Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik

Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik

Energiedragers Perioden Energieaanbod Totaal aanbod (TPES) (PJ) Energieaanbod Winning (PJ) Energieaanbod Invoer (PJ) Energieaanbod Uitvoer (PJ) Energieaanbod Invoersaldo (PJ) Energieaanbod Bunkering (PJ) Energieaanbod Voorraadmutatie (PJ) Statistische verschillen (PJ) Totaal energieverbruik (PJ) Energieomzetting Inzet energie voor omzetting Totaal inzet (PJ) Energieomzetting Inzet energie voor omzetting Inzet elektriciteit/WKK-omzetting (PJ) Energieomzetting Inzet energie voor omzetting Inzet andere omzetting (PJ) Energieomzetting Productie energie uit omzetting Totaal productie (PJ) Energieomzetting Productie energie uit omzetting Productie elektriciteit/WKK-omzetting (PJ) Energieomzetting Productie energie uit omzetting Productie andere omzetting (PJ) Energieomzetting Saldo inzet-productie energie Totaal saldo energieomzetting (PJ) Energieomzetting Saldo inzet-productie energie Saldo elektriciteit/WKK-omzetting (PJ) Energieomzetting Saldo inzet-productie energie Saldo andere omzetting (PJ) Eigen verbruik energiesector Totaal (PJ) Verliezen bij distributie (PJ) Finaal verbruik Totaal finaal verbruik (PJ) Finaal verbruik Finaal energieverbruik Totaal (PJ) Finaal verbruik Niet-energetisch gebruik Totaal (PJ)
Totaal energiedragers 2019 3.037,7 1.403,5 10.307,7 7.919,7 2.388,0 666,9 -86,9 -9,0 3.046,7 5.462,4 977,4 4.485,0 4.979,7 610,0 4.369,7 482,7 367,4 115,3 187,2 26,3 2.350,5 1.854,9 495,6
Totaal kool en koolproducten 2019 268,8 278,7 4,2 274,5 -5,8 268,8 347,4 171,7 175,6 109,2 109,2 238,2 171,7 66,5 7,7 22,9 20,4 2,4
Totaal aardoliegrondstoffen en producten 2019 1.105,8 61,5 8.136,7 6.353,9 1.782,8 664,4 -74,2 -11,1 1.116,9 4.249,5 18,1 4.231,5 4.228,3 4.228,3 21,2 18,1 3,2 99,4 996,3 613,4 382,9
Aardgas 2019 1.341,6 1.002,4 1.778,8 1.430,0 348,8 2,5 -7,1 8,8 1.332,7 574,5 548,8 25,6 5,9 5,9 568,6 548,8 19,7 45,6 718,5 608,2 110,3
Hernieuwbare energie 2019 233,7 260,4 32,9 59,7 -26,8 0,1 -0,3 234,0 188,3 146,2 42,1 188,3 146,2 42,1 . 45,7 45,7
Elektriciteit 2019 3,1 73,5 70,4 3,1 -6,4 9,5 12,6 12,6 . 435,8 435,8 -423,3 -423,3 . 20,2 18,2 394,4 394,4
Warmte 2019 6,0 6,0 . 200,5 174,2 26,3 -194,5 -168,2 -26,3 14,3 8,1 172,0 172,0
Kernenergie 2019 38,1 38,1 38,1 38,1 38,1 38,1 38,1
Niet biogeen huish. afval en reststoom 2019 42,0 36,4 7,1 1,5 5,6 . 42,0 42,0 34,1 7,9 42,0 34,1 7,9 . . .
Energie uit overige bronnen 2019 4,7 4,7 4,7 4,1 1,8 2,2 4,1 1,8 2,2 0,7 0,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het aanbod, de omzetting en het verbruik van energie. Energie komt onder andere vrij bij de verbranding van bijvoorbeeld aardgas, aardolie, steenkool en biobrandstoffen. Energie kan ook worden verkregen uit elektriciteit of warmte of worden onttrokken aan de natuur, bijvoorbeeld windkracht of zonne-energie. In de energiestatistiek heten al deze bronnen waaruit energie kan worden gebruikt 'energiedragers'.

Het aanbod van energie wordt gevormd door de winning van energie, het saldo van in- en uitvoer en het saldo van de voorraadmutatie. Dit wordt ook wel het primair energieaanbod genoemd, omdat dit de hoeveelheid energie is die in het land beschikbaar is voor omzetting of verbruik.

Van de energieomzetting geeft de tabel zowel cijfers over de inzet van energiedragers voor omzetting (de hoeveelheid energie die is gebruikt om andere energiedragers van te maken), als over de productie van energie nà de omzetting (de hoeveelheid energie die is gemaakt uit andere energiedragers), als over het saldo van inzet en productie. Dit saldo van energieomzetting is te interpreteren als het verlies van energie bij de omzetting.

Vervolgens toont de energiebalans het finaal verbruik van energie, dit is het eindverbruik van energie. Eerst betreft dit het eigen verbruik van de energiesector en de distributieverliezen. Na aftrek van deze hoeveelheden blijft het finaal verbruik van energie-afnemers over. Dit bestaat uit het finaal energieverbruik en het niet-energetisch gebruik. Het finaal energieverbruik is de energie die energie-afnemers benutten voor energetische doeleinden. Het wordt gespecificeerd voor achtereenvolgens de nijverheid, het vervoer en de overige afnemers, uitgesplitst naar diverse subsectoren. De laatste vorm van energieverbruik is het niet-energetisch gebruik. Dit is het gebruiken van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is.

Gegevens beschikbaar:
Vanaf 1946.

Status van de cijfers:
Alle cijfers tot en met verslagjaar 2018 zijn definitief. De cijfers over 2019 zijn nader voorlopig

Wijzigingen per 16 december 2020:
De cijfers van 2018 en 2019 zijn bijgesteld en de cijfers voor 2015 tot en met 2017 zijn gereviseerd.
De belangrijkste punten van de revisie zijn het volgende:
- Door vergelijking met administratieve bronnen zijn cijfers over aardgasverbruik in de chemie en in de voedingsmiddelenindustrie verbeterd. In de voedingsmiddelenindustrie is het aardgasverbruik nu ongeveer 5 PJ lager in 2015 t/m 2017 en in de chemie is het finaal energieverbruik 10 PJ lager in 2015 en 1 a 2 PJ lager in 2016 en 2017.
- Voor de voorraadmutatie van aardgas is overgegaan op een nieuwe methode. Gegevens over voorraden van AGSI (Aggregated gas storage inventory) worden nu gebruikt. Ook worden de data van GTS (beheerder hoofdtransportnet) op een iets andere manier gebruikt. Voor 2017 leidt de nieuwe methode tot ongeveer 20 PJ minder winning van aardgas en 20 PJ extra onttrekking uit de voorraden.
- Nieuwe inzichten uit aanvullende studie over de stadsverwarming zijn verwerkt in de data, zie de link in paragraaf 4 naar de Warmtemonitor 2019. Het gaat dan om het opnemen van de hulpketels (1 a 2 PJ extra inzet van aardgas voor overige omzetting en productie van warmte uit overige omzetting), verbeterde data over warmtelevering aan stadsverwarmingsnetten en nieuwe inzichten over de distributieverliezen (4 a 5 PJ hoger). Echter, nog niet alle verbeterde inzichten zijn verwerkt en daardoor is een grote trendbreuk in het finaal energieverbruik verbruik bij de diensten voor 2015 en 2016 vermoedelijk nog een paar PJ te laag.
- Omdat er steeds meer belangstelling is voor cijfers over stoom uit chemische processen is dit fenomeen nader bekeken bij enkele bedrijven. Per saldo is er nu ongeveer 3 PJ meer winning van stoom uit chemische processen.
- Bij olierestgassen is verbeterd inzicht ten aanzien van het omzettingsrendement voor de conversie naar aardgas meegenomen, waardoor de winning en inzet van olierestgas nu 3 a 4 PJ lager is.
- Bij enkele bedrijven is de indeling in bedrijfstak verbeterd waardoor er energieverbruik verschuift, onder andere van de energiebedrijven naar de papierindustrie.

Wijzigingen per 18 juni 2020:
De nader voorlopige cijfers 2019 zijn toegevoegd.
Gegevens over “Niet biogeen huish. afval en reststoom” zijn beperkt beschikbaar voor 2019, omdat we bezig zijn met een verbetering van de methode voor reststoom die nog niet klaar is en gegevens volgens de oude methode niet meer beschikbaar zijn. De planning is bij de volgende update van deze tabel (december 2020) deze gegevens weer wel beschikbaar te hebben.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige cijfers: april volgend op het verslagjaar.
Nader voorlopige cijfers: juni/juli volgend op het verslagjaar.
Definitieve cijfers: december van het tweede jaar volgend op het verslagjaar.

Toelichting onderwerpen

Energieaanbod
De hoeveelheid energie die primair beschikbaar komt voor verbruik in Nederland.
Totaal aanbod (TPES)
De hoeveelheid energie die in het land primair beschikbaar komt (invoer plus winning en voorraadonttrekking) minus de hoeveelheid die het land verlaat (uitvoer en brandstofbunkering voor grensoverschrijdend verkeer).

TPES = Total Primary Energy Supply.
Winning
Het onttrekken van energie aan de natuur.

Fossiele energiedragers steenkool, aardolie en aardgas worden gewonnen uit de aarde. Hernieuwbare energiedragers zijn onder andere windenergie en biomassa. Andere energiedragers zijn bijvoorbeeld kernenergie en afval.
Invoer
Aanvoer van energiedragers vanuit het buitenland.
Uitvoer
Afvoer van energiedragers naar het buitenland.
Invoersaldo
De invoer minus de uitvoer.
Bunkering
De levering van brandstof voor de internationale scheepvaart en voor de internationale luchtvaart. Dit betreft schepen of vliegtuigen die vertrekken uit Nederlandse havens en aankomen in/op buitenlandse (lucht)havens. De post bunkering wordt in de energiebalans gezien als een vorm van uitvoer. De brandstof komt namelijk niet beschikbaar voor verbruik in Nederland. Bunkers per sector zijn niet bekend.
Voorraadmutatie
De verandering van de omvang van de voorraad. Bij energiestatistieken is dit de beginvoorraad minus de eindvoorraad, conform de internationale richtlijnen voor energiestatistieken. Een positief getal betekent dus dat de voorraad is afgenomen en dat het aanbod in Nederland is toegenomen. Voor een negatief getal geldt het omgekeerde (toename van de voorraad en afname van het aanbod).
Statistische verschillen
Het verschil tussen het energieaanbod en het energieverbruik van een energiedrager.

Dit verschil ontstaat doordat de gegevens over aanbod en verbruik uit verschillende bronnen komen. Voor veel energiedragers wordt het verschil toegedeeld aan aanbod of verbruik. Daarmee wordt het statistisch verschil nihil.
Totaal energieverbruik
De hoeveelheid energie die is verbruikt door bedrijven, huishoudens en vervoer in Nederland. Energie kan zijn verbruikt:
- bij omzetting in andere energiedragers, dit is de inzet minus de productie van energie.
- als finaal verbruik.

Het totaal energieverbruik is als volgt te berekenen:
Totaal saldo energieomzetting + totaal eigen verbruik energiesector + verliezen bij distributie + totaal finaal verbruik.
Energieomzetting
Het veranderen van de ene energiedrager in de andere. Dit kan de omzetting zijn van een brandstof in elektriciteit of warmte. Het kan ook de omzetting zijn van een brandstof in een andere soort brandstof, zoals de omzetting van ruwe aardolie in benzine.
Inzet energie voor omzetting
Totaal inzet
De hoeveelheid energie die is gebruikt om andere energiedragers van te produceren. Het kan een omzetting zijn van een brandstof in warmte of elektriciteit. Het kan ook een fysieke bewerking van de ene in de andere brandstof zijn, zoals de omzetting van ruwe aardolie in benzine.

De totale inzet voor energieomzettingen is de som van:
- Inzet elektriciteit/WKK-omzetting
- Inzet andere omzetting
Inzet elektriciteit/WKK-omzetting
De hoeveelheid energie die is gebruikt voor de productie van
- alleen elektriciteit,
- elektriciteit en nuttig gebruikte warmte samen, ook bekend als warmtekrachtkoppeling (WKK). Warmte heeft de vorm van stoom of warm water.
Inzet andere omzetting
De hoeveelheid energie die is gebruikt voor de productie van
- de ene brandstof uit de andere, bijvoorbeeld het gebruik van ruwe aardolie als grondstof voor de productie van aardolieproducten, zoals benzine.
- alleen warmte. Dit is het geval bij bedrijven die warmte afleveren aan een ander bedrijf. Warmte heeft de vorm van stoom of warm water.
Productie energie uit omzetting
Totaal productie
De hoeveelheid energie die is vervaardigd uit een andere energiedrager. Het kan een productie zijn van warmte of elektriciteit uit een brandstof. Het kan ook een productie van een brandstof zijn door fysieke bewerking van een andere, zoals de productie van benzine uit ruwe aardolie.

De totale productie uit energieomzettingen is de som van:
- Productie elektriciteit/WKK-omzetting
- Productie andere omzetting
Productie elektriciteit/WKK-omzetting
De hoeveelheid energie die wordt geproduceerd door elektriciteit- en WKK-omzetting.
Hieronder vallen de productie van:
- alleen elektriciteit
- elektriciteit en nuttig gebruikte warmte samen, ook bekend als warmtekrachtkoppeling (WKK). Warmte heeft de vorm van stoom of warm water.
Productie andere omzetting
De hoeveelheid energie die wordt geproduceerd door een andere omzetting.
Hieronder vallen:
- steenkool- en aardolieproducten die zijn gemaakt uit andere brandstoffen, bijvoorbeeld de productie van aardolieproducten, zoals benzine uit ruwe aardolie.
- warmte van bedrijven die warmte afleveren aan een ander bedrijf. Warmte heeft de vorm van stoom of warm water.
Dit is exclusief de warmte uit warmtekrachtkoppeling (WKK).
Saldo inzet-productie energie
Totaal saldo energieomzetting
Het verschil tussen de inzet voor en productie uit omzettingen.

Het totale saldo energieomzetting is de som van het saldo:
- bij elektriciteit/WKK-omzetting
- bij andere omzettingen

Voor de ingezette energiedragers, zoals aardgas en steenkool, is het saldo energieomzetting altijd positief. Voor de geproduceerde energiedragers, zoals elektriciteit of benzine, is het saldo altijd negatief. Bij de omzetting naar deze energiedragers wordt er immers meer van geproduceerd dan ingezet. Voor het totaal van alle energiedragers is het saldo de hoeveelheid energie die verloren is gegaan bij de omzetting van energiedragers.
Saldo elektriciteit/WKK-omzetting
De inzet minus de productie bij de omzetting van energiedragers in:
- alleen elektriciteit,
- elektriciteit en nuttig gebruikte warmte samen, ook bekend als warmtekrachtkoppeling (WKK). Warmte heeft de vorm van stoom of warm water.

Voor de ingezette energiedragers, zoals aardgas en steenkool, is het saldo energieomzetting altijd positief. Voor de geproduceerde energiedragers, zoals elektriciteit of benzine, is het saldo altijd negatief. Bij de omzetting naar deze energiedragers wordt er immers meer van geproduceerd dan ingezet. Voor het totaal van alle energiedragers is het saldo de hoeveelheid energie die verloren is gegaan bij de omzetting van energiedragers.
Saldo andere omzetting
De inzet minus de productie bij de omzetting van energiedragers in:
- een andere brandstof, zoals bij de productie van steenkool- en aardolieproducten.
- alleen warmte. Dit is het geval bij bedrijven die warmte afleveren aan een ander bedrijf. Dit is exclusief warmteproductie uit warmtekrachtkoppeling (WKK).

Voor de ingezette energiedragers, zoals aardgas en steenkool, is het saldo energieomzetting altijd positief. Voor de geproduceerde energiedragers, zoals elektriciteit of benzine, is het saldo altijd negatief. Bij de omzetting naar deze energiedragers wordt er immers meer van geproduceerd dan ingezet. Voor het totaal van alle energiedragers is het saldo de hoeveelheid energie die verloren is gegaan bij de omzetting van energiedragers.
Eigen verbruik energiesector
De hoeveelheid energie die is verbruikt door de energiesector in Nederland.
Totaal
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
- Olie- en gaswinning
- Cokesfabrieken
- Raffinaderijen
- Totaal energiebedrijven
Verliezen bij distributie
Elektriciteit en warmte die verloren gaat bij het transport.

Bij elektriciteit betreft dit de totale netverliezen, dus het fysieke verlies door het transport van elektriciteit en het administratieve verlies door fraude, meetfouten en onvolkomenheden in de administratie.
Finaal verbruik
Totaal finaal verbruik
Het totaal finaal verbruik is de som van:
- Finaal energieverbruik
- Niet-energetisch gebruik
Finaal energieverbruik
Het door gebruik opmaken van energie. Hierna resteert geen nuttig bruikbare energiedrager.

Voorbeelden zijn het verbranden van aardgas in een warmteketel, het verbruik van elektriciteit door huishoudens en het verbruik van motorbrandstoffen voor vervoer.
Totaal
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
- Nijverheid (exclusief de energiesector)
- Vervoer
- Overige afnemers
Niet-energetisch gebruik
Het gebruiken van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is. Hierbij blijft de voor het productieproces gebruikte energie in het product aanwezig. Voorbeelden zijn het gebruik van olie als grondstof voor plastic of aardgas voor kunstmest.
Totaal
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
- Nijverheid (exclusief de energiesector)
- Vervoer
- Overige afnemers