CBS in dialoog met vervoerders over toegang tot openbaar vervoer data

/ Auteur: Miriam van der Sangen
Mensen stappen in de spits op de trein
© ANP / Peter Hilz
Openbaar vervoerders beschikken met de komst van de OV-chipkaart over data die van belang zijn voor betrouwbare statistieken en gefundeerd beleid. Om deze data op een zorgvuldige manier te ontsluiten, is het CBS in dialoog gegaan met verschillende organisaties in de openbaar vervoerswereld, zoals het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), reizigersvereniging Rover en natuurlijk de vervoerders zelf. Bij deze gesprekken staan veilige verwerking van de data en de privacy van de reizigers centraal.

Inzicht in complexe vraagstukken

De behoefte om inzicht te krijgen in complexe maatschappelijke vraagstukken groeit fors. Het CBS heeft de wettelijke taak om statistieken te maken die daaraan bijdragen. Daarvoor heeft het statistiekbureau data nodig. Naast overheidsbronnen, waartoe de toegang van oudsher geregeld is, verzamelt het CBS traditioneel data met grote enquêtes onder de bevolking of bedrijven. Dat blijkt tegenwoordig niet altijd meer toereikend. De respons neemt af en enquêtes veroorzaken lastendruk. Daarom werkt het CBS aan de ontsluiting van aanvullende private databronnen, waarbij burgers en bedrijven niet belast hoeven te worden en hun privacy volledig gewaarborgd is. Een voorbeeld van zo’n databron heeft betrekking op het openbaar vervoer.

Goed beleid rond openbaar vervoer

Frank Halmans, hoofd bij de sector Verkeer en Vervoer bij het CBS: ‘Met de onzekere ontwikkelingen rondom het gebruik van het openbaar vervoer, onder meer als gevolg van de coronapandemie, is de noodzaak om betrouwbare statistieken te maken onverminderd groot. Om goede beslissingen te kunnen nemen over het beleid op het gebied van verkeer en vervoer hebben Nederlandse en Europese overheden én de samenleving betrouwbare statistieken nodig, bijvoorbeeld over reizigersstromen. Verder kan het voor toekomstige vraagstukken relevant zijn om in kaart te brengen welke gebruikersgroepen op welke delen van de dag gebruik maken van het openbaar vervoer. Data van de vervoersbedrijven kunnen daar een bijdrage aan leveren.’

Gegevens op detailniveau nodig

Het CBS heeft de beschikking over meer dan 200 dataregisters van overheidsinstellingen en bedrijven. Deze data zijn door andere overheidsorganisaties vergaard en worden door het CBS gebruikt voor statistische doelen. ‘Dat geldt ook voor data over het personenvervoer per spoor, tram, bus en metro van de vervoersbedrijven’, zegt projectleider Matthias Offermans. Sinds april 2020 publiceert het CBS op basis van een deel van deze data van vervoerders informatie in de OV–monitor over aantallen check–ins en check–outs. De getoonde aantallen worden door een andere partij, namelijk Translink, aangeleverd omdat het CBS zelf geen rechtstreekse toegang heeft tot openbaar vervoer data. Offermans: ‘Maar om de gevraagde informatie voor de verplichte statistieken van het spoorvervoer, de geharmoniseerde consumentenprijsindex en de Europese bedrijfsstatistieken samen te stellen, heeft het CBS zelf wat meer gegevens op detailniveau nodig. Op basis van een beperkt aantal variabelen die het CBS wil gaan opvragen, wordt informatie samengesteld over het aantal ritten, het aantal reizigers, reizigerskilometers, reizigers naar regio en de ontwikkeling van prijzen in het openbaar vervoer.’ Om deze data te verkrijgen is het CBS in gesprek gegaan met de vervoerders.

De tram in Den Haag

Verplaatsingsgedrag

Een van de overheidsinstanties die grote behoefte heeft aan data over het openbaar vervoer is het KiM. Peter Bakker, wetenschappelijk onderzoeker bij het KiM: ‘Het is onze taak om vragen vanuit het beleid te beantwoorden. Wij volgen bijvoorbeeld wat de effecten zijn van investeringsbeslissingen in het openbaar vervoer.’ Een belangrijke gegevensbron voor het KiM is het CBS-onderzoek naar verplaatsingsgedrag en mobiliteit. Hierin wordt het verplaatsingsgedrag van de Nederlandse bevolking beschreven naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip waarop het vervoer plaatsvindt, gebruikte vervoermiddelen en motieven voor de verplaatsingen. ‘Maar dat onderzoek is gebaseerd op een steekproef. Het aandeel daarin van de openbaar vervoerreizen is beperkt, waardoor uitsplitsingen naar bijvoorbeeld regio’s of gebruikersgroepen al snel onvoldoende betrouwbaar zijn. Wat wij ook willen weten is het aantal verplaatsingen van mensen per trein, metro, bus, etc. en welke afstanden mensen reizen en wat ze daarvoor betalen. Waarneming op basis van meer integrale data in plaats van een steekproef is vele malen betrouwbaarder.’

Integraal beeld

Freek Bos is directeur bij Reizigersvereniging Rover. Hij is groot voorstander van het feit dat het CBS toegang tot data van het openbaar vervoer krijgt. ‘De trend is om het openbaar vervoer vooral te versterken waar het al heel druk is, bijvoorbeeld in de Randstad. Waar het openbaar vervoer ‘dun’ is wordt veel weggehaald. Wij zijn vooral op zoek naar antwoorden op vragen zoals: met welke vervoersmiddelen verplaatsen mensen zich nu? Van waar naar waar verplaatsen mensen zich? Hoe zit het met de bereikbaarheid van plekken waar mensen hun baan hebben? Wat is de gemiddelde ritprijs in het openbaar vervoer? Kortom, wat we missen is een integraal beeld. Dat is er nog niet en het beschikbaar stellen van de data aan het CBS kan daar aan bijdragen. Bij het CBS is dit goed belegd, omdat de privacy van de data gewaarborgd is.’

Dialoog met betrokken partijen

Het CBS realiseert zich terdege dat voor het opvragen van de data over het openbaar vervoer weliswaar een wettelijke grondslag aanwezig is op basis van de CBS-wet en de Europese Verordeningen, maar het statistiekbureau vindt het essentieel om hierover een dialoog te voeren met de betrokken partijen en te streven naar een gezamenlijke overtuiging. Bij deze data spelen immers privacy, beveiliging en transparantie van datatoegang door het CBS een belangrijke rol. In 2022 is het CBS daarom een traject gestart waarbij deze aspecten rond het verkrijgen van deze data worden besproken. Om dat op een zorgvuldige manier te doen gebruikt het CBS de zogenoemde aanpak begeleidingsethiek, een instrument dat ontwikkeld is door het ECP (platform voor de informatiesamenleving) in samenwerking met prof. dr. ir Peter–Paul Verbeek. Dit instrument biedt concrete handvaten om technologie (in dit geval het verkrijgen van OV–data) op een verantwoorde manier toe te passen. Halmans: ‘Het traject leverde gedeelde inzichten op over de effecten van toegang tot data van het openbaar vervoer door het CBS én de waarden die daarbij horen. Deze waarden hebben onder andere te maken met de autonomie van de gebruiker, transparantie en privacy.’

Privacy waarborgen

Het CBS heeft veel expertise op het gebied van het gebruik van aanvullende databronnen en de rol van privacy en dataveiligheid daarbij. CBS–projectleider Matthias Offermans: ‘De CBS–wet biedt veel waarborgen voor privacy. Zo mogen gegevens alleen gebruikt worden voor statistische of wetenschappelijke doeleinden en verbiedt de wet het gebruik ervan voor bijvoorbeeld opsporingsdoeleinden. Daarnaast mag het CBS niet meer gegevens verzamelen dan nodig is voor het beoogde doel. Dit wordt ook wel dataminimalisatie genoemd. Het is een van de grondbeginselen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De AVG regelt dat bedrijven en organisaties – dus ook het CBS – persoonsgegevens zorgvuldig verwerken.

Het CBS waarborgt de privacy bij het maken van statistieken door zo vroeg mogelijk in het proces bestanden te ontdoen van direct identificerende gegevens. Dit betekent dat bestanden geen gegevens bevatten zoals namen, adressen of Burgerservicenummers. Daarnaast zijn alle statistische processen bij het CBS gecertificeerd en hebben medewerkers van het CBS een geheimhoudingsverklaring ondertekend. Het CBS realiseert zich dat een deel van de privacy–maatregelen technisch van aard zijn en dat deze daarom soms lastig uit te leggen zijn. Omdat het CBS echter transparant wil zijn over wat er precies met de data gebeurt, wil het graag over het nut en de noodzaak van het delen van deze data in overleg komen en blijven met vertegenwoordigers van privacy–organisaties en de Autoriteit Persoonsgegevens.