Geregistreerde dakloze personen in noodopvang en tijdelijke opvang per regio
Actualisatie van de monitor Dakloosheid: nader voorlopige cijfers over 2023 en voorlopige cijfers over 2024Over deze publicatie
In deze publicatie worden cijfers met de bijbehorende achtergrondinformatie gepresenteerd over het aantal met bsn geregistreerde dakloze personen verblijvend in voorzieningen voor maatschappelijke opvang in 2023 en 2024, uitgesplitst naar centrumregio. Deze cijfers zijn samengesteld in opdracht van het ministerie van VWS en in samenwerking met de VNG en Valente (Branchevereniging voor participatie, begeleiding en veilige opvang).
1. Inleiding
In opdracht van het ministerie van VWS en in samenwerking met de VNG en Valente stelt het CBS jaarlijks cijfers samen voor het onderdeel maatschappelijke opvang van de monitor Dakloosheid (hierna monitor Dakloosheid). De monitor geeft inzicht in het aantal dakloze personen dat in het verslagjaar met een burgerservicenummer (bsn) geregistreerd stond in voorzieningen voor maatschappelijke opvang (MO), uitgesplitst naar de 44 centrumregio’s beschermd wonen en maatschappelijke opvang in Nederland. Deze groep dakloze mensen vormt daarmee een deel van het totale aantal dakloze personen in Nederland.
Voor het goed kunnen duiden van de cijfers van de monitor Dakloosheid is kennis van de gehanteerde onderzoeksopzet, de (on)volkomenheden in de aangeleverde data en de (regionale) verschillen in beleid en uitvoering van de opvang van dakloze personen van belang. Dit dataverkenningsrapport geeft inzicht in de eerste twee aspecten.
De monitor Dakloosheid is ontwikkeld met als doel om het gebruik van maatschappelijke opvang in het kader van dakloosheid structureel te kunnen monitoren op zowel regionaal als uiteindelijk op landelijk niveau, en hierover te rapporteren. De monitor beperkt zich vooralsnog tot dakloze personen die op enig moment in het verslagjaar met een bsn geregistreerd werden in voorzieningen in de nacht-, nood- en tijdelijke opvang. Deze groepen personen zijn in kaart gebracht door het gebruik van registraties op persoonsniveau, die door het CBS zijn uitgevraagd. Zowel de centrumgemeenten (de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke opvang binnen de centrumregio’s), de GGD’en (indien betrokken als centrale toegang), als de MO-organisaties (uitvoerders van maatschappelijke opvang) hebben de benodigde gegevens aangeleverd. Door de grote verscheidenheid in hoe opvang voor dakloze personen binnen een centrumregio georganiseerd is, was een gezamenlijke inspanning van centrumgemeenten en opvangorganisaties nodig.
De registraties van dakloze personen zijn op individueel niveau aangeleverd bij het CBS. De door het CBS binnengehaalde gegevens worden gepseudonimiseerd, ontdubbeld en vervolgens gekoppeld aan binnen het CBS beschikbare persoonskenmerken, zoals leeftijd en geslacht. Hierdoor kan informatie over deze groepen worden geaggregeerd. Voor een overzicht van de gegevens die per registratie over verslagjaren 2023 en 2024 zijn aangeleverd, wordt verwezen naar paragraaf 5.3 in het Aanleverprotocol Monitor Dakloosheid - 2025.
In dit rapport worden de cijfers van de monitor over 2023 en 2024 met de bijbehorende achtergrondinformatie gepresenteerd. Omdat de monitor nog steeds in ontwikkeling is, dienen deze cijfers met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Hier wordt in ‘Hoofdstuk 4: Kwaliteit van aangeleverde gegevens’ nader op ingegaan.
De cijfers zijn ook te vinden op Waarstaatjegemeente.nl, waar de centrumgemeenten optioneel ook ruimte hebben voor hun eigen duiding.
2. Scope van monitor dakloosheid
In het Nationaal Actieprogramma Dakloosheid wordt gebruik gemaakt van de ETHOS Light-classificatie. Deze classificatie is ontwikkeld door FEANTSA (Europese federatie van organisaties die met dakloze personen werken) als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen. In de monitor Dakloosheid worden twee groepen meegenomen, namelijk:
ETHOS Light-categorie 2: personen in de noodopvang
- Noodopvang
- Nachtopvang
- Winteropvang
ETHOS Light-categorie 3: personen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen
- 24-uursopvang
- Doorstroomwoningen
- Overige alternatieve opvang
Alleen deze twee groepen worden meegenomen omdat er bij een eerdere inventarisatie - uitgevoerd door VNG, Valente en het CBS - bleek dat voor deze categorieën, met uitzondering van dagopvang en winteropvang, veelal het bsn van dakloze personen bij de MO-organisaties in registraties wordt vastgelegd. Voor andere ETHOS-categorieën is dit veel minder het geval.
Voor de definities van de verschillende typen opvang wordt verwezen naar paragraaf 3.1 in het Aanleverprotocol Monitor Dakloosheid - 2025. Het is belangrijk om te benadrukken dat de volgende personen en typen opvang buiten beschouwing zijn gelaten:
- Personen in de vrouwenopvang (vrouwen die niet meer thuis kunnen wonen vanwege relatieproblemen en/of huiselijk geweld);
- Dagopvang (zoals laagdrempelige inloopactiviteiten zonder overnachting);
- Personen die vanwege psychische of medische problematiek beschermd wonen.
Winteropvang en jongeren tot 18 jaar zijn meegenomen in de data-uitvraag. Uit de analyses is echter gebleken dat er nog sprake is van een substantiële onderdekking bij beide groepen, waardoor de gegevens over winteropvang en jongeren tot 18 jaar niet gepubliceerd kunnen worden in deze versie van de monitor Dakloosheid. Er wordt onderzocht hoe deze leeftijdsgroep en vorm van opvang in de toekomst wel opgenomen kunnen worden.
3. Relatie met andere monitoren
Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis (2023-2030) wil het ministerie van VWS, samen met VNG en Valente, de dakloosheid in Nederland fors en structureel terugdringen. Er zijn diverse monitoringsinstrumenten die helpen om beter inzicht te krijgen in de omvang en het verloop van dakloosheid. De verschillende instrumenten zijn complementair en versterken elkaar. Naast de monitor Dakloosheid worden ook de volgende twee monitoren uitgevoerd: de landelijke statistiek dakloosheid door het CBS, en de ETHOS-tellingen dak- en thuisloosheid door Hogeschool Utrecht (HU) en Kansfonds.
3.1 Landelijk onderzoek dakloze personen door het CBS
Sinds 2009 schat het CBS jaarlijks het aantal dakloze mensen tussen de 18 en 65 jaar in Nederland. Dit onderzoek richt zich op ETHOS Light-categorieën 1 (in openbare ruimte), 2 (in noodopvang), (deel van) 3 (in tijdelijke opvang), 5 (in niet-conventionele woonplekken) en 6 (bij familie, vrienden of kennissen). Er wordt sinds 2020 gebruikgemaakt van de volgende drie registers:
- Personen die verblijven bij dag- en nachtopvangvoorzieningen voor dakloze mensen.
- Personen die in het bijstandsregister staan als personen zonder vaste verblijfsplaats.
- Dakloze mensen die bekend zijn bij reclasseringsorganisaties.
De aantallen op peildatum 1 januari, op basis van deze registers, worden vervolgens opgehoogd naar de totale populatie dakloze mensen in Nederland. Het gepubliceerde cijfer is een optelling van de aantallen in de registers en het (bij-)geschatte aantal buiten de registers.
Dit onderzoek geeft geen regionaal beeld van de mate van dakloosheid. Wel wordt er een onderscheid gemaakt tussen het aantal dakloze mensen in de vier grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag) en het aantal daarbuiten. Ook wordt er informatie gegeven over de verdeling van de populatie naar geslacht, leeftijd en herkomst.
Meer informatie over de landelijke schattingen en bevindingen van het CBS
3.2 ETHOS-telling dak- en thuisloosheid door Hogeschool Utrecht (HU) en Kansfonds
De ETHOS-telling is een telonderzoek dat inzicht biedt in dak- en thuisloosheid per regio op een specifieke peildatum die verschilt per regio. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Hogeschool Utrecht, met steun van het Kansfonds. De methode gaat uit van een grootschalige eendaagse telling in een regio. Alle organisaties of personen die in aanraking komen met dak- en thuisloze mensen vullen op de dag van de telling vragenlijsten in over mensen die vallen binnen alle ETHOS Light-categorieën. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties die maatschappelijke opvang bieden, sociaal werkorganisaties, gemeentelijke afdelingen zoals burgerzaken, woningcorporaties en zorginstellingen. Bij de ETHOS-telling wordt een ‘breed scala aan gegevens over leefsituatie en persoonskenmerken’ in beeld gebracht via een vragenlijst. Kijk voor meer informatie op de website van Kansfonds.
Voor een overzicht van de verschillende monitoren wordt verwezen naar de infographic Monitoren dakloosheid.
De meerwaarde van het landelijke CBS-onderzoek op basis van schattingen is dat het jaarlijks een landelijk beeld geeft van de genoemde ETHOS Light-categorieën. Hierdoor is het mogelijk ontwikkelingen en trends in de omvang van de groep dakloze mensen te signaleren. Daarnaast wordt aan de hand van de getelde groep in de registers ook een beeld gegeven van de groep die zich op de peildatum niet in die registers bevond.
De meerwaarde van de telonderzoeken is dat per regio een gedetailleerd beeld wordt gegeven van alle ETHOS Light-categorieën.
De toegevoegde waarde van de monitor Dakloosheid is dat deze zich richt op het jaarlijks tellen van bsn-geregistreerde dakloze personen in de opvang, waaraan bij het CBS beschikbare persoonskenmerken gekoppeld worden. Dit biedt een regionaal en uiteindelijk landelijk beeld van de groep in de opvang.
Voor het realiseren van de ambitie om dakloosheid fors te reduceren, is het van belang om inzicht te hebben in de voortgang van de acties die op dit terrein zijn uitgezet. Op basis van het Nationaal Actieplan is een lijst met indicatoren ontwikkeld om de voortgang van de acties te monitoren. De resultaten worden getoond in het Dashboard - Aanpak dakloosheid.
4. Kwaliteit van aangeleverde gegevens
De taak van het CBS is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Deze taak vereist dat de kwaliteit van de statistische informatie voldoet aan de kwaliteitsnormen die het CBS stelt aan publicaties. Daarom zijn er verschillende maatregelen genomen om de kwaliteit van de aangeleverde gegevens ten behoeve van de monitor Dakloosheid zo hoog mogelijk te waarborgen.
Na het aanleveren van de gegevens krijgen de organisaties een terugkoppeling van het CBS over de technische correctheid van hun gegevens. Na de technische goedkeuring van het databestand door het CBS, wordt een zogenoemd ‘op orde-rapport’ van de aangeleverde gegevens naar de organisaties gestuurd. Op basis van dit rapport kan elke organisatie de aangeleverde gegevens toetsen op juistheid en volledigheid. Als blijkt dat de aangeleverde gegevens niet juist of niet volledig zijn, dan kan een correctielevering worden gedaan of kunnen de gegevens worden ingetrokken.
Zoals te verwachten is bij een monitor in ontwikkeling, zijn er bij het verwerken van de registraties door het CBS inconsistenties gevonden. Daarom zijn er een aantal correctieslagen uitgevoerd. Echter, niet alle inconsistenties in de data konden worden hersteld. Een belangrijke verklaring voor deze inconsistenties is dat er regionale verschillen zijn in de uitvoering en registratie van dakloze personen. Door middel van gesprekken met meerdere aanleverende organisaties is geprobeerd om de inconsistenties op een zo zuiver en eenduidig mogelijke manier op te lossen.
Daarnaast houdt het CBS bij het analyseren en bewerken van de ontvangen data zoveel mogelijk de informatie uit de registerdata aan (administratieve werkelijkheid), tenzij dit leidt tot tegenstrijdige uitkomsten. Bij tegenstrijdige informatie over het type opvang (bijvoorbeeld wanneer verschillende organisaties een ander type opvang voor dezelfde dakloze persoon in een bepaalde periode rapporteren) worden beide typen meegenomen, en telt de persoon dus mogelijk in meerdere ETHOS Light-categorieën mee. Voor het totaal aantal dakloze personen in beide ETHOS Light-categorieën is er géén sprake van dubbeltelling, omdat in dat geval het aantal unieke dakloze personen wordt geteld.
Verder kan er sprake zijn van overdekking van de populatie dakloze personen in opvang. Tijdens de opvang van dakloze personen kan het voorkomen dat trajecten in de registraties administratief niet worden afgesloten omdat men nog niet weet of een dakloze persoon wel of niet terugkomt.
Naast overdekking is er ook sprake van onderdekking. Dit wordt veroorzaakt doordat de uitvraag vrijwillig was, waardoor sommige MO-organisaties en centrumgemeenten geen data hebben aangeleverd. Daarnaast bestaan er grote regionale verschillen in de bsn-registratie, omdat centrumregio’s de vrijheid hebben om opvang van dakloze personen als algemene- of als maatwerkvoorziening aan te bieden. Voor een aantal centrumregio’s en/of typen opvang wordt daarom geen bsn-registratie gemaakt van de dakloze personen die gebruikmaakten van deze opvang. Dit kan te maken hebben met het laagdrempelig aan willen bieden van opvang of het ontbreken van de noodzaak om te registreren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan financieringsvormen waarvoor geen bsn-registraties nodig zijn, maar ook aan gezinsopvang waarbij alleen het gezinshoofd wordt geregistreerd en de andere gezinsleden niet (of alleen als onbekend bsn).
In oktober 2025 en februari 2026 heeft het CBS advies gevraagd aan elke centrumgemeente of de samengestelde cijfers voor de betrokken centrumregio kwalitatief voldoende zijn, oftewel of de cijfers voldoende dekkend en betrouwbaar zijn. Het CBS heeft deze adviezen meegenomen in de besluitvorming over welke cijfers per centrumregio aan de kwaliteitseisen van het CBS voldoen en betrouwbaar genoeg zijn om gepubliceerd te worden. Als een groot deel van de populatie dakloze personen in opvang voor een bepaalde centrumregio niet gedekt wordt door de aangeleverde gegevens, worden de uitkomsten voor die centrumregio niet gepubliceerd. Dankzij inspanningen van het CBS, VNG, VWS en Valente, de centrumregio’s, GGD’en en MO-organisaties is het aantal centrumregio’s waarover cijfers gepubliceerd kunnen worden, toegenomen van 36 in 2023 naar 39 in 2024.
De monitor Dakloosheid wil ook structureel een landelijk beeld schetsen, op basis van de registraties van dakloze personen. Het CBS is in het najaar van 2025 gestart met methodologisch onderzoek naar de mogelijkheden om, op basis van een regressiemodel, een schatting te maken van het aantal dakloze personen voor de centrumregio’s met incomplete of volledig ontbrekende data. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond. In deze publicatie zijn daarom (nog) geen landelijke cijfers opgenomen.
Op www.waarstaatjegemeente.nl stelt de VNG rapporten op per centrumregio, waarin de regionale cijfers visueel worden weergegeven. Deze rapporten bevatten een algemene toelichting over de kwaliteit van de gegevens, om onjuist gebruik of interpretatie te voorkomen. Indien gewenst kunnen de centrumgemeenten een toelichting geven op de cijfers.
5. Resultaten
De tabellen in de bijlage bevatten cijfers per centrumregio, voor zover kwalitatief voldoende betrouwbare cijfers beschikbaar zijn voor de betreffende regio. In deze editie van de monitor Dakloosheid wordt geen landelijk totaal weergegeven, maar wel het totaal van de centrumgemeenten waarvoor kwalitatief voldoende betrouwbare cijfers zijn aangeleverd. Het aantal centrumregio’s waarover gepubliceerd wordt in de tabellen is 36 in 2023 en 39 in 2024. In de onderstaande grafieken worden alleen cijfers over 2024 vermeld.
5.1 Dakloze mensen in opvang per centrumregio
Het aantal dakloze personen dat gedurende 2024 in de opvang verbleef liep uiteen van 0,35 per duizend inwoners in centrumregio Vlaardingen tot 3,53 per duizend inwoners in centrumregio Amsterdam. Vooral in de grootste vier regio’s (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) is de dakloosheid relatief hoog.
| Gemeente | Daklozen per 1000 inwoners |
|---|---|
| Groningen | 0,68 |
| Almere | 1,55 |
| Leeuwarden | 1,26 |
| Assen | 0,70 |
| Emmen | 1,47 |
| Almelo | 0,70 |
| Enschede | 0,95 |
| Zwolle | 1,64 |
| Deventer | 1,07 |
| Doetinchem | 0,59 |
| Apeldoorn | |
| Arnhem | 0,79 |
| Ede | 0,38 |
| Nijmegen | |
| Harderwijk | |
| 's-Hertogenbosch | 1,00 |
| Amersfoort | 1,66 |
| Utrecht | 2,59 |
| Hilversum | 0,94 |
| Amsterdam | 3,53 |
| Alkmaar | 0,62 |
| Haarlem | 0,85 |
| Purmerend | 1,38 |
| Hoorn | 1,19 |
| Den Helder | 0,40 |
| Zaanstad | 0,57 |
| Dordrecht | 1,21 |
| Leiden | 0,67 |
| Rotterdam | 2,67 |
| Delft | 1,25 |
| Gouda | 0,59 |
| 's-Gravenhage | 2,46 |
| Vlaardingen | 0,35 |
| Vlissingen | 0,72 |
| Helmond | 0,52 |
| Tilburg | 0,94 |
| Bergen op Zoom | |
| Eindhoven | 2,08 |
| Oss | 0,89 |
| Breda | 0,82 |
| Heerlen | 1,53 |
| Maastricht | 1,45 |
| Venlo | 1,31 |
| Nissewaard | |
| 1)18 jaar en ouder *voorlopige cijfers | |
Regio Amsterdam heeft van de vier grootste centrumregio’s (G4) het hoogste aantal dakloze personen met verblijf in opvangvoorzieningen in 2024, namelijk 3 660 personen. Dit betrof 995 personen in de noodopvang (exclusief winteropvang en dagopvang) en 3 225 personen in de tijdelijke opvang (exclusief vrouwenopvang). Van de vier grootste centrumregio’s heeft Den Haag het laagste aantal dakloze personen in de opvang, met 1 830 personen.
| Centrumregio G4 | 2-Noodopvang (exclusief winteropvang) (Aantal personen) | 3-Tijdelijke opvang (Aantal personen) | 2 + 3 (exclusief winteropvang) (Aantal personen) |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | 995 | 3225 | 3660 |
| 's-Gravenhage | 520 | 1495 | 1830 |
| Rotterdam | 1420 | 1030 | 2220 |
| Utrecht | 835 | 1995 | 2190 |
| 18 jaar en ouder Dakloze personen kunnen in een verslagjaar in verschillende typen opvang verblijven. Daarom tellen Ethos Light 2 en Ethos Light 3 niet op tot Ethos Light 2 + 3 *Voorlopige cijfers | |||
5.2 Totaalbeeld dakloze mensen in opvang voor alle deelnemende regio’s; uitgesplitst naar binnen en buiten grootste vier centrumregio’s (G4)
Het aandeel jongvolwassenen (18 tot en met 27 jaar) onder de dakloze personen met verblijf in opvangvoorzieningen in 2024 voor het totaal deelnemende centrumregio’s is lager in de G4-centrumregio’s dan in de overige centrumregio’s. Mannen vormen de grootste groep onder de getelde dakloze personen in opvang.
| Leeftijd/geslacht | G4 (Percentage (%)) | Niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Leeftijd | ||
| 18 t/m 23 jaar | 11,32 | 18,49 |
| 24 t/m 27 jaar | 10,01 | 11,01 |
| 28 t/m 39 jaar | 30,33 | 28,22 |
| 40 t/m 49 jaar | 21,59 | 20,42 |
| 50 t/m 59 jaar | 17,24 | 15,05 |
| 60 t/m 67 jaar | 7,03 | 5,05 |
| 68 jaar en ouder | 2,48 | 1,74 |
| Geslacht | ||
| Man | 66,43 | 71,36 |
| Vrouw | 33,57 | 28,64 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
In 2024 was het aandeel in bsn-geregistreerde dakloze personen met een Nederlandse herkomst (oftewel geboren in Nederland en beide ouders geboren in Nederland) lager in de G4-centrumregio’s dan in de overige centrumregio’s. Het aandeel van kinderen van migranten (oftewel geboren in Nederland met ten minste één in het buitenland geboren ouder) en migranten (oftewel geboren in het buitenland) is hoger in de G4-regio’s.
| Geboorteland | Totaal G4 (Percentage (%)) | Totaal niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Geboren in Nederland, ouders in NL | 19,57 | 45,39 |
| Geboren in Nederland, ouder(s) buiten NL | 24,06 | 14,64 |
| Geboren in buitenland | 56,32 | 39,97 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
Het aantal bsn-geregistreerde dakloze personen met een herkomst buiten Europa is in de nood- en tijdelijke opvang relatief hoog in de G4-regio’s.
| Herkomstland | G4 (Percentage (%)) | Niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Nederland | 19,57 | 45,39 |
| EU (excl. Nederland) | 10,11 | 11,43 |
| Buiten EU | 70,27 | 43,18 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
In de grootste vier regio’s is het aantal bsn-geregistreerde dakloze personen met een Nederlandse nationaliteit duidelijk lager. Nationaliteit verwijst naar het staatsburgerschap, oftewel het wettelijk onderdaan zijn van een bepaalde staat, en kan gedurende iemands leven veranderen. Herkomst wordt daarentegen bepaald op basis van het land waar iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn. Herkomst verandert niet gedurende iemands leven. Wanneer iemand naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit heeft, worden deze personen enkel onder de Nederlandse nationaliteit meegenomen.
| Nationaliteit | G4 (Percentage (%)) | Niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Nederland | 71,39 | 79,49 |
| EU (excl. Nederland) | 9,30 | 8,21 |
| Buiten EU | 17,39 | 10,23 |
| Onbekend | 1,92 | 2,07 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
Van de bsn-geregistreerde dakloze personen had een kwart een inkomen uit werk als werknemer of zelfstandige. In 2024 ontving de helft van de dakloze personen een uitkering of pensioen en een kwart had geen inkomen of was student. Het aandeel van personen met een ander type inkomen is lager in de vier grootste regio’s dan in de overige regio’s.
| Inkomensbron | Totaal G4 (Percentage (%)) | Totaal niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Inkomen als werknemer | 21,84 | 22,35 |
| Inkomen als zelfstandige | 2,43 | 2,48 |
| Uitkering of pensioen | 53,49 | 47,36 |
| Overig (geen inkomen, kind of student) | 16,99 | 22,44 |
| Inkomen onbekend | 5,31 | 5,37 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
Van de in 2024 bsn-geregistreerde dakloze personen maakte een groot deel gebruik van een maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in datzelfde jaar. Dit betrof onder meer beschermd wonen en begeleiding. Het is mogelijk dat dakloze personen meerdere typen maatwerkvoorzieningen in hetzelfde jaar ontvangen. Daarnaast had een zeer klein deel van de dakloze personen een indicatie voor zorg binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) op peildatum 1 januari 2024. Er zijn geen grote verschillen in het gebruik van zorg en ondersteuning tussen de G4-regio’s en de overige regio’s.
| Wlz/Wmo | Totaal G4 (Percentage (%)) | Totaal niet-G4 (Percentage (%)) |
|---|---|---|
| Totaal Wmo-ondersteuning | 62,34 | 52,46 |
| Beschermd Wonen (BW) | 14,66 | 14,55 |
| Begeleiding (BG) | 20,32 | 18,95 |
| Ten minste een andere voorziening (niet BW en BG) | 44,79 | 31,99 |
| Totaal Wlz-indicatie | 2,48 | 4,22 |
| Totaal 39 deelnemende centrumregio's; 18 jaar en ouder *Voorlopige cijfers | ||
6. Conclusies
Het CBS, VNG, VWS en Valente hebben zich (samen met de centrumgemeenten, GGD’en en MO-organisaties) ingezet om de kwaliteit van de monitor zo hoog mogelijk te krijgen door partijen actief te wijzen op opvallende zaken in hun aangeleverde gegevens die mogelijk duiden op onjuistheid of incompleetheid. Een aantal centrumgemeenten, GGD’en en MO-organisaties heeft bij de uitvraag in 2025 geen gegevens aangeleverd over bepaalde typen opvang. Dit kan komen doordat het bsn niet geregistreerd wordt. Ook worden sommige doelgroepen niet meegeteld omdat ze niet in beeld zijn of geregistreerd worden bij de genoemde organisaties.
Voor 39 van de 44 centrumregio’s zijn cijfers over 2024 samengesteld. Het streven is om jaarlijks landelijke cijfers samen te gaan stellen voor bsn-geregistreerde dakloze personen in maatschappelijke opvang.
Begrippen en afkortingen
Begrippen
Adreshuishouding
Een woonadres is het adres waar iemand woont op de dag voorafgaand aan de opvang. Een briefadres is het adres van een andere persoon of van een instelling (de zogenoemde briefadresgever).
Begeleiding (Wmo)
Een Wmo-maatwerkvoorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Bij begeleiding leert een cliënt om allerlei dagelijkse handelingen zelf te doen, of krijgt ondersteuning hierbij. Deze hulp wordt meestal ingezet in het geval van psychische problemen, een verstandelijke of een zintuigelijke beperking. Begeleiding kan gaan over ondersteuning bieden bij het plannen en organiseren van de dag, het omgaan met een ziekte of beperking, geldzaken en administratie, of het dagelijks leven thuis.
Beschermd wonen (Wmo)
Een regeling onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo2015) voor iedereen die niet meer zelfstandig kan wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Dit betreft zowel klassiek beschermd wonen waarbij cliënten wonen in een instelling, als beschermd thuis, waarbij cliënten wel zelf huur betalen (ook wel scheiden van wonen en zorg).
Centrumregio beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er 44 centrumgemeenten. Elke centrumregio bestaat uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten.
Gebruik Wmo-ondersteuning
Gebruik in jaar van een maatwerkvoorziening binnen het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hieronder vallen de volgende typen maatwerkvoorzieningen: 'Ondersteuning thuis', 'Hulp bij het huishouden', 'Hulpmiddelen en Diensten' en 'Verblijf en Opvang'.
Geslacht
Het geslacht zoals geregistreerd in de BRP op 1 januari van het verslagjaar.
Herkomst
Kenmerk dat weergeeft of een persoon en diens ouders in Nederland of in het buitenland geboren zijn.
Herkomstland
Kenmerk dat weergeeft in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn.
Leeftijd
De leeftijd zoals geregistreerd in de BRP op 31 december van het verslagjaar.
Nationaliteit
Het wettelijk onderdaan zijn van een bepaalde staat (staatsburgerschap). Personen kunnen meerdere nationaliteiten hebben. Om dubbeltellingen te voorkomen wordt in statistische overzichten aan personen die meerdere nationaliteiten hebben, slechts één nationaliteit toegekend. Daartoe worden prioriteringsregels gesteld. Die komen erop neer dat iemand met de Nederlandse nationaliteit in de statistiek steeds Nederlander is. Voor mensen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, geldt de volgorde: nationaliteit van één van de Benelux-landen, nationaliteit van een staat binnen de Europese Unie, andere Europese nationaliteit, niet-Europese nationaliteit. Personen die geen nationaliteit hebben, zijn staatloos.
Noodopvang
Leefsituatie: volwassenen die ’s nachts geen slaapplek hebben en daarom laagdrempelige en kortdurende opvang met een gedeelde voorziening (kamer of slaapzaal) krijgen om van de straat te zijn, zoals:
- Nachtopvang: laagdrempelige kortdurende opvang voor volwassenen, met beperkte openstelling gedurende een aantal uren per etmaal (de nachtelijke uren). Deze vorm van opvang is niet geschikt voor gezinnen. De geboden begeleiding binnen de nachtopvang is basaal.
- Noodopvang: een laagdrempelige kortdurende opvang waar 24/7 onderdak wordt geboden. De opvang gedurende de dag zorgt ervoor dat mensen overdag niet weer de straat op moeten. Een aantal van deze voorzieningen staat ook open voor gezinnen. De geboden begeleiding binnen de noodopvang is basaal.
- Winteropvang: een vorm van laagdrempelige nacht- en dagopvang met beperkte toegangseisen. Deze kan worden opengesteld tussen 1 november en 1 maart of april, waarbij iedereen zonder onderdak kan worden opgevangen wanneer winterse weersomstandigheden daar aanleiding toe geven. In sommige gevallen wordt er in de winter niet alleen gedurende de nachtelijke uren opvang geboden maar loopt dit door in de dag (24/7).
- Overige noodopvang: andere kortdurende opvang waarbij mensen een slaapplaats wordt geboden zodat ze van de straat zijn.
Type opvang
Dit betreft het type opvang waarvan de dakloze persoon gebruikgemaakt heeft in het verslagjaar. Het type opvang wordt ingedeeld in ETHOS Light-categorie 2 (personen in noodopvang) en ETHOS Light-categorie 3 (personen in tijdelijke opvang).
Tijdelijke opvang
Dit betreft het type opvang waarvan de dakloze persoon gebruikgemaakt heeft in het verslagjaar. Het type opvang wordt ingedeeld in ETHOS Light-categorie 2 (personen in noodopvang) en ETHOS Light-categorie 3 (personen in tijdelijke opvang).
Leefsituatie: volwassenen zonder vaste verblijfplaats die - met de bedoeling om een herstart te maken - in een voorziening voor tijdelijke opvang met semi-zelfstandige woonunits verblijven, zoals:
- 24-uursopvang voor dakloze mensen: voorziening bedoeld om mensen die ’s nachts geen slaapplek hebben te laten overnachten en waar ook overdag een (gemeenschappelijke) ruimte beschikbaar is om te verblijven.
- Doorstroomwoningen: woning of kamer die door zorgaanbieder wordt aangeboden aan cliënt op basis van een huur- of huur + zorgovereenkomst voor bepaalde tijd. Wordt niet meegeteld als overeenkomst (inclusief stilzwijgend) is omgezet naar onbepaalde tijd. Er kan sprake zijn van inschrijving in de BRP op het bewuste adres.
- Alternatieve tijdelijke opvang: opvanglocaties die in zichzelf tijdelijk van aard zijn omdat ze primair bestemd zijn voor andere doeleinden maar tijdelijk noodgedwongen als opvanglocatie dienstdoen: hotel, opvangboot, opvangschip, sporthal, camping, congrescentrum, tent voor evenementen.
- Omklapwoningen: in essentie is een omklapwoning een reguliere woning (vaak een appartement) van een woningcorporatie, waarbij naast de cliënt ook de zorgaanbieder contractpartij is voor een bepaalde tijd. Vooraf is vastgelegd dat de woning wordt “omgeklapt” naar een zelfstandig huurcontract wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Wordt meegeteld wanneer er nog niet is omgeklapt.
- Overige tijdelijke opvang: andere tijdelijke opvang waarbij mensen een verblijfplaats wordt geboden om ze een herstart te laten maken.
Voornaamste inkomensbron
De voornaamste sociaaleconomische activiteit vastgesteld op basis van de bron waaruit een huishouden in het jaar voorafgaand aan het verslagjaar het meeste inkomen ontvangt.
Wlz-indicatie
Recht op een bepaalde soort en hoeveelheid zorg ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz), zoals dat vastgesteld wordt door het Centrum indicatiestelling zorg op peildatum 1 januari van het verslagjaar.
Afkortingen
BRP
Basisregistratie Personen
Bsn
Burgerservicenummer
BZK
Ministerie van Binnenlandse zaken
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
ETHOS Light
‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’; deze classificatie is ontwikkeld door FEANTSA (Europese federatie van organisaties die met dakloze personen werken), als instrument om het aantal dak- en thuisloze mensen in kaart te brengen. De classificatie omvat de volgende groepen: 1. mensen die leven in de openbare ruimte; 2. mensen in de noodopvang zoals: a. winteropvang b. (dag- en) nachtopvang c. noodopvang 3. mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen zoals: a. 24-uursopvang b. doorstroomwoningen c. overige alternatieve opvang 4. mensen die uitstromen uit een instelling zonder zicht op eigen huisvesting; 5. mensen in niet-conventionele woonplekken (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning); 6. mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen; 7. mensen die geconfronteerd worden met dreigende huisuitzetting.
FEANTSA
European Federation of National Organizations Working with the Homeless
GGD
Gemeentelijke gezondheidsdienst
HU
Hogeschool Utrecht
MO
Maatschappelijke opvang
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wlz
Wet langdurige zorg
Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning
Bronnen
Bron Basisregistratie Personen (BRP)
Algemene beschrijving
De Basisregistratie Personen (BRP) is de digitale bevolkingsregistratie van Nederland, en (sinds 2014) de opvolger van de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De BRP bevat gegevens over ingezetenen en niet-ingezetenen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bijhouden van de gegevens over ingezetenen. Gegevens over niet-ingezetenen worden bijgehouden door het ministerie van BZK. Elke persoon die naar verwachting ten minste vier maanden rechtmatig in Nederland verblijft, moet ingeschreven worden als ingezetene. Wanneer iemand niet aan deze voorwaarden voldoet maar wel een relatie heeft met de Nederlandse overheid, wordt de persoon ingeschreven als niet-ingezetene. Te denken valt aan mensen die buiten Nederland wonen en hier werken, studeren, onroerend goed bezitten, vanuit Nederland een uitkering genieten, enzovoorts. Ook ingezetenen die naar verwachting ten minste acht maanden buiten Nederland verblijven, worden niet-ingezetene. In de BRP zijn van iedere ingeschrevene gegevens als burgerservicenummer (bsn), geboortedatum, geslacht, geboorteland en woonplaats geregistreerd, van ingezetenen bovendien gegevens over de ouders, partners en kinderen. Voor ingezetenen wordt een adres in Nederland geregistreerd, voor niet-ingezetenen een adres buiten Nederland. Voor meer informatie over de BRP wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens Basisregistratie Personen | RvIG
Leverancier
Gemeenten.
Integraal of steekproef
Integraal.
Periodiciteit
Gegevens worden doorlopend geactualiseerd.
Bron Inkomen Personen (t.b.v. voornaamste inkomensbron)
Algemene beschrijving
Het bestand bevat het jaarinkomen van alle personen behorende tot de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar.
Leverancier
De belangrijkste berichtgever is de Belastingdienst.
Integraal of steekproef
Integraal.
Periodiciteit
Jaarlijks sinds 2011.
Bron Wlz-indicaties
Algemene beschrijving
Het bestand bevat gegevens over indicaties die zijn afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Een indicatie van het CIZ geeft toegang tot zorg die wordt gefinancierd uit de Wet Langdurige Zorg (Wlz).
Leverancier
De belangrijkste berichtgever is Centrum indicatiestelling zorg.
Integraal of steekproef
Integraal.
Periodiciteit
Jaarlijks sinds 2009.
Bron Gebruik van Wmo-ondersteuning in het kader van Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD)
Algemene beschrijving
Het bestand bevat gegevens over personen (in de deelnemende gemeenten) aan wie gedurende de verslagperiode ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening is verleend in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Leverancier
De belangrijkste berichtgevers zijn gemeenten.
Integraal of steekproef
Steekproef. Het bestand bevat alleen gegevens van gemeenten die hebben aangeleverd én toestemming hebben gegeven voor publicatie.
Periodiciteit
Jaarlijks sinds 2015.