Nestsucces

Het nestsucces betreft het percentage nesten dat minimaal één nest verlatend kuiken of vliegvlug jong voortbrengt. Bij nestvlieders gaat het om de kuikens die direct na uitkomen het nest verlaten. Bij nestblijvers gaat het om jongen die het nest verlaten als ze vliegvlug zijn. De onderzochte soorten van het open boerenland zijn nestvlieders. De onderzochte erf- en struweelvogels zijn nestblijvers. Zowel bij nestvlieders als bij nestblijvers zijn de jongen die het nest verlaten nog onvolwassen en nog enige tijd afhankelijk van de oudervogels.
De populaties van boerenlandvogels kunnen alleen standhouden als de aanwas minimaal voldoende is om sterfte te compenseren. Daarvoor dienen voldoende nesten en legsels te zijn en dienen voldoende kuikens en jongen de fases van groei tot volwassenheid te overleven om zich vervolgens zélf weer te kunnen voortplanten. Nesten, kuikens en jonge vogels zijn kwetsbaar en grote verliezen zijn gebruikelijk, maar niet onoverkomelijk zolang er nog voldoende jongen volwassen worden. Bij boerenlandvogels is daarvan al decennia lang geen sprake meer, waardoor de populaties afnemen.