SDG 2 Geen honger
SDG 2 gaat over het streven dat in 2030 niemand meer honger lijdt en iedereen toegang heeft tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel. In rijkere landen is er vooral aandacht voor voedselverspilling, omdat ondervoeding en voedselonzekerheid daar weinig voorkomen. Daarom gaat het hier om de duurzaamheid van de voedselproductie.
- De Nederlandse landbouwproductie is zeer efficiënt, maar waar de efficiëntie in andere EU-landen nog stijgt is de trend in Nederland stabiel.
- Bijna alle indicatoren wijzen op verduurzaming van de voedselproductie, maar Nederland ligt ver achter op andere EU-landen en er is geen verbetering te zien in de benutting van stikstof.
- De hoeveelheid voedselverspilling neemt sterk af.
Het dashboard en de indicatoren
Middelen en mogelijkheden
in EU
in 2023
in EU
in 2025
Gebruik
in EU
in 2023
in EU
in 2024
in EU
in 2024
in EU
in 2024
Uitkomsten
in EU
in 2023
in EU
in 2023
in EU
in 2023
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Middelen en mogelijkheden | Cultuurgrond (akkerbouw, tuinbouw, veehouderij) | 43,2% van de totale oppervlakte in 2025 | dalend (daling brede welvaart) | 14e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst |
| Middelen en mogelijkheden | Productie landbouw | € 194 miljoen (prijzen 2015) per 1 000 arbeidsjaren in 2025 | 2e van 27 in 2025 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Gebruik | Veestapeldichtheid | 3,08 grootvee-eenheden per hectare cultuurgrond in 2025 | dalend (stijging brede welvaart) | 21e van 21 in 2023 | onderste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Biologische landbouw | 5,2% van het totaal areaal cultuurgrond in 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | 20e van 24 in 2024 | onderste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Eiwitrijke gewassen | 0,9% van het totaal areaal cultuurgrond in 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | 18e van 22 in 2024 | onderste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Chemische gewasbeschermingsmiddelen | 262,2 kg afzet per miljoen euro landbouwproductievolume in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | 2e van 19 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Weidegang van melkvee | 69,0% van melkvee heeft weidegang in 2024 | |||
| Gebruik | Antibioticagebruik veehouderij | 0,054 gram per kilogram levend gewicht vee in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Uitkomsten | Benutting fosfor cultuurgrond | 87% fosforafvoer via gewassen t.o.v. totale aanvoer fosfor in 2024 | 7e van 18 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Benutting stikstof cultuurgrond | 57% stikstofafvoer via gewassen t.o.v. totale aanvoer stikstof in 2024 | 11e van 18 in 2023 | midden van de ranglijst | |
| Uitkomsten | Marktaandeel biologisch voedsel | 3% van het totaal bestedingen aan voeding in 2024 | |||
| Uitkomsten | Voedselverspilling | 116 kilogram per hoofd van de bevolking in 2023 | dalend (stijging brede welvaart) | 8e van 27 in 2023 | midden van de ranglijst |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Omdat in Nederland ondervoeding en voedselonzekerheid niet vaak voorkomen, kijkt dit dashboard meer naar hoe wij voedsel produceren: hoe toekomstbestendig doen we dat? En welke impact heeft dat op de leefomgeving? Een optimale bodemkwaliteit, nu en in de toekomst, is ook van belang voor SDG 15 Leven op het land.
Middelen en mogelijkheden betreffen de hoeveelheid land en arbeid die beschikbaar zijn voor voedselproductie. De middelen voor voedselproductie in Nederland nemen af. De oppervlakte cultuurgrond daalt. In 2025 bestond 43,2 procent van de totale oppervlakte in Nederland (land en water) uit cultuurgrond voor akkerbouw, tuinbouw en veehouderij. De productiewaarde per duizend arbeidsjaren van de landbouw is stabiel. In 2025 is de waarde wel 2,5 procent hoger dan in 2024. In de EU-27 heeft alleen Denemarken een hogere productiewaarde per eenheid arbeid. In een aantal andere EU-landen stijgt de productiewaarde echter wel over de afgelopen jaren, vooral in Denemarken, België en Luxemburg.
Gebruik gaat over de manier waarop voedsel geproduceerd wordt. Op de stabiel blijvende weidegang van melkvee na laten alle indicatoren zien dat de voedselproductie in Nederland steeds duurzamer wordt. Wel staat Nederland op een lage positie op de EU-ranglijst wat betreft het aandeel van biologische landbouw in het totaal oppervlakte landbouw, teelt van eiwitrijke gewassen en veestapeldichtheid.
Het aandeel van de oppervlakte van biologische landbouw en de teelt van eiwitrijke gewassen groeien ten opzichte van de totale oppervlakte cultuurgrond, al zijn ze kleiner dan in de meeste andere EU-landen. In 2025 nam de biologische landbouw (gecertificeerd en in omschakeling) 5,2 procent van het totale areaal cultuurgrond in beslag. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024. Met de teelt van eiwitrijke gewassen, zoals peulvruchten, sojabonen en luzerne, komt meer milieuvriendelijk geproduceerde voeding beschikbaar. Het aandeel van deze gewassen is met 0,9 procent van het totale areaal cultuurgrond in 2025 echter nog bescheiden ten opzichte van 21 andere EU-landen.
Nederland had in 2023 de hoogste veestapeldichtheid vergeleken met twintig andere Europese landen. Het aantal grootvee-eenheden per hectare cultuurgrond loopt sinds 2016 voortdurend terug. Na een piek van 3,71 in 2016 is de dichtheid afgenomen tot 3,08 grootvee-eenheden per hectare cultuurgrond in 2025. De veestapeldichtheid wordt bepaald door de aantallen landbouwhuisdieren van verschillende soorten en leeftijden om te rekenen naar grootvee-eenheden. Het gaat om rundvee, schapen, geiten, varkens, pluimvee en konijnen. Een hoge veestapeldichtheid draagt bij aan de voedselproductie, maar gaat ten koste van dierenwelzijn en milieudruk.
In 2024 kreeg 69 procent van het melkvee weidegang. Van 2023 op 2024 is het percentage weidegang vier procentpunt gedaald. Weidegang draagt bij aan de duurzaamheid van de landbouw: koeien in de wei zorgen voor minder ammoniakvervluchtiging dan als ze in de stal staan en weidegang is beter voor dierenwelzijn.
In 2024 bedroeg het geneeskundige antibioticagebruik 0,054 gram per kilogram levend gewicht vee. Toediening van antibiotica in de veehouderij kan de groei van dieren stimuleren en bacteriële infecties helpen genezen en voorkomen. Het op grote schaal (of onzorgvuldig) toedienen van antibiotica kan echter ook leiden tot resistente bacteriën, met gevolgen voor de gezondheid van dier en mens. In de veehouderij wordt steeds minder antibiotica gebruikt. Het toedienen van antibiotica als groeibevorderaar is sinds 2006 in de hele EU verboden. Daardoor nam het gebruik tussen 2007 en 2013 sterk af (van 0,23 gram naar 0,09 gram). In de jaren daarna is het gebruik trendmatig blijven dalen.
In 2024 werd voor iedere miljoen euro landbouwproductie 262 kilogram aan chemische bestrijdingsmiddelen verkocht. Dit was het op-een-na-laagste niveau in de EU (2e van 19 landen), alleen in Ierland werden minder van deze middelen verkocht. Door de intensieve landbouwproductie in Nederland gaat het gebruik van bestrijdingsmiddelen echter ook gepaard met aanzienlijke milieuschade. Zou niet worden gekeken naar verdiende euro’s maar naar de verhouding tot het oppervlak cultuurgrond, dan is het beeld anders. In dat perspectief is het verbruik van bestrijdingsmiddelen relatief hoog, en zou Nederland behoren tot de hekkensluiters binnen de EU.
Uitkomsten beschrijven de betaalbaarheid van voedsel en de impact van voedselproductie op de leefomgeving en het dierenwelzijn. Behalve voedselverspilling laten de indicatoren voor de uitkomsten geen stijgende of dalende trends zien.
In 2024 was de benutting van stikstof en fosfor op cultuurgrond 57 respectievelijk 87 procent. In de tien jaar daarvoor schommelde het bij stikstof tussen de 55 en 64 procent en bij fosfor tussen de 77 en 95 procent. Hogere benuttingspercentages van aangevoerde voedingsstoffen (vooral dierlijke mest en kunstmest) duiden op lagere milieuverliezen. Het deel dat niet door gewassen wordt opgenomen, verdampt en komt in de lucht terecht of blijft achter in de bodem, waarna het uitspoelt naar grond- en oppervlaktewater. De benutting van fosfor zit dichtbij het evenwicht in bemesting. Een fosforbenutting van boven de 100 procent betekent dat er fosfor aan de bodem wordt onttrokken.
De hoeveelheid voedselverspilling neemt sterk af. Het aantal kilo’s verspild voedsel daalt sinds het begin van de tijdreeks in 2020. Uitgaande van de EU-definitie werd in Nederland in 2023 116 kilogram voedsel per persoon verspild. Dit is ongeveer 10 procent minder dan in 2022. Het aandeel van biologisch voedsel in de totale voedselbestedingen is sinds 2016 stabiel en schommelt rond de 3 procent.
Beleving betreft tevredenheid met de kwaliteit en het aanbod van voedsel, de leefomgeving en het dierenwelzijn. Er zijn voor deze categorie op dit moment geen geschikte indicatoren bekend.