Invloed van de coronacrisis op de nationale rekeningen

De coronacrisis en de financiële steunmaatregelen van de overheid om ondernemers door de coronacrisis te helpen hebben consequenties voor de nationale rekeningen en de statistiek overheidsfinanciën. In deze toelichting wordt voor het eerste kwartaal van 2020 beschreven de gevolgen op de berekening van de economische groei en de verwerking van de financiële steunmaatregelen in de arbeidsrekeningen, de sectorrekeningen en de overheidsfinanciën.

Berekening economische groei

Bij de eerste berekening van de economische groei in het eerste kwartaal 2020 werd op een aantal punten afgeweken van de gebruikelijke werkwijze. De plotselinge omslag in de economie door de coronacrisis en de genomen overheidsmaatregelen zorgden voor uitzonderlijke omstandigheden, die het noodzakelijk maakten de gebruikte bronnen en methodes nog meer dan anders kritisch tegen het licht te houden. Vanwege deze uitzonderlijke omstandigheden waren de groeicijfers van het bbp omgeven met een grotere onzekerheid dan bij de eerste berekening gebruikelijk is.

Bij de eerste berekening was de respons over maart, waarin de coronabreuk zich voordeed, nog niet compleet. Bij de tweede berekening is de respons zowel voor de maandenquêtes over maart als voor de kwartaalenquêtes over het eerste kwartaal beduidend hoger dan bij de eerste berekening. Voor enkele bedrijfstakken, waaronder de financiële instellingen, en bestedingscategorieën werden bij de eerste berekening bij gebrek aan actuele data uit enquêtes of administratieve bronnen modellen gebruikt. Bij de tweede berekening zijn er wel actuele data beschikbaar om de raming voor deze bedrijfstakken en bestedingscategorieën op te baseren.

Voor de gezondheids- en welzijnszorg en cultuur, sport en recreatie is de bronsituatie bij de tweede berekening niet wezenlijk anders dan bij de eerste berekening. Daarom zijn voor deze bedrijfstakken dezelfde methodes gebruikt als bij de eerste berekening.

Bij de raming van de gezondheids- en welzijnszorg (SBI 86 t/m 88) is afgeweken van de standaardmethode omdat er door de corona-maatregelen in de weken 12 en 13 per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten zijn geleverd. Voor deze productie-uitval is gecorrigeerd. Bij de intensive-careafdelingen van ziekenhuizen was sprake van extreme drukte, maar op andere afdelingen werden veel afspraken, behandelingen en operaties uitgesteld of geannuleerd. Dat geldt ook voor overige zorgdiensten. Zo is het aantal patiënten dat door huisartsen werd doorverwezen sterk gedaald. De meeste tandartsen leverden alleen nog spoedzorg en semispoedzorg. Verder was er ook een afname in de geleverde zorg bij de andere grote groepen zorginstellingen, zoals geestelijke gezondheidszorg instellingen (minder opnames), gehandicaptenzorg instellingen (minder dagbesteding), jeugdzorg instellingen (minder dagbehandeling en diagnostiek) en kinderopvangcentra (alleen kinderen opvangen van ouders die in de vitale sectoren werken).

De volumeraming van de zorgproductie is gestart met de standaardraming op basis van het zorgaanbodmodel, waarin de productie per zorggroep wordt geschat met een tijdreeksmodel op basis van de ontwikkeling het aantal banen van werknemers. Vervolgens is met aanvullend beschikbare informatie voor alle zorgactoren uit de zorgrekeningen geschat wat de productie-uitval (0-100 procent) is geweest in week 12 en 13. Op basis hiervan is per zorgactor een correctiefactor berekend voor de afname van de productie en de productiekosten door Corona in het eerste kwartaal. Er is onder andere gebruik gemaakt van de publicatie van de Nederlandse Zorgautoriteit: Analyse van de gevolgen van de coronacrisis voor de reguliere zorg, update 29 april 2020.

Voor de cultuur, sport, recreatie en aanverwante diensten (SBI 90 t/m 94) is weinig kwartaalinformatie beschikbaar. Daarom zijn er voor deze bedrijfstakken ‘correctiefactoren’ berekend aan de hand van het aantal dagen dat de Lockdownmaatregelen golden in het eerste kwartaal (16 van de 91 dagen, oftewel 17,6 procent). Slechts 82,4 procent van de dagen kon er ‘normaal’ worden gewerkt. Dit raakte de omzet van veel markt-producenten die in de evenementenbranche, theater en kunstsector opereren. Dat geldt ook voor dierentuinen en sport- en ontspanningsclubs. Een deel van deze bedrijfstakken bestaat uit zogenaamde instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWH’s). Het gaat hier bijvoorbeeld om allerlei musea, bibliotheken en organisaties voor natuurbehoud. De productiewaarde van deze instellingen worden volgens de Europese richtlijnen berekend op grond van hun uitgaven die direct gerelateerd zijn aan de productie. Omdat deze uitgaven niet of niet noemenswaardig zijn veranderd, zijn er ook geen gevolgen voor de berekening van de productiewaarde.

Door de coronacrisis zijn in alle landen hele delen van de economie stilgevallen, waardoor economische activiteit moeilijker te meten is. Dat maakt al deze cijfers onzekerder dan gebruikelijk. Die onzekerheid verschilt per land, waardoor de cijfers ook minder goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Er wordt op internationaal niveau hard gewerkt aan nadere afstemming voor de nabije toekomst en voor sommige statistieken en/of onderdelen zijn er al specifieke richtlijnen per statistiek uitgevaardigd. De internationale organisatie hebben hiervoor ook speciale websites opgezet, zoals:
https://ec.europa.eu/eurostat/data/metadata/covid-19-support-for-statisticians 
https://statswiki.unece.org/display/COV/Economic+statistics 
https://covid-19-data.unstatshub.org/ 
https://community.oecd.org/community/official-stats-workspace-covid19

De verwerking van steunmaatregelen in de Arbeidsrekeningen

In de Arbeidsrekeningen is voor de raming van de gewerkte uren van werknemers en de loonkostensubsidies afgeweken van de reguliere werkwijze. Door de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (NOW), die in maart van kracht werd, konden werknemers die geen werk meer hadden worden doorbetaald en werd zo het baanverlies beperkt.

Hierdoor zijn wel minder uren gewerkt, maar kwam dat niet tot uitdrukking in het geregistreerde aantal uren in de belangrijkste bron voor de Arbeidsrekeningen: het register met de loonaangiften van werkgevers. Als aanvulling zijn daarom gegevens gebruikt uit de Enquête beroepsbevolking (EBB). Deze zijn ingezet voor de raming van maart, vooral bij (delen van) bedrijfstakken die getroffen zijn door de coronamaatregelen. De raming van het aantal gewerkte uren van zelfstandigen is niet gewijzigd, deze was al gebaseerd op gegevens uit de EBB.

Bij de raming van de loonkostensubsidies zijn voor het eerst voorschotbedragen van de NOW-regeling opgenomen. De geboekte loonkostensubsidies van deze regeling hebben betrekking op maart. Bij de raming op bedrijfstakniveau is gebruik gemaakt van UWV-gegevens over de NOW-regeling. Deze informatie omvat de perioden van verwachte omzetdalingen en uitbetaalde NOW-subsidies per bedrijfstak. De boeking van de NOW- loonkostensubsidies wordt dus gerelateerd aan de perioden van omzetverlies.

De registratie van steunmaatregelen in de overheidsrekeningen en sectorrekeningen

De overheidsuitgaven in Nederland zullen, door de financiële steunmaatregelen van de overheid om bedrijven en instellingen door de coronacrisis te helpen, dit jaar fors toenemen. Door de mogelijkheid tot uitstel van het betalen van belastingen, zal de overheid belastingen later binnenkrijgen. Dit heeft geen effect op de belastingen die worden opgenomen in de overheidsrekeningen en de nationale rekeningen. Wel stijgen hierdoor de vorderingen van de overheid op de belastingplichtigen. In de sectorrekeningen wordt geregistreerd wie de overheidssteun ontvangt en hoe dat wordt geboekt.

Op de website van de Rijksoverheid is een volledig overzicht te vinden van de financiële regelingen voor ondernemers

Het is onmogelijk om in bestek van deze toelichting alle maatregelen langs te lopen wat betreft hun boekingswijze. Hierna volgt voor de drie grootste maatregelen, de NOW, TOZO en TOGS, een toelichting op de wijze (het type transactie) en het moment van de registratie van uitgaven en inkomsten. In Europa gelden dezelfde spelregels, namelijk het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010), voor de statistieken van de overheidsfinanciën en de nationale rekeningen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1.0)
Ondernemers kunnen met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1.0) tot maximaal 90 procent van hun loonkosten vergoed krijgen als ze verwachten ten minste 20 procent omzet te verliezen over 3 maanden door de coronacrisis. De NOW is verlengd tot 1 oktober 2020, NOW 2.0. Voor NOW 1.0 en 2.0 is een bedrag van circa 20 miljard euro begroot (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

Het CBS ziet de NOW als een loonkostensubsidie. Het ESR 2010 schrijft voor de subsidie te boeken op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt waarop de subsidie van toepassing is. Daarom is besloten om de NOW vanaf medio maart in de nationale rekeningen te registreren, het moment waarop bedrijven door lock down hun omzetten zagen dalen.

De CBS-ramingen voor de NOW-regeling zijn gebaseerd op verstrekte voorschotten. De omvang van de daadwerkelijke uitkeringen zal pas op een later moment bekend worden. Dit zal ertoe leiden dat de raming van subsidies in het eerste en tweede kwartaal van dit jaar waarschijnlijk bijgesteld moeten worden.

De loonkostensubsidie is in de sectorrekeningen voornamelijk toegerekend aan niet-financiële vennootschappen. Een klein deel is toegerekend aan de sector huishoudens en betreft zelfstandigen met personeel. Er is geen toerekening gedaan aan overheidsinstanties of instellingen zonder winstoogmerk. Dit kan op termijn worden herzien.

Tijdelijke ondersteuning zelfstandige ondernemers (Tozo)
De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, en voorziet in een uitkering en een lening voor deze groep. De aanvullende uitkering is voor levensonderhoud als het inkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Ook de Tozo is verlengd tot 1 oktober. Voor de eerste en tweede ronde van Tozo samen is een bedrag van bijna 10 miljard euro begroot (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

De Tozo kan worden gezien als bedrijfsondersteuning, maar ook als inkomensondersteuning van het huishouden. Ervan uitgaande dat de uitkering primair tot doel heeft de bedrijvigheid van deze ondernemers te ondersteunen wordt de Tozo geregistreerd als een subsidie op productie. Er is besloten om de Tozo vanaf april te boeken. Het aanvraagmoment is hierbij leidend geweest. De verstrekte leningen in het kader van de Tozo worden volgens het ESR 2010 gezien als financiële transacties. Financiële transacties hebben geen effect op het overheidssaldo.

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS)
De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) is een van de noodmaatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De TOGS is voor ondernemers die directe schade ondervinden van diverse kabinetsmaatregelen die hebben geleid tot inperking van hun activiteiten.

De sectoren die hieronder vallen hebben te maken met gedwongen sluiting (zoals cafés en restaurants en evenementen), met het verbod op contactberoepen (zoals kappers en andere uiterlijke verzorging) en annuleringen in de reisbranche. De regeling is aangevuld met contactberoepen zoals tattooshops. Ook vallen kleinere MKB-winkeliers in voedsel en dienstverlening (zoals taxi’s, maar ook niet-gecontracteerde zorg zoals fysiotherapeuten en tandartsen) en leveranciers van cafés en restaurants en evenementen nu onder de regeling.

Ook de TOGS wordt geregistreerd als een subsidie aan niet-financiële ondernemingen, zelfstandigen (huishoudens), en instellingen zonder winstoogmerk. Moment van registratie door het CBS is het moment van aanvraag. Dit betekent dat het grootste deel van de TOGS vanaf het tweede kwartaal in de nationale rekeningen geboekt zal worden. Voor de TOGS heeft de overheid een bedrag van 1,6 miljard euro gereserveerd (Kamerbrief Noodpakket 2.0, bijlage 1).

Belastinguitstel
Een van de overige maatregelen om ondernemers te ondersteunen is betalingsuitstel van belastingen. Deze overheidsmaatregel zorgt ervoor dat kascijfers van de belastingontvangsten van de belastingdienst niet op de gebruikelijke wijze kunnen worden gebruikt. Om de belastingen en sociale premies te registreren op het moment dat de belastbare gebeurtenis plaatsvindt (transactiebasis) gaat de gebruikelijke vertraging tussen belastbare gebeurtenis en betaling niet meer op. Voor de loonheffing was die vertraging normaal gesproken minder dan één maand.

Daarom heeft het CBS aanvullende correcties moeten maken om de belastingen en sociale premies op transactiebasis te benaderen. Hierbij is onder andere gebruikt gemaakt van binnen het CBS beschikbare data over productie en consumptie. Deze data zijn bijvoorbeeld gebruikt bij het corrigeren van de ontvangen accijnzen en de btw. Daarnaast heeft het CBS aanvullende data over uitgestelde belastingen ontvangen van de Belastingdienst, die bijvoorbeeld zijn gebruikt om een raming te maken van de uitgestelde loonbelasting. Dit brengt met zich mee dat de belastingcijfers van het eerste kwartaal van 2020 met een grotere onzekerheid zijn omgeven dan normaal.

Overig sectorrekeningen

Met ingang van het eerste kwartaal 2020 heeft een groep ondernemingen voor het eerst de gezamenlijke CBS-DNB vragenlijst ‘Financiën van ondernemingen en betalingsbalans’ moeten invullen. De responspercentages en kwaliteit van de rapportages van deze groep blijft, mogelijk door corona, achter bij de verwachtingen. Voor ontbrekende informatie zijn imputaties ingezet.

Een andere groep ondernemingen heeft met ingang van het eerste kwartaal 2020 voor het eerst de nieuwe Overige Financiële instellingen Kwartaal (OFK) rapportage via het Directe Ramingen (DRA) systeem van DNB moeten invullen. Ook hier is sprake van responspercentages en kwaliteit die achter blijft bij de verwachtingen. Aan een deel van de rapporteurs is uitstel verleend in verband met corona. Voor ontbrekende informatie zijn imputaties ingezet.

Eerdere ervaring met nieuwe vragenlijsten leert dat de kwaliteit van de ramingen in het eerste jaar in het algemeen lager is en dat dit kan leiden tot meer en grotere bijstellingen door herrapportages. Nu corona daar bij komt, neemt de kans tot meer en grotere bijstellingen toe.

Seizoencorrectie

Bij het uitvoeren van de seizoencorrectie zijn, conform de richtlijnen van Eurostat, bij alle reeksen uitbijters opgenomen voor het eerste kwartaal van 2020. Dit betekent dat het eerste kwartaal van 2020 niet wordt meegerekend bij het bepalen van de seizoenfactor.

Terug naar artikel