Bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente

Bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente

Regio's Perioden Totale oppervlakte (ha) Verkeersterrein Totaal verkeersterrein (ha) Verkeersterrein Spoorterrein (ha) Verkeersterrein Wegverkeersterrein (ha) Verkeersterrein Vliegveld (ha) Bebouwd terrein Totaal bebouwd terrein (ha) Bebouwd terrein Woonterrein (ha) Bebouwd terrein Terrein voor detailhandel en horeca (ha) Bebouwd terrein Terrein voor openbare voorzieningen (ha) Bebouwd terrein Terrein voor sociaal-culturele voorz. (ha) Bebouwd terrein Bedrijventerrein (ha) Semi-bebouwd terrein Totaal semi-bebouwd terrein (ha) Semi-bebouwd terrein Stortplaats (ha) Semi-bebouwd terrein Wrakkenopslagplaats (ha) Semi-bebouwd terrein Begraafplaats (ha) Semi-bebouwd terrein Delfstofwinplaats (ha) Semi-bebouwd terrein Bouwterrein (ha) Semi-bebouwd terrein Semi-verhard overig terrein (ha) Recreatieterrein Totaal recreatieterrein (ha) Recreatieterrein Park en plantsoen (ha) Recreatieterrein Sportterrein (ha) Recreatieterrein Volkstuin (ha) Recreatieterrein Dagrecreatief terrein (ha) Recreatieterrein Verblijfsrecreatief terrein (ha) Agrarisch terrein Totaal agrarisch terrein (ha) Agrarisch terrein Terrein voor glastuinbouw (ha) Agrarisch terrein Overig agrarisch terrein (ha) Bos en open natuurlijk terrein Totaal bos en open natuurlijk terrein (ha) Bos en open natuurlijk terrein Bos (ha) Bos en open natuurlijk terrein Open droog natuurlijk terrein (ha) Bos en open natuurlijk terrein Open nat natuurlijk terrein (ha) Binnenwater Totaal binnenwater (ha) Binnenwater IJsselmeer / Markermeer (ha) Binnenwater Afgesloten zeearm (ha) Binnenwater Rijn en Maas (ha) Binnenwater Randmeer (ha) Binnenwater Spaarbekken (ha) Binnenwater Recreatief binnenwater (ha) Binnenwater Binnenwater voor delfstofwinning (ha) Binnenwater Vloei- en/of slibveld (ha) Binnenwater Overig binnenwater (ha) Buitenwater Totaal buitenwater (ha) Buitenwater Waddenzee, Eems, Dollard (ha) Buitenwater Oosterschelde (ha) Buitenwater Westerschelde (ha) Buitenwater Noordzee (ha)
Nederland 2015 4.154.303 115.563 8.885 104.402 2.276 361.526 235.839 11.437 11.823 16.093 86.336 49.318 2.191 475 4.384 3.354 34.949 3.966 105.418 30.819 35.962 3.606 11.810 23.222 2.236.317 15.511 2.220.806 498.956 341.270 95.055 62.631 371.941 183.138 32.117 18.176 15.548 1.242 10.544 3.434 614 107.129 415.264 254.947 34.588 29.830 95.900
Zuid-Nederland (LD) 2015 729.156 25.687 1.725 23.292 671 91.810 59.608 2.437 3.133 3.967 22.666 10.862 511 126 774 1.265 7.876 310 21.729 6.029 8.804 412 2.076 4.408 433.845 3.023 430.822 121.263 102.811 10.671 7.780 23.960 2.872 4.427 619 2.590 1.237 139 12.076
Utrecht (PV) 2015 144.913 5.784 688 5.017 79 22.909 15.356 770 969 1.426 4.387 1.894 47 13 280 32 1.489 34 5.695 2.006 2.164 231 526 768 80.572 190 80.383 20.971 18.261 1.813 896 7.088 820 620 0 537 61 4 5.046
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2015 145.766 4.542 188 4.190 164 19.057 12.915 530 624 754 4.234 1.566 52 9 121 76 1.298 9 4.657 1.284 1.969 97 275 1.032 76.382 426 75.956 37.650 30.783 4.868 1.999 1.912 0 338 162 5 1.407
Aa en Hunze 2015 27.888 609 0 609 0 953 751 13 18 79 92 147 0 0 15 68 65 0 544 26 159 6 11 342 18.751 0 18.751 6.605 5.133 898 574 279 0 10 98 5 166
Appingedam 2015 2.458 111 8 103 0 312 222 20 3 17 50 59 0 1 8 2 48 0 53 27 22 1 0 3 1.783 0 1.783 60 43 0 18 80 0 2 0 0 79
Delfzijl 2015 22.750 388 29 360 0 1.124 598 26 22 62 416 476 24 0 17 32 297 105 273 157 84 9 9 15 10.392 0 10.392 654 255 13 387 297 0 16 0 2 279 9.145 9.145
Groningen (gemeente) 2015 8.375 518 61 457 0 3.183 1.903 169 78 226 806 459 77 11 61 0 310 0 729 440 192 39 27 31 2.783 1 2.782 204 147 0 57 499 0 53 0 63 383
Haren 2015 5.073 149 51 98 0 582 459 14 23 67 19 26 4 0 14 0 8 0 226 16 116 4 69 21 2.786 0 2.786 769 273 1 495 536 0 23 0 0 513
Loppersum 2015 11.199 262 24 238 0 300 261 1 0 7 30 55 0 0 17 19 19 0 46 16 29 1 0 0 10.298 0 10.298 144 112 0 32 95 0 0 0 0 95
Zwolle 2015 11.936 629 123 505 0 2.389 1.486 103 77 185 538 475 0 8 35 51 375 7 640 317 223 27 53 19 6.521 3 6.518 456 358 2 96 826 94 0 59 116 0 557
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel heeft als doel inzicht te verschaffen in het gebruik van de beschikbare ruimte van Nederland en in de veranderingen die zich daarin voordoen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1996

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 7 september 2018:
Cijfers van het bodemgebruik 2015 zijn toegevoegd.

Met ingang van verslagjaar 2016 worden er door CBS geen gegevens meer gepubliceerd over grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten. Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen zijn de filosofie en methode die ten grondslag liggen aan de afbakening niet langer actueel. Daarnaast blijkt dat andere instanties, afhankelijk van het toepassingsgebied, een afwijkende indeling van grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten hanteren, waardoor er niet meer gesproken kan worden van één standaard.
De grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten worden vanaf verslagjaar 2015 niet meer gepubliceerd als standaard regionale indeling. Op aanvraag zijn deze gegevens nog beschikbaar.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De cijfers van het bodemgebruik 2017 zullen uiterlijk december 2021 worden gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Totale oppervlakte
Totale oppervlakte van Nederland.
Verkeersterrein
Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer.
Totaal verkeersterrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Verkeersterrein'.
Spoorterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport per rail.

Tot spoorterrein wordt gerekend:
- spoorweg, tot de voet van de spoordijk, bij een ingesneden baan inclusief de taluds;
- doodlopend zijspoor naar bedrijfsterrein;
- rangeerterrein;
- spoorwegemplacement inclusief stationsgebouwen en bijbehorende parkeerterreinen.

Niet tot spoorterrein wordt gerekend:
- smalspoor, dit wordt gerekend tot de aangrenzende vorm van grondgebruik
Wegverkeersterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport over het hoofdwegennetwerk.

Tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- wegen die volgens de TOP10vector specificatie de functie van vervoersader hebben (aaneensluitingen van de TOP10Vectorcodes: 200, 208, 210, 220, 230, 234, 240, 244, 250, 280, 287, 290, 300, 310, 314, 320,324, 330, 334);
- groen in aansluitingen van wegen en binnen klaverbladen;
- parkeerplaats;
- busstation;
- benzinestation;
- opslagplaats van onder andere Rijks- en Provinciale Waterstaat voor onderhoud.

Niet tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- ingesloten groen groter dan 1 ha in gebruik als landbouwgrond of bos;
- ingesloten water groter dan 1 ha;
- hoofdweg in aanbouw.

Ondergrens: Geen, moet echter wel deel uitmaken van het wegennetwerk.
Vliegveld
Terrein in gebruik voor vervoer en transport door de lucht.

Tot vliegveld wordt gerekend:
- Verharde en onverharde start- en rolbanen;
- bijbehorende gebouwen en parkeerterreinen.

Niet tot vliegveld wordt gerekend:
- onverharde grond binnen de omheining van het vliegveld (geen start- of rolbaan);
- bij het vliegveld gelegen terrein(en) met dienstverlenende bedrijven.
Bebouwd terrein
Terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen.
Totaal bebouwd terrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Bebouwd terrein'.
Woonterrein
Terrein dat voornamelijk voor het wonen bestemd is, inclusief primaire woonvoorzieningen.

Tot woonterrein worden gerekend:
- terrein met bestemming wonen;
- primaire voorzieningen als (buurt)winkels, scholen voor kleuter- en basisonderwijs;
- bijkantoren van onder andere banken;
- groenvoorziening kleiner dan 1 hectare;
- straten en parkeerplaatsen;
- erven, tuinen;
- trapveldjes en speelplaatsen;
- woonwagenkamp (exclusief wrakkenopslagplaatsen > 0,1 hectare).

Wanneer woonwijken in bos zijn gelegen, wordt het gehele terrein als woongebied aangemerkt indien er van een stratenpatroon sprake is.
Terrein voor detailhandel en horeca
Terrein in gebruik voor geconcentreerde detailhandel en horeca-activiteiten.

Tot terrein voor detailhandel en horeca wordt gerekend:
- winkelcentrum, veelal gelegen in en/of aan voetgangersgebied (ook al wordt daarboven gewoond);
- goederenmarkt;
- terrein met bedrijven in de horecasector;
- bijbehorende parkeerterreinen
Terrein voor openbare voorzieningen
Terrein in gebruik voor het algemeen nut, zoals gemeentehuizen, politiebureaus en nutsbedrijven.
Tot terrein voor openbare voorziening wordt gerekend:
- ministerie;
- gemeentehuis (stadskantoor), kantoor openbare werken enzovoort;
- grenskantoor (douane enzovoort);
- provinciehuis;
- politiebureau, brandweerkazerne, rechtbank, gevangenis;
- nutsbedrijf (gas, water, elektriciteit, stadsverwarming en centrale antenne-inrichtingen) inclusief het daarbij behorende terrein;
- waterzuiveringsinstallatie en vuilverbrandingsinstallatie, evenals de opslagplaatsen;
- opslagterrein ten behoeve van Rijk, Provincie en Gemeente, met uitzondering van opslagterrein voor het onderhoud van wegen;
- militair object, zoals munitiedepot, kazerne, mobilisatiecomplex, radarpost en schietbaan;
- fort (voormalig)
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Openbare voorzieningen worden in de topografische kaart in de regel met een afrastering afgebakend. Als begrenzing van een object wordt dan de afrastering aangehouden.
Terrein voor sociaal-culturele voorz.
Terrein in gebruik voor sociale en culturele voorzieningen zoals ziekenhuizen, universiteiten en musea.

Tot terrein voor sociaal-culturele voorziening wordt gerekend:
- onderwijsinstelling voor het voortgezet en hoger onderwijs;
- internaat;
- conferentieoord;
- ziekenhuis, sanatorium, verpleeghuis, psychiatrisch ziekenhuis, inrichting voor zwakzinnigen en dergelijke;
- kerk, klooster, museum (ook voor het publiek toegankelijke kastelen), exclusief openluchtmuseum;
- schouwburg, bioscoop, concert- en congresgebouw;
- cultureel centrum;
- wijkgebouw, verenigingsgebouw, jeugdsociëteit;
- sociale werkplaats;
- bijbehorende parkeerplaatsen, tuinen en bos- of heesterstroken.

Sociaal-culturele voorzieningen worden in de topografische kaart soms met een afrastering afgebakend.
Als begrenzing van een object wordt dan de afrastering aangehouden.
Bedrijventerrein
Terrein in gebruik voor nijverheid, handel en zakelijke dienstverlening.
\
Tot bedrijfsterrein wordt gerekend:
- fabrieksterrein;
- haventerrein;
- veilingterrein;
- tentoonstellingsterrein;
- veemarkt (al dan niet overdekt);
- groothandelscomplex;
- terrein met banken en verzekeringsmaatschappijen en dergelijke;
- bijbehorend opslagterrein en parkeergelegenheid;
- garage (inclusief parkeergarage);
- garage van busmaatschappij;
- kantoorgebouw;
- bijbehorende parkeerterreinen;

Niet tot deze categorie behoren ingesloten braak-, en/of niet bouwrijpe bedrijfsterreinen, deze worden tot bouwterrein gerekend.
Semi-bebouwd terrein
Terrein met een zekere mate van verharding dat niet in gebruik is als verkeersterrein of bebouwd terrein.
Totaal semi-bebouwd terrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Semi-bebouwd terrein'.
Stortplaats
Terrein voor opslag van afval.

Tot stortplaats wordt gerekend:
- Stortplaats;
- Bijbehorende gebouwen, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.
Wrakkenopslagplaats
Terrein voor de opslag en/of sloop van autowrakken.

Tot wrakkenopslagplaats wordt gerekend:
- terrein voor opslag van autowrakken;
- sloperij;
- bijbehorende gebouwen, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Niet tot wrakkenopslagplaats wordt gerekend:
- terrein in gebruik voor de schrootverwerkende industrie.

Ondergrens is 0,1 hectare.
Begraafplaats
Terrein in gebruik voor begraven en cremeren.

Tot begraafplaats wordt gerekend:
- terrein voor het begraven van mensen of dieren;
- crematorium;
- bijbehorende gebouwen, parken, tuinen, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Ondergrens is 0,1 hectare.
Delfstofwinplaats
Terrein voor het winnen van grondstoffen uit de bodem.

Tot delfstofwinplaats wordt gerekend:
- Terrein voor diepte- en oppervlakwinning van grondstoffen;
- de tot dat terrein behorende gebouwen, parkeergelegenheden, opslagplaatsen van winningsproducten en afvalstoffen;
- bijbehorende parkeerterreinen.

Tot grondstoffen worden gerekend:
- aardgas;
- aardolie;
- gesteente;
- grind;
- klei;
- leem;
- mergel;
- veen;
- zand;
- zout.

Winplaatsen van aardgas en aardolie zijn op de topografische kaart in de regel met een afrastering afgebakend. Als begrenzing van een object wordt dan de afrastering aangehouden.

Ondergrens is 0,5 hectare.
Bouwterrein
Terrein in gebruik als bouwlocatie.

Tot bouwterrein wordt gerekend:
- terrein waarop wordt gebouwd of voorbereidende bouwsporen voorkomen;
- braakliggende grond in bedrijfsterrein.
Semi-verhard overig terrein
Overig semi-bebouwd terrein met een zekere mate van verharding.

Tot semi-verhard overig terrein wordt gerekend:
- niet met gras begroeide dijk;
- in zee lopende pier;
- braakliggend terrein voor zover dit niet als bouwterrein kan worden beschouwd;
- niet meer in gebruik zijnde spoorbaan.

Voor aan land vastzittende, in water gelegen pieren en strekdammen geldt een ondergrens van 0,1 hectare.
Recreatieterrein
Terrein bestemd voor recreatief gebruik.
Totaal recreatieterrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Recreatieterrein'.
Park en plantsoen
Terrein met groenvoorziening in gebruik voor ontspanning.

Tot park en plantsoen wordt gerekend:
- terrein liggend in of tegen een stedelijke omgeving bestaande uit gazons, speel- en ligweiden, paden, bosschages, bloemperken, heesterbeplanting en waterpartijen kleiner dan 1 hectare;
- groenstroken

Delen van het park die zijn te typeren als bos (ook indien groter dan 1 hectare) worden als park of plantsoen geclassificeerd.
Sportterrein
Terrein in gebruik voor sportactiviteiten.

Tot sportterrein wordt gerekend:
- terrein voor veldsport inclusief draf- en rensport, golfterrein;
- zwembad, (kunst)ijsbaan;
- sporthal en manege;
- permanente motorcrossbaan (ook provisorisch ingericht);
- bijbehorende tribunes, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken;
- bos voor zover gelegen in het sportterrein.

Ondergrens is 0,5 hectare.
Volkstuin
Terrein voor niet-commerciële sier- en groenteteelt.

Tot volkstuin wordt gerekend:
- in complexen gelegen volkstuinen;
- veelal langgerekte complexen pal langs de spoorwegen;
- schooltuinen;
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Ondergrens is 0,1 hectare.
Dagrecreatief terrein
Terrein in gebruik voor dagrecreatie zoals dierentuinen, openluchtmusea en pretparken.
Tot dagrecreatief terrein wordt gerekend:
- dagcamping;
- dierentuin en safaripark;
- sprookjestuin;
- pretpark;
- openluchtmuseum;
- jachthavens exclusief het water, maar inclusief terrein voor aanverwante bedrijvigheid, met een minimale oppervlakte van 0,1 hectare;
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken;
- met gras of struikachtig gewas begroeid natuurlijk terrein (niet voor agrarisch gebruik en geen open natuurlijk terrein), ingericht met wandel- en/of fietspaden en recreatieve objecten zoals bankjes.

De volgende terreinen worden eveneens tot deze categorie gerekend als ze geen deel uitmaken van park en plantsoen:
- speeltuinen;
- picknickplaatsen;
- hertenkampen;
- kinderboerderijen;
- midgetgolfterreinen;
- speelweiden.

Ondergrens: Voor jachthavens geldt een ondergrens van 0,1 hectare voor het landgedeelte.
Verblijfsrecreatief terrein
Terrein in gebruik voor een meerdaags recreatief verblijf, zoals camping, bungalowparken en jeugdherbergen.

Tot verblijfsrecreatief terrein wordt gerekend:
- kampeer- en caravanterrein, kampeerboerderij;
- camping;
- terrein met tweede woningen;
- bungalowpark en vakantiehuizen;
- jeugdherberg;
- bijbehorende parkeerterreinen en bos- of heesterstroken.

Verblijfsrecreatieve terreinen worden in de topografische kaart soms met een afrastering afgebakend.
Als begrenzing van een object wordt dan de afrastering aangehouden.
Agrarisch terrein
Terrein bestemd voor agrarisch gebruik.
Totaal agrarisch terrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Agrarisch terrein'.
Terrein voor glastuinbouw
Terrein in gebruik voor agrarische bedrijfsvoering onder staand glas.

Tot terrein voor glastuinbouw wordt gerekend:
- terrein in gebruik voor de teelt van gewassen onder staand glas;
- in- en aanliggende waterbassins.
Overig agrarisch terrein
Agrarisch terrein niet in gebruik voor glastuinbouw, zoals grasland, tuinland, bouwland of boomgaard.

Tot overig agrarisch terrein wordt gerekend:
- grasland (hooi- en weiland) inclusief de met gras begroeide dijken en uiterwaarden;
- terrein bestemd voor veehouderij;
- hoogstam- zowel als laagstamboomgaard, inclusief onderteelt, verzorgingspaden en windsingels;
- terrein beteeld met akkerbouw- en tuinbouwgewassen;
- terrein in gebruik voor de teelt van kleinfruit;
- verspreide bebouwing met bijbehorende erven en tuinen, voor zover die te midden van of langs een terrein voor landbouwactiviteiten liggen;
- natuurlijk grasland.
Bos en open natuurlijk terrein
Terrein in gebruik als bos of open natuurlijk terrein.
Totaal bos en open natuurlijk terrein
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Bos en open natuurlijk terrein'.
Bos
Terrein begroeid met bomen bestemd voor houtproductie en/of natuurbeheer.

Tot bos wordt gerekend:
- terrein zodanig begroeid met bomen, dat de kruinen een min of meer gesloten geheel vormen dan wel zullen gaan vormen;
- kapvlakte;
- brandgang;
- bospad;
- boomkwekerij;
- houtopslagplaats;
- verspreide bebouwing, voor zover die in het bos ligt;
- populierenweide.

Niet tot bos worden gerekend:
- beboste delen van parken;
- niet in het bos gelegen boomkwekerijen;
- woongebieden (met stratenpatroon) en terreinen voor verblijfsrecreatie die in bos gelegen zijn.
Open droog natuurlijk terrein
Open terrein met een droge ondergrond, met als belangrijkste functie natuur.

Tot open droog natuurlijk terrein wordt gerekend:
- droog heideterrein;
- met grasachtig gewas begroeid natuurlijk terrein (niet voor agrarisch of hoofdzakelijk recreatief gebruik);
- duin;
- zandverstuiving;
- zandplaat;
- strand.
Open nat natuurlijk terrein
Open terrein met een natte ondergrond met als belangrijkste functie natuur.

Tot open nat natuurlijk terrein wordt gerekend:
- nat heideterrein;
- riet en biezen (ook indien in cultuur);
- kwelder, schor of gors (bij gemiddeld hoogwater niet onderlopend);
- drooggevallen grond, mits onbegroeid;
- blauwgrasland.

Niet tot open nat natuurlijk terrein wordt gerekend:
- griend;
- nat bos.
Binnenwater
Inlandig water in gebruik als vaarweg, recreatiewater, delfstofwinplaats, vloei en/of slibveld, of als spaarbekken, inclusief het IJsselmeer.
Totaal binnenwater
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Binnenwater'.
IJsselmeer / Markermeer
Het water begrensd door de Afsluitdijk, de Ketelbrug, de Hollandsebrug bij Muiderberg en de Oranje Sluizen bij Amsterdam.
Afgesloten zeearm
Van de zee afgesloten inham, te weten Haringvliet en Hollands Diep (tot aan de Moerdijkspoorbrug), Volkerak, Krammer, Grevelingenmeer, Veerse meer en Lauwersmeer.
Rijn en Maas
Wateren voortkomend uit de rivier de Rijn en de rivier de Maas, dus inclusief hun benedenrivieren.
Als begrenzing geldt het Keteldiep (IJssel), de pieren van Hoek van Holland (Nieuwe Waterweg) en het spoorgedeelte van de Moerdijkbruggen (Amer), evenals de overgangen van de Dordtse Kil en het Spui in het Haringvliet.
Randmeer
Het water begrensd door de Hollandsebrug bij Muiderberg, de Ketelbrug tussen de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland, het Kattendiep en het Keteldiep.
Vanaf 2003 wordt het Zwarte Meer als Randmeer aangemerkt en niet langer als 'Overig binnenwater'.
Spaarbekken
Terrein in gebruik voor wateropslag.

Tot spaarbekken wordt gerekend:
- wateropslag voor drinkwater;
- wateropslag voor de industrie.
Recreatief binnenwater
Binnenwater in gebruik voor recreatieve doeleinden, zoals water in golfterreinen en parken, roeibanen en recreatieplassen.

Tot recreatief binnenwater wordt gerekend:
- water in park en plantsoen;
- strandbad/spartelvijver;
- recreatieplas (surfen, zwemmen en dergelijke);
- water in golfterrein;
- water in jachthavens;
- roeibaan, waterskibaan.

De oevers van deze terreinen bestaan voor ten minste driekwart tot een sportterrein of een terrein voor dag- of verblijfsrecreatie, park en plantsoen.
Uitzondering hierop vormen roeibanen en waterskibanen.
Ondergrens: Voor jachthavens geldt een ondergrens van 0,5 hectare voor het watergedeelte.
Binnenwater voor delfstofwinning
Water in gebruik voor de winning van delfstoffen.
Het water behoort tot deze categorie zolang er zandzuigers aanwezig zijn.
Vloei- en/of slibveld
Opslagterrein voor het scheiden van water en bezinksel, of voor opslag van (vervuild) havenslib.

Tot vloei- en slibveld wordt gerekend:
- opslagterrein voor het scheiden van water en bezinksel;
- opslagterrein voor (vervuild) havenslib.
Overig binnenwater
Binnenwater, breder dan zes meter, dat niet onder een andere categorie van bodemgebruik valt.

Tot overig binnenwater wordt gerekend:
- vaarwegen (rivieren, kanalen, grachten, vaarten en dergelijke);
- meren en plassen;
- sloten;
- havens, voor zover geen jachthavens.

Vanaf 2003 wordt het Zwarte Meer niet langer als 'Overig binnenwater' maar als Randmeer aangemerkt.
Buitenwater
Water buiten de gemiddelde hoogwaterlijn.
Totaal buitenwater
Totale oppervlakte van de hoofdgroep 'Buitenwater'.
Waddenzee, Eems, Dollard
Het water gelegen tussen de Waddeneilanden, de Afsluitdijk en de kust van Noord-Holland, Friesland en Groningen.
Per 2003 is er een nieuwe grens getrokken tussen de Waddenzee en de Noordzee.
Oosterschelde
Het water gelegen tussen de Oosterscheldekering, de Grevelingendam, de Philipsdam en de Oesterdam.
Westerschelde
Het water gelegen landinwaarts van de denkbeeldige lijn tussen Vlissingen en Breskens.
Noordzee
Het water dat is gelegen aan de zeezijde van de kust van Zeeland, Noord-Holland, Zuid-Holland en van de Waddeneilanden. Het gaat hierbij alleen om dat deel van de Noordzee dat gemeentelijk ingedeeld is.
Bij de Nieuwe Waterweg, een vrij in zee uitstromende rivier, wordt de scheidingslijn tussen binnen- en buitenwater bepaald door een denkbeeldige verbinding tussen de uiteinden van de havenhoofden.
Per 2003 is er een nieuwe grens getrokken tussen de Waddenzee en de Noordzee.