Inzicht in CO2-uitstoot van particuliere hypotheekportefeuilles

1. Inleiding

Hier worden de gebruikte gegevens en methode kort beschreven en het belangrijkste resultaat voor de jaren 2015 en 2016 gepresenteerd. Ook privacy speelt een belangrijke rol bij dit project. Een uitgebreidere beschrijving van de verschillende onderdelen is te vinden in dit rapport

Gegevens

De belangrijkste gegevens die voor dit project gebruikt zijn:
• Informatie over hypotheken van de Belastingdienst;
• De levering van aardgas en elektriciteit via aansluitingen op het openbare net uit het Centraal aansluitregister (CAR) van de netbeheerders;
• De Basisregistratie Personen (BRP) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) met informatie over het woonadres van in Nederland woonachtige personen en de bijbehorende gebouwen;
• CO2-emissiefactoren voor aardgas en elektriciteit.

Informatie over hypotheken is onderdeel van de gegevens die het CBS ontvangt voor het maken van inkomens- en vermogensstatistieken. Deze is gebruikt om de particuliere hypotheken af te bakenen. Door deze bestanden te hergebruiken hoefden de financiële instellingen en het CBS geen gevoelige informatie uit te wisselen. De gegevens worden regulier voor een ander doeleinde gebruikt, maar er was nog een aanzienlijke verwerkingsslag nodig om de informatie geschikt te maken voor dit project.
Het koppelen van de energielevering van aardgas- en elektriciteitsaansluitingen aan een woning uit de BAG is lastiger dan het lijkt. Zo kan er een collectieve aansluiting zijn in een gebouw, of een woning is aangesloten op stadsverwarming. Maar ook de schrijfwijze van een adres kan een uitdaging vormen bij de koppeling. Het CBS heeft de afgelopen jaren expertise opgebouwd om hier een bruikbaar bestand van te maken.

Er worden voor Nederland verschillende emissiefactoren voor aardgas en elektriciteit gepubliceerd. In dit project zijn de door het CBS gepubliceerde factoren gebruikt, die ontwikkeld zijn in samenwerking met Agentschap NL (tegenwoordig RVO), PBL en ECN. In het rapport wordt hier uitgebreider op in gegaan.

Methoden

Een belangrijk onderdeel van dit project was om te bepalen of de registraties van het CBS dezelfde groep hypotheken beschrijven als de verzameling waarover de financiële instellingen willen rapporteren. De validatie kon niet op microniveau gebeuren, omdat er geen individuele data uitgewisseld kon worden tussen CBS en de financiële instellingen. Daarom is een vergelijking op geaggregeerd niveau gemaakt voor het aantal hypotheken en de totale uitstaande hypotheekschuld. Daarnaast is na koppeling met de energiegegevens gekeken naar de verdeling van de energielevering voor aardgas en elektriciteit per financiële instelling. De uiteindelijke conclusie was dat de CBS-gegevens op totaalniveau niet exact overeenkomen met de verzameling hypotheken van de financiële instellingen, maar wel een goede afspiegeling zijn van de beoogde populatie hypotheken voor de zeven onderzochte financiële instellingen. Meer detail is te vinden in het uitgebreidere rapport.

Er kon niet aan elke hypotheek een energielevering gekoppeld worden. Een onderdeel van het project was het maken van schattingen voor missende waardes op basis van vergelijkbare woningen.

Privacy

Het CBS publiceert niet over individuen of individuele organisaties. Er geldt een uitzondering als individuele organisaties expliciet toestemming geven. In het algemeen geldt ook dat een CBS-publicatie het algemeen belang moet dienen, en dat is ook in deze situatie het geval. Voor dit project hebben de 7 financiële instellingen het CBS toestemming gegeven te rapporteren over de energielevering aan de woningen in het hypotheekportefeuille. De cijfers helpen inzicht te krijgen in de klimaatimpact van de leningen en hopelijk deze impact op den duur te verlagen. Hierdoor dient de publicatie ook het algemeen belang. Er wordt alleen gepubliceerd op geaggregeerd niveau, waardoor de cijfers niet terug te herleiden zijn tot individuele woningen of huishoudens. Verder wordt door het hergebruik van bestaande informatie het uitwisselen van gevoelige informatie tot een minimum beperkt.

Resultaten

Tabel 1: Het aantal woningen in Nederland
JaarFinanciële instellingAantal pandenElektriciteitAardgasCO2
[x 1000][x 1M kWh][x 1M m3][x 1k ton]
2015ABN AMRO Bank7992.8741.2113.688
De Volksbank2891.0374391.335
ASR Nederland38,812553161
ING Bank6022.1578982.748
De Coöperatieve Rabobank1.2564.6292.0336.089
Triodos Bank2,36,53,29,3
Van Lanschot13623290
Totaal 7 PCAF banken3.00110.8924.66914.120
Totaal NL3.87313.8355.88017.847
2016ABN AMRO Bank7912.7951.2533.610
De Volksbank2809874461.282
ASR Nederland42,313761176
ING Bank5782.0419042.616
De Coöperatieve Rabobank1.2274.4722.0985.943
Triodos Bank2,97,84,211,3
Van Lanschot12,6603287
Totaal 7 PCAF banken2.93510.4994.79913.724
Totaal NL3.88013.6186.16717.700

Tabel 1: Het aantal woningen in Nederland, voor 2015 en 2016, met een positieve uitstaande hypotheekschuld voor de 7 banken van PCAF. Daarnaast zijn de energielevering en de bijbehorende CO2-uitstoot getoond. Als referentie is het totaal voor de 7 banken en heel Nederland toegevoegd.

In 2016 is het totale aantal hypotheken iets toegenomen t.o.v. 2015 en het aantal hypotheken bij de 7 PCAF-banken iets afgenomen. De gemiddelde elektriciteitslevering per hypotheek is iets afgenomen en de aardgaslevering gestegen. De buitentemperatuur in met name de wintermaanden heeft een grote invloed op het aardgasverbruik. Ondanks een toename van het aantal hypotheken en de gestegen aardgaslevering is de totale CO2-uitstoot gedaald, met name door een lagere CO2-emissiefactor voor elektriciteit; per geleverde kWh wordt gemiddeld 0,04 kg minder CO2 uitgestoten in 2016.

Conclusie en mogelijke verbeteringen

Het belangrijkste doel van het project was te onderzoeken of met behulp van CBS-gegevens nauwkeurigere en betrouwbaardere schattingen voor de particuliere hypotheekportefeuilles van de financiële instellingen bepaald kunnen worden over het energieverbruik en de CO2-uitstoot. Dit is gelukt.

Er zijn echter nog mogelijkheden de kwaliteit verder te verbeteren. Enerzijds zou extra informatie in de bestanden met hypotheken kunnen helpen om de hypotheken beter af te bakenen. Anderzijds wordt onderzocht of er nauwkeurigere schattingen gemaakt kunnen worden voor missende energiegegevens.