WLZ

Bevolking op basis van de Wet langdurige zorg en bevolking in institutionele huishoudens

Personen die langdurige zorg ontvangen op basis van de Wet langdurige zorg De langdurige zorg op basis van de Wlz is voor mensen die blijvend 24-uurs zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig hebben. Deze zorg wordt ruwweg op 2 manieren geleverd: 

• Zorg met verblijf in een instelling

o verpleeg- of verzorgingshuis
o gehandicaptenzorginstelling
o instelling voor geestelijke gezondheidszorg

• Zorg thuis (als persoonsgebonden budget, modulair of volledig pakket thuis)

De gegevens over mensen die Wlz-zorg ontvangen zijn afkomstig van het CAK. Deze gegevens worden geregistreerd voor het bepalen van de wettelijke eigen bijdrage voor Wlz-zorg voor personen van 18 jaar of ouder.

De sterftegegevens van ondermeer mensen die Wlz-zorg ontvangen, zijn gecombineerd met gegevens over het overlijden van mensen op basis van gegevens uit de Basisregistratie Personen.

Toelichting personen die verblijven in verpleeg- en verzorgingshuizen en andere zorginstellingen

De bevolking in verpleeg en verzorgingshuizen is gebaseerd op de bewoning van personen op de adressen van die instellingen. Er bestaat een grote overlap met de groep personen die zorg met verblijf ontvangt maar er zijn ook verschillen.
 
Voor de Wlz geldt:

o Niet alle personen die Wlz-zorg ontvangen wonen ook daadwerkelijk in een instelling die verpleeg- of verzorgingshuiszorg, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg aanbiedt
o De Wlz-zorg betreft alleen –personen van 18 jaar of ouder

Door de koppeling van Wlz-gegevens aan de sterftegegevens is een scherper onderscheid mogelijk op basis van zorggebruik.

Voor de personen in institutionele huishoudens geldt:

Niet alle personen die feitelijk in bijvoorbeeld een verpleeg- of verzorgingshuis verblijven staan ook als zodanig in de BasisRegistratie Personen (BRP) geregistreerd. Personen die de intentie hebben slechts kort (minder dan 4 maanden) in een zorginstelling te verblijven hoeven zich niet direct over te laten overschrijven naar het adres van de zorginstelling. Ook voor personen die een partner hebben geldt dat zij niet verplicht zijn zich over te schrijven naar het adres van de zorginstelling. Een laatste factor die meespeelt is de tijd die verloopt tussen de feitelijke verhuizing naar een instelling en de opname van dit gegeven in de BRP. Alle drie factoren maken het aannemelijk dat de feitelijk sterfte in instellingen die zorg met verblijf aanbieden hoger is, dan op basis van adresbewoning kan worden vastgesteld.

Getalsmatige verschillen tussen Wlz-zorg en personen in institutionele huishoudens

Op de tweede vrijdag in november 2018 kregen circa 156 duizend mensen verpleeghuis- of verzorgingshuiszorg op basis van de Wlz, van wie circa 122 duizend met verblijf in een instelling. Op basis van de statistiek institutionele huishoudens verbleven op 1 januari 2020 120 duizend mensen op het adres van een verpleeg- of verzorgingshuis.
Op basis van de Wlz kregen op de tweede vrijdag in november 2018 circa 80 duizend mensen zorg met verblijf in een instelling voor gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg. Op basis van de statistiek institutionele huishoudens verbleven op 1 januari 2020 115 duizend mensen op het adres van instellingen voor onder meer gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg of een adres voor daklozenopvang.

Terug naar artikel