Innovatief onderzoek naar vliegroutes van drones met CBS-data

/ Auteur: Miriam van der Sangen
Foeke Boersma (UU) deed onderzoek over de vliegroutes van drones met CBS-data
© Sjoerd van der Hucht Fotografie
Ze zijn niet meer uit het luchtruim weg te denken: onbemande luchtvaartuigen, ook wel drones genoemd. Ze worden op allerlei manieren ingezet. Particulieren vliegen er mee als hobby, maar ook hulpdiensten, overheidsdiensten en bedrijven gebruiken ze steeds vaker. Reden voor Foeke Boersma, student Geographical Information Management and Applications aan de Universiteit Utrecht, om op verzoek van het CBS en het Kadaster innovatief onderzoek te doen naar vliegroutes van drones.

Hackathon

De aanleiding om onderzoek te doen naar de vliegroutes van drones ontstond tijdens de HIGH-5 hackathon in mei 2021. Een evenement waarbij teams van deelnemende partijen in korte tijd aan de slag gaan met het bedenken van oplossingen voor bepaalde maatschappelijke vraagstukken. Boersma: ‘Tijdens deze hackathon bogen medewerkers van onder meer het Kadaster, de gemeente Den Haag, Rotterdam-The Hague International Airport, de provincie Zuid-Holland en het CBS zich over de vraag hoe drones zo goed mogelijk geïntegreerd kunnen worden in onze leefomgeving.’ Boersma raakte hierbij betrokken na een gesprek met Barteld Braaksma, innovatiemanager bij het CBS. ‘Als vervolg op deze hackathon leek onderzoek naar de vliegroutes van drones voor de hand liggend. In het kader van mijn studie aan de Universiteit Utrecht heb ik dit opgepakt op verzoek van het CBS en het Kadaster.’

Grotere rol voor drones

Volgens Braaksma was de reden om Boersma te vragen dit onderzoek te doen meerledig. ‘Ten eerste wordt het CBS geacht de maatschappij te beschrijven en drones gaan naar verwachting op verschillende manieren een steeds grotere rol spelen. Het is daarom interessant een beter beeld te krijgen van waar drones voorkomen. Het CBS doet in opdracht van de Europese Commissie en het Europese statistiekbureau Eurostat bijvoorbeeld nu ook al verkennend onderzoek om de Europese drone-industrie in beeld te brengen. Een andere reden is dat op diverse niveaus beleidsmakers al nadenken over hoe drones het beste in het ‘verkeer’ ingepast kunnen worden. CBS-gegevens over bevolkingsdichtheid en bodemgebruik kunnen daar een belangrijke rol bij spelen. Daarnaast past dit innovatieve onderzoek mooi in onze structurele samenwerking met het Kadaster.’

Drone- en kenniscentrum

Hoe pakte Boersma zijn onderzoek aan? ‘Ik heb veel literatuur bestudeerd en ook de regelgeving. Op dat laatste gebied zijn nog wel onduidelijkheden. Daarnaast heb ik experts gesproken, zoals de programmadirecteur van Space53. Dit test- en kenniscentrum voor drones ligt op het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente en is de allereerste testlocatie voor drones in Nederland. Nationale en internationale bedrijven kunnen hier met drones allerlei soorten testen uitvoeren.’ De gesprekken met ongeveer 20 experts van onder andere Rijkswaterstaat en de gemeente Enschede leverden een goed beeld op van de ontwikkelingen rond het gebruik van drones. ‘Enschede wil graag de dronehoofdstad van Europa worden en de inzet van drones tot een realistisch scenario uitbouwen.’

Twee heren bekijken een drone tijdens het Eindhoven drone-festival

Manifest

Wouter Asveld is beleidsmedewerker economie van de gemeente Enschede. Hij heeft het onderwerp drones in zijn portefeuille. ‘Wij zijn al vanaf 2015 vanuit het dronecluster Space53 bezig met het opbouwen, verkennen en agenderen van het gebruik van drones. Zo hebben wij gepleit voor passende wetgeving, want de nationale wetgeving beperkte de jonge dronesector. Ook hebben wij met Space53 gezorgd voor testcapaciteit voor drones op de vliegbasis Twente. Daarnaast kijken we hoe we dronetechnologie moeten en kunnen inbedden in de samenleving. Daartoe hebben wij in december 2020 tijdens de Amsterdam Drone Week een manifest gelanceerd. Daarin pleiten we ervoor om gemeenten te betrekken bij de ontwikkelingen op dronegebied. Gemeenten worden namelijk geconfronteerd met een nieuw publiek domein, dat van het lage luchtruim. Dat biedt kansen, maar gaat ook gepaard met risico’s waar zij zich op moeten voorbereiden.’

Uitdagingen

Het beeld dat Boersma naar aanleiding van zijn onderzoek kreeg was dat de opkomst van drones een aantal maatschappelijke en technische uitdagingen met zich meebrengt. Maatschappelijk vanwege bijvoorbeeld privacy, veiligheidsrisico’s en geluidsoverlast, technisch vanwege het feit dat voor grootschalige implementatie van drones de regelgeving op dit moment nog onvoldoende is. ‘Om beleidsmedewerkers van gemeenten hierbij te ondersteunen heb ik een aanpak bedacht om met Multi Criteria Analyse mogelijke beleidsoplossingen te rangschikken op basis van criteria en prioriteiten. Daarvoor ontwikkelde ik 3 scenario’s.’ Een van de voordelen van de Multi Criteria Analyse aanpak is volgens Boersma de flexibiliteit die ermee gepaard gaat. ‘De gebruiker – in dit geval de beleidsmedewerker – kan makkelijk parameters aanpassen en kan zo ontdekken wat een verandering in prioriteiten doet met de gewenste route. Hieraan gekoppeld heb ik een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd die inzicht geeft in de mate van routeverschil als parameters veranderen.’

Scenario’s

Boersma ontwikkelde dus 3 scenario’s. ‘Bij het eerste scenario wegen de factoren natuur en recreatie het zwaarst. Het tweede scenario benadrukt het belang van woongebieden en de bevolkingsdichtheid. Scenario 3 zoomt in op de huidige infrastructuur, zoals wegen, spoorwegen en kanalen. Voor de scenario-ontwikkeling gebruikte ik datasets van het Kadaster, zoals de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Van het CBS heb ik veel data gebruikt uit het bestand bodemgebruik. Dat laat heel goed zien waar bijvoorbeeld woongebieden of recreatiegebieden zijn. Ook de demografische data van het CBS over bevolkingsdichtheid waren van grote waarde voor dit onderzoek.’

Belangrijkste conclusie

Wat is nu de belangrijkste conclusie? Boersma: ‘Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de Multi Criteria Analyse bruikbaar is, hoewel de drie scenario’s niet zulke heel verschillende droneroutes opleverden. In alle drie de scenario’s is de lengte van de weg een belangrijk criterium. Het zou daarom interessant zijn om vervolgonderzoek te laten doen waarbij een rekenmethode wordt gehanteerd die minder waarde hecht aan de weglengte in de weging van de ideale droneroute voor een scenario.’ Het ontbrak Boersma aan tijd om naar meer verschillende toepassingssituaties te kijken of om mooie animaties te maken. ‘Vervolgonderzoek zou daarom aanbevelenswaardig zijn.’

Waardevol

Innovatiemanager Braaksma is lovend over het onderzoek van Boersma. ‘Het is een voorbeeld van een hele reeks stages van studenten bij het CBS waarbij verschillende lijnen bij elkaar komen: data en kennis van het CBS, maar ook van samenwerkingspartners zoals het Kadaster. Samen gaan we met een maatschappelijk vraagstuk aan de slag.’ Ook beleidsambtenaar Asveld van de gemeente Enschede is erg ingenomen met Boersma’s onderzoek en de tool die hij heeft ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen. ‘Heel waardevol in de complexe wereld van de luchtvaart. En ook belangrijk om de gemeenten hier op een slimme manier in mee te nemen. Enschede is op dit moment bezig met de voorbereiding van de Omgevingsvisie. De resultaten van dit onderzoek worden daarin verwerkt. We hopen ook andere gemeenten te interesseren voor dit onderwerp. Tijdens de Amsterdam drone week die van 29-31 maart 2022 wordt gehouden en waarbij allerlei partijen uit de internationale dronewereld bij elkaar komen, willen we met een nieuw manifest verdere stappen zetten met elkaar.’

Meer weten over het onderzoek van Foeke Boersma? Stuur dan een e-mail naar: foekeboersma@hotmail.com