Minder vacatures in eerste kwartaal van 2026

Dit zijn de nieuwste cijfers over dit onderwerp. Bekijk eerdere cijfers.
© CBS

Het aantal vacatures daalde in het eerste kwartaal van 2026 met 6 duizend en het aantal werklozen nam licht toe met 3 duizend. De spanning op de arbeidsmarkt nam hierdoor verder af: voor elke 100 werklozen zijn er 91 vacatures. Het aantal banen steeg met 2 duizend. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Aan het einde van het eerste kwartaal stonden er 378 duizend vacatures open, een daling van 6 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Het aantal vacatures is vrijwel elk kwartaal gedaald sinds het derde kwartaal van 2022. De meeste vacatures zijn in de zorg, handel en de zakelijke dienstverlening. Deze drie bedrijfstakken zijn goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures.

Spanning op de arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalVacatures per 100 werklozen (vacatures per 100 werklozen)
20161e kwartaal22
20162e kwartaal23
20163e kwartaal26
20164e kwartaal28
20171e kwartaal32
20172e kwartaal36
20173e kwartaal40
20174e kwartaal45
20181e kwartaal50
20182e kwartaal54
20183e kwartaal57
20184e kwartaal60
20191e kwartaal66
20192e kwartaal68
20193e kwartaal66
20194e kwartaal67
20201e kwartaal56
20202e kwartaal43
20203e kwartaal41
20204e kwartaal45
20211e kwartaal56
20212e kwartaal78
20213e kwartaal93
20214e kwartaal106
20221e kwartaal134
20222e kwartaal142
20223e kwartaal120
20224e kwartaal122
20231e kwartaal121
20232e kwartaal121
20233e kwartaal113
20234e kwartaal114
20241e kwartaal110
20242e kwartaal108
20243e kwartaal106
20244e kwartaal108
20251e kwartaal101
20252e kwartaal101
20253e kwartaal97
20254e kwartaal94
2026*1e kwartaal91
*voorlopige cijfers

Ontwikkeling arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalWerklozen (ILO-definitie) (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)Vacatures* (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)Banen* (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)
20211e kwartaal-453012
20212e kwartaal-2976143
20213e kwartaal-1746171
20214e kwartaal-292255
20221e kwartaal-326186
20222e kwartaal-111192
20223e kwartaal45-1877
20224e kwartaal-13-877
20231e kwartaal-2-547
20232e kwartaal-7-1024
20233e kwartaal16-734
20234e kwartaal-6-538
20241e kwartaal13038
20242e kwartaal-3-815
20243e kwartaal4-418
20244e kwartaal0430
20251e kwartaal16-820
20252e kwartaal-4-514
20253e kwartaal13-3-8
20254e kwartaal11-1-10
20261e kwartaal3-62
*cijfers over banen vanaf 2025 en over vacatures over het eerste kwartaal van 2026 zijn voorlopig

Sterkste daling vacatures in het openbaar bestuur

In de meeste bedrijfstakken zijn ongeveer evenveel vacatures als een kwartaal eerder. In het openbaar bestuur daalde het aantal openstaande vacatures met 2 duizend naar 22 duizend. Ook in de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures af met 2 duizend, naar 62 duizend. In de horeca nam het aantal vacatures toe met ruim 1 duizend naar 27 duizend.
Openstaande vacatures, seizoengecorrigeerd
Bedrijfstak1e kwartaal 2026* (x 1 000)4e kwartaal 2025 (x 1 000)
Handel69,869,8
Zorg68,469,4
Zakelijke dienstverlening62,464,3
Industrie29,329,1
Bouwnijverheid28,229,1
Horeca27,125,8
Openbaar bestuur22,424,5
Informatie en communicatie16,716,7
Vervoer en opslag1414,8
Cultuur, recreatie en
overige diensten
11,311,6
Onderwijs10,310,5
Financiële dienstverlening7,58,2
Landbouw en visserij3,33,4
Verhuur en handel onroerend goed2,82,7
*voorlopige cijfers

Meer nieuwe vacatures

In het eerste kwartaal van 2026 ontstonden er 359 duizend nieuwe vacatures, 4 duizend meer dan in het laatste kwartaal van 2025. In totaal werden 365 duizend vacatures vervuld. Dat zijn er 9 duizend meer dan een kwartaal eerder. 

Vacaturegraad toegenomen

De vacaturegraad nam het afgelopen kwartaal licht toe van 40 naar 41. Dit betekent dat er per duizend banen van werknemers 41 vacatures openstonden. De bouw blijft ondanks een lichte daling, van 75 naar 74, de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad. De vacaturegraad in het onderwijs is gelijk gebleven met 16 vacatures per duizend banen en is opnieuw het laagst.

Meer banen

Met een toename van 2 duizend in het eerste kwartaal kwam het totaal aantal banen op ruim 11,6 miljoen. In de voorgaande twee kwartalen daalde het aantal banen nog. In het openbaar bestuur kwamen er 6 duizend banen bij, in de informatie en communicatie en ook in de zorg 3 duizend. In de handel, vervoer en horeca nam het aantal banen met 7 duizend af.

Ontwikkeling banen, seizoengecorrigeerd, 1e kwartaal 2026*
BedrijfstakOntwikkeling banen, seizoengecorrigeerd (verandering t.o.v. een kwartaal eerder, x 1 000)
Zakelijke dienstverlening
(excl. uitzendbureaus)
10
Openbaar bestuur6
Informatie en communicatie3
Zorg3
Verhuur en handel onroerend goed1
Bouwnijverheid0
Cultuur, recreatie,
overige diensten
0
Industrie0
Financiële dienstverlening0
Onderwijs-2
Landbouw en visserij-2
Handel, vervoer en horeca-7
Uitzendbureaus-10
*voorlopige cijfers

Opnieuw minder zelfstandigenbanen

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is –gecorrigeerd voor seizoensinvloeden– 0,2 procent minder dan het kwartaal ervoor. Het aantal banen van zelfstandigen daalde met 4 duizend naar bijna 2,4 miljoen en het aantal gewerkte uren met 1,0 procent. Bij werknemers nam het aantal banen toe met 6 duizend en steeg het aantal gewerkte uren met 0,1 procent naar bijna 3,0 miljard uur.

Meer flexwerknemers, minder zzp’ers

Van de 9,8 miljoen mensen met betaald werk in het eerste kwartaal van 2026 waren er ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 3 duizend minder dan een kwartaal eerder. Ruim 2,7 miljoen werknemers hebben een flexibele arbeidsrelatie, 17 duizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal flexwerknemers is vier kwartalen op rij gestegen, het zijn er nu 67 duizend meer dan een jaar eerder.

In het eerste kwartaal van 2026 hadden bijna 1,5 miljoen mensen een hoofdbaan als zelfstandige. Daarmee waren er 15 duizend zelfstandigen minder dan een kwartaal eerder. Deze daling komt geheel voor rekening van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zzp’ers daalt nu vijf kwartalen op rij, het zijn er nu 116 duizend minder dan in het vierde kwartaal van 2024.

Werkloosheid vrijwel gelijk gebleven

In het eerste kwartaal waren 413 duizend mensen werkloos. Dat zijn 3 duizend werklozen meer dan een kwartaal eerder. Werklozen zijn mensen die geen betaald werk hebben, maar daar wel recent naar hebben gezocht en op korte termijn beschikbaar zijn. Het werkloosheidspercentage bleef met 4,0 gelijk. Dit percentage is geleidelijk toegenomen na het tweede kwartaal van 2022, toen 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos was. De werkloosheid nam sindsdien toe in alle leeftijdsgroepen en is het hoogst onder jongeren van 15 tot 25 jaar (9,2 procent).

Stromen in en uit werkloosheid

Het aantal werklozen in het eerste kwartaal van 2026 is het resultaat van stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Het onderstaande schema laat die stromen zien.


Aan de ene kant steeg de werkloosheid doordat mensen op zoek gingen naar werk maar niet direct een baan vonden (van niet-beroepsbevolking naar werkloos). Deze groep was 30 duizend groter dan de tegenovergestelde stroom van werkloos naar niet-beroepsbevolking.

Aan de andere kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor liep de werkloosheid in het eerste kwartaal terug met 27 duizend. Doordat per saldo de toestroom vanuit de niet-beroepsbevolking met 30 duizend hoger was dan de uitstroom van werklozen naar werk van 27 duizend nam het aantal werklozen toe met 3 duizend.

Toename kortdurend werklozen

Het aantal kortdurend werklozen, degenen die korter dan een jaar op zoek zijn naar werk, nam in het eerste kwartaal toe van 337 duizend naar 348 duizend. Het aantal kortdurend werklozen neemt nu drie kwartalen op rij toe. Het aantal langdurig werklozen is in diezelfde periode nauwelijks veranderd.

Meer onderbenutte deeltijders

Deeltijdwerkers die meer uren willen werken, zitten niet in de werkloosheidscijfers. Het aantal onderbenutte deeltijders nam in het eerste kwartaal van 2026 toe van 539 duizend naar 559 duizend. Dat is het hoogste aantal in ruim vier jaar. Zij werken in deeltijd, en geven aan meer uren te willen werken en hiervoor ook direct beschikbaar te zijn.

Ook mensen zonder werk die óf niet recent naar werk hebben gezocht (178 duizend) óf die niet direct zouden kunnen beginnen (108 duizend), zijn niet opgenomen in de werkloosheidscijfers. Deze twee laatste groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. Het aantal semiwerklozen is al vier jaar vrijwel onveranderd.

Bevolking van 15 tot 75 jaar Niet-beroepsbevolking Niet gezocht en niet beschikbaar Gezocht en niet beschikbaar Beschikbaar en niet gezocht Beroepsbevolking Werkloos (ILO-definitie) Werkzaam Deeltijd Wil meer uren werken, beschikbaar Voltijd