Jeugdbescherming en jeugdreclassering 1e halfjaar 2026

Over deze publicatie

In deze rapportage presenteert het CBS de voorlopige cijfers over jeugdbescherming en jeugdreclassering in het eerste halfjaar van 2026. Op 30 juni 2026 liepen er ruim 25 duizend jeugdbeschermingsmaatregelen. In 72 procent ging het om een vorm van ondertoezichtstelling, en bij 28 procent ging het om een voogdijmaatregel. Er werden in de eerste helft van 2026 meer maatregelen beëindigd dan gestart. Het aantal reguliere ondertoezichtstellingen was vergelijkbaar met het eerste halfjaar van 2025, met 17 570 trajecten op 30 juni 2026. Het aantal reguliere voogdijmaatregelen daalde in het eerste halfjaar van 2026, naar 7 125 trajecten. De gemiddelde duur van beëindigde ondertoezichtstellingen in het eerste halfjaar van 2026 bleef ongeveer gelijk aan dezelfde periode in 2025. De gemiddelde duur van beëindigde voogdijmaatregelen nam toe. De meeste ondertoezichtstellingen werden beëindigd volgens plan; de meeste voogdijmaatregelen vanwege het bereiken van meerderjarigheid. Jeugdbescherming kwam relatief gezien het meest voor in jeugdregio’s in Limburg, Friesland en Zeeland.

Op 30 juni 2026 liepen er 6 105 jeugdreclasseringsmaatregelen. In de meeste gevallen ging het om een vorm van toezicht en begeleiding. Na een daling van het aantal jongeren met jeugdreclassering van 2011 tot 2022, nam tussen 2023 en 2025 het aantal weer toe. In de eerste helft van 2026 is het aantal jongeren met jeugdreclassering stabiel gebleven. Er werden in de eerste helft van 2026 meer trajecten gestart dan beëindigd. Het aantal gestarte en beëindigde trajecten is vergelijkbaar met de eerste helft van 2025. De gemiddelde duur van beëindigde trajecten was ook vergelijkbaar met het eerste halfjaar van 2025. Jeugdreclassering kwam het meeste voor in de regio’s Rotterdam en Amsterdam.