Industriebeeld: producentenvertrouwen iets omlaag

25-6-2010 09:30

Het producentenvertrouwen is in juni licht gedaald. De indicator kwam uit op -0,7, tegen +0,4 in mei. Begin 2009 bereikte het vertrouwen een dieptepunt. Daarna is de stemming van de ondernemers in de industrie vrijwel onafgebroken verbeterd.

De ondernemers in de industrie behaalden in april 19 procent meer omzet dan een jaar eerder. In maart was de omzet 16 procent hoger dan in dezelfde maand van 2009. De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in april 10 procent hoger dan in april 2009. In maart was de productie 7 procent hoger dan een jaar eerder.

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2010 met 0,6 procent gegroeid ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Productiegroei en producentenvertrouwen

Productiegroei en producentenvertrouwen

Toenemend vertrouwen over toekomstige werkgelegenheid

Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: het oordeel over de voorraden gereed product, het oordeel over de orderpositie en de verwachte productie in de komende drie maanden.

Over de voorraden dachten de ondernemers in juni minder positief dan in mei. Hun kijk op de orderpositie veranderde weinig. Er zijn meer ondernemers met een negatief oordeel over de orderpositie dan met een positief oordeel. De stemming over de toekomstige productie was even optimistisch als in mei.

De producenten worden geleidelijk minder pessimistisch over de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid in hun branche. Ook in juni was de stemming minder negatief dan een maand eerder. Overigens is het aantal ondernemers dat verwacht dat de personeelssterkte in de komende drie maanden zal afnemen nog altijd groter dan het aantal dat een toename voorziet.

Voorraden krimpen meer dan een jaar onafgebroken

De ondernemers hielden in april 13,5 procent minder voorraad gereed product aan dan een jaar eerder. De afname in april was iets groter dan in maart. De voorraden zijn al meer dan een jaar maandelijks onafgebroken lager dan een jaar eerder. De index van de voorraden gereed product (2005=100) steeg licht naar 97,2. De afname van de voorraden viel samen met een verdere toename van de omzet in april.

Fors meer omzet in aardolie en chemie

Bij de hogere omzet van april moet in ogenschouw worden genomen dat in november 2008 de grote terugval in de omzet begon. Daarna was de industriële omzet in de eerste negen maanden van 2009 zo’n 20 à 30 procent lager dan een jaar eerder. Sindsdien is de afname steeds kleiner geworden. In december was er voor het eerst weer een hogere omzet. De omzet ligt in april nog wel ruim onder het niveau van april 2008.

April had in 2010 een ander werk- en feestdagpatroon dan in 2009. Het negatieve effect hiervan op de omzetontwikkeling wordt geraamd op bijna 1,5 procent. De door de industrie verkochte producten waren bijna 11 procent duurder dan in april 2009.

Binnen de industrie was het beeld gevarieerd. De aardolie-, chemische, rubber- en kunststofproductenindustrie realiseerde 48 procent meer omzet. De basismetaal- en metaalproductenindustrie en de transportmiddelenindustrie zetten 11 procent meer om dan een jaar eerder. De elektrotechnische- en machine-industrie zette 9 procent meer om, de voedings- en genotmiddelenindustrie een magere 2 procent meer. 

Op de exportmarkt was de omzet 25 procent hoger, op de binnenlandse markt 12 procent.

Flink meer productie

Bij de hogere productie van april moet in ogenschouw worden genomen dat in november 2008 de grote terugval in de productie begon. De industriële productie lag in december 2008 en vervolgens in het eerste half jaar van 2009 circa 13 procent lager dan een jaar eerder. Sindsdien is de afname steeds kleiner geworden. In december was er voor het eerst weer een hogere productie. De productie ligt in april nog wel ruim onder het niveau van april 2008.

In de elektrotechnische en machine-industrie en de basismetaal- en metaalproductenindustrie was de productietoename met 17 respectievelijk 16 procent het grootst. Ook de aardolie-, chemische, rubber- en kunststofproductenindustrie deed het met een plus 12 procent erg goed. In de transportmiddelenindustrie was de productie 9 procent hoger dan een jaar eerder, in de voedings- en genotmiddelenindustrie 2 procent.

Weer groei bruto toegevoegde waarde industrie

De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2010 met 0,6 procent gegroeid in vergelijking met een jaar eerder.

Ten opzichte van een kwartaal eerder groeide de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2010 met 0,3 procent. Hierbij is rekening gehouden met werkdag- en seizoeneffecten. Dit is het derde kwartaal op rij met een positieve kwartaal-op-kwartaalgroei.

De industrie groeide met 5 procent in het eerste kwartaal ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2009. Deze toename van de bruto toegevoegde waarde komt na een periode van vijf kwartalen van negatieve groei.