3. Bedrijven
Dit hoofdstuk gaat over regionale verschillen in de demografische en conjuncturele ontwikkelingen bij bedrijven (inclusief eenmanszaken). Het regionale niveau dat wordt gehanteerd is dat van provincies. Aan de orde komen onder andere het aantal bedrijven en de stemming onder ondernemers: hoe kijken zij aan tegen bijvoorbeeld hun concurrentiepositie en hun personeelssterkte?
Sterke toename bedrijfsvestingen in Flevoland
Het totaal aantal bedrijven en bedrijfsvestigingen neemt al jaren toe. Ook op 1 januari 2025 telde Nederland meer bedrijfsvestigingen dan een jaar eerder, maar de toename was kleiner dan in het voorgaande jaar. In Flevoland was de stijging tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 met 2,8 procent het sterkst. Ook in Overijssel, Zuid-Holland en Noord-Brabant nam het aantal bedrijfsvestigingen sterker toe dan gemiddeld. In deze drie provincies is de groei meestal hoger dan gemiddeld. Fryslân, Groningen en Zeeland groeiden het minst in 2024. In deze provincies is de groei meestal lager dan gemiddeld.
| Regio | 2025* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) | 2024* (% verandering t.o.v. een jaar eerder) |
|---|---|---|
| Nederland | 1,7 | 6,3 |
| Flevoland | 2,8 | 8,0 |
| Overijssel | 1,9 | 5,4 |
| Zuid-Holland | 1,8 | 7,6 |
| Noord-Brabant | 1,8 | 5,7 |
| Noord-Holland | 1,7 | 6,6 |
| Gelderland | 1,7 | 5,9 |
| Limburg | 1,7 | 5,3 |
| Utrecht | 1,6 | 6,2 |
| Drenthe | 1,6 | 4,8 |
| Groningen | 1,5 | 6,1 |
| Fryslân | 1,5 | 5,1 |
| Zeeland | 1,2 | 5,2 |
| 1) Stand 1 januari *voorlopige cijfers | ||
In alle provincies nam het aantal bedrijfsvestigingen in 2024 minder sterk toe dan in het jaar ervoor. Vooral in Zuid-Holland en Flevoland nam de groei af. Aan het begin van 2025 telde Nederland ruim 2,5 miljoen bedrijfsvestigingen. Meer dan 40 procent daarvan bevond zich in Noord- of Zuid-Holland.
Hoogste aandeel oprichtingen in Flevoland
Elk jaar komen er nieuwe bedrijfsvestigingen bij én worden er een groot aantal gesloten. In 2024 werden bijna 230 duizend vestigingen opgericht, wat neerkomt op 9 procent van het aantal vestigingen. Dat is minder dan in het jaar ervoor. In Flevoland, Zuid-Holland en Noord-Holland was het aandeel oprichtingen, met 10 procent of meer, het hoogst. In Drenthe, Zeeland en Fryslân was het aandeel oprichtingen met minder dan 8 procent het laagst. Ook in eerdere jaren was het aantal oprichtingen in Flevoland en Zuid-Holland relatief hoog en in Drenthe en Fryslân relatief laag.
| Regio | Oprichtingen (% van vestigingspopulatie) | Opheffingen (% van vestigingspopulatie) |
|---|---|---|
| Nederland | 9,2 | 6,6 |
| Flevoland | 10,8 | 7,4 |
| Zuid-Holland | 10,2 | 7,2 |
| Noord-Holland | 10,0 | 7,0 |
| Groningen | 9,0 | 6,5 |
| Utrecht | 8,8 | 6,2 |
| Limburg | 8,6 | 6,4 |
| Noord-Brabant | 8,6 | 6,2 |
| Overijssel | 8,3 | 5,9 |
| Gelderland | 8,2 | 6,0 |
| Drenthe | 7,6 | 5,9 |
| Zeeland | 7,5 | 5,9 |
| Fryslân | 7,4 | 5,6 |
| *voorlopige cijfers | ||
Waar het aantal oprichtingen in 2024 afnam, nam het aantal opheffingen toe. In 2024 sloot 6,6 procent van alle vestigingen de deuren. Een jaar eerder was dat nog 4,9 procent. In 2024 sloot 7,4 procent van de vestigingen in Flevoland de deuren, het hoogste percentage van alle provincies. Ook in de jaren ervoor kende Flevoland al het hoogste percentage opheffingen. In Fryslân was het aandeel opgeheven vestigingen in 2024 met 5,6 procent het kleinst. Het aandeel opheffingen is er meestal klein, net als in Zeeland. In alle provincies nam het aantal opgeheven vestigingen in 2024 toe.
In meeste provincies afname faillissementen
Een beperkt deel van alle opheffingen wordt veroorzaakt door een faillissement. Bedrijven kunnen ook om andere redenen stoppen, bijvoorbeeld om een faillissement te voorkomen. Landelijk gingen er 3 635 bedrijven en instellingen failliet in 2025, inclusief eenmanszaken. Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen waren dat er 15 procent minder dan een jaar eerder.
De afname van het aantal faillissementen was in 2025 in veel provincies zichtbaar, behalve in vier provincies. In Flevoland, Zeeland en Utrecht nam het aantal faillissementen toe. In Drenthe werden in 2025 net zo veel bedrijven failliet verklaard als in het jaar ervoor. Vooral in Noord-Brabant, Fryslân en Gelderland nam het aantal faillissementen af. De afname was het sterkst in Noord-Brabant. Er werden 30 procent minder faillissementen uitgesproken dan in 2024.
| Regio | % verandering t.o.v. voorgaand jaar (%) |
|---|---|
| Groningen | -15,6 |
| Fryslân | -26,6 |
| Drenthe | 0 |
| Overijssel | -19,6 |
| Flevoland | 18,6 |
| Gelderland | -22,6 |
| Utrecht | 6,8 |
| Noord-Holland | -8,6 |
| Zuid-Holland | -17,6 |
| Zeeland | 9,8 |
| Noord-Brabant | -29,7 |
| Limburg | -3,1 |
| *voorlopige cijfers | |
In alle provincies minder winkels
Nederland telde 80 120 fysieke winkelvestigingen1) op 1 januari 2025. Dit zijn bijna 4 procent minder winkels vergeleken met het jaar ervoor. Procentueel gezien was de afname het grootst in Drenthe (-4,7 procent), gevolgd door Fryslân en Flevoland. In Zeeland en Overijsel nam het aantal fysieke winkelvestigingen het minst af.
| Regio | % verandering t.o.v. voorgaand jaar (% verandering t.o.v. jaar eerder) |
|---|---|
| Nederland | -3,8 |
| Zeeland | -2,9 |
| Overijssel | -3,0 |
| Limburg | -3,3 |
| Noord-Brabant | -3,5 |
| Utrecht | -3,6 |
| Groningen | -3,6 |
| Gelderland | -3,7 |
| Noord-Holland | -3,7 |
| Zuid-Holland | -4,0 |
| Flevoland | -4,4 |
| Fryslân | -4,4 |
| Drenthe | -4,7 |
| *voorlopige cijfers | |
Ondernemersvertrouwen Flevoland en Zeeland daalde
Elk kwartaal beantwoorden ondernemers2) vragen uit de Conjunctuurenquête Nederland over hoe hun bedrijf ervoor staat en wat hun verwachtingen zijn. Behalve statistieken over de antwoorden maakt het CBS hiermee ook een statistiek over het totaalbeeld, het ondernemersvertrouwen. Dit ondernemersvertrouwen is al vanaf begin 2022 negatief. Begin 2026 was de indicator minder negatief dan een jaar eerder: -1,8 versus -5,2. Dat de indicator minder negatief was, gold voor veel provincies. Alleen in Flevoland en Zeeland verslechterde deze.
In de meeste provincies, behalve in Utrecht, Gelderland en Overijssel, was het ondernemersvertrouwen negatief aan het begin van het eerste kwartaal van 2026. In Flevoland was het ondernemersvertrouwen met -8,9 het laagst van alle provincies gevolgd door Zeeland en Limburg. Het ondernemersvertrouwen was het hoogste onder ondernemers in Utrecht.
| Ondernemersvertrouwen | 1e kwartaal 2026* (saldo % positieve antwoorden % negatieve antwoorden) | 1e kwartaal 2025 (saldo % positieve antwoorden % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Nederland | -1,8 | -5,2 |
| Utrecht | 2,3 | -0,8 |
| Gelderland | 1,2 | -6,4 |
| Overijssel | 1 | -5,1 |
| Drenthe | -0,9 | -6,7 |
| Groningen | -2,1 | -6,6 |
| Noord-Brabant | -2,3 | -4,9 |
| Fryslân | -2,8 | -4,9 |
| Noord-Holland | -2,9 | -6,7 |
| Zuid-Holland | -2,9 | -4,7 |
| Limburg | -3,6 | -6,1 |
| Zeeland | -5,1 | -4,5 |
| Flevoland | -8,9 | -4,4 |
| *voorlopige cijfers | ||
Oordeel over concurrentiepositie in alle provincies positief
In alle provincies zijn er meer ondernemers die hun concurrentiepositie op de Nederlandse markt zagen verbeteren dan dat zij die zagen verslechteren. Landelijk was het saldo 4 procent. In Utrecht was dit saldo het hoogst: bijna 10 procent. Ook in Gelderland en Overijssel waren ondernemers relatief vaak positief over de concurrentiepositie op de Nederlandse markt. Ondernemers in Groningen en Zeeland waren het minst vaak positief. In deze provincies verslechterde het oordeel van ondernemers over de concurrentiepositie op de Nederlandse markt ook het sterkst vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.
| Regio | 1e kwartaal 2026* (saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | 1e kwartaal 2025 (saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Nederland | 4,0 | 1,6 |
| Utrecht | 9,9 | 3,3 |
| Gelderland | 6,8 | 2,5 |
| Overijssel | 6,2 | 3,3 |
| Fryslân | 5,5 | 4,9 |
| Zuid-Holland | 4,7 | 1,5 |
| Limburg | 3,0 | 0,8 |
| Flevoland | 2,1 | 4,5 |
| Noord-Holland | 1,9 | -2,4 |
| Drenthe | 1,6 | -4,4 |
| Noord-Brabant | 1,5 | 3,5 |
| Zeeland | 1,2 | 5,6 |
| Groningen | 1,1 | 4,7 |
| *voorlopige cijfers | ||
Verwachting personeelssterkte positiefst in Utrecht
In alle provincies, behalve in Groningen, verwachtten ondernemers voor 2026 een uitbreiding van het personeelsbestand. Ondernemers in Utrecht waren met een saldo van 13 procent het meest positief gestemd over een toename. In Groningen daarentegen verwachtte per saldo 4 procent van de ondernemers een afname. Landelijk gezien verwachtte ruim 8 procent een toename.
| Regio | 4e kwartaal 2025 (saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|
| Nederland | 8,5 |
| Utrecht | 13,0 |
| Gelderland | 11,1 |
| Flevoland | 11,1 |
| Drenthe | 10,6 |
| Limburg | 8,6 |
| Noord-Brabant | 8,4 |
| Overijssel | 8,2 |
| Zuid-Holland | 8,2 |
| Zeeland | 7,6 |
| Noord-Holland | 7,0 |
| Fryslân | 3,3 |
| Groningen | -4,0 |
| 1)De verwachting voor 2026 is gemeten in het vierde kwartaal van 2025. | |
Arbeid droeg meest bij aan kostenstijging
Personeelssterkte bepaalt een groot deel van de arbeidskosten van bedrijven, maar de uiteindelijke kosten hangen ook af van bijvoorbeeld loonhoogte, arbeidsduur en samenstelling van het personeel. Bijna 82 procent van de bedrijven geeft aan dat de arbeidskosten het meest bijdroegen aan de totale kostenstijging in 2025. Zeeuwse ondernemers noemde deze reden minder vaak (71 procent). Kosten voor grondstoffen en materialen zijn een andere veelgenoemde bijdrage aan de totale kostenstijging in 2025. Bijna 30 procent van de bedrijven noemde dit als reden. Ondernemers in Flevoland gaven relatief vaak aan dat kosten voor grondstoffen en materialen het meest aan de totale kostenstijging bijdroegen. Dit gold voor 38 procent van hen.
| Regio | Arbeid (% bedrijven) | Grondstoffen en materialen (% bedrijven) | Energie (% bedrijven) | Transport en logistiek (% bedrijven) | Huisvesting (% bedrijven) | Overige (% bedrijven) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 81,6 | 29 | 11,5 | 10,5 | 8 | 11,7 |
| Drenthe | 84,3 | 36,7 | 9,7 | 9,8 | 4,7 | 6,2 |
| Overijssel | 84,0 | 34,7 | 12,1 | 9,4 | 5,3 | 9,1 |
| Fryslân | 83,3 | 27,0 | 11,8 | 10,5 | 8,7 | 10,5 |
| Flevoland | 83,2 | 38,1 | 12,9 | 15,8 | 8,2 | 5,0 |
| Utrecht | 82,8 | 25,9 | 10,5 | 8,4 | 9,2 | 13,3 |
| Noord-Brabant | 82,6 | 35,2 | 13,1 | 10,2 | 7,9 | 9,1 |
| Gelderland | 82,3 | 33,5 | 11,7 | 11,6 | 8,8 | 9,9 |
| Groningen | 81,6 | 23,6 | 15,1 | 15,6 | 7,8 | 11,1 |
| Zuid-Holland | 81,4 | 26,9 | 12,1 | 10,6 | 7,2 | 13,3 |
| Noord-Holland | 80,3 | 22,0 | 7,8 | 9,0 | 9,6 | 15,1 |
| Limburg | 78,6 | 26,6 | 14,5 | 14,9 | 7,0 | 11,1 |
| Zeeland | 71,0 | 30,1 | 17,9 | 10,9 | 5,9 | 15,4 |
| 1) In de afgelopen 12 maanden; meting begin 1e kwartaal 2026. 2) Ondernemers konden maximaal twee antwoorden kiezen. | ||||||
Gelderse bedrijven kunnen kostenstijgingen het vaakst volledig of grotendeels doorberekenen
Van de bedrijven in Gelderland gaf bijna 49 procent aan de kostenstijgingen grotendeels te kunnen doorberekenen in de prijzen en tarieven aan afnemers en klanten. Iets minder dan 5 procent van de Gelderse bedrijven gaf aan dit volledig te kunnen doen.
Bedrijven in Groningen gaven veel minder vaak aan dat zij gestegen kosten voor een groot deel kunnen doorberekenen. Van hen gaf 34 procent aan dit voor een groot deel te kunnen. Groningse bedrijven gaven juist het vaakst aan dat zij de kosten voor een klein deel kunnen doorberekenen aan afnemers en klanten: bijna 49 procent.
| Regio | Voor een groot deel (% bedrijven) | Volledig (% bedrijven) | Voor een klein deel (% bedrijven) | Geheel niet (% bedrijven) | Niet van toepassing, geen kostenstijging (% bedrijven) |
|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | 41,4 | 5,1 | 43,4 | 6,3 | 3,8 |
| Gelderland | 48,7 | 4,9 | 39,1 | 5,4 | 1,9 |
| Drenthe | 47 | 4,8 | 41,2 | 4 | 3 |
| Utrecht | 45,8 | 5,6 | 41 | 3,2 | 4,4 |
| Fryslân | 45,2 | 7,2 | 40,9 | 4,6 | 2,1 |
| Flevoland | 42,3 | 5,4 | 42,5 | 7,0 | 2,8 |
| Zuid-Holland | 42,1 | 4,7 | 41,7 | 7,8 | 3,7 |
| Overijssel | 41,4 | 7,7 | 39,4 | 7,3 | 4,2 |
| Noord-Brabant | 40 | 4,8 | 46,4 | 6,3 | 2,5 |
| Zeeland | 38,6 | 7,1 | 44,6 | 6,5 | 3,2 |
| Limburg | 38,4 | 3,3 | 46,2 | 6,6 | 5,5 |
| Noord-Holland | 36,7 | 4,9 | 46,5 | 6,3 | 5,6 |
| Groningen | 34,4 | 5,4 | 48,6 | 7,3 | 4,3 |
| 1)Meting begin 1e kwartaal 2026. | |||||
Bedrijven in Groningen en Noord-Holland minst positief over investeringen in R&D
Investeringen in innovatie en onderzoek (R&D) kunnen bedrijven helpen hun productiviteit te verhogen en hun concurrentiepositie te versterken. Hierdoor kunnen zij beter omgaan met stijgende kosten of toenemende concurrentiedruk.
Per saldo verwachtte bijna 5 procent van de Nederlandse bedrijven die investeren in R&D een toename van deze investeringen in 2026. Met een saldo van bijna 10 procent waren die verwachtingen het hoogst in Drenthe. In Groningen verwachtten bedrijven per saldo een afname van hun investeringen in R&D (-4 procent). Voor bedrijven in Noord-Holland gold dat per saldo 1,2 procent een toename verwacht.
| Regio | saldo % bedrijven die toe- of afname verwachten (saldo % bedrijven die toe- of afname verwachten) |
|---|---|
| Nederland | 4,8 |
| Drenthe | 9,7 |
| Utrecht | 8,0 |
| Limburg | 6,9 |
| Noord-Brabant | 6,7 |
| Overijssel | 6,2 |
| Flevoland | 5,5 |
| Zuid-Holland | 5,5 |
| Fryslân | 4,6 |
| Gelderland | 3,9 |
| Zeeland | 3,7 |
| Noord-Holland | 1,2 |
| Groningen | -4,0 |
Voor bedrijven die investeren in R&D is het verbeteren van de kwaliteit van producten of diensten de meest genoemde reden voor deze investeringen. Dit geldt voor bedrijven in alle provincies, behalve in Flevoland. Voor hen is het verhogen van de productiviteit de belangrijkste reden (29 procent). Bedrijven in Noord-Brabant noemen vaker dan bedrijven in andere provincies het versterken van de concurrentiepositie als belangrijke reden.
1) In de statistiek van de fysieke winkels in de detailhandel doen de tankstations en apotheken niet mee. Ook de detailhandel die niet in een winkel plaatsvindt, zoals de markthandel, de colportage en straathandel, de postorderbedrijven en de webwinkels, worden in deze statistiek niet geteld.
Een vestiging wordt meegeteld als er een SBI-klasse en postcode bekend is. Indien twee winkels van dezelfde supermarktketen in dezelfde postcode (bijvoorbeeld 1111XX) gevestigd zijn telt dit als een vestiging. Deze cijfers zijn gebaseerd op SBI-registraties bekend bij het CBS. Bedrijven dienen zelf de juiste SBI-indeling aan te geven op basis van hun activiteit. Het kan zo zijn dat een bedrijf actief is in meerdere SBI-klassen, echter zijn de cijfers gemaakt op de primaire SBI-klasse.
2) Totaal (exclusief financiële of nutsbedrijven).