Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau

Landbouw; gewassen, dieren, grondgebruik en arbeid op nationaal niveau

Perioden Aantal landbouwbedrijven, totaal (aantal) Akkerbouw Oppervlakte Aardappelen Aardappelen, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Boerenkool (ha) Akkerbouw Oppervlakte Granen Granen, totaal (ha) Akkerbouw Oppervlakte Handelsgewassen Blauwmaanzaad (ha) Akkerbouw Oppervlakte Suikerbieten (ha) Tuinbouw open grond Oppervlakte Bloembollen en -knollen Bloembollen en -knollen, totaal (ha) Tuinbouw open grond Oppervlakte Bloemkwekerijgewassen Snijbloemen Snijbloemen, totaal (ha) Tuinbouw open grond Oppervlakte Boomkwekerijgewassen en vaste planten Boomkwekerij en vaste planten, totaal (ha) Tuinbouw open grond Oppervlakte Tuinbouwgroenten Tuinbouwgroenten, totaal (ha) Tuinbouw open grond Oppervlakte Tuinbouwgroenten Andijvie (ha) Tuinbouw open grond Aantal bedrijven Tuinbouw open grond, totaal (aantal) Tuinbouw open grond Aantal bedrijven Bloembollen en -knollen Bloembollen en -knollen, totaal (aantal) Tuinbouw open grond Aantal bedrijven Boomkwekerijgewassen en vaste planten Boomkwekerij en vaste planten, totaal (aantal) Tuinbouw open grond Aantal bedrijven Fruit open grond Pit- en steenvruchten Appels (aantal) Tuinbouw open grond Aantal bedrijven Fruit open grond Pit- en steenvruchten Peren (aantal) Graasdieren Aantal dieren Rundvee Rundvee, totaal (aantal) Graasdieren Aantal dieren Rundvee Jongvee voor de melkveehouderij Jongvee voor de melkveehouderij, totaal (aantal) Graasdieren Aantal dieren Rundvee Vleeskalveren Vleeskalveren, totaal (aantal) Graasdieren Aantal dieren Rundvee Jongvee voor de vleesproductie Jongvee voor de vleesproductie, totaal (aantal) Graasdieren Aantal dieren Rundvee Melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar) (aantal) Graasdieren Aantal bedrijven Rundvee Rundvee, totaal (aantal) Graasdieren Aantal bedrijven Rundvee Jongvee voor de melkveehouderij Jongvee voor de melkveehouderij, totaal (aantal) Graasdieren Aantal bedrijven Rundvee Vleeskalveren Vleeskalveren, totaal (aantal) Graasdieren Aantal bedrijven Rundvee Melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar) (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Varkens, totaal (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Biggen Biggen, totaal (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Biggen Biggen tot 20 kg, nog bij de zeug (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Biggen Biggen tot 20 kg, niet meer bij de zeug (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Fokvarkens, totaal (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Opfokzeugen en -beertjes, 20 tot 50 kg (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Opfokzeugen, 50 kg of meer, niet gedekt (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Zeugen, 50 kg of meer, gedekt (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Zeugen, 50 kg of meer, bij biggen (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Zeugen, 50 kg of meer, gust (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Beren, 50 kg of meer, nog niet dekrijp (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Fokvarkens Beren, 50 kg of meer, dekrijp (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, totaal (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, 20 tot 50 kg (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, 50 kg of meer Vleesvarkens, 50 kg of meer, totaal (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, 50 kg of meer Vleesvarkens, 50 tot 80 kg (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, 50 kg of meer Vleesvarkens, 80 tot 110 kg (aantal) Hokdieren Aantal dieren Varkens Vleesvarkens Vleesvarkens, 50 kg of meer Vleesvarkens, 110 kg of meer (aantal) Hokdieren Aantal bedrijven Varkens Varkens, totaal (aantal)
2000 97.390 180.160 . 225.750 590 110.950 22.510 . 12.640 22.380 250 16.590 2.710 5.040 2.290 2.240 4.068.710 1.325.020 782.720 274.510 1.504.080 45.800 34.670 2.880 29.470 13.117.810 5.102.430 2.087.680 3.014.750 1.510.840 132.630 206.940 859.180 216.910 53.090 6.920 35.180 6.504.540 2.684.690 3.819.850 . . . 14.520
2005 81.750 155.780 . 223.290 280 91.310 22.990 . 14.580 22.420 280 12.970 2.180 4.150 1.730 1.790 3.796.780 1.142.020 828.740 220.500 1.433.200 37.300 26.510 3.330 23.530 11.311.560 4.562.990 1.825.750 2.737.240 1.244.270 103.740 170.340 722.670 179.900 43.900 6.490 17.240 5.504.300 2.179.560 3.324.730 . . . 9.690
2010 72.320 158.270 250 218.760 710 70.580 23.350 . 16.910 24.460 210 11.040 1.690 3.590 1.550 1.650 3.975.190 1.238.960 927.700 197.340 1.478.640 32.830 22.880 2.060 19.810 12.254.970 5.123.810 1.999.470 3.124.340 1.226.990 122.140 110.120 755.940 177.250 50.360 3.950 7.230 5.904.170 1.839.970 4.064.200 2.023.180 1.737.550 303.470 7.030
2015 63.910 156.510 200 196.820 770 58.440 24.840 . 17.710 25.340 220 9.850 1.550 3.260 1.170 1.370 4.133.850 1.336.870 909.230 172.080 1.621.770 28.840 20.760 1.910 18.270 12.602.890 5.597.810 2.262.350 3.335.460 1.201.390 90.480 132.900 734.420 188.460 47.150 2.170 5.820 5.803.700 1.777.100 4.026.600 1.896.430 1.735.260 394.910 4.930
2016 55.690 157.900 220 181.100 580 70.720 26.050 . 17.290 25.770 220 9.820 1.620 3.070 1.080 1.300 4.251.460 1.316.530 957.570 152.720 1.744.830 26.630 20.320 1.850 17.910 12.478.590 5.595.260 2.137.330 3.457.940 1.157.040 92.800 124.850 709.110 175.760 46.110 1.870 6.550 5.726.290 1.759.190 3.967.100 1.845.710 1.712.660 408.730 4.510
2017 54.850 162.670 180 164.080 330 85.350 26.680 2.460 16.960 26.320 220 9.870 1.650 2.970 1.060 1.280 4.096.120 1.199.710 953.110 174.800 1.693.800 26.260 20.040 1.570 18.060 12.400.700 5.611.560 2.186.370 3.425.200 1.158.680 87.370 131.060 707.450 177.640 47.890 1.840 5.440 5.630.460 1.729.810 3.900.650 1.781.620 1.674.410 444.610 4.300
2018 53.910 164.970 180 167.560 540 85.190 27.560 2.670 16.880 26.080 170 9.600 1.630 2.810 1.010 1.250 3.919.200 1.032.060 1.017.060 170.290 1.621.910 25.440 18.860 1.640 16.960 12.430.130 5.652.980 2.201.910 3.451.070 1.146.240 88.120 128.490 694.840 177.520 50.250 1.810 5.220 5.630.910 1.739.520 3.891.390 1.758.100 1.659.060 474.240 4.190
2019 53.230 167.520 190 179.780 640 79.180 27.220 2.620 16.700 25.570 160 9.540 1.560 2.750 1.000 1.240 3.810.250 923.670 1.065.500 166.300 1.577.960 24.610 17.950 1.680 16.260 12.269.150 5.548.880 2.174.920 3.373.960 1.102.740 84.900 121.860 673.280 173.110 42.830 1.730 5.050 5.617.530 1.725.320 3.892.210 1.739.740 1.671.730 480.740 4.090
2020 52.700 165.620 160 173.550 1.060 81.460 26.990 2.760 16.710 25.960 160 9.520 1.510 2.770 960 1.210 3.837.990 935.120 1.071.280 166.490 1.593.070 24.020 17.370 1.670 15.730 11.950.240 5.413.680 2.117.970 3.295.710 1.090.610 82.950 129.890 662.190 168.750 39.930 1.220 5.690 5.445.950 1.663.090 3.782.850 1.678.670 1.592.330 511.860 3.560
2021* 52.110 160.360 210 173.170 820 80.720 27.260 2.820 17.030 26.990 210 9.530 1.580 2.750 930 1.190 3.820.910 966.540 1.047.000 167.360 1.571.310 23.530 16.910 1.620 15.250 11.438.380 5.163.430 1.973.180 3.190.250 1.023.480 80.530 127.060 613.630 155.000 41.830 1.150 4.290 5.251.470 1.571.520 3.679.960 1.610.570 1.532.750 536.640 3.400
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op nationaal niveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren, hokdieren en arbeidskrachten.

Voor grondgebruik, gewassen en dieren wordt de oppervlakte respectievelijk het aantal dieren en het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd. Voor arbeidskrachten wordt voor de verschillende soorten arbeidskrachten het aantal personen, de arbeidsjaareenheden (aje) en het aantal bedrijven gepresenteerd.

Oppervlakten zijn afgerond op 10 hectare, aantal graasdieren en varkens op 10 stuks, aantal pluimvee, konijnen en edelpelsdieren op 100 stuks, arbeidskrachten en arbeidsjaareenheden op honderdtallen en aantal bedrijven op tientallen. Deze tabel is daardoor minder geschikt om kleine veranderingen tussen verschillende jaren waar te nemen. Hiervoor kan beter gebruik gemaakt worden van de regiotabel (zie hoofdstuk 3).

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.
De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip ‘actieve landbouwer’ uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in nge (Nederlandse grootte-eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: De cijfers van 2021 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 29 september 2021: de voorlopige cijfers van 2021 zijn geactualiseerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens planning verschijnen eind juni de eerste voorlopige cijfers ('snelle cijfers'). Op dat moment zijn nog niet alle opgaven binnen en/of volledig verwerkt, en hebben alleen de belangrijkste plausibiliteitscontroles plaatsgevonden. Voor non-respons is bijgeschat op basis van de opgave van vorig jaar.
In september wordt de gegevensverzameling afgesloten, dan wordt opnieuw bijgeschat en vinden verdere analyses en plausibiliteitscontroles plaats.
Eind september en in november worden bijgestelde voorlopige cijfers gepubliceerd en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Aantal landbouwbedrijven, totaal
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
_
Met ingang van 2016 wordt bij de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Dit heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Voor meer uitleg over de afbakening van de Landbouwtelling en de SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.
Akkerbouw
Akkerbouw is teelt in de volle grond, veelal voor industriële verwerking.
Oppervlakte
Aardappelen
Aardappelen, totaal
Akkerbouwgroenten
Akkerbouwgroenten zijn groenten die worden geteeld in de open grond, in vruchtwisseling met andere akkerbouwgewassen. Ze zijn meestal bestemd voor industriële verwerking.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Boerenkool
Granen
Graanteelten bestemd voor de oogst van de korrel, inclusief zaadwinning.
Granen, totaal
Handelsgewassen
Handelsgewassen zijn planten die gewoonlijk niet direct voor consumptie worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten worden verwerkt.
Blauwmaanzaad
Suikerbieten
Tuinbouw open grond
Tuinbouw open grond is teelt in de volle grond, veelal direct voor de markt.
Oppervlakte
Bloembollen en -knollen
Bloembollen en -knollen, totaal
Bloemkwekerijgewassen
Snijbloemen
Snijbloemen, totaal
Boomkwekerijgewassen en vaste planten
Boomkwekerij en vaste planten, totaal
Tuinbouwgroenten
Tuinbouwgroenten zijn groenten die worden geteeld in de open grond, in vruchtwisseling met andere tuinbouwgewassen. Ze zijn meestal direct bestemd voor de markt.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Tuinbouwgroenten, totaal
Andijvie
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Tuinbouw open grond, totaal
Bloembollen en -knollen
Bloembollen en -knollen, totaal
Boomkwekerijgewassen en vaste planten
Boomkwekerij en vaste planten, totaal
Fruit open grond
Pit- en steenvruchten
Appels
Peren
Graasdieren
Graasdieren zijn paarden en pony's, rundvee, schapen en geiten.
Aantal dieren
Rundvee
Met ingang van 2013 worden de diercategorieën ‘Vlees- en weidekoeien (>= 2 jaar)’ en ‘Zoogkoeien (>= 2 jaar)’ niet meer apart waargenomen maar samengeteld in de nieuwe categorie ‘Overige koeien’.
Eveneens met ingang van 2013 worden de diercategorieën ‘Stieren voor de fokkerij (>= 2 jaar)’ en ‘Stieren voor vleesproductie (>= 2 jaar)’ niet meer apart waargenomen maar samengeteld in de nieuwe categorie ‘Stieren (>= 2 jaar)’.
Hierdoor zijn ook de totalen voor ‘melk- en fokvee’ en ‘vlees- en weidevee’ komen te vervallen.
Met ingang van 2017 worden de rundvee gegevens afgeleid uit het I&R register (Identificatie en Registratie) voor runderen. Dit kan, in vergelijking met de eerdere directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave, van invloed zijn op de verdeling tussen de verschillende categorieën.
Rundvee, totaal
Jongvee voor de melkveehouderij
Jongvee dat voor melkproductie wordt aangehouden.
Jongvee voor de melkveehouderij, totaal
Vleeskalveren
Vleeskalveren voor de productie van wit- en rosévlees (jonger dan 1 jaar).

Met ingang van 2018 worden de dieraantallen voor pluimvee, vleeskalveren en vleesvarkens gecorrigeerd voor tijdelijke leegstand op de peildatum.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de productietabellen (zie ook de tabeltoelichting).
Vleeskalveren, totaal
Jongvee voor de vleesproductie
Jongvee dat voor de productie van vlees wordt aangehouden (exclusief vleeskalveren).
Jongvee voor de vleesproductie, totaal
Melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar)
Koeien van 2 jaar of ouder, die ten minste eenmaal gekalfd hebben en voor de melkproductie, dan wel de fokkerij worden aangehouden; inclusief droogstaande koeien (dit zijn koeien, die tijdelijk geen melk geven omdat ze drachtig zijn).
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Rundvee
Met ingang van 2013 worden de diercategorieën ‘Vlees- en weidekoeien (>= 2 jaar)’ en ‘Zoogkoeien (>= 2 jaar)’ niet meer apart waargenomen maar samengeteld in de nieuwe categorie ‘Overige koeien’.
Eveneens met ingang van 2013 worden de diercategorieën ‘Stieren voor de fokkerij (>= 2 jaar)’ en ‘Stieren voor vleesproductie (>= 2 jaar)’ niet meer apart waargenomen maar samengeteld in de nieuwe categorie ‘Stieren (>= 2 jaar)’.
Hierdoor zijn ook de totalen voor ‘melk- en fokvee’ en ‘vlees- en weidevee’ komen te vervallen.
Met ingang van 2017 worden de rundvee gegevens afgeleid uit het I&R register (Identificatie en Registratie) voor runderen. Dit kan, in vergelijking met de eerdere directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave, van invloed zijn op de verdeling tussen de verschillende categorieën.
Rundvee, totaal
Jongvee voor de melkveehouderij
Jongvee dat voor melkproductie wordt aangehouden.
Jongvee voor de melkveehouderij, totaal
Vleeskalveren
Vleeskalveren voor de productie van wit- en rosévlees (jonger dan 1 jaar).

Met ingang van 2018 worden de dieraantallen voor pluimvee, vleeskalveren en vleesvarkens gecorrigeerd voor tijdelijke leegstand op de peildatum.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de productietabellen (zie ook de tabeltoelichting).
Vleeskalveren, totaal
Melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar)
Koeien van 2 jaar of ouder, die ten minste eenmaal gekalfd hebben en voor de melkproductie, dan wel de fokkerij worden aangehouden; inclusief droogstaande koeien (dit zijn koeien, die tijdelijk geen melk geven omdat ze drachtig zijn).
Hokdieren
Hokdieren zijn varkens, diverse soorten pluimvee, konijnen en edelpelsdieren.
_
Om hobbymatig van bedrijfsmatig gehouden dieren te onderscheiden, worden bij pluimvee, konijnen en edelpelsdieren aantallen van minder dan 25 stuks niet in de telling meegenomen.
Aantal dieren
Varkens
Varkens, totaal
Biggen
Biggen, totaal
Biggen tot 20 kg, nog bij de zeug
Biggen tot 20 kg, niet meer bij de zeug
Fokvarkens
Fokvarkens, totaal
Opfokzeugen en -beertjes, 20 tot 50 kg
Zeugen zijn vrouwelijke varkens; beren zijn mannelijke varkens.
Opfokzeugen, 50 kg of meer, niet gedekt
Zeugen, 50 kg of meer, gedekt
Al dan niet drachtig (inclusief kunstmatig geïnsemineerde zeugen).
Zeugen, 50 kg of meer, bij biggen
Zogende zeugen, tot aan het spenen van de biggen. Het spenen van biggen is het blijvend onttrekken van biggen aan een zogende zeug.
Zeugen, 50 kg of meer, gust
Gust: onvruchtbare periode tussen zogen en inseminatie.
Beren, 50 kg of meer, nog niet dekrijp
Mannelijke varkens.
Beren, 50 kg of meer, dekrijp
Mannelijke varkens.
Vleesvarkens
Met ingang van 2018 worden de dieraantallen voor pluimvee, vleeskalveren en vleesvarkens gecorrigeerd voor tijdelijke leegstand op de peildatum.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de productietabellen (zie ook de tabeltoelichting).
Vleesvarkens, totaal
Vleesvarkens, 20 tot 50 kg
Vleesvarkens, 50 kg of meer
Tot 2008 uitsplitsing naar geslacht; vanaf 2008 naar gewichtsklassen.
Vleesvarkens, 50 kg of meer, totaal
Vleesvarkens, 50 tot 80 kg
Vleesvarkens, 80 tot 110 kg
Vleesvarkens, 110 kg of meer
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Varkens
Varkens, totaal