Gezonde levensverwachting; vanaf 1981

Gezonde levensverwachting; vanaf 1981

Geslacht Leeftijd (op 31 december) Marges Perioden Levensverwachting (jaren) LV in als goed ervaren gezondheid (jaren) LV zonder lichamelijke beperkingen LV zonder matige en ernstige beperking (jaren) LV zonder chronische ziektes LV zonder chronische ziektes (jaren) LV in goede geestelijke gezondheid (jaren) LV zonder GALI-beperkingen LV zonder GALI-beperkingen (jaren)
Mannen 0 jaar Waarde 1981 72,71 59,9 . 54,5 . .
Mannen 0 jaar Waarde 1991 74,05 59,4 66,9 50,7 . .
Mannen 0 jaar Waarde 2001 75,80 61,8 68,7 48,7 70,0 .
Mannen 0 jaar Waarde 2011 79,18 63,7 71,1 46,1 72,6 .
Mannen 0 jaar Waarde 2016 79,88 64,9 72,4 46,8 73,7 60,8
Mannen 0 jaar Waarde 2017 80,06 65,0 73,2 46,0 73,7 59,5
Mannen 0 jaar Waarde 2018 80,16 64,2 73,1 47,3 73,4 60,2
Mannen 0 jaar Waarde 2019 80,46 64,8 73,5 46,2 74,0 59,5
Mannen 0 jaar Waarde 2020 79,67 66,4 72,8 45,8 73,4 60,4
Mannen 30 jaar Waarde 1981 44,82 33,1 . 29,9 . .
Mannen 30 jaar Waarde 1991 45,86 32,5 38,1 26,8 . .
Mannen 30 jaar Waarde 2001 47,39 34,8 40,1 24,8 42,2 .
Mannen 30 jaar Waarde 2011 50,45 36,8 42,8 22,2 45,7 .
Mannen 30 jaar Waarde 2016 51,05 37,7 43,9 22,6 46,5 34,3
Mannen 30 jaar Waarde 2017 51,31 37,9 44,8 22,6 46,7 33,8
Mannen 30 jaar Waarde 2018 51,36 37,2 44,4 22,8 45,7 34,4
Mannen 30 jaar Waarde 2019 51,66 38,4 45,0 21,8 46,8 33,7
Mannen 30 jaar Waarde 2020 50,86 39,5 44,4 21,9 46,0 34,2
Mannen 65 jaar Waarde 1981 14,33 9,2 . 6,9 . .
Mannen 65 jaar Waarde 1991 14,89 8,4 10,5 5,4 . .
Mannen 65 jaar Waarde 2001 15,90 9,2 10,9 4,5 13,5 .
Mannen 65 jaar Waarde 2011 18,30 10,9 13,9 3,8 16,9 .
Mannen 65 jaar Waarde 2016 18,77 11,8 14,2 4,1 17,5 10,2
Mannen 65 jaar Waarde 2017 18,97 12,2 14,5 4,2 17,9 10,2
Mannen 65 jaar Waarde 2018 19,01 12,0 14,7 4,2 17,3 10,6
Mannen 65 jaar Waarde 2019 19,24 12,4 14,4 3,8 17,8 9,7
Mannen 65 jaar Waarde 2020 18,52 12,7 14,3 3,6 17,2 9,7
Vrouwen 0 jaar Waarde 1981 79,32 62,4 . 53,9 . .
Vrouwen 0 jaar Waarde 1991 80,15 61,9 65,0 47,9 . .
Vrouwen 0 jaar Waarde 2001 80,71 61,6 68,5 42,1 70,0 .
Vrouwen 0 jaar Waarde 2011 82,85 63,3 70,0 40,9 73,4 .
Vrouwen 0 jaar Waarde 2016 83,13 63,3 70,5 40,8 72,5 57,9
Vrouwen 0 jaar Waarde 2017 83,32 63,8 70,7 41,4 73,7 56,6
Vrouwen 0 jaar Waarde 2018 83,33 62,7 70,8 40,2 72,3 55,8
Vrouwen 0 jaar Waarde 2019 83,56 63,2 70,8 41,2 72,7 57,0
Vrouwen 0 jaar Waarde 2020 83,08 65,8 71,8 41,3 72,5 56,9
Vrouwen 30 jaar Waarde 1981 50,97 35,6 . 30,5 . .
Vrouwen 30 jaar Waarde 1991 51,56 35,5 36,2 25,0 . .
Vrouwen 30 jaar Waarde 2001 51,96 35,0 39,7 20,5 43,1 .
Vrouwen 30 jaar Waarde 2011 53,86 36,3 42,1 18,5 46,7 .
Vrouwen 30 jaar Waarde 2016 54,16 36,9 42,2 18,4 46,0 32,5
Vrouwen 30 jaar Waarde 2017 54,32 37,6 42,3 19,0 46,9 31,7
Vrouwen 30 jaar Waarde 2018 54,33 36,8 42,5 18,5 46,6 31,1
Vrouwen 30 jaar Waarde 2019 54,61 36,9 42,4 18,9 47,2 31,3
Vrouwen 30 jaar Waarde 2020 54,11 38,9 43,6 19,1 46,4 31,6
Vrouwen 65 jaar Waarde 1981 18,86 10,8 . 7,4 . .
Vrouwen 65 jaar Waarde 1991 19,39 10,7 9,1 5,6 . .
Vrouwen 65 jaar Waarde 2001 19,72 10,4 10,6 4,9 15,3 .
Vrouwen 65 jaar Waarde 2011 21,30 11,3 13,4 3,6 18,1 .
Vrouwen 65 jaar Waarde 2016 21,43 12,7 13,1 3,4 18,1 10,0
Vrouwen 65 jaar Waarde 2017 21,49 13,2 13,1 3,7 18,5 9,8
Vrouwen 65 jaar Waarde 2018 21,46 12,6 13,5 3,9 18,5 9,3
Vrouwen 65 jaar Waarde 2019 21,67 12,4 13,0 4,1 18,8 9,4
Vrouwen 65 jaar Waarde 2020 21,15 13,4 14,0 3,7 18,3 9,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel worden vijf varianten van de gezonde levensverwachting weergegeven:
- De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid
- De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
- De levensverwachting zonder chronische ziektes
- De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid
- De levensverwachting zonder GALI-beperkingen
Daarnaast zijn ook cijfers over de 'gewone' levensverwachting opgenomen, zodat de cijfers over gezonde levensverwachting hieraan gerelateerd kunnen worden.

In de tabel zijn de gegevens over (gezonde) levensverwachting uit te splitsen naar de volgende kenmerken:
- Geslacht (per statistiekjaar 2018 is dat inclusief totaalcategorie)
- Leeftijd

Met deze tabel kan de ontwikkeling door de tijd van de gezonde levensverwachting in beeld worden gebracht. Zo is bijvoorbeeld af te lezen dat de levensverwachting zonder chronische ziektes voor vrouwen daalde in de jaren tachtig en negentig. De levensverwachting zonder matige en ernstige lichamelijke beperkingen voor mannen nam in dezelfde periode juist toe.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1981.

Status van de cijfers: Definitief.

Wijzigingen per 15 juli 2021:
De cijfers over 2020 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Derde kwartaal 2022.

Toelichting onderwerpen

Levensverwachting
Het aantal jaren dat iemand van een geselecteerde leeftijd naar
verwachting nog te leven heeft onder de veronderstelling dat de
sterftekansen in de toekomst niet zullen veranderen.
LV in als goed ervaren gezondheid
Voor het berekenen van levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is
het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren
gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid
op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:
1. Hoe is over het algemeen uw gezondheid?
2. Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?
Mensen die deze vraag beantwoorden met 'goed' of 'zeer goed' worden
gezond genoemd.
De cijfers over de jaren 1981 tot en met 1982 zijn gerepareerde cijfers.
In de tabeltoelichting is meer uitleg over deze reparatie te vinden. Ook
zijn daar verwijzingen naar methodologische beschrijvingen opgenomen.
LV zonder lichamelijke beperkingen
Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen.
Voor het berekenen van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
zijn gegevens gebruikt over beperkingen in horen, zien en bewegen.
Het gaat daarbij om de volgende zeven vragen uit de Gezondheidsenquête:
-Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen (zo nodig
met hoorapparaat)?
-Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met
hoorapparaat)?
-Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen
lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
-Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo
nodig met bril of contactlenzen)?
-Kunt u een voorwerp van 5 kilo, bijvoorbeeld een volle boodschappentas,
10 meter dragen?
-Kunt u als u staat, bukken en iets van de grond oppakken?
-Kunt u 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met
stok)?
Deze vragen kennen de volgende antwoordcategorieën:
-ja, zonder moeite
-ja, met enige moeite
-ja, met grote moeite
-nee, dat kan ik niet
Voor de levensverwachting zonder ernstige lichamelijke beperkingen geldt
dat respondenten die op minimaal 1 vraag antwoorden met 'nee, dat kan ik
niet' worden gezien als lichamelijk beperkt.
Voor de levensverwachting zonder matige en ernstige lichamelijke
beperkingen geldt dat respondenten die op minimaal 1 vraag antwoorden met
'nee, dat kan ik niet' of 'ja, met grote moeite' worden gezien als
lichamelijk beperkt.
Voor de levensverwachting zonder lichte, matige en ernstige lichamelijke
beperkingen geldt dat respondenten die op minimaal 1 vraag antwoorden met
'nee, dat kan ik niet', 'ja, met grote moeite' of 'ja, met enige moeite'
worden gezien als lichamelijk beperkt.
In de jaren 1986-1988 werd een gelaagde opbouw van de vragen gebruikt.
Voordat een respondent bij de specifieke vragen over beperkingen terecht
kwam, werden eerst enkele algemene vragen gesteld.
De cijfers over de jaren 1983 tot en met 1988 zijn gerepareerde cijfers.
In de tabeltoelichting is meer uitleg over deze reparatie te vinden. Ook
zijn daar verwijzingen naar methodologische beschrijvingen opgenomen.
De vragen over beperkingen zijn
alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van
levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is daarom aangenomen
dat deze beperkingen niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.
LV zonder matige en ernstige beperking
LV zonder chronische ziektes
Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziektes is een
aantal ziektes geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen
leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven.
Het gaat om de volgende (clusters van) aandoeningen:
1. Astma, chronische bronchitis
2. Hartafwijking
3. Beroerte
4. Hoge bloeddruk
5. Maag-darm stoornissen
6. Suikerziekte
7. Rugaandoening
8. Reumatische/gewrichts- aandoeningen
9. Migraine
10. Kanker
Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van
deze ziektes zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen
12 maanden.
De vragen over chronische ziektes zijn gesteld aan personen van 0
jaar of ouder. Uitzonderingen hierop zijn de vragen naar hartaandoeningen
en/of hartinfarct, beroerte, hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage, die
uitsluitend zijn nagevraagd bij personen van 12 jaar of ouder. In de
berekening van levensverwachting zonder chronische ziektes is daarom
aangenomen dat deze ziektes niet voorkomen bij personen jonger dan 12
jaar.
In de loop der jaren is er gevarieerd met de definitie van chronische
ziektes en de manier van vraagstelling.
De cijfers over de jaren 1981 tot en met 2000 zijn gerepareerde cijfers.
In de tabeltoelichting is meer uitleg over deze reparatie te vinden. Ook
zijn daar verwijzingen naar methodologische beschrijvingen opgenomen.
LV zonder chronische ziektes
Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziektes is een
aantal ziektes geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen
leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven.
Het gaat om de volgende (clusters van) aandoeningen:
1. Astma, chronische bronchitis
2. Hartafwijking
3. Beroerte
4. Hoge bloeddruk
5. Maag-darm stoornissen
6. Suikerziekte
7. Rugaandoening
8. Reumatische/gewrichts- aandoeningen
9. Migraine
10. Kanker
Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van
deze ziektes zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen
12 maanden.
De vragen over chronische ziektes zijn gesteld aan personen van 0
jaar of ouder. Uitzonderingen hierop zijn de vragen naar hartaandoeningen
en/of hartinfarct, beroerte, hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage, die
uitsluitend zijn nagevraagd bij personen van 12 jaar of ouder. In de
berekening van levensverwachting zonder chronische ziektes is daarom
aangenomen dat deze ziektes niet voorkomen bij personen jonger dan 12
jaar.
In de loop der jaren is er gevarieerd met de definitie van chronische
ziektes en de manier van vraagstelling.
De cijfers over de jaren 1981 tot en met 2000 zijn gerepareerde cijfers.
In de tabeltoelichting is meer uitleg over deze reparatie te vinden. Ook
zijn daar verwijzingen naar methodologische beschrijvingen opgenomen.
LV in goede geestelijke gezondheid
De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het aantal jaren
dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachtin (nog) zal leven
in goede geestelijke gezondheid.
Als maat voor de geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de Mental
Health Inventory (MHI-5). De MHI-5 meet de algemene psychische
gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans
tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens. De MHI-5 bevat de
volgende vragen:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?
Bij deze vragen wordt een referentieperiode van 4 weken gehanteerd
De antwoordmogelijkheden bevatten de categorieën 'voortdurend',
'meestal','vaak', 'soms', 'zelden' en 'nooit'. Bij de positief
geformuleerde vragen (vraag 3 en 5) zijn voor de categorieën in volgorde
de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde
vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend.
Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze
vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer
ongezond)en de maximale score 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een
score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als gezond, en bij
een score van minder dan 60 als 'ongezond.
Deze vragen maken deel uit van de module Gezondheid van de CBS-enquête
Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) vanaf 2001. De vragen over
geestelijke gezondheid zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of
ouder. In de berekening van levensverwachting in goede geestelijke
gezondheid is aangenomen dat de prevalentie goede geestelijke gezondheid
van personen jonger dan 12 jaar gelijk is aan die van de aangrenzende
leeftijdscategorie.
LV zonder GALI-beperkingen
GALI staat voor Global Activity Limitations Indicator. De levensverwachting zonder GALI-beperkingen is de variant van gezonde levensverwachting die Eurostat bestempelt als ‘Healthy Life Years’. Dat officiële Europese cijfer over Healthy Life Years is gebaseerd op data uit de European Survey on Income and Living Conditions (EU-SILC) en kan daardoor afwijken van de cijfers over levensverwachting zonder GALI-beperkingen, zoals die in deze tabel gepresenteerd worden. De cijfers in deze tabel zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête.
Voor het berekenen van levensverwachting zonder GALI-beperkingen zijn de antwoorden op de volgende vragen uit de Gezondheidsenquête 2014 gebruikt:
-In welke mate bent u (is uw kind) vanwege problemen met uw (zijn of haar) gezondheid beperkt in activiteiten die mensen gewoonlijk doen?
-Duurt deze beperking reeds een half jaar of langer.
Met ingang van de Gezondheidsenquête 2015 wordt de volgende vraag gebruikt:
-In welke mate bent u (is uw kind) vanwege problemen met uw (zijn of haar) gezondheid sinds 6 maanden of langer beperkt in activiteiten die mensen (kinderen) gewoonlijk doen?
Met als antwoordcategorieën:
-Ernstig beperkt
-Wel beperkt, maar niet ernstig
-Helemaal niet beperkt
Voor de levensverwachting zonder GALI beperkingen geldt dat respondenten die antwoorden met 'ernstig beperkt’ of met ‘wel beperkt, maar niet ernstig’ worden gezien als beperkt.
Voor de levensverwachting zonder ernstige GALI beperkingen geldt dat respondenten die antwoorden met 'ernstig beperkt’ worden gezien als beperkt.
De vragen over GALI-beperkingen zijn alleen gesteld aan personen van 2 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting GALI-beperkingen is daarom aangenomen dat deze beperkingen niet voorkomen bij kinderen van 0 en 1 jaar.
LV zonder GALI-beperkingen