Schokbestendigheid: Samenvatting

Grote schokken, zoals de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne, raken alle aspecten van brede welvaart. Hoe goed is Nederland in staat om een grote schok op te vangen? Schokbestendigheid gaat over de vragen of mensen nog in hun levensonderhoud kunnen voorzien (‘hier en nu’), of natuur, samenleving, economie en belangrijke systemen sterk genoeg zijn (‘later’ en ‘kritieke systemen’), en hoe afhankelijk Nederland is van de rest van de wereld (‘elders’).

  • Huishoudens zijn gemiddeld goed in staat om in het geval van een schok te voorzien in het eigen levensonderhoud.
  • De Nederlandse samenleving is in recente jaren minder hecht geworden en daardoor minder schokbestendig, vooral door een daling in het vertrouwen.
  • De schokbestendigheid van kritieke systemen is afgenomen.

Het gemiddelde huishouden is goed in staat om in het geval van een schok te voorzien in het eigen levensonderhoud. Vermogen, spaargeld en nettoarbeidsparticipatie nemen trendmatig toe. De nettoarbeidsparticipatie en de ervaren gezondheid zijn relatief hoog vergeleken met andere EU-landen. Wel ervoer in 2025 minder dan de helft van de bevolking in hoge mate regie over het eigen leven. Nog twee van de vier gemeten kwetsbare groepen nemen af. De werkloosheid is laag vergeleken met de EU-27 en daalt trendmatig maar is sinds 2022 ieder jaar iets toegenomen. Het aandeel mensen zonder startkwalificatie neemt af, maar is groot in vergelijking met de EU-27. Het percentage mensen met ernstige langdurige beperkingen door gezondheidsproblemen is laag in vergelijking met andere EU-landen maar daalt niet langer. Ook het aandeel arme zzp’ers is stabiel. Eerder namen nog drie van de vier kwetsbare groepen af.

De robuustheid van de natuur lijkt te verbeteren. De groen-blauwe ruimte per inwoner neemt geleidelijk af. Stikstofdepositie in de landnatuur is gedaald van 74,6 procent in 1995 naar 69,9 procent in 2023. De snelle groei van hernieuwbare energie betekent dat Nederland relatief minder fossiele brandstoffen nodig heeft om in het energieverbruik te voorzien.

De Nederlandse samenleving is in recente jaren minder hecht geworden en daardoor minder schokbestendig. Dit komt vooral door een daling in het vertrouwen. In 2025 waren het vertrouwen in andere mensen en het vertrouwen in instituties lager dan in 2024. Ook de sociale cohesie in de woonbuurt is in de meest recente jaren gedaald en relatief veel mensen in Nederland voelen zich lid van een gediscrimineerde groep.

De Nederlandse economie lijkt robuust. De brutoarbeidsparticipatie, het aandeel mensen met een hbo- of wo-opleiding en de mediane solvabiliteit van niet-financiële bedrijven nemen toe. De kapitaalgoederenvoorraden per gewerkt uur hebben een stabiele trend. Verder terugkijkend dan de trendperiode (2018 tot en met 2025) neemt de kapitaalintensiteit geleidelijk af. Nederland is een van de weinige landen waar de kenniskapitaalgoederenvoorraad per gewerkt uur daalt in plaats van stijgt.

De schokbestendigheid van kritieke systemen met een essentiële maatschappelijke functie is afgenomen. Het vertrouwen in instituties is gedaald in 2025. Vergeleken met 18 andere EU-landen was dit vertrouwen hoog in 2023. De afname kwam vooral door een sterke daling van het vertrouwen in de Tweede Kamer. Ook is het tijdverlies door files en vertragingen toegenomen in 2024. De schaarste aan personeel in de zorg is groot vergeleken met andere EU-landen en neemt bovendien toe. De totale vacaturegraad stijgt niet meer maar is nog altijd aanzienlijk hoger dan in andere EU-landen. Nederlandse banken zijn minder goed bestand tegen een langdurige periode van lage groei, hoge rentetarieven en hoge inflatie dan banken in andere EU-landen. De Common Equity Tier 1 ratio (CET1) voor Nederland was in 2024 ruim boven de ondergrens maar laag vergeleken met de rest van de EU-27.

De slagkracht van de overheid is afgenomen. De schuld van de overheid is in het meest recente jaar (van 2024 op 2025) toegenomen met 0,6 procent van het bbp tot 44,4 procent. Op de middellange termijn neemt deze schuld wel af. De effectiviteit van overheidsbestuur en de rechtsorde nemen beide af. De kwaliteit van Nederlandse publieke instituties is hoog in vergelijking met andere landen (5e in de EU27 voor beide indicatoren in 2024).

De energievoorziening en de IT-infrastructuur zijn systemen die niet mogen uitvallen. Nederland was in 2025 voor 72,9 procent van het energieverbruik afhankelijk van de invoer van energie uit andere landen. Deze afhankelijkheid van energie-invoer ligt de laatste jaren rond de 70 procent.