Stikstofoverschot en Mineralenbalans

Stikstofoverschot
Het stikstofoverschot is het deel van de stikstof dat niet benut wordt in de landbouw. Het stikstofoverschot wordt berekend door van de aangevoerde hoeveelheid stikstof, onder andere in de vorm van krachtvoer en kunstmest, te verminderen met de stikstof die is vastgelegd in dierlijke (vlees, melk, eieren) en plantaardige producten (akkerbouw- en tuinbouwgewassen). Verder wordt van de aangevoerde stikstof de hoeveelheid afgetrokken die is afgevoerd buiten de landbouw, bijvoorbeeld door export en mestverwerking. Het stikstofoverschot kan verdeeld worden in een deel dat in de bodem achterblijft of verdwijnt naar de lucht. Een groot stikstofoverschot heeft gevolgen voor natuur en milieu, onder andere door vermesting (voedselrijker maken) en verzuring van bodem en oppervlaktewater.
| Periode | Totaal (mln kg N) | Naar de bodem (mln kg N) | Naar de lucht (mln kg N) |
|---|---|---|---|
| 1990 | 623 | 376 | 247 |
| 1991 | 646 | 389 | 257 |
| 1992 | 596 | 389 | 207 |
| 1993 | 591 | 384 | 207 |
| 1994 | 598 | 425 | 174 |
| 1995 | 625 | 476 | 149 |
| 1996 | 585 | 432 | 153 |
| 1997 | 560 | 417 | 143 |
| 1998 | 594 | 465 | 129 |
| 1999 | 545 | 416 | 128 |
| 2000 | 474 | 361 | 113 |
| 2001 | 421 | 314 | 107 |
| 2002 | 360 | 258 | 102 |
| 2003 | 424 | 323 | 101 |
| 2004 | 384 | 285 | 99 |
| 2005 | 370 | 271 | 99 |
| 2006 | 376 | 272 | 104 |
| 2007 | 346 | 244 | 102 |
| 2008 | 309 | 215 | 94 |
| 2009 | 303 | 210 | 93 |
| 2010 | 297 | 203 | 94 |
| 2011 | 287 | 197 | 91 |
| 2012 | 291 | 205 | 86 |
| 2013 | 295 | 209 | 85 |
| 2014 | 278 | 189 | 88 |
| 2015 | 338 | 248 | 90 |
| 2016 | 333 | 241 | 92 |
| 2017 | 303 | 209 | 93 |
| 2018 | 336 | 244 | 92 |
| 2019 | 293 | 205 | 88 |
| 2020 | 306 | 219 | 87 |
| 2021 | 289 | 205 | 84 |
| 2022 | 301 | 217 | 84 |
| 2023 | 262 | 181 | 80 |
| 2024 | 295 | 220 | 75 |
Het stikstofoverschot wordt opgesplitst naar een deel dat naar de lucht, en een deel dat naar de bodem verdwijnt. In 2024 bedroeg het stikstofoverschot in de landbouw 295 miljoen kilogram stikstof: 75 miljoen kilogram naar de lucht en 220 miljoen kilogram naar de bodem.
Mineralenbalans
De stikstofstromen (aanvoer-, afvoer- en retourstromen) in de landbouw kunnen worden weergegeven in een stroomschema, ook wel mineralenbalans genoemd. De gehele balans bestaat uit 102 getallen, in dit artikel is een vereenvoudigde versie daarvan gebruikt en zal per term worden uitgelegd. De grootste aanvoer van stikstof vindt plaats in de vorm van krachtvoer (voor vee) en kunstmest. Afvoer vindt plaats door vastlegging in dierlijke productie (vlees, melk en eieren), plantaardige producten (gewassen, groente, fruit en sierteelt), en de afzet van mest buiten de landbouw zoals export.
| Categorie | Hoeveelheid (miljoen kilogram) |
|---|---|
| Krachtvoer | 384 |
| Ruwvoer incl. voorraadmutatie | 260 |
| Ruwvoer excl. voorraadmutatie | 253 |
| Kunstmest | 201 |
| Overig | 22 |
| Depositie | 34 |
| Depositie landbouw | 19 |
| Weide en gewas | 40 |
| Stal | 54 |
| Lucht | 75 |
| Bodem | 220 |
| Plantaardige producten | 75 |
| Afzet buiten de landbouw | 63 |
| Voorraadmutatie | 7 |
| Dierlijke producten | 195 |
| Dierlijke mest totaal | 449 |
| Dierlijke mest gebruikt op cultuurgrond | 332 |
De mineralenbalans 2024 kent de volgende onderdelen:
Krachtvoer (384 miljoen kilogram stikstof)
Onder krachtvoer worden diervoeders verstaan met een geconcentreerde voedingswaarde. Ze worden onderscheiden in enkelvoudige krachtvoeders, zoals granen en peulvruchten, en mengvoeders. Mengvoer is de verzamelnaam voor droog veevoer dat uit diverse krachtvoeders wordt samengesteld. Men spreekt van vochtrijk krachtvoer als de gemengde voeders een hoog vochtgehalte hebben. Krachtvoer wordt gebruikt in de varkenshouderij, de pluimveehouderij en daarnaast als aanvullend voer in de rundveehouderij, voor paarden en schapen.
Ruwvoer (Aanvoer 260 miljoen kilogram stikstof, oogst 253 miljoen kilogram stikstof)
Onder ruwvoer vallen houdbare producten die speciaal voor veevoer zijn geteeld, en die geen of enkele eenvoudige bewerkingen hebben ondergaan. Voorbeelden van ruwvoer zijn weidegras, kuilgras, hooi en snijmais. Ruwvoer heeft per gewichtseenheid een relatief lage voedingswaarde. Het wordt gebruikt als voer voor runderen, paarden en schapen.
Kuilgras is gras dat in het voorjaar of in de zomer is gemaaid, en hierna wordt ingekuild. Dit wil zeggen dat het gras op een grote hoop wordt verzameld (vaak in een kuil) en met plastic wordt afgedekt. Gras kan ook meteen op het land in plastic (balen) wordt verpakt tot kuilgras. Weidegras is gras dat direct van het land wordt geconsumeerd door graasdieren die in de wei staan zoals runderen, schapen, geiten, paarden en ezels. Hooi is gemaaid en in de zon gedroogd gras dat dient als ruwvoer en kan bijzonder bruikbaar zijn in periode met weinig vers gras. Er is een duidelijk verschil tussen hooi en kuilgras, dat een stuk vochtiger is: het drogestofgehalte is ongeveer 85 procent in hooi en ongeveer 40 procent in kuilgras. Snijmaïs is maïs die vooral geteeld wordt voor veevoer; bij de oogst worden de stengels en onrijpe kolven van de plant fijngesneden en op een grote hoop bewaard (ingekuild). Runderen onder andere eten dit als ruwvoer. Varkens en pluimvee eten geen ruwvoer als veevoer, enkel krachtvoer.
Voorraadmutatie ruwvoer (7 miljoen kilogram stikstof)
Voor ruwvoer is er sprake van een retourcyclus in de mineralenbalans: via ruwvoer (kuilgras, weidegras, hooi en snijmaïs) wordt aan landbouwgrond onttrokken stikstof rechtstreeks terug geleverd aan de veehouderij. In 2023 ging het om 283 miljoen kilogram stikstof in geoogste ruwvoer. Hiervan werd 267 miljoen kilogram stikstof in de vorm van ruwvoer terug geleverd aan de veehouderij en gebruikt, en 16 miljoen kilogram stikstof werd verwerkt in voorraden (zoals balen en kuilen). Het verschil tussen wat gebruikt en wat oogst wordt is de voorraadmutatie. In 2024 was er minder geoogste ruwvoer door nat weer, maar 253 miljoen kilogram stikstof. Maar werd 260 miljoen kilogram stikstof terug geleverd als ruwvoer voor de veehouderij. In dit geval werd er juist 7 miljoen kilogram stikstof als voorraadmutatie uit voorraden van balen en kuilen gehaald.
Kunstmest (201 miljoen kilogram stikstof)
Dit is kunstmatig in een fabriek geproduceerde mest, die toegediend wordt aan cultuurgrond. Kunstmeststoffen kunnen bestaan uit een soort (enkelvoudige) meststof of uit een mengsel (meervoudige meststoffen). Daarnaast bestaat er kunstmest in vaste of vloeibare vorm. Het wordt gebruikt als bodemverbeteraar en voedingsstof voor gewassen.
Dierlijk mest (Uitscheiding 449 miljoen kilogram stikstof, gebruikt op cultuurgrond 332 miljoen kilogram stikstof)
Mest (uitwerpselen) van rundvee, varkens, pluimvee, paarden en pony's, schapen en geiten, konijnen en pelsdieren. Uitscheiding van mest is het proces waarbij vee ontlasting (feces) en urine produceert. Doorgaans wordt dierlijke mest enkele maanden opgeslagen in of buiten stallen. Voor rundvee, schapen, paarden en pony's komt daar nog de hoeveelheid mest bij die deze dieren produceren wanneer ze in de wei lopen. Het wordt gebruikt als bodemverbeteraar en voedingsstof voor gewassen. Stalmest is mest dat vanuit de stal en opslag via diverse toedieningstechnieken aan de grond toegediend wordt. Weidemest is mest dat rechtstreeks op de grond komt door uitscheiding van vee dat in de wei loopt.
Afzet buiten de landbouw (63 miljoen kilogram stikstof)
Afvoer van mest in de Nederlandse landbouw naar buiten de Nederlandse landbouw. Voorbeelden hiervan zijn transport naar hobbybedrijven, natuurterreinen, particulieren, en mestverwerking en export naar het buitenland (verminderd met de import van mest uit andere landen). De meeste export van dierlijk mest gaat naar Duistland. In vergelijking met de export is de import van mest heel beperkt, en bestaat vooral uit paardenmest die in Nederland wordt verwerkt tot substraat voor de champignonteelt.
Plantaardige producten (75 miljoen kilogram stikstof)
Stikstof die via de productie van gewassen de landbouw verlaat. Dit is exclusief stikstof die via ruwvoer(snijmais, gras etc.) weer wordt terug geleverd aan de veehouderij. De plantaardige producten kunnen worden verdeeld in akkerbouwgewassen en tuinbouwgewassen. De belangrijke akkergewassen zijn aardappelen, suikerbieten en tarwe. De belangrijke tuinbouwgewassen zijn sierteelt (bloemen), uien, tomaten, champignons, appels en peren.
Dierlijke producten (195 miljoen kilogram stikstof)
De hoeveelheid stikstof die met dierlijke producten zoals vlees, melk en eieren uit de landbouw wordt afgevoerd. Mest wordt hier niet als dierlijk product gezien.
Depositie (Totale depositie 34 miljoen kilogram stikstof)
Stikstofdepositie is het neerslaan van stikstof op de bodem en in het water van reactieve stikstofverbindingen uit de lucht. De depositie wordt verder besproken in Stikstofdepositie. In de Mineralenbalans gaat het om de hoeveelheid stikstof die neerslaat op landbouwgrond. In de mineralenbalans wordt onderscheidt gemaakt tussen stikstofdepositie uit de Nederlandse landbouw zelf (19 miljoen kilogram stikstof), en stikstof afkomstig van buiten de Nederlandse landbouw (15 miljoen kilogram; uit industrie, verkeer en buitenland) die op landbouwgrond terecht komt. In totaal kwam er 34 miljoen kilogram stikstof op de Nederlandse landbouwgrond in 2024.
Overige aanvoer (22 miljoen kilogram stikstof)
Aanvoer van stikstof naar cultuurgrond, die niet uit dierlijke mest, kunstmest of depositie afkomstig is. Hieronder vallen biologische stikstofbinding (binding van stikstof uit de lucht door bacteriën die in symbiose leven met vlinderbloemigen zoals peulvruchten, luzerne en klaver), compost, zaai- en pootgoed, zuiveringsslib (uit rioolwaterzuiveringsinstallaties) en schuimaarde (afvalproduct bij verwerking van suikerbieten).
Overschot naar de lucht (75 miljoen kilogram stikstof)
In de mineralenbalans wordt het stikstofoverschot naar de lucht berekend door de stikstofvervluchtiging te verminderen met de depositie van stikstof met herkomst landbouw. Stikstofvervluchtiging is een vorm van emissie van ammoniak NH3 en overige stikstofverbindingen naar de lucht. In de landbouw gaat het vooral over ammoniakemissies, onder andere lachgas (N2O) en stikstofoxide (NO) hebben maar een kleine emissie. In de landbouw komen er stikstofemissies vrij in stallen en opslag van mest; samen 54 miljoen kilogram stikstof. En in de wei, bij toediening mest en gewassen (afrijping onder andere); samen 40 miljoen kilogram stikstof. Deze twee getallen worden opgeteld en de depositie herkomst landbouw van 19 miljoen kilogram stikstof wordt hier van af gehaald om het overschot naar de lucht te bepalen. Meer over stikstofemissies is te vinden in Stikstofemissies naar lucht, meer over depositie kan gelezen worden Stikstofdepositie.
Overschot naar de bodem (220 miljoen kilogram stikstof)
Het stikstofoverschot is wat netto overblijft na van alle inkomende stromen van stikstof minus alle uitkomende stromen van stikstof in de landbouw. Inkomende stromen zijn krachtvoer, kunstmest, depositie en een aantal kleinere termen. Uitkomende stromen zijn plantaardige en dierlijke producten, mestafzet (vooral export). Wat overblijft is het totale stikstofoverschot (blauwe en grijze pijl in stroomschema). Haal hier het overschot naar de lucht van af (blauwe) dan blijft het bodemoverschot over (grijze pijl)
Benutting
De benutting is een term die ook vaak wordt gebruikt in verband met de Mineralenbalans. Benutting is gedefinieerd als het percentage van stikstof dat wordt vastgelegd in dierlijke productie (vlees, melk en eieren) en plantaardige producten (groente, fruit, sierteelt) van de totale aanvoer van stikstof in de landbouw (minus de afzet van mest buiten de landbouw).
Downloads
- PDF PDF - Overschot
Bronnen
- Link StatLine – Mineralenbalans
- Link StatLine - Mineralenuitscheiding dierlijke mest
- Link Longread – Dierlijke mest en mineralen 2024