Promovendus onderzoekt oorzaken vroeggeboorte baby’s

/ Auteur: Jan Hendriks
Prematuur geboren tweeling op de afdeling neonatologie van het LUMC
© Hollandse Hoogte / Marc de Haan
Op 18 januari 2022 promoveerde Eduardo Villamor Martinez cum laude aan de Universiteit Maastricht. Villamor, die als data scientist werkzaam is bij het CBS, verdedigde met succes zijn proefschrift ‘Endotypes and complications of very and extremely preterm birth’. Met behulp van de statistische methoden meta-analyse en meta-regressie analyseerde hij een groot aantal relevante studies en onderzoeken. Tevens verwierf hij interessante inzichten, die de kwaliteit van de neonatologie ten goede kunnen komen.

Complicaties

‘Baby’s die te vroeg worden geboren hebben een grotere kans op complicaties, op jonge en latere leeftijd’, ontdekte Villamor. ‘Ook hebben ze een grotere kans om vroegtijdig te overlijden’. Dit zijn in het kort de belangrijkste conclusies uit het proefschrift van de CBS data scientist. Om tot deze conclusies te komen heeft Villamor gekeken naar de resultaten van enkele honderden relevante onderzoeken en studies. Om de grote hoeveelheid data van al deze studies en onderzoeken te betrekken in zijn analyse maakte de promovendus onder meer gebruik van de statistische methodiek meta-analyse.

Grotere kans op gezondheidsproblemen

Waar een normale zwangerschap 40 weken bedraagt, betrok Villamor data van vroeggeboren (minder dan 37 weken), zeer vroeggeboren (28-32 weken) en extreem vroeggeboren baby’s (minder dan 28 weken) bij het schrijven van zijn proefschrift. ‘Zeer vroeg geboren en extreem vroeggeboren baby’s zijn goed voor slechts 1,5 procent van de babypopulatie, maar zijn verantwoordelijk voor 50 procent van de kindersterfte. Daarnaast hebben deze twee groepen vroeggeboren baby’s een veel grotere kans op gezondheidsproblemen en behoefte aan langdurige zorg. Hoe vroeger de geboorte, hoe groter de kans op gezondheidsproblemen, zowel op jonge als op latere leeftijd’.

Oorzaken vroeggeboorte

Villamor ontdekte dat te vroeg geboren baby’s in twee verschillende endotypes (oorzaken van vroeggeboorte) kunnen worden ingedeeld. ‘De eerste oorzaak is een infectie van het vruchtwater, de baarmoeder of de placenta tijdens de zwangerschap. De tweede oorzaak is een niet goed functionerende placenta, hetgeen gepaard gaat met een hoge bloeddruk van de moeder tijdens de zwangerschap’.

Eduardo Villamor Martinez promoveerde cum laude aan de UM

Meta-regressie

Tijdens zijn onderzoek keek Villamor naar de zes meest voorkomende complicaties bij vroeggeboortes, te weten complicaties van de ogen, longen, hersenen, hart, darmen en infecties. ‘Hoe vroeger de geboorte, hoe groter de kans op een van deze complicaties. Daarom is het verminderen en behandelen van deze complicaties een van de belangrijkste pijlers van de zorg voor deze groep baby’s’. Om ook derde factoren te betrekken bij zijn analyse, bediende Villamor zich van de statistische methode meta-regressie. ‘Als je bijvoorbeeld kijkt naar de kans dat een baby, die te vroeg geboren is als gevolg van een placenta disfunctie een longaandoening ontwikkelt, zie je dat die kans kleiner wordt naarmate de baby recenter geboren is.’

Longcomplicaties

Inzoomend op de belangrijkste verschillen tussen de twee meest voorkomende oorzaken voor vroeggeboorte, constateert de promovendus in zijn proefschrift dat baby’s die te vroeg worden geboren als gevolg van een placenta disfunctie gemiddeld een halve week later worden geboren dan andere te vroeg geboren baby’s. ‘Ondanks deze latere geboorte is er echter sprake van een groter risico op longcomplicaties. Als er sprake is van groeivertraging, dan neemt ook het risico op andere complicaties toe’. Baby’s, die te vroeg worden geboren als gevolg van een ontsteking, komen gemiddeld 1,2 weken eerder op de wereld dan andere vroeggeboren baby’s ontdekte de onderzoeker. ‘Bij deze groep is er sprake van een vergroot risico op de zes meest voorkomende complicaties.’ Bij zijn onderzoek keek Villamor ook naar het effect van mogelijke interventies na de vroeggeboorte. ‘Melk van donormoeders vermindert bijvoorbeeld de kans op longcomplicaties’.

Nieuw paradigma

Volgens Villamor is de belangrijkste bijdrage van zijn proefschrift het vaststellen van een nieuw paradigma voor kindergeneeskunde voor twee belangrijke endotypes of oorzaken van vroeggeboorte. ‘Dit onderzoek kan helpen om te voorspellen welke klinische problemen zich zullen voordoen bij vroeggeboortes. Met deze kennis moet het mogelijk worden om over te gaan naar een meer gepersonaliseerde vorm van behandeling op de afdeling neonatologie. Daarbij zou machine learning een belangrijke rol kunnen spelen. De inzichten uit mijn proefschrift sluiten hier goed bij aan’.