Economie groeit met 0,6 procent in derde kwartaal 2026
Volgens de eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), op basis van nu beschikbare gegevens, steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het derde kwartaal van 2026 met 0,6 procent vergeleken met het tweede kwartaal van 2026. In het tweede kwartaal van 2026 was de groei van het bbp 0,7 procent. Het positieve handelssaldo en de opbouw van aardgasvoorraden droegen het meest bij aan de groei van het bbp in het derde kwartaal.
Alle cijfers in dit bericht zijn volumecijfers. Dat wil zeggen dat ze zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Bij vergelijkingen met een kwartaal eerder is gecorrigeerd voor seizoensinvloeden.
| Jaar | Kwartaal | Bbp (2021=100) |
|---|---|---|
| 2022 | 4e kwartaal | 105,5 |
| 2023 | 1e kwartaal | 105,0 |
| 2023 | 2e kwartaal | 104,6 |
| 2023 | 3e kwartaal | 103,8 |
| 2023 | 4e kwartaal | 104,1 |
| 2024 | 1e kwartaal | 104,5 |
| 2024 | 2e kwartaal | 105,3 |
| 2024 | 3e kwartaal | 105,9 |
| 2024 | 4e kwartaal | 106,3 |
| 2025 | 1e kwartaal | 106,6 |
| 2025 | 2e kwartaal | 106,9 |
| 2025 | 3e kwartaal | 107,3 |
| 2025 | 4e kwartaal | 107,8 |
| 2026 | 1e kwartaal | 108,1 |
| 2026 | 2e kwartaal | 108,9 |
| 2026 | 3e kwartaal | 109,5 |
Uitvoer en consumptie stijgen het hardst
De uitvoer steeg met 0,5 procent in vergelijking met het tweede kwartaal. Er werden vooral meer machines en transportmiddelen uitgevoerd. Omdat de invoer van goederen en diensten minder sterk steeg, nam het handelssaldo toe.
De consumptie door de overheid steeg in het derde kwartaal van 2026 met 0,4 procent vergeleken met het tweede kwartaal. De overheid gaf vooral meer uit aan zorg en ambtenarensalarissen. Ook de consumptie door huishoudens nam met 0,4 procent toe; mensen kochten vooral meer voedingsmiddelen en kleding. De investeringen daalden met 0,1 procent doordat er minder vliegtuigen werden ingevoerd dan een kwartaal eerder.
| Bestedingscategorie | 3e kwartaal 2026 (% verandering t.o.v. een kwartaal eerder) | 2e kwartaal 2026 (% verandering t.o.v. een kwartaal eerder) |
|---|---|---|
| Bruto binnenlands product tegen marktprijzen | 0,6 | 0,7 |
| Invoer van goederen en diensten | 0,3 | 1,4 |
| Uitvoer van goederen en diensten | 0,5 | 1,4 |
| Consumptie huishoudens inclusief IZWh | 0,4 | 0,8 |
| Consumptie door de overheid | 0,4 | 0,4 |
| Bruto investeringen in vaste activa | -0,1 | 0,2 |
Industrie draagt het meest bij aan groei
De toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) van de delfstoffenwinning steeg in het derde kwartaal het sterkst van alle bedrijfstakken, met 6,9 procent. Hoewel de toegevoegde waarde van de industrie met 2,7 procent minder sterk groeide, had deze bedrijfstak door zijn gewicht de grootste bijdrage aan de economische groei in het derde kwartaal. Vooral de machine-industrie groeide sterk.
| Bedrijfstak | 3e kwartaal 2026 (% verandering t.o.v. kwartaal eerder) | 2e kwartaal 2026 (% verandering t.o.v. kwartaal eerder) |
|---|---|---|
| Delfstoffenwinning | 6,9 | -3,2 |
| Energiebedrijven | 3,6 | -0,3 |
| Industrie | 2,7 | 1,8 |
| Informatie en communicatie | 1,3 | 0,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 0,7 | -0,3 |
| Financiële instellingen | 0,7 | -0,3 |
| Zakelijke dienstverlening | 0,6 | 1,0 |
| Water en afval | 0,5 | 0,5 |
| Cultuur, sport, recreatie en overige diensten | 0,5 | 0,4 |
| Overheid, onderwijs en zorg | 0,5 | 0,3 |
| Verhuur en handel onroerend goed | 0,4 | 0,1 |
| Bouwnijverheid | 0,1 | -0,6 |
| Handel, horeca, vervoer en opslag | -0,3 | 2,2 |
Economie 2,1 procent groter dan in derde kwartaal 2025
De economie was in het derde kwartaal 2,1 procent groter dan het derde kwartaal van 2025. De consumptie door huishoudens en het handelssaldo droegen het meest bij aan de groei. De overheidsconsumptie en de consumptie door huishoudens waren 2,0 en 1,8 procent hoger dan een jaar eerder. De investeringen groeiden met 0,8 procent. De stijging van de uitvoer was 2,7 procent, terwijl de invoer met 2,2 procent groeide. Hierdoor droeg het handelssaldo ook positief bij aan de jaar-op-jaargroei.
Van de bedrijfstakken leverden de industrie en de bedrijfstak handel, horeca, vervoer en opslag de grootste bijdrage aan de economische groei ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.
| Jaar | Kwartaal | Bbp (% verandering t.o.v. een jaar eerder) |
|---|---|---|
| 2022 | 4e kwartaal | 3,9 |
| 2023 | 1e kwartaal | 1,2 |
| 2023 | 2e kwartaal | -0,9 |
| 2023 | 3e kwartaal | -1,5 |
| 2023 | 4e kwartaal | -1,1 |
| 2024 | 1e kwartaal | -0,2 |
| 2024 | 2e kwartaal | 0,9 |
| 2024 | 3e kwartaal | 1,7 |
| 2024 | 4e kwartaal | 1,8 |
| 2025 | 1e kwartaal | 1,8 |
| 2025 | 2e kwartaal | 1,5 |
| 2025 | 3e kwartaal | 1,4 |
| 2025 | 4e kwartaal | 1,6 |
| 2026 | 1e kwartaal | 1,4 |
| 2026 | 2e kwartaal | 1,6 |
| 2026 | 3e kwartaal | 2,1 |
Eerste berekening
De eerste berekening, dertig dagen na afloop van een kwartaal, wordt gepubliceerd op basis van de dan beschikbare informatie. Hiermee geeft het CBS een eerste beeld van de stand van de economie. Na deze eerste berekening komt steeds meer informatie beschikbaar over de economie, die daarna wordt verwerkt in nieuwe berekeningen. De tweede berekening van de economische groei maakt het CBS bekend op donderdag 24 december.
De absolute bijstelling van de tweede berekening vergeleken met de eerste berekening was de afgelopen vijf jaar (2021-2025) gemiddeld 0,2 procentpunt. De twee uitersten bedroegen -0,4 en 0,7 procentpunt (in 2024 en 2021).
Bij elke nieuwe berekening bepaalt het CBS ook de nieuwe seizoengecorrigeerde cijfers van de eerder gepubliceerde kwartalen. Zo is het groeicijfer van het tweede kwartaal van 2026 bijgesteld van 0,6 naar 0,7 procent.
Bronnen
- StatLine - Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties, nationale rekeningen
- StatLine - Arbeidsvolume en werkzame personen, kwartalen; nationale rekeningen
Relevante links
- Achtergrond - Bijstellingen economische groei