De regionale economie 2025

5. Brede welvaart

5.1 Inleiding

Om een vollediger beeld te krijgen van de kwaliteit van leven in de verschillende regio’s in Nederland kijken we in dit hoofdstuk naar de regionale brede welvaart. Op deze manier krijgen we een completer beeld dan alleen de economie. Bij de regionale meting van de brede welvaart (zie kader) wordt gekeken naar de dimensies ‘hier en nu’ en ‘later’. De dimensie ‘elders’ ontbreekt: er kan nog niet op een betekenisvolle manier onderscheid gemaakt worden in het effect dat regio’s hebben op de brede welvaart binnen en buiten Nederland.

Eerst worden in 5.2 de provincies vergeleken. Hierbij wordt de ontwikkeling genomen in de jaren 2017-2024. Bij de vergelijking wordt vooral gekeken naar het aantal keren dat provincies hoog of laag scoren bij een indicator. Vervolgens wordt in 5.3 ingezoomd op veertig onderliggende regio’s. Hierbij valt op dat Flevoland (zowel provincie als een van de regio’s) een lage brede welvaart ‘hier en nu’ heeft die in de dimensie 'later' niet terug te zien is. Hier wordt daarom uitgebreid bij stilgestaan. Ook wordt Flevoland vergeleken met drie regio’s die hetzelfde patroon kennen.

5.2 In Fryslân en Utrecht hoge brede welvaart ‘hier en nu’ en ‘later’ 

In Drenthe, Fryslân en Utrecht is de brede welvaart ‘hier en nu’ hoog ten opzichte van de andere provincies. Fryslân en Utrecht hebben ook een hoge brede welvaart ‘later’. In Flevoland, Groningen, Limburg, Noord- en Zuid-Holland is de brede welvaart ‘hier en nu’ laag. De brede welvaart ‘later’ is verreweg het laagst in Zuid-Holland.

5.2.1 Aantal indicatoren bovenaan de provincie-ranglijst brede welvaart 'hier en nu'
statnaamBovenaanen hier en nu ( indicatoren)
Drenthe12
Flevoland4
Fryslân12
Gelderland5
Groningen4
Limburg4
Noord-Brabant7
Noord-Holland8
Overijssel9
Utrecht12
Zeeland7
Zuid-Holland5
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een provincie behoort tot het bovenste kwart van de ranglijst van provincies.

5.2.2 Aantal indicatoren onderaan de provincie-ranglijst brede welvaart 'hier en nu'
statnaamOnderaan hier en nu ( indicatoren)
Drenthe10
Flevoland15
Fryslân6
Gelderland3
Groningen12
Limburg11
Noord-Brabant1
Noord-Holland13
Overijssel2
Utrecht1
Zeeland8
Zuid-Holland13
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een provincie behoort tot het onderste kwart van de ranglijst van provincies.

Hier en nu

Drenthe, Fryslân en Utrecht hebben allemaal een hoge brede welvaart ‘hier en nu’, maar ze verschillen in de thema’s die er positief uitspringen. In Drenthe en Fryslân gaat het vooral goed met het subjectief welzijn, de veiligheid, het milieu en de samenleving. In Drenthe en Fryslân doen de inwoners bijvoorbeeld veel vrijwilligerswerk vergeleken met die van andere provincies. Verder zijn de inwoners over het algemeen tevreden met hun (sociale) leven en ondervinden ze weinig delicten. Ook kennen deze provincies weinig geregistreerde misdrijven. Verder hebben ze lage fijnstofemissies en per inwoner een groot oppervlakte aan natuurlijke ecosystemen op het land, zoals bosgebieden, heide en stuifzandgebieden, moeras- en veengebieden, duin- en kustgebieden, natuurlijke graslanden en natuurlijke akkerbouw- en tuinbouwgebieden.

In Utrecht komt de hoge brede welvaart vooral voort uit een hoge materiële welvaart en een goede arbeidsmarktsituatie. De inwoners van Utrecht hebben het hoogste mediaan besteedbaar inkomen van Nederland en een lage geregistreerde problematische schuld. De netto-arbeidsparticipatie is het hoogst van alle provincies en de afstand tot het openbaar vervoer is er klein. Daarnaast ervaren Utrechters een goede gezondheid.

De lage brede welvaart ‘hier en nu’ in Flevoland, Groningen, Noord- en Zuid-Holland is minder eenduidig. Zo spelen in Flevoland verschillende thema’s een rol. De provincie scoort laag op ten minste één aspect van de thema’s subjectief welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving en veiligheid. De inwoners zijn van alle provincies het minst tevreden met het leven en hebben het vaakst geregistreerde problematische schulden. Ook zijn ze het minst tevreden met hun vrije tijd. De afstand tot het openbaar vervoer, sportterreinen, basisscholen en cafés is groot in vergelijking met de rest van Nederland. 

De provincie Groningen presteert ondergemiddeld op het gebied van materiële welvaart, wonen, samenleving en milieu. Zo is het mediaan besteedbaar inkomen laag en de werkloosheid hoog. Ook de tevredenheid met de woning en de woonomgeving is laag vergeleken met de rest van Nederland. Dit geldt ook voor de tevredenheid met het sociale leven en voor sociale contacten met familie, vrienden en buren. 

In Noord-Holland zijn de veiligheid en het subjectief welzijn relatief laag. Ook zijn de Noord-Hollanders ontevreden met hun (sociale) leven in vergelijking met de rest van Nederland. Daarnaast heeft Noord-Holland meer geregistreerde misdrijven en ondervonden delicten. 

Dat de brede welvaart in Zuid-Holland laag is komt door lage scores op het gebied van materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, veiligheid en milieu. Veel Zuid-Hollanders hebben geregistreerde problematische schulden en een, in hun ogen, minder goede gezondheid. Daarnaast zijn ze vaker werkloos en ontevreden met hun vrije tijd. Ze voelen zich het vaakst onveilig in hun eigen buurt, ondervinden vaak delicten en kennen een hoog aantal geregistreerde misdrijven per duizend inwoners. Ook is de uitstoot van fijnstof in de lucht het hoogst van alle provincies en is het openbaar groen relatief ver verwijderd van de inwoners. 

5.2.3 Aantal indicatoren bovenaan de provincie-ranglijst brede welvaart 'later'
statnaamBovenaan later ( indicatoren)
Drenthe4
Flevoland3
Fryslân7
Gelderland3
Groningen2
Limburg2
Noord-Brabant1
Noord-Holland3
Overijssel5
Utrecht7
Zeeland2
Zuid-Holland0
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een provincie behoort tot het bovenste kwart van de ranglijst van provincies.

5.2.4 Aantal indicatoren onderaan de provincie-ranglijst brede welvaart 'later'
statnaamOnderaan later ( indicatoren)
Drenthe0
Flevoland5
Fryslân1
Gelderland0
Groningen6
Limburg6
Noord-Brabant1
Noord-Holland5
Overijssel0
Utrecht3
Zeeland4
Zuid-Holland9
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een provincie behoort tot het onderste kwart van de ranglijst van provincies.

Later

Fryslân en Utrecht hebben niet alleen een hoge brede welvaart ‘hier en nu’, ook de brede welvaart ‘later’ is er hoog. Beide provincies hebben veel sociaal kapitaal; het vertrouwen in andere mensen is hoger dan gemiddeld. Daarnaast is in Utrecht het vertrouwen in instituties het hoogst van alle provincies. Voor Fryslân geldt dit voor de sociale cohesie in de woonbuurt. Fryslân heeft daarnaast ook veel natuurlijk kapitaal. Veel woningen hebben zonnepanelen, er is weinig bebouwd gebied en de oppervlakte groen-blauwe ruimte is groot ten opzichte van de andere provincies. Onder groen-blauwe ruimte vallen onder andere stedelijk groen, kleine en grote wateren (exclusief Noordzee), landelijk groen zoals bermen, heggen en bomenrijen, bossen en natuurgebieden, en gebieden onder agrarisch natuurbeheer. Utrecht scoort ook hoog op menselijk kapitaal. De arbeidsduur is er met 28,5 uur per week hoog en mensen geven zichzelf er het vaakst een ‘goed’ of ‘zeer goed’ voor hun gezondheid. Ook hebben veel mensen er een startkwalificatie; dit is minimaal een diploma op mbo 2-, havo- of vwo-niveau.

In Zuid-Holland is niet alleen de brede welvaart ‘hier en nu’ laag, de brede welvaart ‘later’ is dat ook. Dit betreft drie van de vier kapitalen, namelijk het economisch, het natuurlijk en het sociaal kapitaal. Zo hebben inwoners van Zuid-Holland weinig vertrouwen in andere mensen en is de sociale cohesie in de woonbuurt er het laagst van alle provincies. Daarnaast hebben huishoudens er een relatief laag mediaan vermogen, zijn er weinig woningen met zonnepanelen en heeft de provincie weinig areaal aan natuurlijke ecosystemen op het land en groen-blauwe ruimte. Ook is er het meeste bebouwd gebied en is de broeikasgasemissie per inwoner er hoog. De ervaren gezondheid is er lager dan gemiddeld. 

5.3 Flevoland

De brede welvaart is niet alleen bekend voor de twaalf provincies, maar ook voor de veertig zogeheten COROP-gebieden waarin Nederland is opgedeeld. In het vervolg noemen we deze ‘regio’s’. Elf daarvan hebben meer dan tien indicatoren onderaan de ranglijst brede welvaart ‘hier en nu’. Deze zijn verspreid over heel Nederland. Ook Flevoland, dat behalve provincie ook een regio is, behoort hiertoe.

5.3.1 Aantal indicatoren bovenaan de regionale ranglijst brede welvaart 'hier en nu'
statnaamBovenaan hier en nu ( indicatoren)
Achterhoek6
Agglomeratie 's-Gravenhage7
Agglomeratie Haarlem11
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek11
Alkmaar en omgeving10
Arnhem/Nijmegen4
Delft en Westland9
Delfzijl en omgeving4
Flevoland2
Groot-Amsterdam8
Groot-Rijnmond5
Het Gooi en Vechtstreek9
IJmond7
Kop van Noord-Holland6
Midden-Limburg5
Midden-Noord-Brabant5
Noord-Drenthe12
Noord-Friesland6
Noord-Limburg3
Noord-Overijssel14
Noordoost-Noord-Brabant6
Oost-Groningen3
Oost-Zuid-Holland8
Overig Groningen6
Overig Zeeland4
Twente6
Utrecht10
Veluwe9
West-Noord-Brabant3
Zaanstreek3
Zeeuwsch-Vlaanderen5
Zuid-Limburg3
Zuidoost-Drenthe6
Zuidoost-Friesland7
Zuidoost-Noord-Brabant8
Zuidoost-Zuid-Holland5
Zuidwest-Drenthe8
Zuidwest-Friesland12
Zuidwest-Gelderland5
Zuidwest-Overijssel8
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een regio behoort tot het bovenste kwart van de ranglijst van regio's.

5.3.2 Aantal indicatoren onderaan de regionale ranglijst brede welvaart 'hier en nu'
statnaamOnderaan hier en nu ( indicatoren)
Achterhoek4
Agglomeratie 's-Gravenhage13
Agglomeratie Haarlem7
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek3
Alkmaar en omgeving2
Arnhem/Nijmegen4
Delft en Westland8
Delfzijl en omgeving14
Flevoland13
Groot-Amsterdam12
Groot-Rijnmond16
Het Gooi en Vechtstreek5
IJmond5
Kop van Noord-Holland4
Midden-Limburg8
Midden-Noord-Brabant1
Noord-Drenthe8
Noord-Friesland6
Noord-Limburg7
Noord-Overijssel4
Noordoost-Noord-Brabant2
Oost-Groningen12
Oost-Zuid-Holland3
Overig Groningen12
Overig Zeeland3
Twente2
Utrecht0
Veluwe2
West-Noord-Brabant1
Zaanstreek11
Zeeuwsch-Vlaanderen11
Zuid-Limburg13
Zuidoost-Drenthe11
Zuidoost-Friesland6
Zuidoost-Noord-Brabant1
Zuidoost-Zuid-Holland8
Zuidwest-Drenthe6
Zuidwest-Friesland6
Zuidwest-Gelderland7
Zuidwest-Overijssel4
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een regio behoort tot het onderste kwart van de ranglijst van regio's.

5.3.3 Aantal indicatoren bovenaan de regionale ranglijst brede welvaart 'later'
statnaamBovenaan later ( indicatoren)
Achterhoek2
Agglomeratie 's-Gravenhage3
Agglomeratie Haarlem6
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek5
Alkmaar en omgeving1
Arnhem/Nijmegen3
Delft en Westland3
Delfzijl en omgeving4
Flevoland3
Groot-Amsterdam3
Groot-Rijnmond2
Het Gooi en Vechtstreek7
IJmond2
Kop van Noord-Holland2
Midden-Limburg3
Midden-Noord-Brabant1
Noord-Drenthe6
Noord-Friesland4
Noord-Limburg2
Noord-Overijssel3
Noordoost-Noord-Brabant1
Oost-Groningen4
Oost-Zuid-Holland4
Overig Groningen3
Overig Zeeland1
Twente1
Utrecht6
Veluwe3
West-Noord-Brabant1
Zaanstreek1
Zeeuwsch-Vlaanderen3
Zuid-Limburg1
Zuidoost-Drenthe3
Zuidoost-Friesland3
Zuidoost-Noord-Brabant3
Zuidoost-Zuid-Holland1
Zuidwest-Drenthe5
Zuidwest-Friesland4
Zuidwest-Gelderland3
Zuidwest-Overijssel4
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een regio behoort tot het bovenste kwart van de ranglijst van regio's.

5.3.4 Aantal indicatoren onderaan de regionale ranglijst brede welvaart 'later'
statnaamOnderaan later ( indicatoren)
Achterhoek1
Agglomeratie 's-Gravenhage6
Agglomeratie Haarlem5
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek5
Alkmaar en omgeving2
Arnhem/Nijmegen1
Delft en Westland5
Delfzijl en omgeving8
Flevoland2
Groot-Amsterdam6
Groot-Rijnmond9
Het Gooi en Vechtstreek3
IJmond3
Kop van Noord-Holland1
Midden-Limburg3
Midden-Noord-Brabant1
Noord-Drenthe1
Noord-Friesland2
Noord-Limburg3
Noord-Overijssel0
Noordoost-Noord-Brabant1
Oost-Groningen7
Oost-Zuid-Holland0
Overig Groningen4
Overig Zeeland1
Twente0
Utrecht2
Veluwe1
West-Noord-Brabant3
Zaanstreek4
Zeeuwsch-Vlaanderen4
Zuid-Limburg9
Zuidoost-Drenthe3
Zuidoost-Friesland0
Zuidoost-Noord-Brabant1
Zuidoost-Zuid-Holland6
Zuidwest-Drenthe1
Zuidwest-Friesland2
Zuidwest-Gelderland4
Zuidwest-Overijssel0
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025
De kaart toont het aantal indicatoren waarvoor een regio behoort tot het onderste kwart van de ranglijst van regio's.

Brede welvaart ‘hier en nu’ laag, maar goede vooruitzichten

De brede welvaart ‘hier en nu’ mag in Flevoland dan relatief laag zijn, de brede welvaart ‘later’ ziet er rooskleuriger uit. Voor brede welvaart ‘later’ heeft Flevoland maar twee indicatoren onderaan de ranglijst. Brede welvaart ‘later’ meet de duurzaamheid van onze kwaliteit van leven en laat zien hoe het gaat met de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben voor hun brede welvaart. Er zijn meer regio’s die een lage brede welvaart ‘hier en nu’ combineren met een hogere brede welvaart ‘later’. Dit geldt het sterkst voor Zuidoost-Friesland, Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe. Zuidoost-Friesland heeft bijvoorbeeld zes indicatoren onderaan de ranglijst brede welvaart ‘hier en nu’ maar geen enkele voor brede welvaart ‘later’. 

5.3.5 Aandeel indicatoren onderaan de regionale ranglijsten voor ‘hier en nu’ en ‘later’
statnaamHier en nu (%)Later (%)
Flevoland54,1716,67
Noord-Drenthe33,338,33
Zuidoost-Drenthe45,8325,00
Zuidoost-Friesland25,000,00
Bron: CBS, regionale Monitor Brede Welvaart 2025

Daarnaast hebben alle vier de regio’s een aantal indicatoren bovenaan de ranglijst ‘later’ omdat ze beschikken over veel natuurlijk kapitaal. Zo hebben ze allemaal een relatief kleine hoeveelheid bebouwd gebied en, met uitzondering van Flevoland, ook relatief veel woningen met zonnepanelen. Inwoners van Flevoland en Noord-Drenthe hebben ook een relatief grote hoeveelheid groen-blauwe ruimte per inwoner. Noord-Drenthe heeft maar één dissonant aangaande het natuurlijk kapitaal, en dat is een relatief hoge broeikasgasemissie per inwoner. Flevoland en Zuidoost-Drenthe hebben ook nog, respectievelijk, twee en drie indicatoren onderaan de ranglijst voor brede welvaart ‘later’. Deze indicatoren betreffen in Zuidoost-Drenthe het menselijk en sociaal kapitaal en in Flevoland alleen het sociaal kapitaal.

De vergelijking tussen de regio’s laat echter ook zien dat de factoren die bijdragen aan een lage brede welvaart ‘hier en nu’ in Flevoland niet overeenkomen met die van de andere drie regio’s. In Flevoland wordt de lage brede welvaart ‘hier en nu’ onder andere veroorzaakt door de grote afstand tot openbaar vervoer, sportterreinen, basisscholen en cafés, en lage scores binnen de thema’s samenleving en subjectief welzijn. De grote afstand tot voorzieningen komt overeen met Zuidoost-Friesland, Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe. Maar voor de thema’s samenleving en subjectief welzijn laten Zuidoost-Friesland, Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe een ander beeld zien. Zo doen in deze regio’s meer inwoners vrijwilligerswerk en is de tevredenheid met het leven en het sociale leven hoger. Opvallend is ook dat Zuidoost-Friesland, Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe in tegenstelling tot Flevoland een relatief lage netto-arbeidsparticipatie hebben. Een mogelijke oorzaak voor de verschillen in de verdeling van het aantal beschikbare uren per dag is de vergrijzing. Zuidoost-Friesland, Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe hebben met een relatief oudere bevolking te maken. Dit leidt mogelijk tot een lagere arbeidsparticipatie en meer tijd voor vrijwilligerswerk dan in Flevoland, waar relatief meer jongeren wonen. 

Twee steden in een lege regio

Flevoland is een bijzondere regio binnen Nederland: het heeft een relatief jonge bevolking, een sterke bevolkingsgroei en telt maar zes gemeenten. Hoewel de totale bevolkingsdichtheid in Flevoland laag is, woont een groot deel van de inwoners in de verstedelijkte gemeenten Almere en Lelystad. In het vervolg wordt ingegaan op de verschillen en overeenkomsten tussen de twee steden en de vier minder stedelijke gemeenten Dronten, Zeewolde, Urk en Noordoostpolder.

De stedelijke gemeenten in Flevoland hebben een veel grotere en meer diverse bevolking dan de andere gemeenten. Er wonen relatief meer mensen met een hoge sociaal-economische status, maar er is ook een relatief grote concentratie van mensen met een lage sociaal-economische status (zie regionale Monitor Brede Welvaart, 2025). Zo zijn er relatief veel mensen met overgewicht, meer geregistreerde problematische schulden en is er een hogere werkloosheid. Deze factoren drukken de uitkomsten voor brede welvaart ‘hier en nu’ in Almere en Lelystad. Daarnaast kennen de twee steden specifiek stedelijke problemen zoals een hoog aantal geregistreerde misdrijven en, in Almere, hoge fijnstofemissies. Maar ook het minder stedelijke Urk kent relatief hoge fijnstofemissies. Dit heeft vooral te maken met de uitstoot door verkeer. Gemiddeld wonen de inwoners van Flevoland relatief ver van voorzieningen zoals sportterreinen en cafés, zelfs de inwoners van de stedelijke gemeenten Lelystad en Almere. Alleen basisscholen zijn voor inwoners van Almere en Urk wel dichtbij, net als het openbaar vervoer voor inwoners van Lelystad. In alle Flevolandse gemeenten is de afstand tot openbaar groen kort. 

5.3.6 Werkloze beroepsbevolking in de Flevolandse gemeenten, 2024
statnaamWerkloosheid ( %)
Almere4,2
Lelystad4,1
Dronten3,4
Noordoostpolder3,3
Zeewolde3,1
Urk2,7
Nederland3,7

Hoewel de brede welvaart in het ‘hier en nu’ laag is, hebben bijna alle gemeenten in Flevoland veel natuurlijk kapitaal in de dimensie ‘later’. Behalve Almere, hebben alle gemeenten een grote hoeveelheid groen-blauwe ruimte per inwoner. De meeste gemeenten hebben ook een relatief lage hoeveelheid bebouwd gebied. Almere en Urk zijn hierin een uitzondering; zij hebben juist een grote hoeveelheid bebouwd gebied. 

Op andere onderdelen binnen brede welvaart ‘later’ is het beeld diffuser. Zo hebben huishoudens in Almere en Lelystad een laag mediaan vermogen. Lelystad, Zeewolde en Noordoostpolder stoten per inwoner veel broeikasgassen uit, waarbij dit voor Zeewolde en de Noordoostpolder naast verkeer en vervoer vooral voortkomt uit landbouw en visserij (zie Regionale klimaatmonitor). Almere en Urk hebben juist een relatief lage uitstoot van broeikasgassen. In Lelystad en Urk is het menselijk kapitaal verhoudingsgewijs gering. Relatief weinig inwoners hebben er een startkwalificatie en inwoners hebben er ook een lagere levensverwachting. Dit in tegenstelling tot Zeewolde en Dronten, waar de levensverwachting juist hoog is.

5.4 Conclusie

De brede welvaart varieert van streek tot streek. Het gaat daarbij niet alleen om de hoogte (afgemeten aan het aantal gunstige en ongunstige scores), maar ook om de onderdelen van de brede welvaart. Twee gebieden die qua niveau van brede welvaart vergelijkbaar zijn, kunnen heel verschillende pluspunten en problemen kennen. 

In Drenthe, Fryslân en Utrecht is de brede welvaart ‘hier en nu’ hoog ten opzichte van de andere provincies. Met name in Fryslân en Drenthe is dit hoge niveau te danken aan immateriële zaken als subjectief welzijn, veiligheid, milieu en samenleving. In Utrecht zijn het vooral economische thema’s die zorgen voor een hoge brede welvaart ‘hier en nu’, zoals materiële welvaart en arbeid en vrije tijd. Maar ook het gezondheidsniveau speelt hierin een rol. Hieraan moet worden toegevoegd dat factoren die op het eerste oog economisch lijken ook een sociale functie kunnen vervullen. Denk aan werk, waar naast inkomen ook sociale contacten uit voort kunnen komen. Of aan gezondheid, wat op het eerste oog niet economisch lijkt, maar wel degelijk een rol speelt bij de mogelijkheid tot het verkrijgen van een arbeidsinkomen.

Utrecht en Fryslân hebben naast een hoge brede welvaart ‘hier en nu’ ook een hoge brede welvaart ‘later’. Utrecht heeft dit vooral te danken aan een groot menselijk en sociaal kapitaal. In Fryslân komt het door een groot sociaal en natuurlijk kapitaal. Dat beide provincies veel sociaal kapitaal kennen hangt onder meer samen met een sterk vertrouwen in andere mensen. Utrecht heeft daarnaast een groot vertrouwen in instituties en Fryslân een sterke sociale cohesie in de buurt.

Laag is de brede welvaart ‘hier en nu’ in Flevoland, Groningen, Limburg, en Noord-Holland en het allerlaagst in Zuid-Holland. De reden dat deze laag is, verschilt per provincie. Zuid-Holland heeft bij veel verschillende thema’s een of meer indicatoren onderaan de ranglijst, zoals materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, veiligheid en milieu. Zowel de ervaren gezondheid als de veiligheid zijn er lager dan gemiddeld. Ook is er veel fijnstof en relatief weinig openbaar groen. 

In Zuid-Holland is niet alleen de brede welvaart ‘hier en nu’ laag, de brede welvaart ‘later’ is dat eveneens, zelfs het laagst van alle provincies. Op veel terreinen doet de provincie het minder dan de andere. Bij alle vier de soorten kapitaal staat de provincie laag op de ranglijst voor ten minste één indicator. 

Flevoland heeft weliswaar een lage brede welvaart ‘hier en nu’, maar geen lage brede welvaart ‘later’. Net als drie andere gebieden die een vergelijkbaar patroon volgen heeft Flevoland de niet al te lage brede welvaart ‘later’ te danken aan een groot natuurlijk kapitaal. De lage brede welvaart ‘hier en nu’ heeft echter andere oorzaken dan in de drie meer landelijke gebieden. 

Binnen Flevoland vertonen gemeenten veel verschillen in brede welvaart die deels terug te brengen zijn tot verschillen tussen stad en platteland. Verstedelijkte gebieden wijken doorgaans op veel onderdelen van de brede welvaart af van minder verstedelijkte gebieden, zowel ten gunste als ten ongunste. De milieuomstandigheden zijn er bijvoorbeeld vaak minder gunstig, maar het voorzieningenniveau is er meestal hoog. Dit beeld zie je ook terug in Flevoland.