Geregistreerde dakloze personen in noodopvang en tijdelijke opvang per regio

4. Kwaliteit van aangeleverde gegevens

De taak van het CBS is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Deze taak vereist dat de kwaliteit van de statistische informatie voldoet aan de kwaliteits­normen die het CBS stelt aan publicaties. Daarom zijn er verschillende maatregelen genomen om de kwaliteit van de aangeleverde gegevens ten behoeve van de monitor Dakloosheid zo hoog mogelijk te waarborgen.

Na het aanleveren van de gegevens krijgen de organisaties een terugkoppeling van het CBS over de technische correctheid van hun gegevens. Na de technische goedkeuring van het databestand door het CBS, wordt een zogenoemd ‘op orde-rapport’ van de aangeleverde gegevens naar de organisaties gestuurd. Op basis van dit rapport kan elke organisatie de aangeleverde gegevens toetsen op juistheid en volledigheid. Als blijkt dat de aangeleverde gegevens niet juist of niet volledig zijn, dan kan een correctielevering worden gedaan of kunnen de gegevens worden ingetrokken.

Zoals te verwachten is bij een monitor in ontwikkeling, zijn er bij het verwerken van de registraties door het CBS inconsistenties gevonden. Daarom zijn er een aantal correctieslagen uitgevoerd. Echter, niet alle inconsistenties in de data konden worden hersteld. Een belangrijke verklaring voor deze inconsistenties is dat er regionale verschillen zijn in de uitvoering en registratie van dakloze personen. Door middel van gesprekken met meerdere aanleverende organisaties is geprobeerd om de inconsistenties op een zo zuiver en eenduidig mogelijke manier op te lossen.

Daarnaast houdt het CBS bij het analyseren en bewerken van de ontvangen data zoveel mogelijk de informatie uit de registerdata aan (administratieve werkelijkheid), tenzij dit leidt tot tegenstrijdige uitkomsten. Bij tegenstrijdige informatie over het type opvang (bij­voorbeeld wanneer verschillende organisaties een ander type opvang voor dezelfde dakloze persoon in een bepaalde periode rapporteren) worden beide typen meegenomen, en telt de persoon dus mogelijk in meerdere ETHOS Light-categorieën mee. Voor het totaal aantal dakloze personen in beide ETHOS Light-categorieën is er géén sprake van dubbeltelling, omdat in dat geval het aantal unieke dakloze personen wordt geteld.

Verder kan er sprake zijn van overdekking van de populatie dakloze personen in opvang. Tijdens de opvang van dakloze personen kan het voorkomen dat trajecten in de registraties administratief niet worden afgesloten omdat men nog niet weet of een dakloze persoon wel of niet terugkomt.

Naast overdekking is er ook sprake van onderdekking. Dit wordt veroorzaakt doordat de uitvraag vrijwillig was, waardoor sommige MO-organisaties en centrumgemeenten geen data hebben aangeleverd. Daarnaast bestaan er grote regionale verschillen in de bsn-registratie, omdat centrumregio’s de vrijheid hebben om op­vang van dakloze personen als algemene- of als maatwerkvoorziening aan te bieden. Voor een aantal centrumregio’s en/of typen opvang wordt daarom geen bsn-registratie gemaakt van de dakloze personen die gebruikmaakten van deze opvang. Dit kan te maken hebben met het laagdrempelig aan willen bieden van opvang of het ontbreken van de noodzaak om te registreren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan financieringsvormen waarvoor geen bsn-registraties nodig zijn, maar ook aan gezinsopvang waarbij alleen het gezinshoofd wordt geregistreerd en de andere gezinsleden niet (of alleen als onbekend bsn).

In oktober 2025 en februari 2026 heeft het CBS advies gevraagd aan elke centrumgemeente of de samengestelde cijfers voor de betrokken centrumregio kwalitatief voldoende zijn, oftewel of de cijfers voldoende dekkend en be­trouw­baar zijn. Het CBS heeft deze adviezen meegenomen in de besluitvorming over welke cijfers per centrumregio aan de kwaliteitseisen van het CBS voldoen en betrouwbaar genoeg zijn om gepubliceerd te worden. Als een groot deel van de populatie dakloze personen in opvang voor een bepaalde centrumregio niet gedekt wordt door de aangeleverde gegevens, worden de uitkomsten voor die centrumregio niet gepubliceerd. Dankzij inspanningen van het CBS, VNG, VWS en Valente, de centrumregio’s, GGD’en en MO-organisaties is het aantal centrumregio’s waarover cijfers gepubliceerd kunnen worden, toegenomen van 36 in 2023 naar 39 in 2024.

De monitor Dakloosheid wil ook structureel een landelijk beeld schetsen, op basis van de registraties van dakloze personen. Het CBS is in het najaar van 2025 gestart met methodologisch onderzoek naar de mogelijkheden om, op basis van een regressiemodel, een schatting te maken van het aantal dakloze personen voor de centrumregio’s met incomplete of volledig ontbrekende data. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond. In deze publicatie zijn daarom (nog) geen landelijke cijfers opgenomen.

Op www.waarstaatjegemeente.nl stelt de VNG rapporten op per centrumregio, waarin de regionale cijfers visueel worden weergegeven. Deze rapporten bevatten een algemene toelichting over de kwaliteit van de gegevens, om onjuist gebruik of interpretatie te voorkomen. Indien gewenst kunnen de centrumgemeenten een toelichting geven op de cijfers.