo geregeld.

Uitgevoerd door het wijk- of buurtteam

Nagenoeg elke gemeente werkt met de inzet van wijk- of buurtteams. Soms beperken deze teams zich tot het coördineren van de hulp aan de jongere, maar veelal bieden deze teams ook zelf hulp. Het gaat hier om de jeugdhulp die de teams zelf verleend hebben. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder

Ambulante jeugdhulp op locatie betreft ambulante hulp of groepsgesprekken op locatie bij de zorgaanbieder of digitaal waarbij in principe één (algemene) expertise tegelijkertijd binnen de hulpverlening wordt ingezet. Het betreft fysieke of digitale face-to-face contacten (groepsgesprekken of individueel) met de jeugdige en/of ouders. De gesprekken duren doorgaans maximaal twee uur. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Daghulp op locatie van de aanbieder

Bij daghulp is een begeleider of hulpverlener minimaal een dagdeel in de nabije omgeving van de jongere. De hulp kan in een groep of individueel plaatsvinden. Dagbesteding en dagstructurering vallen hier ook onder. Daghulp vindt plaats op de locatie van de zorgaanbieder. Een belangrijk kenmerk van de dagbehandeling is dat een multidisciplinair team voor de dagbehandeling wordt ingezet. Het gaat bijvoorbeeld om een combinatie van fysiotherapie, gedragstherapie en psychotherapie die tijdens de dagbehandeling wordt ingezet. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Jeugdhulp in het netwerk van de jongere

Jeugdhulp in het netwerk van de jongere vindt plaats bij de jongere thuis, op school of elders in het netwerk van de jongere. In ieder geval niet op locatie bij de zorgaanbieder. De intensiteit kan variëren van een of enkele uren tot 24 uur per dag. Het gaat hier in de regel om interventies, die zich niet alleen op het kind richten, maar ook op de bredere omgeving van het kind (variërend van ouders en bredere familie tot vrienden, buren en leerkracht). PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Jeugdhulp met verblijf

Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet en voor zover deze in natura is geleverd door de zorgaanbieder (dus exclusief PGB). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft in een pleeggezin, gezinshuis, leef- of behandelgroep, gesloten afdeling, GGZ-instelling of soortgelijke locaties waar jeugdhulp geleverd wordt. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.

Pleegzorg

Vorm van jeugdhulp waarbij een jongere (tijdelijk) wordt opgenomen in een pleeggezin en waarbij pleegkind, pleegouders en eigen ouders worden begeleid door een pleegzorgaanbieder. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Gezinsgericht

Alle vormen van verblijf die een gezinssituatie benaderen, maar geen pleegzorg zijn. Te denken valt aan gezinshuizen, logeerhuizen en zorgboerderijen waar jongeren overnachten. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Gesloten plaatsing

De jongere verblijft bij een jeugdhulpaanbieder op basis van een machtiging gesloten jeugdzorg of op basis van een machtiging BOPZ (Wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen, t/m 2019) of machtiging Wvggz (Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg, vanaf 2020). PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Overig verblijf bij een jeugdhulpaanbieder

De jongere verblijft in een accommodatie van de jeugdhulpaanbieder, veelal in een groep met andere jongeren. In feite betreft het alle vormen van verblijf die niet onder een van de voorgaande categorieën vallen. Hieronder vallen ook begeleid wonen en kamertraining. Ook kleinschalige residentiele leef- en behandelgroepen die geen gezinssituatie benaderen, vallen onder deze categorie. PGB gefinancierde jeugdhulp is hierin niet meegenomen.

Herhaald beroep

Een jeugdhulptraject wordt als herhaald beroep gezien, als de desbetreffende jongere in de vijf jaar voorafgaand aan de verslagperiode jeugdhulp heeft ontvangen.

Gestart met crisis

De hulpverlening is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie. Of de jeugdhulp al dan niet is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie is het professionele oordeel van de jeugdhulpprofessional. Er is daarmee geen vaste definitie van crisis. Iedere professional heeft een beeld bij het onderscheid crisis-geen crisis.

Gecertificeerde instelling

Gecertificeerde instellingen zijn organisaties die, conform de Jeugdwet, maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren. Deze instellingen moeten in het bezit zijn van een certificaat. Daarvoor moeten zij aan een aantal eisen voldoen gericht op het borgen van de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Jeugdbescherming

Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt door de rechter dwingend opgelegd. Het doel van de jeugdbeschermingsmaatregel is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.

Jeugdreclassering

Jeugdreclassering is een combinatie van toezicht en begeleiding voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.

Verwijzer

De organisatie of persoon die de jongere en/of zijn/haar ouders heeft verwezen naar de jeugdhulp. Het betreft organisaties of personen die rechtstreeks jongeren en hun ouders op grond van de Jeugdwet kunnen doorverwijzen naar jeugdhulp. De Jeugdwet stelt dat tussen gemeenten en betrokkenen afspraken worden gemaakt over de voorwaarden waaronder en wijze waarop de rechtstreekse verwijzing verloopt.

Gemeentelijke toegang

De jongere is door de gemeente of een gemeentelijke organisatie aangemeld bij een jeugdhulpaanbieder. Hieronder vallen ook de verwijzingen van de politie, Veilig Thuis organisaties en het onderwijs.

Bijlage Methodewijzigingen Beleidsinformatie jeugd

Voor het vaststellen van het jeugdhulpgebruik heeft het CBS vanaf 2020 verschillende verbeteringen doorgevoerd bij de verwerking van de gegevens. Dit betreft een verbeterde methode voor het berekenen van de definitieve cijfers over een verslagjaar en een uitbreiding van de populatie. In onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven.

Jongeren met jeugdhulp1)
 oude methode (x 1 000)nieuwe methode (x 1 000)nieuwe populatie (x 1 000)verschil voorlopig definitief (x 1 000)
1e hj 2026*00383,4814,57
1e hj 2025**00404,790
2025**00474,7570
202400478,6550
202300476,4150
202200461,870
20210414,86538,3350
20200423,400
2019430,997,0200
2018417,765000
2017407,245000
2016389,925000
2015363,31000
1)Personen van 0 tot 23 jaar.

Nieuwe methode

Vanaf verslagjaar 2020 wordt bij het berekenen van de definitieve cijfers niet meer alleen gebruik gemaakt van de aangeleverde data over het eerste (HJ1) en tweede (HJ2) halfjaar van het verslagjaar, maar ook van de aangeleverde data over het eerste halfjaar van het daaropvolgende verslagjaar (HJ3). Het is namelijk gebleken dat de bestanden over HJ3 soms informatie bevat over het voorafgaande jaar, die niet eerder was aangeleverd.

Deze nieuwe informatie kan verschillende vormen aannemen; er kunnen trajecten van jongeren worden aangeleverd met een begindatum in HJ1 of HJ2 die nooit eerder zijn aangeleverd. Ook kunnen trajecten ontbreken in HJ3 die in HJ2 nog zijn aangeleverd zonder einddatum. Hieruit kan dan worden opgemaakt dat deze trajecten in HJ2 moeten zijn afgerond.

Het gevolg van deze veranderde werkwijze is enerzijds dat de jaarcijfers beter op elkaar aansluiten en anderzijds dat het aantal waargenomen jongeren met jeugdhulp toeneemt. Uit een herberekening van de cijfers over 2019 inclusief de bestanden over het eerste halfjaar van 2020, blijkt dat het totale aantal jongeren met jeugdhulp in 2019 met 1,6 procent kon worden gecorrigeerd.

Nieuwe populatie

Er bestaat geen centraal register van jeugdhulpaanbieders. Bij de aanvang van het onderzoek in 2015 heeft het CBS een lijst van jeugdhulpaanbieders gemaakt op basis van een uitvraag onder alle gemeenten van alle jeugdhulpaanbieders waarmee ze een contract hadden afgesloten voor het leveren van jeugdhulp. In de loop der jaren zijn jeugdhulpaanbieders gestopt en hebben nieuwe aanbieders zich bij het CBS aangemeld. Er kwamen in de jaren erna steeds meer signalen dat deze lijst niet volledig was. Het CBS heeft daarom in het voorjaar van 2021 de lijst aangevuld met informatie uit het berichtenverkeer, de zogenaamde iJW berichten, tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders in 2019 of 2020. Eerder bij het CBS onbekende aanbieders die met gemeenten berichten uitwisselen over jeugdhulp zijn aan de populatie toegevoegd. Deze ‘nieuwe’ jeugdhulpaanbieders leverden in 2021 jeugdhulp aan 38 duizend jongeren die niet al bij de reeds bekende jeugdhulpaanbieders jeugdhulp ontvingen. Vanaf 2021 heeft het CBS jaarlijks een controle uitgevoerd om eventuele nieuw gestarte jeugdhulpaanbieders aan de populatie toe te voegen. Van de totale populatie jeugdhulpaanbieders heeft elk halfjaar rond de 90 procent een bestand bij het CBS aangeleverd.

Verschil voorlopig-definitief

Tenslotte is in de figuur voor het eerste halfjaar van 2026 een prognose opgenomen van het definitieve aantal jongeren met jeugdhulp in deze periode. Elk jaar blijkt dat de definitieve cijfers hoger uitvallen dan de voorlopige cijfers. Voor het eerste halfjaar van 2025 kwam het aantal jongeren met jeugdhulp in de definitieve versie 3,8 procent hoger uit dan in de voorlopige versie. Door het aantal jongeren met jeugdhulp in de eerste helft van 2026 met dit percentage te verhogen, ontstaat een betere raming. Op basis van deze opgehoogde cijfers verwachten we dat 398 duizend jongeren jeugdhulp in natura hebben gehad.

In deze rapportage zijn de gecorrigeerde aantallen volgens de nieuwe methode en de nieuwe populatie weergegeven. De cijfers over het eerste halfjaar van 2026 zijn zonder de hierboven genoemde prognose van de definitieve aantallen. Voor de halfjaren van 2023-2025 betreft het de definitieve aantallen. Dit zijn ook de cijfers zoals het CBS die op StatLine presenteert.