Vast en flexibel werk: verschillen in uitkomsten

De gegevens over de arbeidsrelatie van werknemers zijn gebaseerd op de Enquête beroepsbevolking (EBB). Sinds het derde kwartaal van 2018 laat de EBB een toename zien van het percentage werknemers met een vaste arbeidsrelatie en een afname van het percentage met een flexibele arbeidsrelatie. Daarnaast publiceert het CBS op basis van de Statistiek werkgelegenheid en lonen (SWL) over banen van werknemers. Op basis hiervan kan ook het onderscheid tussen vast en flex worden gemaakt. Bij vaste banen gaat het om reguliere werknemersbanen met een contract voor onbepaalde tijd; bij flexibele banen gaat het om reguliere werknemersbanen met een contract voor bepaalde tijd, uitzendbanen, oproepbanen en stagebanen. De SWL wordt door het CBS samengesteld op basis van de Polisadministratie.

Anders dan de EBB laat de SWL tot medio 2019 geen toename van het percentage vaste banen zien. Tot 2019 nam het percentage vaste banen volgens de SWL af en gedurende de eerste helft van 2019 bleef het vrijwel stabiel. Sinds de tweede helft van 2019 laten zowel EBB als SWL een toename zien. Het CBS is bezig de verschillen tussen EBB en SWL te onderzoeken. Uit de voorlopige resultaten voor de 25-54-jarigen van 2016-2018 blijkt dat de verschillen tussen de meting van de soort arbeidsrelatie verklaard kunnen worden door onnauwkeurigheden in zowel de EBB als de Polisadministratie. In beide bronnen wordt het grootste aantal onnauwkeurigheden gevonden bij de werknemers die volgens het in het onderzoek gebruikte model een flexibele arbeidsrelatie hebben. De onnauwkeurigheden in de EBB zijn daarbij groter dan die in de Polisadministratie. Belangrijke verklaringen voor de gevonden onnauwkeurigheden in de Polisadministratie en de EBB kunnen worden gevonden in de baanduur, het aantal contracturen, en de bedrijfstak. Voor de Polisadministratie komt daar de gebruikte software door bedrijven nog bij. De komende periode wordt onderzocht in hoeverre de voorlopige resultaten worden bevestigd als ook de omvang van de onnauwkeurigheden voor 15-24-jarigen en 55-74-jarigen wordt geschat. Voor meer informatie en achtergronden.
Terug naar artikel