Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente

Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente

Regio's Perioden Aantal landbouwbedrijven, totaal (aantal)
Nederland 2022* 51.042
Noord-Nederland (LD) 2022* 9.209
Oost-Nederland (LD) 2022* 16.649
West-Nederland (LD) 2022* 12.738
Zuid-Nederland (LD) 2022* 12.446
Groningen (PV) 2022* 2.460
Fryslân (PV) 2022* 4.073
Drenthe (PV) 2022* 2.676
Overijssel (PV) 2022* 6.448
Flevoland (PV) 2022* 1.634
Gelderland (PV) 2022* 8.567
Utrecht (PV) 2022* 2.263
Noord-Holland (PV) 2022* 3.384
Zuid-Holland (PV) 2022* 4.376
Zeeland (PV) 2022* 2.715
Noord-Brabant (PV) 2022* 8.937
Limburg (PV) 2022* 3.509
Oost-Groningen (CR) 2022* 701
Delfzijl en omgeving (CR) 2022* 300
Overig Groningen (CR) 2022* 1.459
Noord-Friesland (CR) 2022* 1.665
Zuidwest-Friesland (CR) 2022* 1.229
Zuidoost-Friesland (CR) 2022* 1.179
Noord-Drenthe (CR) 2022* 952
Zuidoost-Drenthe (CR) 2022* 915
Zuidwest-Drenthe (CR) 2022* 809
Noord-Overijssel (CR) 2022* 2.431
Zuidwest-Overijssel (CR) 2022* 919
Twente (CR) 2022* 3.098
Veluwe (CR) 2022* 2.714
Achterhoek (CR) 2022* 3.148
Arnhem/Nijmegen (CR) 2022* 1.084
Zuidwest-Gelderland (CR) 2022* 1.621
Utrecht (CR) 2022* 2.263
Kop van Noord-Holland (CR) 2022* 1.852
Alkmaar en omgeving (CR) 2022* 339
IJmond (CR) 2022* 131
Agglomeratie Haarlem (CR) 2022* 18
Zaanstreek (CR) 2022* 121
Groot-Amsterdam (CR) 2022* 834
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2022* 89
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2022* 590
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2022* 231
Delft en Westland (CR) 2022* 784
Oost-Zuid-Holland (CR) 2022* 1.004
Groot-Rijnmond (CR) 2022* 1.281
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2022* 486
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2022* 1.171
Overig Zeeland (CR) 2022* 1.544
West-Noord-Brabant (CR) 2022* 2.047
Midden-Noord-Brabant (CR) 2022* 1.511
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2022* 2.852
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2022* 2.527
Noord-Limburg (CR) 2022* 1.547
Midden-Limburg (CR) 2022* 1.091
Zuid-Limburg (CR) 2022* 871
Flevoland (CR) 2022* 1.634
Bouwhoek en Hogeland (LG) 2022* 1.367
Veenkoloniën en Oldambt (LG) 2022* 2.639
Noordelijk Weidegebied (LG) 2022* 6.253
Oostelijk Veehouderijgebied (LG) 2022* 9.610
Centraal Veehouderijgebied (LG) 2022* 2.732
IJsselmeerpolders (LG) 2022* 2.180
Westelijk Holland (LG) 2022* 4.650
Waterland en Droogmakerijen (LG) 2022* 712
Hollands/Utrechts Weidegebied (LG) 2022* 2.446
Rivierengebied (LG) 2022* 2.743
Zuidwestelijk Akkerbouwgebied (LG) 2022* 4.319
Zuidwest-Brabant (LG) 2022* 1.325
Zuidelijk Veehouderijgebied (LG) 2022* 9.195
Zuid-Limburg (LG) 2022* 871
De Marne (LB) 2022*
Centraal Weidegebied in Groningen (LB) 2022* 128
Oostelijke Bouwstreek in Groningen (LB) 2022* 742
Westerwolde en Gron. Veenkoloniën (LB) 2022* 534
Groninger zuidelijk Westerkwartier (LB) 2022* 572
Oostelijk Hogeland (LB) 2022* 484
Noordelijk Friesland (LB) 2022* 883
Weidestreek in Friesland (LB) 2022* 1.471
De Wouden (LB) 2022* 1.646
Eilanden (LB) 2022* 73
Weidegebied van het Noorderveld (LB) 2022* 163
Smilde en Centr. Zandgebied in Dr. (LB) 2022* 560
Zuidw. Weidegebied in Drenthe (LB) 2022* 649
Zuidelijk Zandgebied in Drenthe (LB) 2022* 501
Drentse Veenkoloniën en Hondsrug (LB) 2022* 803
Weidegebied in Overijssel (LB) 2022* 1.551
Noordoost-Overijssel (LB) 2022* 880
Twente (LB) 2022* 2.933
Salland (LB) 2022* 1.084
Noordoostelijke Polder (LB) 2022* 806
Zuidelijke IJsselmeerpolders (LB) 2022* 828
Oostelijke Veluwe (LB) 2022* 717
IJsselstreek (LB) 2022* 391
Zuidelijk Gelderland (LB) 2022* 765
Oostelijke Betuwe en Nijmegen (LB) 2022* 174
Veluwezoom en Betuwe (LB) 2022* 1.356
Bommelerwaard (LB) 2022* 384
Westelijke Veluwe (LB) 2022* 1.724
Achterhoek (LB) 2022* 3.056
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens vanaf gemeenteniveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren en hokdieren. Voor alle onderwerpen wordt zowel het telgegeven (oppervlakte, aantal dieren), als het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

In 2022 maken paarden, pony’s en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op de bedrijfstypering en het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling. Bedrijven met paarden en pony's die eerder ingedeeld werden bij 'paard -en ponybedrijven' worden in 2022, als er naast het houden van paarden en pony's ook nog landbouwactiviteiten zijn, ingedeeld bij een ander bedrijfstype. Dit heeft met name effect op graasdierbedrijven en 'akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen', hier treedt een duidelijke trendbreuk op.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.

De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2011 zijn er wijzigingen doorgevoerd in de geografische toedeling van bedrijven met hoofdvestiging in het buitenland. Dit kan met name in de grensgebieden invloed hebben op de regionale cijfers.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Status van de cijfers: de cijfers van 2022 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 november 2022: de voorlopige cijfers van 2022 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens de reguliere planning verschijnen in november de voorlopige cijfers en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Aantal landbouwbedrijven, totaal
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
_
Met ingang van 2016 wordt bij de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Dit heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).
_
Voor meer uitleg over de afbakening van de Landbouwtelling en de SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.