De energierekening – januari 2026

3. De ontwikkeling van de prijs van energie

Dit hoofdstuk richt zich alleen op de prijzen en prijsontwikkelingen van de energierekening. Daarvoor worden de prijzen tussen januari 2025 en januari 2026 vergeleken. De berekening gaat uit van een vast gemiddeld jaarverbruik (zie toelichting ‘Het berekenen van prijs- en verbruikseffecten’), zodat er een zuiver prijseffect berekend kan worden. Alleen het variabele deel is afhankelijk van het verbruik. De verschillen tussen januari 2025 en januari 2026 van de vaste componenten zijn per definitie prijsverschillen. We nemen een gemiddeld jaarverbruik omdat een consument in juni hetzelfde voorschotbedrag betaalt als in januari, ook al ligt het gasverbruik in de winter hoger dan in de zomer.

3.1 Nauwelijks prijsverandering van de energierekening

De gemiddelde energierekening daalde met 5 euro door prijsveranderingen, een geringe afname op het totaal. Achter deze kleine prijsdaling zitten wel enkele uiteenlopende wijzigingen. Net als een jaar eerder daalden de variabele leveringstarieven van elektriciteit en gas. Ook de energiebelasting van elektriciteit is in 2026 verlaagd, waardoor een huishouden, gerekend met het jaarverbruik, 37 euro minder kwijt is aan elektriciteit. Tegenover die daling staan een hoger vastrecht en hogere transportkosten. Per saldo levert dit een prijsdaling van 22 euro op voor elektriciteit op jaarbasis.

De totale rekening voor gas werd juist duurder ten opzichte van januari 2025. Dat kwam door hogere transportkosten, vastrecht en energiebelasting. De variabele leveringstarieven daalden wel. Per saldo levert dit een prijstoename van 10 euro op voor gas op jaarbasis.

De vermindering energiebelasting werd verlaagd naar 629 euro per 1 januari 2026. In 2025 bedroeg deze vermindering nog 635 euro. De optelsom van deze prijsveranderingen (-22 euro voor elektriciteit, 10 euro voor gas en 6 euro voor de vermindering energiebelasting) levert een totale prijsverandering van -5 euro op na afronding. 

3.1.1 Verandering van de energierekening bij een gemiddeld jaarverbruik door prijseffecten1) (euro)
Januari 20262)Prijsverandering t.o.v. januari 20253)
Gas
Transportkosten (vast)26821
Leveringskosten (vast)928
Leveringskosten (variabel)545-44
Energiebelasting67426
Totaal jaarbedrag gas1 58010
Elektriciteit
Transportkosten (vast)47710
Leveringskosten (vast)1116
Leveringskosten (variabel)262-16
Energiebelasting194-21
Totaal jaarbedrag elektriciteit1 043-22
Energiebelasting algemeen
Belastingvermindering energiebelasting-6296
Totale energierekening1 993-5
1) De onderliggende bedragen tellen niet precies op tot het totaal door afronding.
2) De prijzen van januari 2026 zijn berekend met een gemiddeld jaarverbruik over 2026 van 928 m3 gas en 1 747 kWh elektriciteit (raming van het Planbureau voor de Leefomgeving).
3) De prijsverandering is berekend met het gemiddelde jaarverbruik over 2025 en 2026 (zie toelichting ‘Het berekenen van prijs- en verbruikseffecten’).

3.2 Opnieuw minder verschil in variabele leveringstarieven

De tabel spreiding van energietarieven houdt bij hoe groot de spreiding is in het variabele leveringstarief. De spreiding geeft een indicatie voor de prijsverschillen van de energierekening tussen huishoudens. Verschillen die optreden tussen huishoudens als gevolg van een verschillend verbruik worden in hoofdstuk 4 toegelicht. De grafieken tonen de verschillen die huishoudens met een relatief duur (hier weergegeven door het 90e percentiel) contract meer kwijt zijn op jaarbasis dan huishoudens met een relatief goedkoop contract (10e percentiel). Een uitleg van de berekening van de spreiding van energietarieven wordt gegeven in hoofdstuk 3 van De Energierekening januari 2024. Het jaarbedrag is berekend met de geraamde jaarverbruiken van 2024, 2025 en 2026. Op jaarbasis was een huishouden in januari 2026 met een relatief duur gascontract 196 euro meer kwijt ten opzichte van een relatief goedkoop contract. In januari 2025 bedroeg dit verschil 215 euro. In augustus 2025 was sprake van een nog kleiner verschil, sinds dat moment nemen de verschillen tussen contracten juist weer toe. Voor elektriciteit geldt dit niet en zijn de verschillen gedurende 2025 en januari 2026 steeds kleiner geworden. In januari 2026 was het verschil het kleinst sinds de start van de meting, namelijk 123 euro tussen relatief dure en relatief goedkope contracten. Dynamische elektriciteitstarieven zijn niet meegenomen in deze analyse. Voor die tarieven geldt juist dat er nauwelijks verschillen tussen huishoudens zijn, omdat de tarieven gekoppeld zijn aan de per uur of per kwartier geldende marktprijs. In paragraaf 3.3 worden deze tarieven toegelicht.

3.2.1 Verschil in jaarrekening gas tussen 10e en 90e percentiel
JaarMaandVerschil (euro)
2024jan453
2024feb439
2024mrt432
2024apr390
2024mei365
2024jun339
2024jul311
2024aug284
2024sep261
2024okt240
2024nov239
2024dec222
2025jan215
2025feb218
2025mrt205
2025apr212
2025mei228
2025jun225
2025jul201
2025aug172
2025sep175
2025okt181
2025nov187
2025dec193
2026jan196

3.2.2 Verschil in jaarrekening elektriciteit tussen 10e en 90e percentiel
JaarMaandVerschil (euro)
2024jan277
2024feb265
2024mrt258
2024apr246
2024mei230
2024jun222
2024jul210
2024aug235
2024sep228
2024okt188
2024nov187
2024dec179
2025jan176
2025feb175
2025mrt170
2025apr166
2025mei165
2025jun161
2025jul151
2025aug146
2025sep139
2025okt135
2025nov134
2025dec127
2026jan123

3.3 Dynamische elektriciteitstarieven

De kenmerkende eigenschap van dynamische elektriciteitscontracten is het per uur of per kwartier wijzigen van de variabele leveringstarieven. Deze wijziging van tarieven wordt op de open markt voor elektriciteit bepaald. Inmiddels zijn alle grotere energiemaatschappijen in Nederland verplicht een dergelijk contract aan te bieden en in december 2025 had naar schatting 7 procent van de huishoudens een dynamisch elektriciteitscontract. Energiemaatschappijen vragen nog wel een opslag op dit leveringstarief, ook wel inkoopvergoeding genoemd. Voor het overige gedeelte wijken deze contracten niet af van de gebruikelijke vaste (één- of meerjarige) of variabele contracten. Dat betekent dat elk huishouden met zo’n contract ook vastrecht, transport en energiebelasting betaalt, en recht heeft op de vermindering energiebelasting. Net als voor de andere typen elektriciteitscontracten kan daarom een energierekening bepaald worden. Deze is wel met meer onzekerheid omgeven: huishoudens kunnen de hoogte van de energierekening beïnvloeden door vooral op duurdere of juist op goedkopere momenten elektriciteit af te nemen. In de Figuur 3.3.1 is de energierekening (op jaarbasis) voor de maanden januari 2025 – januari 2026 weergegeven. Op dit moment ontbreken gegevens over het consumptiepatroon van deze groep huishoudens. Daardoor weegt elk uur of kwartier gelijk in de berekening van het gemiddelde maandelijkse variabele leveringstarief. Er is gerekend met het netto-elektriciteitsverbruik zoals weergegeven in hoofdstuk 2, hoewel het moment van terugleveren van elektriciteit door zonnepaneeleigenaren ook de energierekening beïnvloedt. De dynamische elektriciteitsrekening bedraagt hier 392 euro, inclusief vermindering energiebelasting. Dit is 22 euro op jaarbasis lager dan gerekend met het gemiddelde van de vaste en variabele contracten. Die elektriciteitsrekening bedraagt 414 euro. Voor gas zijn op dit moment geen dynamische contracten uitgerekend. Het CBS verwacht deze vanaf volgend jaar wel te kunnen toevoegen aan dit artikel en de tabel gemiddelde prijzen.

3.3.1 Jaarrekening dynamische elektriciteitscontracten
JaarMaandJaarrekening dynamische elektriciteitscontracten (euro)
2025jan446
2025feb465
2025mrt392
2025apr356
2025mei331
2025jun339
2025jul382
2025aug354
2025sep360
2025okt370
2025nov366
2025dec353
2026jan392