Economie in laagconjunctuur in juni

Over dit onderwerp zijn nieuwere cijfers beschikbaar. Bekijk de laatste cijfers.
© Hollandse Hoogte / Herman Wouters
Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS is in juni fors verder verslechterd, meldt het CBS. De economie is diep in een fase van laagconjunctuur gekomen. In de Conjunctuurklok van half juni presteren 11 van de 13 indicatoren slechter dan hun langjarige trend. De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben voor veel indicatoren in de klok vanaf verslagmaand maart grote invloed.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2012januari-0,04
2012februari-0,09
2012maart-0,13
2012april-0,16
2012mei-0,23
2012juni-0,3
2012juli-0,36
2012augustus-0,47
2012september-0,56
2012oktober-0,63
2012november-0,75
2012december-0,85
2013januari-0,93
2013februari-1,04
2013maart-1,12
2013april-1,18
2013mei-1,25
2013juni-1,28
2013juli-1,28
2013augustus-1,27
2013september-1,21
2013oktober-1,14
2013november-1,06
2013december-0,98
2014januari-0,92
2014februari-0,87
2014maart-0,85
2014april-0,83
2014mei-0,82
2014juni-0,81
2014juli-0,8
2014augustus-0,78
2014september-0,77
2014oktober-0,75
2014november-0,72
2014december-0,68
2015januari-0,64
2015februari-0,59
2015maart-0,54
2015april-0,49
2015mei-0,44
2015juni-0,39
2015juli-0,35
2015augustus-0,31
2015september-0,28
2015oktober-0,27
2015november-0,25
2015december-0,24
2016januari-0,25
2016februari-0,23
2016maart-0,22
2016april-0,21
2016mei-0,17
2016juni-0,14
2016juli-0,11
2016augustus-0,05
2016september-0,01
2016oktober0,03
2016november0,08
2016december0,12
2017januari0,15
2017februari0,21
2017maart0,26
2017april0,3
2017mei0,37
2017juni0,4
2017juli0,43
2017augustus0,49
2017september0,53
2017oktober0,56
2017november0,62
2017december0,67
2018januari0,71
2018februari0,77
2018maart0,81
2018april0,82
2018mei0,85
2018juni0,85
2018juli0,84
2018augustus0,84
2018september0,83
2018oktober0,81
2018november0,81
2018december0,76
2019januari0,71
2019februari0,68
2019maart0,64
2019april 0,62
2019mei0,6
2019juni0,58
2019juli0,56
2019augustus0,52
2019september0,49
2019oktober0,45
2019november0,42
2019december0,41
2020januari0,42
2020februari0,41
2020maart0,35
2020april0,33
2020mei-1,36
2020juni-2,36

Consumenten- en producentenvertrouwen wat minder negatief

Het consumentenvertrouwen was minder negatief in juni dan in mei. Verder was het producentenvertrouwen in mei wat minder negatief dan in april. Het vertrouwen van producenten en consumenten ligt onder het langjarige gemiddelde.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2016januari113,2
2016februari73,1
2016maart23,9
2016april64,7
2016mei74,4
2016juni115,4
2016juli95,1
2016augustus91,2
2016september123,4
2016oktober174,3
2016november213,4
2016december214,7
2017januari216
2017februari227
2017maart247,8
2017april268,3
2017mei236,1
2017juni237,2
2017juli256,6
2017augustus265,4
2017september238,5
2017oktober238,2
2017november229,1
2017december258,9
2018januari2410,3
2018februari2310,9
2018maart249,5
2018april258,2
2018mei239,8
2018juni237,7
2018juli236,3
2018augustus215,9
2018september195,7
2018oktober155,9
2018november137,2
2018december97,5
2019januari05,8
2019februari-26,3
2019maart-46,1
2019april-36,7
2019mei-34,7
2019juni 03,3
2019juli23,9
2019augustus03,9
2019september-23,3
2019oktober-13,6
2019november-22,8
2019december-22,9
2020januari-32,5
2020februari-23,7
2020maart-20,2
2020april-22-28,7
2020mei-31-25,1
2020juni-27

Export, investeringen en consumptie huishoudens lager

Consumenten hebben in april 17,4 procent minder besteed dan in april 2019. Dit is verreweg de grootste krimp van de binnenlandse consumptie door huishoudens die het CBS ooit heeft gemeten. De consumenten gaven vooral minder uit aan diensten, duurzame goederen en motorbrandstoffen. De bestedingen aan voedings- en genotmiddelen groeiden daarentegen.

Het volume van de goederenexport was in april 11,2 procent kleiner dan in april 2019. Dit is de grootste krimp na juni 2009. In april zijn er vooral minder transportmiddelen en machines uitgevoerd. De daling van de export Nederlands fabricaat was groter dan die van de wederuitvoer.

In april was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 10,6 procent kleiner dan in april 2019. Dat is grootste daling na juni 2013. De krimp is vooral toe te schrijven aan lagere investeringen in gebouwen, personenauto’s, bestelauto’s, vrachtwagens e.d. en machines.

Productie industrie 11 procent lager in april

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in april 11 procent lager dan in april 2019, maakt het CBS bekend. Dat is de grootste daling sinds medio 2009.

Aantal faillissementen gedaald in mei

Het aantal failliet verklaarde bedrijven, voor zittingsdagen gecorrigeerd, is in mei met 73 gedaald ten opzichte van april. De trend is na september 2018 licht stijgend.

Tussen de aanvraag en het uitspreken van een faillissement kunnen enkele weken zitten. Vanaf week 14 houden de rechtbanken de rekesten (als een andere partij de rechter verzoekt om een bedrijf failliet te laten verklaren) voor ten minste vier weken aan, tenzij er sprake is van spoed. Daarnaast is door het kabinet een noodpakket voor economie en banen opgezet om bedrijven zoveel mogelijk te ondersteunen.

Aantal banen blijft stijgen

Het totale aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 22 duizend toe tot 10 859 duizend. De groei van het aantal banen ten opzichte van het voorgaande kwartaal komt daarmee op 0,2 procent. Dit is het laagste groeicijfer na het eerste kwartaal van 2016. In vergelijking met een jaar eerder zijn er 137 duizend banen bij gekomen, een stijging van 1,3 procent. De cijfers zijn inclusief de banen van mensen die vanwege de coronacrisis niet kunnen werken, maar krijgen doorbetaald.

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal van 2020 in totaal ruim 3,4 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden, 2,2 procent minder dan een kwartaal eerder.

Eind maart 2020 was het aantal openstaande vacatures afgenomen tot 226 duizend, ruim 60 duizend minder dan een kwartaal eerder. Dit is de eerste kwartaalafname in zeven jaar tijd, en bovendien in aantallen de grootste die ooit is gemeten.

Door de afname van het aantal openstaande vacatures liep de spanning op de arbeidsmarkt in het eerste kwartaal van 2020 terug naar gemiddeld 82 vacatures per 100 werklozen. In het vierde kwartaal 2019 waren dat er nog 91.

In mei 2020 telde Nederland 330 duizend werklozen (ILO-definitie). Dat waren er 16 duizend meer dan in april. Vanaf maart is het aantal werklozen met 57 duizend toegenomen. Het werkloosheidspercentage kwam voor mei uit op 3,6, hetzelfde niveau als begin 2019. In maart was het werkloosheidscijfer nog 2,9 procent, in april 3,4 procent.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
   index (2010=100)
20131e kwartaal100,1
20132e kwartaal99,9
20133e kwartaal100,5
20134e kwartaal101,1
20141e kwartaal101
20142e kwartaal101,6
20143e kwartaal101,9
20144e kwartaal102,8
20151e kwartaal103,4
20152e kwartaal103,7
20153e kwartaal104,1
20154e kwartaal104,1
20161e kwartaal105,1
20162e kwartaal105,3
20163e kwartaal106,5
20164e kwartaal107,4
20171e kwartaal107,9
20172e kwartaal108,9
20173e kwartaal109,7
20174e kwartaal110,5
20181e kwartaal111,1
20182e kwartaal111,7
20183e kwartaal112
20184e kwartaal112,4
20191e kwartaal113
20192e kwartaal113,4
20193e kwartaal113,8
20194e kwartaal114,3
20201e kwartaal112,6

Bbp krimpt met 1,5 procent in eerste kwartaal 2020

Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2020 met 1,5 procent gekrompen ten opzichte van een kwartaal eerder. De krimp is vooral toe te schrijven aan de consumptie door huishoudens. Ten opzichte van het eerste kwartaal 2019 was de omvang van het bbp 0,2 procent kleiner.

Vrijdag 14 augustus 2020 komt het CBS met de eerste berekening van het bbp en het aantal banen in het tweede kwartaal van 2020.