Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar regio

Regio's Perioden Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Erwten (groen te oogsten) (are) Akkerbouw Oppervlakte Akkerbouwgroenten Tuinbonen (groen te oogsten) (are) Akkerbouw Oppervlakte Peulvruchten Tuinbonen (droog te oogsten) (are) Akkerbouw Aantal bedrijven Akkerbouwgroenten Erwten (groen te oogsten) (aantal) Akkerbouw Aantal bedrijven Akkerbouwgroenten Tuinbonen (groen te oogsten) (aantal) Akkerbouw Aantal bedrijven Peulvruchten Tuinbonen (droog te oogsten) (aantal) Tuinbouw overig Oppervlakte, hoeveelheid Paddenstoelenteelt Champignons Champignons handmatig geoogst (m2) Tuinbouw overig Oppervlakte, hoeveelheid Paddenstoelenteelt Champignons Champignons machinaal geoogst (m2) Tuinbouw overig Aantal bedrijven Paddenstoelenteelt Champignons Champignons handmatig geoogst (aantal) Tuinbouw overig Aantal bedrijven Paddenstoelenteelt Champignons Champignons machinaal geoogst (aantal)
Nederland 2020 330.371 88.768 22.982 383 198 60 327.666 267.366 84 19
Noord-Nederland (LD) 2020 7.901 506 852 9 7 3 16.180 0 4 0
Oost-Nederland (LD) 2020 92.598 6.115 2.669 98 21 7 85.979 72.420 26 4
West-Nederland (LD) 2020 88.292 26.840 15.393 96 47 39 12.642 0 2 0
Zuid-Nederland (LD) 2020 141.580 55.307 4.068 180 123 11 212.865 194.946 52 15
Groningen (PV) 2020 6.329 352 430 6 3 1 6.755 0 2 0
Fryslân (PV) 2020 1.572 22 422 3 2 2 0 0 0 0
Drenthe (PV) 2020 0 132 0 0 2 0 9.425 0 2 0
Overijssel (PV) 2020 1.753 99 0 2 2 0 0 0 0 0
Flevoland (PV) 2020 80.856 4.087 1.331 80 9 4 0 0 0 0
Gelderland (PV) 2020 9.989 1.929 1.338 16 10 3 85.979 72.420 26 4
Utrecht (PV) 2020 627 205 0 2 3 0 0 0 0 0
Noord-Holland (PV) 2020 2.441 546 218 8 5 1 4.092 0 1 0
Zuid-Holland (PV) 2020 60.199 21.308 3.732 60 30 4 0 0 0 0
Zeeland (PV) 2020 25.025 4.781 11.443 26 9 34 8.550 0 1 0
Noord-Brabant (PV) 2020 72.973 37.306 2.878 97 81 7 150.609 93.018 38 9
Limburg (PV) 2020 68.607 18.001 1.190 83 42 4 62.256 101.928 14 6
Bouwhoek en Hogeland (LG) 2020 3.804 0 852 5 0 3 0 0 0 0
Veenkoloniën en Oldambt (LG) 2020 4.097 484 0 4 5 0 0 0 0 0
Noordelijk Weidegebied (LG) 2020 1.050 22 0 1 2 0 6.755 0 2 0
Oostelijk Veehouderijgebied (LG) 2020 6.594 1.890 1.326 11 7 2 11.280 0 3 0
Centraal Veehouderijgebied (LG) 2020 509 9 0 2 3 0 0 0 0 0
IJsselmeerpolders (LG) 2020 80.856 4.087 1.331 80 9 4 4.092 0 1 0
Westelijk Holland (LG) 2020 2.122 1.240 2.954 7 8 4 0 0 0 0
Waterland en Droogmakerijen (LG) 2020 777 445 0 2 2 0 0 0 0 0
Hollands/Utrechts Weidegebied (LG) 2020 127 230 0 2 5 0 0 0 0 0
Rivierengebied (LG) 2020 4.095 410 442 5 5 2 85.224 72.420 26 4
Zuidwestelijk Akkerbouwgebied (LG) 2020 92.816 33.309 12.573 93 43 37 23.414 0 4 0
Zuidwest-Brabant (LG) 2020 8.723 7.291 904 15 25 1 19.200 0 2 0
Zuidelijk Veehouderijgebied (LG) 2020 120.196 39.028 2.600 152 82 7 177.701 194.946 46 15
Zuid-Limburg (LG) 2020 4.605 323 0 4 2 0 0 0 0 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens op regioniveau over grondgebruik, akkerbouw, tuinbouw, grasland, graasdieren en hokdieren.
Voor alle onderwerpen wordt zowel het telgegeven (oppervlakte, aantal dieren), als het bijbehorend aantal bedrijven gepresenteerd.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.
De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie ‘koppeling naar relevante tabellen en artikelen’).

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip ‘actieve landbouwer’ uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony’s) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2011 zijn er wijzigingen doorgevoerd in de geografische toedeling van bedrijven met hoofdvestiging in het buitenland. Dit kan met name in de grensgebieden invloed hebben op de regionale cijfers.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers: de cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 19 maart 2021: de cijfers van 2020 zijn geactualiseerd en zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Volgens de reguliere planning verschijnen in november de voorlopige cijfers en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.
De opengrondsgewassen (akkerbouw, tuinbouw open grond , grasland en voedergewassen) worden eind september gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Akkerbouw
Akkerbouw is teelt in de volle grond, veelal voor industriële verwerking.
Oppervlakte
Akkerbouwgroenten
Akkerbouwgroenten zijn groenten die worden geteeld in de open grond, in vruchtwisseling met andere akkerbouwgewassen. Ze zijn meestal bestemd voor industriële verwerking.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Erwten (groen te oogsten)
Tuinbonen (groen te oogsten)
Tot en met 2001 inclusief tuinbonen (droog te oogsten).
Peulvruchten
Peulvruchten zijn planten waaraan de eetbare zaden in peulen groeien.
Tuinbonen (droog te oogsten)
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Akkerbouwgroenten
Akkerbouwgroenten zijn groenten die worden geteeld in de open grond, in vruchtwisseling met andere akkerbouwgewassen. Ze zijn meestal bestemd voor industriële verwerking.
_
Vruchtwisseling is het op een perceel na elkaar telen van verschillende gewassen om bodemziekten te voorkomen.
Erwten (groen te oogsten)
Tuinbonen (groen te oogsten)
Tot en met 2001 inclusief tuinbonen (droog te oogsten).
Peulvruchten
Peulvruchten zijn planten waaraan de eetbare zaden in peulen groeien.
Tuinbonen (droog te oogsten)
Tuinbouw overig
Tuinbouw overig omvat de teelten waarvoor geen grond wordt gebruikt (paddenstoelenteelt, bollenbroei, witloftrek).
Oppervlakte, hoeveelheid
Paddenstoelenteelt
Champignons
Gegeven is de oppervlakte van de geoogste cellen (= oppervlakte van de cellen na aftrek van de paden, vermenigvuldigd met het aantal lagen van de teeltbakken).
Champignons handmatig geoogst
Champignons machinaal geoogst
Aantal bedrijven
Let op:
De som van onderliggende delen kan groter zijn dan het totaal voor de hele groep, omdat bij een bedrijf meerdere activiteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) kunnen voorkomen (zo’n bedrijf telt mee voor iedere afzonderlijke activiteit, maar slechts eenmaal in het totaal).
Paddenstoelenteelt
Champignons
Champignons handmatig geoogst
Champignons machinaal geoogst