Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensklassen


Deze tabel bevat gegevens over de vermogensverdeling van huishoudens naar kenmerken als vermogensklasse, vermogensgroep, samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie en inkomensgroep.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2006.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers zijn voorlopig.

Het samenstellen van de cijfers is per verslagjaar 2011 in vergelijking met voorgaande jaren op enkele onderdelen gewijzigd:
Vanaf 2011 is er completere informatie van bank- en spaartegoeden en effecten beschikbaar. Alle kleine tegoeden worden vanaf dat moment ook waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met deze vermogensbestanddelen.
Vanaf 2011 is er completere informatie van de schulden beschikbaar. Studieschulden en leningen bij banken worden vanaf dat moment volledig waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met overige schulden. Studieschulden behoorden t/m 2010 tot de overige schulden.

Wijzigingen per 18 november 2019:
De cijfers over 2017 zijn toegevoegd en definitief. In Statline zijn ze nog steeds voorlopig, omdat er nog wordt gewerkt aan een verbetering van het aanmerkelijk belang.
De cijfers over 2018 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen in december 2020 beschikbaar.

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensklassen

Kenmerken van huishoudens Vermogensklassen Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Particuliere huishoudens Totaal 2018* 7.755,1 1.416,9 182,7 38,4
Particuliere huishoudens Vermogen: tot -5 000 euro 2018* 863,3 -45,4 -52,6 -23,0
Particuliere huishoudens Vermogen: -5 000 tot 0 euro 2018* 391,1 -0,7 -1,7 -1,3
Particuliere huishoudens Vermogen: 0 tot 1 000 euro 2018* 525,9 0,2 0,4 0,4
Particuliere huishoudens Vermogen 1 000 tot 5 000 euro 2018* 703,5 1,8 2,5 2,3
Particuliere huishoudens Vermogen: 5 000 tot 10 000 euro 2018* 370,4 2,7 7,3 7,2
Particuliere huishoudens Vermogen: 10 000 tot 20 000 euro 2018* 474,3 6,9 14,6 14,4
Particuliere huishoudens Vermogen: 20 000 tot 50 000 euro 2018* 780,3 25,7 33,0 32,2
Particuliere huishoudens Vermogen: 50 000 tot 100 000 euro 2018* 699,6 51,2 73,2 72,2
Particuliere huishoudens Vermogen: 100 000 tot 200 000 euro 2018* 969,9 143,0 147,4 146,2
Particuliere huishoudens Vermogen: 200 000 tot 500 000 euro 2018* 1.342,9 421,5 313,9 298,3
Particuliere huishoudens Vermogen: 500 000 tot 1 miljoen euro 2018* 426,5 289,5 678,8 648,3
Particuliere huishoudens Vermogen: 1 miljoen euro of meer 2018* 207,4 520,4 2.509,0 1.534,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens